De Tiende Dag der Overwinning
 


door

Patrizia Norelli-Bachelet ©

Vertaling van "The Tenth Day of Victory"


Voorwoord

  De ongewone aard der gebeurtenissen die zich in 1971 in mijn leven voordeden, waren een stimulans om opvallende kenmerken van die ervaringen op te schrijven. Ik deed dit in de zomer van 1972, in Pondicherry, India. Ik was toen echter niet in staat om nauwkeurig te beoordelen wat er gebeurd was omdat het proces nog steeds in zijn kinderschoenen stond. Het bleek evenwel belangrijk om min of meer over de ervaringen, terwijl deze plaatsvonden, te schrijven. Ik had reden om te geloven dat later uiteindelijk een vollediger begrip zou komen.

 Het eerste deel van deze autobiografische studie werd bijgevolg midden 1972 geschreven; de rest, dat het resterende deel van 1972 en van geheel 1973 bestrijkt, werd een aantal jaren later geschreven. Toen besloot ik om de studie in te delen volgens de structuur geopenbaard door het proces zelf, en eveneens de oefening uit te breiden met een volledig verslag van wat tegen dan voor mij duidelijk en samenhangend was geworden. Ik kwam tot het besef dat de ervaring bestond uit cycli van elk negen jaar, maar afgebakend door perioden van drie  jaar en veelvouden daarvan. Vandaar dat het eerste deel de periode van 1971 tot 1974 zou bestrijken; het tweede deel zou zes jaren omvatten, of het tweede veelvoud van drie, van 1974 tot 1980; terwijl het laatste deel het derde veelvoud van drie zou bestrijken - 1980 tot 1989. Dit ritme en harmonie (3 – 6 – 9) werd door de omstandigheden van mijn leven en yoga bevestigd, gaande over de periode van achtien jaar waarover ik wil schrijven. 

Ik onderging een "inwijding", bij gebrek aan een beter woord, tijdens het betere deel van 1971. Het nut ervan was om een toestand van bewustzijn op te wekken die een passende en vruchtbare bodem zou blijken te zijn voor wat gedurende de komende deccennia  zou plaatsvinden. Het allerbelangrijkste was dat er tijdens de beginperiode van deze inwijding een "zaad" werd geplant en dit  ‘nucleair element’ creërde een structurele basis en atmosfeer voor alles wat daarna in mijn leven zou plaatsvinden. Als ik op die vroege momenten terugblik steekt één kenmerk van de inwijding boven alle andere uit, alsof het de verbindende energie van het proces was, de ‘raison d'etre’ ervan. En dit vertegenwoordigde het hart en ziel van de yoga die Sri Aurobindo en de Moeder van Pondicherry aan zoekenden nagelaten hebben. De daad van overgave is  in hun Integrale Yoga noodzakelijkerwijs het eerste centrale punt van aandacht. Maar zoals al degenen die hun yoga beginnen te beoefenen zich snel realiseren is een nauwkeurige definitie van wat "overgave" zou kunnen zijn niet eenvoudig te formuleren. Vooral is er de vraag, Overgave van wat aan wie of aan wat ?

De ontdekkingen die ik in 1971 deed - aan mij opgedrongen,  moet ik eraan toevoegen - lieten mij toe om de ware aard van de wereld te erkennen. Ik kwam snel tot het besef dat ons materieel universum - dit wil zeggen, de fysieke realiteit waarvan wij een intrinsiek deel zijn - als het ware een korst is, waarbinnen zich ontelbare meer subtiele dimensies bevinden. In deze dimensies zijn er krachten werkzaam, die in sommige gevallen in staat zijn om barrières te overschrijden die ons van deze werelden scheiden om op elementen in ons materiele universum te kunnen inwerken. Onnodig te zeggen dat mijn eerste contacten met deze krachten en de ervaringen die ik als resultaat daarvan had hoogst verontrustend waren, gegeven de onbekende omvang waarmee ik te maken had. Geleidelijk aan was ik echter in staat om de gebeurtenissen te rangschikken en om wat orde in de zaak te brengen. Het meest verontrustende aspect van alles was het onvermogen om in de aanvangsstadia met onbetwistbare zekerheid te weten wie juist de "geest" of het "wezen" of de "aanwezigheid" was die het proces bleek te leiden.  Terwijl ik terugblik op de gebeurtenissen realiseer ik mij dat een groot deel van de drie jaren die samen de beginperiode (71-74) van deze studie vormen, werden doorgebracht in het najagen van een kennis die voor de yoga en de daad van overgave een objectief raamwerk (overkoepelende structuur) kon verschaffen.

De vraag van overgave speelt een bijzondere rol in de integrale  yoga van Sri Aurobindo. Het succes van de inspanning hangt inderdaad voor een groot deel af van het geleidelijk aan verwerven van een meer volledige daad van overgave. Maar de toestand van het menselijk bewustzijn bemoeilijkt in aanzienlijke mate de kwestie. Aan de wortel van het probleem ligt het onvermogen om onderscheid te maken tussen de impulsen tot actie die van de natuur van iemands ego afkomstig zijn, of andere, hogere mogelijkheden waarvan de inwijding de eerste inzichten verschafte. Om het onderscheid naar waarde te kunnen schatten is het eerst en vooral nodig om iets van het ware karakter van de menselijke soort te begrijpen, in het bijzonder de onvolmaakte toestand ervan. Dit wil zeggen dat het menselijk ras bezig is met een en progressieve zelf-zuiverende onderneming op organisch (natuurlijke) vlak. Dit is inderdaad het eerste uitgangspunt van de revolutionaire leerstelling van Sri Aurobindo. De tweede is dat een nieuwe spiritualiteit zich aan het manifesteren is die zich rechtsreeks met de werkwijze bezighoudt om de komst van het volgende niveau van de menselijke evolutie in te leiden en misschien te versnellen - wat hij het Supramentale of Waarheids-Bewuste schepping noemde.

Het is het tweede uitgangspunt die de zoekenden verplicht om zich met bepaalde kenmerken van onze wereld bezig te houden die in de oude spiritualiteit genegeerd of verworpen worden. En dit feit brengt de vraag van overgave in het spel. Sedert dat de wereld, ons materiele universum, in deze leerstelling gezien wordt als het terrein waarin een nieuw en superieur ras moet onstaan en waar het moet gevestigd worden, kunnen de krachten die in deze arena opereren niet genegeerd of opzij geschoven worden als verbeelding of onechte substanties. Al de voorafgaande spirituele wegen eisten dat dit materiele niveau, door de één of andere methode, volledig moest overstegen worden; en succes werd afgemeten in de mate waarin de beoefenaar in staat was om laag na laag van deze stoffelijkheid af te pellen tot wanneer het belichaamde bewustzijn in het Transcendente opging, de verbinding van bewustzijn oplossend die ons aan dit niveau bindt, en die ons aan deze miserabele planeet vastnagelt. De "hemelen" van alle religies, of de "samadhi's" van vele scholen van Indische yoga zijn beschrijvingen van een werkelijkheid die als het ware voorbij deze materiele korst bestaat. Of elders zijn er de scholen van Boedhisme - Zen bijvoorbeeld - die ongegeneerd de nadruk leggen op het voorbijgaande en vandaar de illusoire natuur van dit materieel universum, gevuld van krachten die met elkaar in wisselwerking zijn en in constante beweging; die alle een inferieure toestand vertegenwoordigen. Volgens deze wegen betekent bevrijding het oplossen (het nirvana) van elke draad in het menselijk bewustzijn die de zoekende kan binden aan de materiele en subtiele universums. Geboorte is dus eenvoudigweg een doortocht, een binnenkomen van een gebied waarbinnen dit soort van bevrijding kan bereikt worden. Uiteindelijk is het doel het volledig ophouden van geboorte. Om het feit te benadrukken dat geboorte gelijkgesteld wordt met een "val", beweert Boedhisme dat verloste wezens die vrij zijn van de verwikkelingen van geboorte en dood kunnen kiezen om wedergeboren te worden. Deze keuze is het resultaat van hun oneindige mededogen en egoloosheid: Boddhisatvas komen alleen naar de Aarde terug om zoekenden de weg te tonen die ze moeten gaan met het doel voorgoed UIT dit vlak te verdwijnen en voor altijd van geboorte bevrijd te worden.

 Met het oog op dit streven wordt elke uitwisseling met krachten in de subtiele of grovere vlakken, zoals in Tantrisch Boedhisme, bekeken als een middel om te transcenderen. Hun bestaan verschaft de zoeker een atmosfeer om bevrijding te bereiken. Er is geen andere bedoeling mee gemoeid. Met andere woorden, de wereld is in wezen onecht, - of echt voor zover het een domein is om eruit te vluchten.

 Natuurlijk beantwoorden zulke hypothesen geen fundamentele vragen, eerst en vooral welke is de zin van zo'n schikking, aan alle zielen in dit materieel universum opgelegd en in het bijzonder op Aarde. In een bepaald stadium komt bij elke nadenkende intelligentie de vraag krachtig op: Is dit alles wat er is ? Is geboorte er enkel om te transcenderen - weze dit ofwel door één leven hetzij door vele levens ? Is de Aarde slechts een terrein voor beproeving waar "God" uiteindelijk zal oordelen om iemand hetzij naar de hemel of hel te sturen, voor eeuwig ? Indien dit zo is, dan lijkt het een zeer gecompliceerd plan voor zo'n klein doel. Waarom nog geboorte aannemen als het uiteindelijke streven geen geboorte is ? Daarbij, welke rol speelt lijden in het plan, want "God" had een meer pijnloze overgang kunnen bedenken, indien overgang de enige bedoeling in dit materieel universum was geweest.

 Op één of ander ogenblik worden alle menselijke wezens oog in oog met het onvermijdelijke feit van de dood gebracht.  Als we de bedoeling van geboorte in vraag stellen, dan moeten we ons ook bezighouden met de meest pijnlijke van alle aardse ervaringen: de dood van alle dingen die op deze planeet geboren worden en deel uitmaken van het evolutionaire proces van de Aarde. Eén zaak is inderdaad volledig duidelijk. De bedoeling van deze Aarde is om een terrein voor organische evolutie te creëren. Dit kan niet ontkend worden. Maar of het "doelloos" is of vol van een heilige Bedoeling, niemand heeft dit in enige mate met onweerlegbare zekerheid kunnen bevestigen.

 Spiritualiteit bekijkt het lot van de planeet op een statische manier. In een dergelijke visie is inderdaad de Aarde een "hel" voor zover dit het domein is waarin men zich bewust wordt van de inferieure en onverlosbare toestand van de materiele schepping, alsook van de plaats om de methode voor ontsnapping te vinden. We zijn grondig geindoctrineerd om deze rol te aanvaarden als de enige bedoeling voor evolutie op Aarde. Alle spirituele wegen en religies hebben zich daarom aan deze "waarheid" aangepast. Tot de komst van Sri Aurobindo.

 In 1972 bracht de geboorte van Sri Aurobindo een nieuw licht in de wereld. Maar zelfs vandaag terwijl ik deze regels in Maart 1990 schrijf, wordt de ware omvang van de boodschap die hij bracht niet helemaal gewaardeerd. Want het is niet eenvoudigweg een "boodschap". De geboorte van Sri Aurobindo introduceerde een nieuw element in het proces van evolutie. De ervaringen die ik begin 1971 begon te krijgen openden mijn ogen voor de hoedanigheid van dit nieuwe element. Wanneer ik uiteindelijk een zekere rijpheid in de zoektocht had verkregen, kon ik niet langer zijn leringen als "spiritueel" omschrijven, of zelfs als een nieuwe spiritualiteit. Het was iets anders, iets helemaal en compleet anders. De "inwijding" waar ik doorheen geholpen werd, onthulde het ware karakter van de revolutionaire komst van Sri Aurobindo. Het betreden van deze weg openbaarde terzelfdertijd de aard van de nieuwe wereld die geboren werd. Het beste kan deze wereld omschreven worden als het domein waarin het Waarheids-Bewustzijn aan het evolueren is en zich geleidelijk vanuit de "zaad" - toestand uitbreidt om het volledige veld van de Aarde te omhullen. Zodus wat in deze studie opgetekend wordt, is de levende ervaring van de geboorte van een nieuwe wereld. Met andere woorden, een registratie van overgang van het oude naar het nieuwe.

 Voorafgaand aan het gewichtige keerpunt van onze tijden zijn er in de loop van de evolutie ingrijpende overgangen geweest. Een zeer bijzondere kwaliteit onderscheidt niettemin de huidige overgang van alle andere. Het is de tegenwoordigheid van een bewustzijn dat getuige is, bij wijze van spreken. Anders gezegd, het is geen onbewuste doortocht, geen onverklaarbare sprong van dierlijk naar mens, of van het onbekende naar een verder onbekende. Integendeel, het moet beschreven worden als een proces van bewustwording binnen de kenmerken van een ras dat aan ernstige beperkingen van bewustzijn onderworpen is, en dat gevangen is in een wereld van onwetendheid die door dergelijke beperkingen wordt bepaald; en gebaseerd op een nieuwe kwalliteit van bewustzijn waarbij de sprong voorwaarts naar het onbekende van morgen bewust wordt nagestreefd. Zodus wanneer we voorwaarts gaan dragen we het licht van dat bewustzijn mee op onze reis. Het is dan dat het motto van het Aeon Centrum van Kosmologie te Skambha, geleend van Sri Aurobindo, gerealiseerd wordt: van waarheid naar grotere waarheid.

 Die waarheid waarnaar we aspireren is niet statisch. Dit is het meest belangrijke onderscheid dat we moeten maken. Alle vormen van spiritualiteit en religies baseerden hun leringen op de veronderstellingen dat de kern van de leer eeuwig is en geldig is voor alle tijden. Deze veronderstelling kan enkel waar zijn als we in staat zijn om deze kern uit een evoluerende wereld te verwijderen. Als we het isoleren en er een afgelegen te bereiken en te verwerven vermogen van maken in een statische en niet evoluerende dimensie ("hemel"), dan is het perfect mogelijk om te spreken over "eeuwige waarheden van de geopenbaarde Wereld". Maar als we dit doen dan komen er problemen naar boven: de verzoening van die statische waarheid en de evoluerende condities waarin deze waarheid zich probeert uit te drukken. Kortom, dit is het probleem waarmee de mensheid geconfronteerd werd vanaf het eerste moment dat het menselijk bewustzijn bij de aard der werkelijkheid begon stil te staan.

 Het probleem wordt in de uiteenzetting van Sri Aurobindo van bij het begin af aan opgelost waarbij een brug wordt gevormd tussen het onbeweeglijke en het beweeglijke. Het is de gelijktijdigheid van de waarneming die de waarneming radicaal verandert. En het is deze verzoening van schijnbaar onverzoenbare tegenstellingen die de basis vormt voor de methode om het oude terrein in de nieuwe manifestatie te transformeren, en voor de vervulling van de ware bestemming van de Aarde.

 In het nieuwe stelsel evolueert Waarheid bijgevolg gelijktijdig met de opmars van de soort en het belichaamde bewustzijn. Wat dit in praktische termen betekent is dat waarneming en ervaring altijd integraal moeten zijn. Het verslag dat ik hier presenteer beschrijft de doortocht van een afgescheiden toestand van bewustzijn , waarin integraliteit onmogelijk te bereiken is, met één waarin het totale domein van ons bewustzijn in een eenheid van bestaan geintegreerd en geconcentreerd is. Het resultaat is dat de heerschappij van de eerstgenoemde afscheiding ophoudt te bestaan. Dat wat beweegt neemt evenzeer deel aan waarheid als datgene wat zich in een onbeweeglijke en afgelegen toestand van Voorbij bevindt. Om het beknopt te zeggen, het beweeglijke is eenvoudigweg het voertuig van manifestatie voor het Onbeweeglijke en daarom is de bijdrage ervan onmisbaar in gelijk welke integrale Realiteit, en voor zover dit het menselijk evoluerend bewustzijn betreft het meest waardevolle onderdeel ervan.

 Ik kan verder gaan door te beweren dat het Waarheids-Bewustzijn in beweging, het functioneren ervan waargenomen en in onze materiele wereld opgevolgd, een oneindig grotere bevredigende ervaring was dan verdwijningen en leegtes en statisch niet-bestaan en onbeweeglijke stiltes.

 Door aspecten van het proces te openbaren die alleen in een latere fase duidelijk werden, vorder ik wat te snel. In het begin was het nodig om een contact te creëren met een innerlijke Tegenwoordigheid. Maar van bij de allereerste ervaringen kwam hierin ook bijna ogenblikkelijk een nieuwigheid naar boven. Terwijl deze Tegenwoordigheid innerlijk werd ervaren, openbaarden tegelijkertijd de ervaringen zelf dat één van de voornaamste omkeringen van het waarnemende bewustzijn de onmogelijkheid was om de oude scheidingslijn tussen innerlijk en uiterlijk te blijven trekken. Geen van zulke indelingen kon blijven stand houden bij het bespreken van de acties of het plaatsen van deze Kracht. Hiermee samenvallend lag van in het begin de nadruk op de Aarde als middelpunt van het proces, het beklemtonen van een realisatie van het Opperste Bewustzijn op deze planeet, in een fysiek lichaam, en centraal aan elk aspect van het leven en elke ervaring die de Aarde kent. Niets van wat ik in de volgende bladzijden zal beschrijven is daarom het resultaat van een trance of terugtrekking van bewustzijn uit het fysieke lichaam. Dit was op zichzelf het meest revolutionaire aspect van het proces, dat zich onderscheidt van andere wegen van zelfvervolmaking.

 Deze eigenschap van Aardse gecentreerdheid, vergezeld van een opmerkzame gave van volledig wakker zijn en geworteld in de materiele dimensie, bracht begrijpelijk in die eerste jaren problemen naar boven. Ik moest eerst en vooral afrekenen met het nieuwe van de aanpak en de ongewone gebeurtenissen die noodzakelijk waren om een nieuwe weg vrij te maken. Bij dit feit kwam nog dat ik van bij het begin geen duidelijk zicht had welke deze weg was of waarvoor die noodzakelijk was.  Het inzicht kwam terwijl het proces zich ontwikkelde. Bijgevolg werd de vraag van overgave aan deze leidende Kracht uiterst belangrijk. Als de wereld niet verworpen moest worden en het spel van energieën hun juiste plaats en bedoeling in het wereldplan moesten vinden, dan kon het correct naar waarde schatten van deze krachten en hun kosmische noodzaak niet genegeerd of niet beschouwd worden als niet ter zake doend.  En als er een methode bestond tegen de waanzin van de materiele schepping dan moest deze herontdekt worden.

 Een belangrijk aspect in de beginstadia van mijn yoga bracht met zich mee wat zou kunnen omschreven worden als "de daad van kiezen". Dit breidde zich voorbij het individu uit en spoedig was  het duidelijk dat de beschaving zelf aan één of andere gewichtig keerpunt begonnen was waarbij een vorm van collectieve keuze een centrale rol zou spelen. In de oude mythologie wordt de keuze van de zoekende vaak beschreven als de Duisternis van het Licht. De kinderen van de Waarheid plaatsen zichzelf aan de zijde van het Licht, terwijl de afstammelingen van Satan - welke naam hij ook moge krijgen in de verschillende theologieën - de Duisternis kiezen en van dan af de instrumenten ervan worden. Uiteindelijk is er een beslissende confrontatie. Eén van beiden moet zegevieren en overwinnen met het doel de Aarde terug te trekken van de rand van één of andere voorbeschikte Afgrond.

 Dit was in essentie de aard van mijn eerste ervaringen, in het bijzonder tijdens de fase van inwijding. En terwijl de kennis, toenam, ontwikkelde zich een nieuw inzicht over deze oude tradities (de oude mythologieën) die het moment van waarheid, van keuze tussen waarheid en leugen, in de context van onze hedendaagse wereld aan het licht brengen. Iets gewichtigs kwam bijna van bij de aanvang naar voren: Waar moet men de lijn trekken ? Wat oprecht gesproken vertegenwoordigt het verschil tussen Duisternis en Licht ? Ik werd gedwongen toe te geven dat moraliteit enkel een klein aandeel had in gelijk welke juiste beoordeling. Daarbij bleek het dat één van de belangrijke doelstellingen van die leidende Tegenwoordigheid het afbreken was van gelijk welke ideëen die ik er nog mocht op nagehouden hebben. Goed en Kwaad waren verwanten van elkaar en ik kreeg in mijn bewustzijn ervaringen analoog aan elektrische schokken met zoals bleek het doel om elke vorm van vooroordelen te verbrijzelen die de actie van de Kracht waarmee ik te maken had zouden kunnen beperken en de transformatie die het aan het uitvoeren was.  Vanaf het ogenblik dat bij wijze van spreken de toestand zuiver was, werd de keuze van onze tijd duidelijk: het Oude of het Nieuwe.

 Dit was eenvoudig genoeg om naar waarde te schatten, want in de late 1960s en vroege 1970s waren er overvloedig tekenen die suggereerden dat de wereld zoals wij die kennen op één of andere manier aan het einde van zijn krachten was. Zelfs de gemiddelde intelligentie moest toegeven dat één of andere ontzagwekkende verandering voor de maatschappij over de gehele wereld werd voorbereid. Maar men kon bij deze waarneming voelen dat het eerste offer op het altaar van het nieuwe de moralistische grondslagen waren die onze samenleving sinds mensenheugenis samenhielden.

 Kiezen presenteerde zich bijgevolg als een vasthouden aan het oude en het bekende, of een moedige, krachtige  en beslissende stap voorwaarts in het onbekende en de nieuwe mogelijkheid. Kortom, het was de keuze tussen het verleden of de toekomst, maar op één of andere mysterieuze manier, een nieuwe toekomst. Op één of andere manier moest deze geslaagde mars voorwaarts in deze nieuwe en opwindende wereld BEWUST gedaan worden. Het probleem van kiezen bracht daarom een nieuw bewustzijn in het evolutieproces  met zich mee, een soort vrijmaken van slapende energieëen zouden we kunnen zeggen, anders dan in vroegere tijden toen de grote sprongen die het ras gemaakt had alle werden opgelegd, kwellingen van een massief onderbewuste. 

 Dus deze daad - zo centraal voor de ervaringen die ik nu zal beschrijven - bracht onvermijdelijk een waar en echt begrip van de oude wereld met zich mee en van de grenzen ervan die moesten overschreden worden. En er was ook de methode voor deze uitbreiding die in het heden tot stand kwam, die dan de weg en het uiteindelijke doel zou verlichten. Geleidelijk aan, terwijl kennis toenam, werd op elk ogenblik de weg zelf in zijn ontwikkeling het doel. Dat wil zeggen, Wording werd volledig gelijk aan Zijn.

 Wat is deze toestand van Zijn die zo door zoekenden van diverse wegen begeerd wordt, alhoewel voor het grootste gedeelte misbegrepen ? Vergelijkbaar - en ik keer terug naar mijn oorspronkelijke vraag, - wat is Overgave, en aan wat en aan wie ? Want deze zijn met elkaar verbonden. Wanneer de integrale overgave van alle delen van het wezen een bewezen feit is, realiseert men ZIJN, of  Sat uit de Indische traditie.

 Dus overgave, als een inherent deel van de daad van kiezen, is eenvoudigweg een toestand van Zijn. Het betekent dat in het bewustzijn er enkel DAT centraal staat. In het meest centrale deel is er een dimensie die als "ruimteloos" moet omschreven worden - maar geen leegte. In dat "punt" is er ZIJN. Dat-zijn. Enkel Dat. De daad van overgave is dus de realisatie of openbaring van de goddelijke Tegenwoordigheid in het meest centrale deel van ons leven en bewustzijn-zijn. Wanneer dit proces voleindigd is dan is er helemaal niet echt de vraag of keuze, zelfs niet van overgave. Het gehele wezen wordt door de Tegenwoordigheid beheerst en weerspiegelt het goddelijke Doel in elke geleefde ervaring op Aarde. Dit goddelijke Doel wordt in de kern van ons belichaamd bewustzijn geopenbaard.

 Het zal in dit licht duidelijk worden waarom ik in de beginfase van mijn yoga zoveel moeite deed om te ontdekken wat het was waarmee ik in contact gebracht werd en waar het allemaal naar toe ging. Intuïtief wist ik dat ik te maken had met een proces van openbaring. Het was essentieel om met de jacht door te gaan, laag na laag afpellend, tot in zijn volste diepten en hoogten,. Halfweg halt houden zou fataal kunnen worden. Maar wat was per slot van rekening "halfweg" ? Met andere woorden, enkel een integraal zien kon iemand van een verraderlijke "val" en rampzalige onvoltooidheid redden. Ik wist dat dit, boven alles, verantwoordelijk was voor de toenemende miserie van de mensheid: het onvermogen van het fragiele menselijk schepsel om in een toestand van bewuste overgave aan het nieuwe het proces tot aan het einde te volgen, zonder vooropgezette kwellingen van vroeger die iemand aan het verleden binden en een uitputting van energieën veroorzaken. Het resultaat is een onveilig evenwicht rondom een spanningspool die de ervaring van een nieuwe en aanbrekende wereld afsluit.

 Het heeft niets te maken met een moralistisch oordeel, geen verlies van iemands ziel en dergelijke. Er is eenvoudigweg een daad van overgave en aanvaarding van het nieuwe, onder de eigen voorwaarden ervan. We gaan ofwel akkoord om deze overgang bewust te maken of we blijven gevangen in het oude en spelen het spel ervan uit, van een ineenstortende en stervende wereld. De keuze waarmee we geconfronteerd worden brengt van de diepten van de onverschrokken zoekende de subtielste energieën van de ware Goddelijke Krijger naar boven, want deze aanbrekende wereld behoort toe aan de helden van de Aarde van haar oorzaak.

 Het splinternieuwe van die aanbrekende wereld bracht met zich mee dat er geen vastgestelde richtlijnen bestonden waartoe men zich kon wenden. Als een voorbeeld en om aan te tonen hoe pijnlijk deze toestand van ophanging was, zal ik een gedeelte van mijn verhaal citeren die in de eerste maanden van de yoga een climax met zich mee bracht. Ik schreef dit relaas in de zomer van 1972; toch gingen meer dan twee jaar voorbij tot ik bevestiging kreeg dat wat ik had ervaren en opgetekend niet alleen echt was maar een fundamenteel aspect van de nieuwe yoga.

 Aan het eind van 1974 stootte ik op een boek voor de eerste keer gepubliceerd in Augustus van dat jaar, bestaande uit verhandelingen door Sri Aurobindo, vertaald in het Engels vanuit het Bengali, getiteld Karakahini, of Verhalen van het Gevangenisleven [ Sri Aurobindo Pathamandir, Calcutta, Augustus 1974 ]. Wat Sri Aurobindo in die bladzijden rapporteerde vond ik verazingwekkend gelijkaardig aan wat ik verscheidene jaren voor de ontdekking van dit boek over mijn eigen yoga ervaren en geschreven had en waarin hij details geeft van zijn eigen belangrijke doorbraak. In de gevangenis van Alipore in 1908, tijdens het jaar van deze pijnlijke opsluiting, kreeg Sri Aurobindo te maken met een proces dat zijn ware bestemming en goddelijke missie openbaarde, en dit was bijna identiek aan wat ik had ervaren. Het was duidelijk dat zowel hij als ik door de dezelfde "inwijding" geholpen werden. De methode of het proces waren dezelfde. Misschien was één van de meest vervullende momenten van mijn beginnende strijd de dag dat ik deze bladzijden tegenkwam en eindelijk van Sri Aurobindo zelf bevestiging kreeg, over de aard van de gebeurtenissen die uiterst verstorend en verwarrend waren. Voor wat deze doorbraak betreft schreef hij:

 Gekweld door mentale futloosheid bracht ik enkele dagen in pijn door. Op een namiddag terwijl ik aan het denken was, begonnen er eindeloos gedachten te stromen en groeiden dan plots zo oncontroleerbaar en onsamenhangend aan dat ik kon voelen dat de controlerende kracht van het verstand op het punt stond op te houden. Wanneer ik achteraf terug tot mezelf kwam, kon ik mij herinneren dat alhoewel de kracht van de mentale controle was opgehouden, de intelligentie de pedalen nooit kwijt was of voor geen moment was afgedwaald, maar het was alsof de intelligentie stil naar dit schitterende fenomeen keek. Maar op dat ogenblik, dooreengeschud door de dreiging om overweldigd te worden door krankzinnigheid was ik niet in staat geweest op te merken dat ik vurig en met intensiteit God aanriep en tot hem bad om te verhinderen dat ik mijn van verstand zou verliezen. Op dat eigenste ogenblik verspreidde zich over mijn wezen zulk een zachte en koele bries, het verhitte brein werd ontspannen, moeiteloos en opperst verrukkelijk zoals ik in geheel mijn leven nooit voordien had gekend. Net zoals een kind veilig en zonder angst in de schoot van zijn moeder slaapt, zo verbleef ik in de schoot van de Moeder van de Wereld. Vanaf die dag waren al mijn zorgen over het gevangenisleven voorbij. Achteraf bij vele gelegenheden, tijdens de periode van hechtenis, rusteloosheid, eenzame opsluiting, en mentale bezorgdheid door gebrek aan activiteit, lichamelijke ongemakken of ziekte, deze waren er in de magere jaren van de yoga, maar die dag had God in één enkel moment mijn innerlijk wezen zulk een kracht gegeven dat deze zorgen zoals ze kwamen en gingen geen enkel spoor of contact meer op de geest achterlieten; verlangend naar kracht en verruking was de geest in staat dit subjectieve lijden in het verdriet zelf te verwerpen. De pijnen leken even fragiel als waterdruppels op een lotusblad … Alhoewel het niet de bedoeling van deze artikelen is om een geschiedenis van mijn innerlijk leven te schrijven, toch kon ik niet anders dan dit feit te vermelden. Van dit ene voorval zal het duidelijk zijn hoe het mogelijk was om tijdens lange eenzame opsluiting gelukkig te leven. Het was om deze reden dat God deze situatie of ervaring tot stand gebracht had. Hij had het proces dat tijdens eenzame opsluiting plaatsvindt en geleidelijk naar krankzinnigheid leidt in mijn geest opgevoerd zonder me gek te maken, mijn intelligentie als de onaangeraakte toeschouwer van dit gehele drama behoudend. Hieruit vloeide kracht voort, en ik kreeg voor de slachtoffers van menselijke wreedheid en marteling een overvloed aan vriendelijkheid en sympathie. Ik besefte ook de buitengewone kracht en doeltreffendheid van gebed. (pp. 60-62).

 In 1971, in mijn eigen private "gevangenis"; tijdens mijn met veel zorg geregelde "eenzame opsluiting" van mezelf, ervaarde ik wat Sri Aurobindo hierboven beschreven had, welks bedoeling dezelfde was: het smeden van een innerlijke en onwankelbare kracht van het wezen. In 1972 schreef ik over deze ervaring, Sri Aurobindo's honderdste jaar, als onderdeel van het verslag dat volgt …

 Vanaf dat moment begon de stem in mijn hoofd toe te nemen en toe te nemen. Ik vroeg het om te stoppen, maar het ging door. Ik begon ermee te argumenteren; het ging almaar door. Ik was hulpeloos. Het had binnenin mij een leven op zichzelf en ik kon niets doen om het te stoppen. Ik had het toegestaan om bij mij binnen te komen en nu was er geen manier om er van af te geraken. Ik was radeloos want ik zag dat op dit punt ik op de rand van de krankzinnigheid stond. Ik keek letterlijk krankzinnigheid in het gezicht.; en eens die fatale stap in de gapende afgrond van de wereld van de waanzin genomen werd, was ik verloren, er zou niet langer de kracht en de capaciteit zijn om eruit te komen, de geest zou volledig onder de invloed van deze macabere kracht komen. Ik herinner me dit moment zo levendig, mijn hoofd tussen mijn beide handen vasthoudend en pijnlijk beseffend dat dit het moment was: of ik kwam erdoor en des te beter, of ik werd voor altijd door deze kracht verzwolgen. Maar intuïtief wist ik dat er slechts één ding was die mij kon redden. En dus begon ik met geheel mijn hart te bidden, de Allerhoogste smekend om medelijden met mij te hebben en te begrijpen dat alles wat ik wilde het licht was, dat allerhoogste Licht, dat ik niet kon verder leven indien ik in het duister moest doorgaan. Ik plaatste mezelf op dat moment in zijn handen en argumenteerde met hem om me uit de afgrond te dragen … En plotseling gebeurde er iets, alles werd volkomen stil, absoluut, volledig stil - een stilte des te meer in contrast met de afschuwelijke chaos van enkele ogenblikken eerder. Het was subliem - het was vrede … Deze twee ervaringen … brachten me tot een immens mededogen met die mensen die met dezelfde situatie geconfronteerd worden en niet de kracht hebben om er bovenuit te stijgen. Ik zag hoe een bepaalde vorm van krankzinnigheid is, hoe het tot stand komt, en ook hoe de enige redding op dat cruciale moment zich volledig in de armen van de Allerhoogste over te geven. Ik zag dat enkel door in de afgrond te duiken met de zekerheid dat men in de armen van de Beminde duikt, dat in de donkerste kloof men het hoogste licht kan vinden. Maar eens het verband met dit Bewustzijn, dat het zaad van het Goddelijke in ons is, verloren is, hoe moeten deze beklagingswaardige zielen uit hun erbarmelijke toestand te voorschijn komen ?


Hoofdstuk 1

 

In 1971 had ik het gevoel in de grootste put van mijn bestaan te zitten. Ik was net drie-en dertig jaar geworden en deze leeftijd bleek hoogst betekenisvol, misschien vanwege mijn opvoeding in een Katholieke instelling en de conditionering die ik gedurende deze beginjaren onderging die in onze gevoelige jonge geest de drie-en dertig jaar optekende als deze van de dood van Jezus Christus. Het bleek dat ik ook op het punt was gekomen van een spirituele zo niet van een fysieke dood. Ik maakte van mijn leven tot dan een inventaris en van de condities waarin ik mezelf in het heden terugvond. Al de gebeurtenissen van het verleden hadden me duidelijk tot deze toestand gebracht; en alhoewel veel bereikt was geworden en over de jaren veel doorbraken hadden plaatsgevonden om de banden met de samenleving waarin ik leefde en de conventionele patronen van bestaan los te maken, op dat punt vond ik mezelf nog steeds in de klauwen van het gewone leven, nog steeds gehecht en gebonden aan de hardnekkige krachten van iemands lagere natuur die overweldigend bleken te zijn en waarvan ik me voorstelde dat ik niet de nodige kracht had om me ervan te bevrijden.

Ik bekeek alle gebeurtenissen uit mijn verleden opnieuw: hoogst mystieke meisjesjaren gevolgd door een totale ommekeer en een duik in stoer agnosticisme. Dan op de leeftijd van achttien was ik getrouwd. Toen ik twintig was, werd een eerste kind geboren, en door een diepgaande ervaring op het exacte moment van haar geboorte werd de volgehouden betrokkenheid met de intellectuele concepten van het agnosticisme een halt toegeroepen. Ik had juist dat iets ervaren wat ik aan het ontkennen was geweest, want op de climax van de geboorte sprak een "stem" tot mij.

De ervaring overweldigde mij zo totaal dat het elke vorm van twijfel die ik mocht gehad hebben tot stilstand bracht. Het was boven alle twijfel een "supermenselijk wezen" of God zelf die sprak, hoewel ik de hele tijd vurig had volgehouden dat God "niet bestond", of dat in het beste geval het bestaan ervan hoogst twijfelachtig was. De ervaring was daarom des te meer van betekenis omdat het zo totaal onverwacht kwam, want in het midden van de arbeid en net als het kind op het punt stond om geboren te worden, werd mijn gehele wezen, in het bijzonder iedere cel van mijn lichaam, de levende en pulserende essentie van één of andere totale verrukelijke vibratie. Het was als een schitterende kosmische noot die doorheen elke vezel van mijn fysieke substantie trilde. Op het exacte moment van geboorte vermeerderden deze trillingen en bereikten een extatisch hoogtepunt, waarop er een "explosie" was, en terwijl deze uiteenspattende extase plaatsvond sprak dit "supermenselijke wezen" tot mij.

Ik herinner me het gevoel dat me op dat ogenblik overviel: "Dit kan niet waar zijn", schreeuwde ik inwendig. "Ik geloof niet in jou !". Op hetzelfde moment was er een eigenaardige herkenning en een gevoel doorheen één of andere barrière gebroken te hebben, in een dimensie van gelijktijdig weten en zijn, alsof ik de ervaring reeds had beleefd maar niettemin was ik toen de ervaring voor de eerste keer aan het beleven. Om reden van deze bijzondere eigenschap van gelijktijdigheid, leek het een vorm van superieure volmaaktheid.

Onmiddellijk nadat het kind was geboren kreeg ik bezoek van twee familieleden die buiten de verloskamer aan het wachten waren. Ze waren beiden getroffen door een duidelijk waarneembaar "licht" dat van mij uitstraalde, van mijn gezicht. De enige manier waarop ik hun kon uitleggen wat er was gebeurd dat deze verlichting veroorzaakt kon hebben, was deze te vergelijken met bepaalde sonates van Scarlatti die ik tijdens die periode aan het bestuderen was: Ik kende alle noten en had ze honderden keren gespeeld, maar dit was het ware moment van perfectie, van een orde nooit tevoren bereikt. Ik stond met de mond vol tanden door de eigenaardige aard van "onderling verbonden  tijd"  die de ervaring had gekarakteriseerd, waar geen onderscheid kon gemaakt worden tussen wat was geweest en wat was. Alles scheen omsloten geweest te zijn door een soort van eenheid van tijd.

Gedurende een tijd daarna geloofde ik dat dit geen ongewone ervaring was maar dat het de aard van geboorte zelf was - alle geboortes. Ik geloofde dat elke vrouw iets van deze orde ervaarde wanneer een kind ter wereld werd gebracht. De "boodschap" die ik van het wezen had gekregen scheen  dit eveneens te bevestigen. "Dit is de reden waarom je als vrouw geboren bent", werd er mij gezegd.

Ik vond aan deze boodschap niet speciaal iets diepzinnigs in vergelijking met de aard van de ervaring en de sublieme extase ervan. Het bleek integendeel eerder vernederend te zijn, want de bedoeling van het leven, in mijn onvolwassen toestand, bleek iets anders te zijn dan voortplanting, wat de enige manier was waarop ik de boodschap kon interpreteren. En bovendien verzette ik mij tegen elke categorisatie van menselijke rolverdeling, die de vrouw in een vakje plaatste van kinderen ter wereld brengen en weinig anders. Vele jaren later kwam ik echter tot het begrip van de diepzinnige betekenis van deze schijnbaar banale boodschap. Het bevatte de sleutel van mijn volledige lotsbestemming. Het zou de bedoeling in zich dragen van mijn leven en werk.

 Op de leeftijd van zevenentwintig, na de gebruikelijke beproevingen die men ervaart wanneer men - bewust of onbewust - tot een vergelijk (met zichzelf) komt, met de noodzaak om bepaalde banden te verbreken die iemand aan de alledaagse patronen van het bestaan binden, trok ik mij uit het getrouwde leven terug en begon aan een meer totale toewijding aan wat de ware betekenis en bedoeling van het bestaan bleek te zijjn. Er was nog steeds onwetendheid, zoveel nog om te leren en te veroveren; maar nu voelde ik tenminste de vrijheid om in staat te zijn om al mijn energieën aan de taak te besteden en de onwetendheid te elimineren.

In die tijd begon ik ook aan de studie van astrologie, - in mijn eentje, omdat er in de omgeving waarin ik in die jaren leefde geen leraars konden gevonden worden. Later leerde ik dat dit een verborgen zegen was, want ik leerde dan op een innerlijke leiding te vertrouwen om voor mezelf te verifieren wat waar of vals was in alles wat er over dat onderwerp was opgetekend. En langzaam aan  begon deze innerlijke leiding bepaalde aspecten van de leer van de zodiak (dierenriem) te openbaren, bevrijd van de opeenstapeling van vooroordelen en foutieve mentale formuleringen, wijd verspreid sedert de "val" van astrologie en doortocht doorheen een somber en duister tijdperk.

 Vanwege de noodzaak om alle kosten voor mezelf te dragen en voor mijn tweede kind dat na mijn scheiding bij mij bleef, werd het noodzakelijk om manieren te vinden om te voorzien in onze materiele behoeften. Ik deed dus beroep op al mijn talenten met als doel om een levensstandaard te onderhouden waarvan ik hoopte dat die min of meer zou zijn wat we gewoon geweest waren en, vooral, om het kind de omgeving te verschaffen welke naar mijn gevoel voor zijn ontwikkeling nodig was. Eén van die talenten was mijn kennis over astrologie. Ik werd door de nieuwe omstandigheden van mijn leven gedwongen deze vaardigheid op een professionele basis te beoefenen met het doel andere inkomsten aan te vullen.

 Van in het begin bleek astrologie een passie voor mij te zijn. Enkel wanneer ik met dit werk bezig was, voelde ik gedurende die periode echte volheid en volkomenheid. Doordat ik daarover zulke sterke gevoelens had, het bijna als een een liefdesobject beschouwde, beloofde ik dat ik de vaardigheid nooit op de manier zou degraderen waarop het werd en nog steeds wordt gedegradeerd. Om dit uit te voeren besloot ik dat alle persoonlijke consultaties, de gewoonte onder astrologen, geweigerd moesten worden. Elke horoscoop die ik voorbereidde zou volledig uitgeschreven worden, oplopend tot enkele honderden pagina's; en aan iedere horoscoop werden vijftien dagen gespendeerd. In de meeste gevallen was er geen persoonlijk contact met de klant, en nadat de horoscoop was opgeleverd, werd er verder niks aan toegevoegd. Ik zag dat er vooral geen afhankelijkheid tussen astroloog en klant gevormd moest worden, omdat het strijdig was met de ware bedoeling van de kunst. Ik voelde dat astrologie een sterk en accuraat middel tot zelf-kennis was, en enkel voor dat doel moest gebruikt worden. In een poging om dit proces te stimuleren, werd er nadat de horoscoop aan de klant was overhandigd geen advies gegeven: wat tijdens die vijftien dagen werd ingezien, werd opgeschreven en niets hoefde nog gezegd te worden.

Dit was niet enkel een persoonlijke voorkeur en beslissing. In feite zou ik niets meer toegevoegd kunnen hebben ook als ik had gewild; noch had ik de rol kunnen vervullen dat het publiek in die omstandigheden verwacht. Ik had eenvoudigweg niet het vermogen om dat soort van afhankelijkheid te stimuleren. Hierbij kwam misschien een soort van Mediterrane luiheid die een zekere vrije tijd eiste en weigerde om tot meer werk aangezet te worden dan voor overleving nodig was. Rome, waar ik gedurende die jaren leefde, was voor dit soort van vrijetijdsbesteding en de contemplatie die het toeliet een ideale omgeving, waardoor ik voldoende tijd kreeg voor de innerlijke ontdekking die mijn voornaamste interesse was.

De verleiding om door het gebruik van astrologie over anderen macht te verwerven, de gebruikelijke valkuil van deze zogenaamde occulte en esoterische praktijken, werd grondig gecontroleerd.  Alhoewel geld hard nodig was, gelijk welke voorstellen die me werden aangeboden en die ik als een manier zag om de kunst te commercialiseren, werden daarbij van de hand gewezen. Weldra werd ik echter niet langer voor deze activiteiten benaderd, omdat de kwaliteit van het werk het buiten de categorie van het grote publiek plaatste. Deze manier van werken vereiste uiterste zuiverheid en het werd naar mijn beste vermogen in stand gehouden. Geleidelijk aan legde deze zuiverheid zichzelf aan andere aspecten en activiteiten van mijn leven op. Mijn bezigheid met astrologie werd zo een krachtig instrument voor zelf-kennis, discipline en innerlijke ontwikkeling. Tijdens het schrijven van die honderden pagina's over een onderwerp dat elk aspect van het menselijk bestaan raakt, alledaags of anderzijds, de innerlijke gids openbaarde in elke fase van mijn ontwikkeling om het even wat ik hoefde te weten. Ik voelde tijdens dit soort stille uren van gemeenschap met de planeten onmiskenbaar dat één of andere soort "aanwezigheid" bij mij was.

Weldra kwam het idee in mij op om een boek te schrijven dat mensen dichter bij de ware betekenis van het zodiakale draaiboek zou brengen. Ik begon het te schrijven in October 1968 en toen ik klaar was gaf ik het de titel, "Astrology and the Question of Unity" ("Astrologie en de Kwestie van Eenheid"). Het had als middelpunt de visie van eenheid van de zodiak, iets waarvan ik aanvoelde dat het in belangrijke mate in alle andere behandelingen van het onderwerp ontbrak. Behalve wanneer elk teken gezien werd als een progressie in een vloeiende beweging van teken naar teken binnen het gehele wiel zou volgens mijn ervaring er niks van betekenis uit de studie te voorschijn kunnen komen. Bovendien toonde de zodiak een weg van integrale ontwikkeling aan van menselijk bewustzijn, die uiteindelijk leidt naar een fysieke, emotionele en mentale eenheid van wezen.

 

Het was in de lente van 1966 dat ik een vermaarde Indische Leraar ontmoette. Door het lezen van zijn boeken werd ik hoogst geinteresseerd in zijn mening. Ik was in vervoering van deze totaal onverwachte ontmoeting, en weldra werd deze verhouding de onderliggende adem van mijn leven en centraal voor al mijn activiteiten. Het was geen kwestie van een relatie goeroe-discipel, aangezien de Leraar zelf deze benaming weigerde, noch had ik dergelijke gevoelens tegenover hem. Ik was eenvoudigweg door zijn boodschap fundamenteel geraakt en de vrijheid die hij trachtte te brengen aan diegenen tot wie hij sprak, hen de mogelijkheid aanbood om de waarheid te ervaren, van God als men wil, elk op zijn eigen manier, zonder voorwaarden, zonder de autoriteit van orthodoxe godsdiensten en hun vernauwende invloed op de menselijke geest. Voor mij leek zijn taak het door elkaar schudden van de oude grondslagen en de weg vrij te maken voor wat op komst was. Dit kon van alles zijn, maar het zou zeker en vast iets volledig verschillend zijn van wat zoekenden tot dusver ervaren hadden.

Zijn verwerping van de echtheid van de zogenaamde occulte en mystieke ervaringen schrok me nochtans nooit af. Ik accepteerde eenvoudigweg wat paste bij een deel van mijn wezen en van de rest van mijn ervaringen die ik had gehad werd nooit gesproken ; Ik hield ze in het diepste van mijn hart opgeborgen. Ook wist ik van zijn vroegere geschriften dat hij in zijn jeugd een volslagen mysticus was geweest, zijn gedichten uit die periode waren hiervan in ruime mate getuige. Maar ik voelde ook aan dat zijn verwerping van deze ervaringen voor het publiek en zijn nadruk op een meer onthechte, "wetenschappelijke" realisatie correspondeerde met een beweging in de spirituele evolutie van de mensheid. Hij kwam me altijd voor als een voorbereidend stadium, maar exact wat voorbij lag was (voor mij) het "onbekende". Het werd in het licht van de gebeurtenissen die volgden duidelijk dat mijn betrokkendheid met zijn denkwijze gezond en noodzakelijk was, daar het mij weerhield van de toen zo modieuze zoektocht naar goeroe's, of van één of andere eigenaardige cultus of aan te sluiten bij een beweging die mogelijk enige aantrekkingskracht voor mijn mystieke neigingen zou gehad hebben.

Deze vriendschap bestond echter enkel op mentaal vlak. Niets waarnaar ik in zijn gesprekken had geluisterd, had als gevolg dat mijn natuur volledig getransformeerd werd. Er was een intellectueel begrijpen, vaak heel verlossend, maar de rest van het wezen bleef onaangeraakt.

Parallel met deze verstandhouding was er een andere meer belangrijke die zich terzelfdertijd ontwikkelde - in feite, een deel van dezelfde vriendschap. Samen met de Indische Leraar ontmoette ik een vrouw, een Italiaanse markiezin, die zeer dicht bij hem stond. Er werd mij uitgelegd dat hij van haar gezegd had dat zij datgene waarover hij sprak gerealiseerd had. Weldra werd ik aan deze persoon diepgaand gehecht die, zo bleek het, in sommige opzichten een niveau van bewustzijn bereikt had boven dat van iedereen die ik in die tijd kende.

Tegen dan had ik reeds de nietigheid begrepen van het najagen van emotionele bevrijding waarmee menselijke wezens zich inlaten. Voor wat mij betrof, begon de gewone emotionele betrokkenheid tussen man en vrouw mij absurd en zinloos over te komen. Ze schenen altijd jammerlijk tekort te schieten van wat het individu oorspronkelijk gezocht had, en in de meeste gevallen schenen ze iemand weg te houden van het ware doel van het leven, alhoewel ik dat doel nog niet op een kernachtige manier geformuleerd had. Daarom, alhoewel ik nog geen schokkend emotioneel verlies had ervaren of niet had geleden onder grote ontgoocheling in een relatie, verdween geleidelijk aan dit soort behoefte. De jacht naar een bevredigende relatie tussen menselijke wezens bleek niet de oplossing te zijn waarnaar ik zocht, noch kon het de diepere behoeften opvullen  die ik steeds had gevoeld, alhoewel dit enkel intuïties en ongeformuleerde waarnemingen bleven. Het was duidelijk dat er iets meer moest zijn, iets helemaal bevredigend. Maar tot nu toe was het een deel van dat "onbekende" waarvan ik enkel deze bezielende intuïtie had.

Mijn emotionele natuur werd dus achtergelaten om andere uitlaatkleppen en uitdrukkingsvormen te vinden.  Een deel daarvan was gewijd aan mijn werk. Ik moet toegeven dat de mensen waarvoor ik in die jaren de horoscoop maakte de ontvangers werden van een groot deel van deze kracht, omdat hoewel de meesten mij onbekend waren zich een eigenaardige atmosfeer ontwikkelde gedurende de tijd dat ik hun kaarten klaarmaakte. Na met hun samen voor vele dagen innig verbonden te hebben geleefd op de innerlijke niveau's, volledig dag en nacht door hun specifiek karakter in beslag genomen, hun wezen en lotsbestemming, ontwikkelde zich een vreemd soort van liefde, zonder twijfel gelijkaardig aan wat een artiest voor zijn creatie voelt.

De krachtiger uitlaatklep was de levensgezellin van de Indische Leraar die, hoewel beduidend ouder dan ik, een goeie vriendin werd en de persoon met wie ik in die tijd de grootste verwantschap voelde, in het bijzonder vanwege haar toegewijd streven naar een innerlijke vervolmaking of spirituele vervulling. Zij beantwoordde als vriendin ruimschoots aan deze behoefte, maar hier voorbij was er een andere behoefte die geleidelijk aan naar de oppervlakte kwam.  Tijdens de jaren dat ik in Rome leefde, ontwikkelde het zich snel in het middelpunt van mijn innerlijk leven en schiep in mijn atmosfeer iets van een "heidense" hunkering, als het zo mag genoemd worden, dat in schril contrast stond met Rome als het hart van het Christendom. Dit was de behoefte aan een relatie van moederlijke orde, iets in de aard van een "moeder-van-de-geest", een moeder/dochter verhouding die zijn oorsprong niet in bloedverwantschap had maar in een spirituele affiniteit en verwantschap, en dat enkel toebehoorde aan dat rijk van bestaan.

De behoefte aan een "moeder" in deze unieke zin liet zich naarmate de jaren vorderden meer en meer voelen, en spoedig werden al mijn emotionele vereisten in deze richting gekannaliseerd. Dit gebeurde hoofdzakelijk op een onbewust niveau; maar hoewel niet geformuleerd, had deze hunkering de kracht om al mijn energieën samen te houden. Dit bleek het antwoord te zijn op een totale en ideale verstandhouding, op één of andere manier het vrouwelijke principe met zich mee brengend, maar waar ik toen niet in slaagde om te begrijpen. Dit bleef eveneens beperkt tot het rijk van het "onbekende", een onaangesproken fontein van kracht die smeekte om vrijgelaten te worden, tot dan toe onrijp maar wachtend op in de toekomst tot rijping te komen.

Deze relatie was de definitieve voorbereiding voor de bevrijding die erop volgde. Terwijl ik terugblik op de richting die het insloeg, bleek het, zoals in het geval van de Indische Leraar, al mijn energieën samen te bundelen die anders in verschillende en misschien conflicterende en tegengestelde richtingen verspreid en verstrooid zouden worden.


Hoofdstuk 2

 

In Februari en Maart van 1970 gebeurde er iets dat op mijn leven tot in de toekomst druk zou uitoefenen, iets beslissend en van betekenis. Ik was over het algemeen bewust van wat moest plaatsvinden vanwege bepaalde voor die periode zeer krachtige planetaire configuraties in mijn horoscoop. De exacte vorm die dit aannam was echter een volledige verrassing - een heerlijke moet ik toegeven.

Ik werd plotseling overspoeld met inspiratie voor een boek van een totaal nieuwe orde over astrologie, in niets te vergelijken met wat ooit over dat onderwerp geschreven was. Beelden van een fantastische reis doorheen de zodiak begonnen voor het oog van mijn geest vorm aan te nemen. De visie die ik over de zodiak in mijn eerste boek had ontwikkeld zou, in de vorm van een allegorie, nu voor kinderen gepresenteerd worden, waarin al de betekenissen van de tekens door figuren in een fabelland gepersonaliseerd zouden worden op de manier van een sprookje. Ik was totaal overstelpt door deze vloed van inspiriatie die mij vasthield en mij in een toestand van vervoering hield gedurende een volledige maand dat het duurde om het boek te schrijven. Het verhaal was alsof het op een scherm in mijn voorhoofd geprojecteerd werd, tussen mijn wenkbrauwen. Alles wat ik hoefde te doen was deze projectie te volgen en te noteren wat ik "zag". De stroom van beelden was zo krachtig en samenhangend dat gedurende de periode dat de instroming gebeurde ik niets anders kon doen dan aan deze kracht toe te geven en mezelf  in de magische wereld van fantasie te te laten verplaatsen. Nooit had ik geprobeerd of verlangd om iets gelijkaardigs te schrijven, zelfs geen fictie.

Tijdens de ervaring had ik voortdurend de indruk dat ik het werk van "iemand", of van een niveau verschillend dan het menselijke, iets boven en voorbij mezelf ontving. Ik was niets meer dan een gereedschap, een instrument gebruikt op dat moment, misschien vanwege de gunstige planetaire conjunctie die deze speciale ontvankelijkheid toeliet, iets dat me dan zou verlaten en een ander voertuig zou zoeken eens dit werk gedaan was. Nooit tevoren had ik zo'n vreugde in het scheppen ervaren, misschien omdat het hoofdzakelijk voor kinderen bedoeld was. Dit maakte de ervaring bijzonder bevredigend. Het bleek een schitterende manier om jonge kinderen de hogere wereld van kennis bij te brengen op een manier die een diepgaander begrip van de waarheids-essentie ervan verzekerde.

Mijn zoon, op dat moment zes jaar oud, was compleet door het verhaal in vervoering. Ik schreef een hoofdstuk per dag en zijn eerste vraag toen hij van school thuiskwam was dat ik het nieuwe hoofdstuk dat ik tijdens zijn aanwezigheid had geschreven aan hem voorlas. Elk van de twaalf hiërogliefen kwam in de twaalf hoofdstukken voor. Terwijl ik het hoofdstuk dat met elk teken correspondeerde voorlas, toonde ik hem de hiëroglief ervan. Dit schrijven en voorlezen breidde zich uit over verschillende weken en hij keek slechts één enkele keer naar de respectievelijke pictogrammen. Op een dag, kort nadat ik het laatste hoofdstuk aan hem had voorgelezen, vond ik op zijn tafel een tekening: hij had alle twaalf hiërogliefen met een griezelige precisie ontworpen; en ze waren allemaal in perfecte volgorde. Hij kon onmogelijk de hiëroglyfen hebben gememoriseerd door er één keer een blik op te werpen, waarvan sommige toch redelijk ingewikkeld waren om te tekenen. Ik realiseerde mij dat hij, zoals alle kinderen wanneer ze de kans krijgen, een innerlijke bron aansprak, een geheugen, of een herkenning vanuit het verleden opgehaald.

  Het gebied tussen mijn wenkbrauwen was het centrum van de creatieve actie. Dit bracht mij er toe na te denken over iets dat net was gebeurd voor de stroom van inspiratie. Op een nacht werd ik plotseling door een intens helder licht uit een diepe slaap gewekt dat voor mijn gesloten ogen werd geprojecteerd. Dit licht was zo helder in de anders zo donkere kamer dat het mij deed opschrikken. Toen ik mijn ogen opende, zocht ik vlak voor mij naar de bron ervan, maar daar was niets. Ik zag echter dat er inderdaad een licht in mijn kamer scheen dat buiten van de volle maan kwam. Interessant was dat er in het rolluik van het venster een spleet was, en precies door die uiterst kleine gleuf kwam een intense straal van maanlicht naar binnen. Het viel nochthans helemaal niet op mijn gezicht of ogen. Het vreemde was dat het regelrecht op de kruin van mijn hoofd gecentreerd was. De gewaarwording van deze straal was volledig fysiek. Maar het licht waarvan ik dacht dat het in mijn ogen scheen viel in feite op de top van mijn hoofd. Deze ervaring liet mij verwonderd achter omdat ik voelde dat er een zekere “kracht” in die straal aanwezig was, dat het iets in mij overbracht.

Onmiddellijk na dit voorval werd ik ziek door een verschrikkelijke verkoudheid die overging in sinusitis. Gedurende ongeveer een week leed ik aan erge pijn tussen mijn wenkbrauwen, in het midden van mijn voorhoofd. Dit zette me ook aan het nadenken omdat ik twintig jaar was en net voor die opmerkelijke ervaring tijdens de geboorte van mijn eerste kind, had ik een gelijkaardig probleem met sinusitus gehad, gecentreerd op precies dezelfde plaats van het voorhoofd. De aanval werd ook gevolgd door een grondige spirituele ervaring waarbij het belangrijke energiepunt mogelijk dat gesitueerd tussen de wenkbrauwen kan geweest zijn, - het “derde oog”, zoals het in esoterische tradities genoemd wordt. Ik vroeg me af of de huidige ervaring ook met de ervaring van het “ontvangen” van het boek verband hield.

Toen ik klaar was met schrijven, of liever de beelden over te brengen, volgde ik getrouw, ik was me bewust dat er iets uniek in de literatuur van de astrologie geschreven werd, dat het de kracht bezat om de diepgaander betekenis van de kunst uit te drukken beter dan gelijk wat ik in mijn studies tot dusver was tegengekomen.  Maar wat ik toen negeerde was dat het verhaal in zekere zin mijn eigen biografie was, te beginnen vanaf mijn achttiende jaar – of 1956 – en verder doorgaand in perfecte opeenvolging (zoals bewezen door toekomstige gebeurtenissen) tot op mijn huidige leeftijd. En wat meer is, ik ging nog verder dan dat en schreef in detail over de jaren die daarop volgden, de twee unieke wezens die ik later zou ontmoeten, met een aanduiding van hun leeftijd en bijgevolg van het jaar in mijn leven wanneer dit zou gebeuren, evenals de details van de andere voornaamste gebeurtenissen die nog moesten komen. Op het moment dat ik het boek schreef was ik hier totaal onwetend over. Het was enkel toen sommige van de gebeurtenissen echt plaatsvonden dat de ongwone aard ervan duidelijk werd. Een opmerkelijk kenmerk was de perfecte orde ervan. Geen enkel detail werd op de verkeerde plaats gezet, zowel in het licht van astrologie over het geheel genomen of als een autobiografie. Maar het was een biografie die de reis van de ziel beschreef en het aan het licht brengen ervan en het had nergens anders betrekking op; zoals het ook de reis uiteenlegde van alle zielen in deze manifestatie, omdat de zodiak een draaiboek is zowel voor het individu als een sleutel tot het begrijpen van het tot bloei komen van de collectieve ziel.

Het middel om de tekst te begrijpen lag in het getal 9. Al de getallen die erin werden vermeld zouden aan dit getal gelijk zijn wanneer ze op de numerologische manier werden opgeteld, zijnde allemaal veelvouden van 9; en daaruit kon mijn leeftijd afgeleid worden tijdens het zich ontvouwen van de gebeurtenissen.  Bovendien bestond de titel van dit boek, “The Magical Carousel”, uit 9 letters , alsook de gecombineerde namen van de twee prinipiele figuren, de kinderen genaamd Val en Pom-pom, - 3 en 6, of 3 letters en 3+3 letters.

Ik realiseerde me toen zelfs dat het gtal 9 in mijn leven van grote betekenis was. Maar toen was ik nog niet volledig bewust in de mate dat getallen door een Kracht werkzaam “van boven”, bij wijze van spreken, kunnen gebruikt worden, in deze Aardse creatie, op rechtstreekse gebeurtenissen, in de werking van de kleinere en grotere stroom van een planetaire bestemming. Dit werd mij later op een hoogst ongewone manier geopenbaard, wat ik zal proberen te beschrijven.

  Het boek was afgewerkt en dan moest ik beslissen wat ik ermee zou doen. Het was mijn “baby”, toevertrouwd aan mijn zorg, voelde ik, eerder dan iets volledig van mijn eigen schepping. De volgende stap was logisch gezien het vinden van een uitgever. Boeken zijn bedoeld om te worden uitgegeven en te worden gelezen, en ik had zeker het geld nodig dat op mijn weg zou komen wanneer een uitgeverij het boek zou accepteren. Ik deed daarom een poging door het naar een uitgever te sturen waarvan ik dacht dat hij ontvankelijk zou kunnen zijn voor een tekst van deze aard, maar dit liep af in een mislukking. Ik probeerde opnieuw – en opnieuw, maar met elke keer dezelfde resultaten. Weldra verloor ik de drang om de zaak na te blijven jagen. Maar het boek bleek uit zichzelf een bestemming te hebben en hoewel ik verder geen initiatief nam, zou er altijd iemand vragen om het manuscript aan een uitgever te sturen waarvan hij of zij dacht dat die het boek zou willen drukken.

Ondanks het enthousiasme van de fans die zich reeds rondom deze “baby” hadden verzameld, kwam er van deze inspanningen nooit iets terecht. Ik vond dit zeer vreemd want in de meeste gevallen mochten uitgevers het boek graag; en omdat astrologie in de mode was, bleek alles te wijzen op een zeker succes. Toch liepen al onze pogingen op niets uit. Ik voelde innerlijk aan dat er iets was dat het tegenhield en dit mogelijk te maken kon hebben met de bron die oorspronkelijk het verhaal had “overgebracht”.

 

* * *

 

Gedurende de jaren dat ik in Rome leefde was ik tot op zekere hoogte bekend met de wereld van de film aldaar. In die tijd was Rome een hoofdcentrum van filmproductie. In van mijn goede vrienden was toevallig een bekende Italiaanse filmregisseur, misschien de meest beroemde in de wereld tijdens de 60er jaren. Onze vriendschap was gebaseerd op onze gemeenschappelijke interesse in spirituele en mystieke zaken, evenals astrologie. Hij was zeer beinvloed door de psychologie van Jung, bovenop de typische Italiaanse voorliefde voor zaken die bovennatuurlijk en occult waren. Hij was eigenlijk de allereerste horoscoop die ik op een professionele manier samenstelde. Toen hij las wat ik geschreven had, was hij onder de indruk van de kwaliteit van het werk, en hoewel in die tijd, 1966, ik deze studies ietwat op de achtergrond hield, was mijn vriend één van de eersten die dit talent opmerkte en me aanspoorde om al mijn tijd aan deze bezigheid te besteden.

Betekenisvol in dit opzicht herinner ik mij twee opeenvolgende dromen die ik met hem deelde op Nieuwjaarsavond en Nieuwjaardag 1965/66. Dit was de eerste jaarovergang die ik in mijn nieuwe toestand van alleenstaande ervaarde, ik was ongetrouwd sinds September 1965 na exact 9 jaar getrouwd geweest te zijn. Ik weigerde alle uitnodigingen voor die gelegenheid, ik gaf er de voorkeur aan om de tijd in stille concentratie door te brengen, op zoek naar wat die "nieuwe" toekomst voor mij zou brengen. De begeleiding die ik bleek te krijgen kwam in de vorm van twee zeer levendige, elektrificerende dromen. Ze waren zo krachtig dat ze een blijvende indruk op mij maakten, en tot op de dag van vandaag herinner ik mij hen tot op het laatste detail.  Gegeven de betrokkendheid van mijn directeur-vriend met de gedachtegang van Jung met zijn nadruk op droomanalyse, bleek hij de geschikte persoon om te begrijpen wat had plaatsgevonden.

In de eerste droom stond ik aan de zeekust; ik baadde in een fonkelend maanlicht. De zee was onbewogen, kalmerend. Ik stond daar aan de kust met mijn moeder aan de ene kant en een tante aan de andere, iemand die met onze familie lange tijd had samengeleefd voor zolang ik mij kon herinneren. Beide figuren waren uiteraard belangrijk in mijn leven. Beiden waren Katholieken.

Terwijl we allen naar de zee keken, bemerkten we een boot, eerder een schuit, waarvan in het centrum zich een trechtervormige hoorn bevond; maar in dit geval was het een soort luidspreker. Voor dit eigenaardig apparaat stond een man met blote romp, gekleed in wat ik later te weten kwam een typische Indische "dhoti" was, een kledingstuk dat veel mannen in vele delen van India dragen en wat het lagere gedeelte van hun lichaam bedekt.

Het verschijnen van deze figuur was dwingend, magnetiserend. Ik "kende" hem als iemand die van de orde was van een Messias. Onmiddellijk wilde ik in het water springen om naar hem toe te zwemmen, maar mijn moeder en mijn tante grepen mijn armen beet en trokken me terug. Dan fluisterde mijn tante krachtig in mijn oor, "Hoe wee je dat het de Messias is ? Hij moet het bewijzen, loop op water !"

Ik was helemaal niet bezorgd om een bewijs en wou alleen maar deze figuur bereiken. Ik maakte mezelf los en sprong in de zee, en zwom naar de schuit. Maar plots voelde ik mijn moeder naast mij in het water en ze probeerde mij vast te grijpen, uitroepend dat ze niet kon zwemmen, dat ik moest helpen opdat ze niet zou verdrinken. Ik bevrijdde mezelf van haar grijpende handen en legde haar uit dat ik niet kon stoppen. Ik moest doorgaan wat er ook zou gebeuren. Maar dan nam de droom een onverwachte wending.

Ik geraakte volledig betrokken met enkel de ervaring van de zee, met de daad van het zwemmen. Het water was zo voortreffelijk en de ervaring die ik van deze onderdompeling had in deze kalme, zalige wateren was het enige dat telde. Alle verlangen om de schuit te bereiken verdween. Het was niet dat ik een inspanning moest doen om mezelf van deze achtervolging los te maken. Het was eenvoudigweg dat éénmaal dat ik de duik had genomen, de ervaring van het zwemmen in deze zalige wateren op zichzelf de climax werd.

Dan kwam ik uit de zee te voorschijn. Ik kan me nog steeds het gevoel herinneren van de warme nachtelijke lucht die mij liefkoosde en mijn natte kleren die aan mijn lichaam kleefden, terwijl het maanlicht de kust verlichtte. Er waren vele mensen die wachtten - vrienden en familie. Ze riepen allemaal dat ik gek was om op dat late uur in zee te zwemmen. De droom hield op toen ik iets van de zalige ervaring die ik had gehad aan hen probeerde over te brengen, om hen aan te moedigen deze zelfde duik te nemen aangezien niets anders in het leven belangrijker was. Het was de opperste extase en de ultieme vervulling.

De volgende nacht droomde ik dat ik op een boot was, eerder dan in de zee. Het leek tenminste dat ik op een boot was, een enorme luxueuse lijnboot of iets dergelijks. De atmosfeer op deze plaats herinnerde mij aan het leven zoals een plezierreis op een schip., waar alles onder controle is en op deze ene plaats ervaren wordt, in zekere zin afgesneden van uiterlijke invloeden en contacten.

De bijzondere eigenschap van deze lijnboot was dat alle beroemde astrologen van alle tijden en plaatsen aan boord waren. Om één of andere reden waren ze voor deze plezierreis tesamen gekomen, of wat het ook mocht zijn. Ik bleek ook deel uit te maken van deze reis en samenkomst, en ik herinner me hoe ik onder de indruk was met al deze mensen aan boord. Ze schenen zou wijs en vol van goedheid te zijn. In hun midden te zijn was een prettige ervaring. Maar ik ben niet zeker waar ze vandaan kwamen en tot welke tijdvakken ze behoorden. Ze waren zeker menselijke types, maar niets onderscheidde ze van andere menselijke wezens, zowel op vlak van kleding als gedrag, welke mij in staat kon stellen om ze in één of andere specifieke tijd en ruimte te plaatsen.

Er was een belangrijke gebeuren op komst en ik kwam in een grote ruimte, een soort conferentieruimte. Alle astrologen waren gezeten langs de muur en vlak voor mij, achter een grote conferentietafel. Ze waren allemaal gericht naar het centrum van de ruimte waar ik stond. De doelstelling van de samenkomst was dat ik ze alles kon vragen wat ik wilde; Ik kon hun geleerdheid aftappen. En zo begon ik de details van mijnhoroscoop af te ratelen in afwachting dat ze de betekenis ervan konden ophelderen. Ik vertelde ze van de Zon die in driehoek stond met Uranus en Neptunus, de Maan in conjunctie met Mars en in zeshoek met de Zon, enzovoort. De één na de ander somde ik de meest belangrijke aspecten op van mijn geboortehoroscoop. Bij het horen van de beschrijving van ieder aspect begonnen ze onder elkaar iets te mompelen, brachten hun hoofden bij elkaar alsof ze over iets overlegden, blijkbaar de aspecten die ik beschreef. Maar wat ik ook probeerde, ik kon niet opmaken wat ze zeiden ! Ik herhaalde opnieuw de beschrijving, en opnieuw zouden ze verbaasd mompelen, hun hoofden samenbrengen en dingen mopperen die ik niet kon verstaan. Mijn verlangen om een antwoord te krijgen werd intenser, maar in het midden van deze uitwisseling stopte de droom op dit ongelofelijke moment van mompelende geluiden en verbaasd gemurmel.

Ik wist dat deze twee dromen van immense betekenis waren en op één of andere manier de sleutel van de toekomstige koers van mijn leven bevatten. Toen ik het hem beschreef  was mijn vriend-regisseur het met mij eens. Hij was er snel bij om te zeggen dat ik nota zou nemen van wat hij dacht dat het meest belangrijke feit was: Ik samen aan boord van de lijnboot met die universeel-beroemde astrologen. Ik was er één van. Hij zag dat de droom een indicatie gaf van het werk dat in mijn bestemming centraal stond.

Ik voelde ook dat dit een belangrijke boodschap was. Bovendien, wat tot dan toe mijn ervaring was geweest, en zeker ook later zo bleef,werd er mij in de droom getoond dat ik er geen antwoorden van uiterlijke bronnen zouden komen. Ik zou zelf moeten ontdekken wat ik moest weten.

De eerste droom was zelfs nog belangrijker in fundamentele zin.  Ik stelde me voor dat ik de Messias met een Indier had gelijkgesteld vanwege mijn toenemende belangstelling in de gedachtegang van de Indische Leraar door middel van zijn boeken, want in de tijd van deze droom had ik hem nog niet persoonlijk leren kennen. Maar tijdens de jaren met hem in Europa droeg hij nooit dhotis, noch was zijn boodschap speciaal of  traditiegetrouw Indisch.