Dit type regeling is in deze cursus 'Oort kosten' genoemd, naar een staatssecretaris die daar voor het eerst mee kwam. Het komt er op neer, dat als iemand bijvoorbeeld een zakenlunch gebruikt, dit voor 75 % wordt beschouwd als zakelijke kosten, terwijl de gebruiker 25 % voor eigen rekening moet nemen, onder het motto dat het 'persoonlijk belang' niet met zakelijke kosten moet worden 'gemengd'.
Een ondernemer gebruikt met een zakenrelatie een lunch ter waarde van € 100,--. De belasting ziet 25% als persoonlijk genot, dus € 25,00 (inclusief BTW!) wordt geboekt op een grootboekrekening met de naam "Oortkosten", € 75,00 op "Representatiekosten" (ook inclusief BTW, daar BTW op eten en drinken in een horecagelegenheid niet als voorbelasting mag worden afgetrokken)
Uit het kasboek komt nu de volgende boeking in het grootboek terecht:
|
Rekening |
Omschrijving |
Debet |
Credit |
|
|
Representatie |
451 |
rest. De Hap, zakenlunch |
75,00 |
|
|
Oortkosten |
212 |
idem |
25,00 |
|
|
Aan kas |
100 |
idem |
|
100,00 |
Een ondernemer geeft aan een opdrachtgever als relatiegeschenk een kistje wijn ter waarde van € 47,60 (40,00 kosten en € 7,60 BTW) 75% van de kosten, dus € 30,00 mag fiscaal op de bedrijfswinst drukken.
Uit het kasboek komt nu de volgende boeking in het grootboek terecht:
|
Rekening |
Omschrijving |
Debet |
Credit |
|
|
representatie |
451 |
slijter, wijn tbv relatie |
30,00 |
|
|
oortkosten |
212 |
idem |
10,00 |
|
|
BTW te vord. |
180 |
idem |
7,60 |
|
|
aan kas |
100 |
idem |
|
47,60 |
