Het boekhoud 'verhaal' gaat in grote lijnen als volgt:
"Eerst, voordat er in deze periode iets plaatsvond, zag het er zus-en-zo uit, toen gebeurde er dit-en-dat, waardoor het bedrijf dit resultaat heeft bereikt en er uiteindelijk aldus voorstaat "
Er moet dus worden ingeboekt, hoe het er in het begin voorstond.
(Er zijn boekhoudkundige methodes, waarbij alleen de mutaties worden geboekt, en de jaarrekening wordt gemaakt met behulp van een zogenaamde kolommenbalans, waarbij de openingsbalans dan op de eerste twee kolommen wordt ingeschreven. Dat wordt in deze cursus verder niet behandeld.)
Als de grootboekrekeningen zijn aangemaakt, is de volgende stap het inboeken van de openingsbalans. Als er een voorgaand boekjaar is, en men voert de boekhouding op de computer, dan verzorgt het boekhoudprogramma bij de functie 'aanmaken boekjaar' o.i.d. het inboeken van de openingsbalans. In andere gevallen gebeurt dat met een journaalpost. Als er sprake is van subgrootboek, zoals debiteuren en crediteuren, dan worden ook daarvan de rekeningen van een eventueel beginsaldo voorzien.
Als er in het voorgaande jaar overlopende posten zijn opgenomen in de balans, dan komen die dit jaar in de openingsbalans. Sommige van die overlopende posten komen dan voort uit ontvangsten of betalingen die vorig jaar hebben plaatsgevonden voor zaken die op dit jaar betrekking hebben. Die overlopende posten worden nu dit jaar overgeboekt naar de juiste grootboekrekening, een administratieve boeking die men dan 'storneren' noemt.
