Begrippen uit de balans

Start ] Schaven ] [ Balans ] W en V rekening ] Voorschriften ] Winstbepaling ]

Omhoog ]

Activa

Vaste activa zijn eigendommen of rechten die langer dan één jaar ter beschikking staan van de onderneming.

Onderscheiden worden :

1. Immateriële vaste activa, bijvoorbeeld goodwill

2. Materiële vaste activa, bijvoorbeeld gebouwen, grond, machines, installaties, inventaris, voertuigen

3. Financiële vaste activa, bijvoorbeeld een langlopende lening u/g (uitgezet geld), deelneming in een dochterbedrijf

Vlottende activa zijn eigendommen of rechten die korter dan één jaar ter beschikking staan van de onderneming.

Onderscheiden worden:

1. Voorraden

2. Onderhanden werk, dit is de waardering voor de mate waarin een nog niet opgeleverd werk is gevorderd. Deze waardering is uiteraard tegen vervaardigingprijzen

2. Vorderingen, bijvoorbeeld debiteuren

3. Overlopende activa dit zijn vooruitbetaalde kosten, nog te ontvangen (en niet gefactureerde) opbrengsten.

4. Effecten, dit zijn onmiddellijk verkoopbare aandelen, obligaties e.d.

5. Liquide middelen, dit zijn o.a. kasmiddelen, cheques en tegoeden op bank- en girorekeningen. Ook een saldo van de kruisposten wordt hier opgenomen.

Passiva

Eigen vermogen is het bedrag dat bij opheffing en volledige liquidatie van de onderneming zou resteren. Dit bedrag behoort uiteraard toe aan de eigenaren van de onderneming, vandaar de naam 'eigen' vermogen.

In het geval van een firma moet worden aangegeven wat het aandeel in het eigen vermogen van elk van de firmanten is. Privé-opnames moeten bij de firma rechtstreeks van het eigen vermogen van de betreffende firmant worden afgeboekt. Hiervoor opent men de grootboekrekening "privé ...".

Bij een besloten vennootschap (BV) onderscheidt men o.a.:

1. Aandelenkapitaal (geplaatst en volgestort)

2. Reserves

3. Onverdeelde winst

De BV kent geen privé-opnames. De directeur-grootaandeelhouder krijgt in plaats daarvan een grootboekrekening "rekening-courant ..." waarop de schulden en vorderingen van de BV t.o.v. hem of haar worden bijgehouden.

Voorzieningen zijn verplichtingen van een onzekere omvang in verband met uitgaven die in een later boekjaar zullen moeten worden gedaan.

Voorbeelden zijn: pensioen voorziening, voorziening groot onderhoud, voorziening latente belastingen.

Langlopende schulden zijn verplichtingen die door de schuldeiser niet binnen één jaar kunnen worden opgeëist. Voorbeeld: een hypotheek.

Kortlopende schulden zijn verplichtingen die door de schuldeiser binnen één jaar kunnen worden opgeëist. Voorbeelden: de aflossing van de hypotheek in het komende boekjaar; 'rood' staan bij de bank (rekening-courant krediet); crediteuren

Overlopende passiva zijn nog te betalen kosten (niet door een crediteur gefactureerd) en vooruitontvangen opbrengsten.

Voor verdere vergroting kunt u op het schema klikken

Zie verder

Omhoog ] Schaven ] [ Balans ] W en V rekening ] Voorschriften ] Winstbepaling ]

Link: de Kamer van Koophandel over de balans