Het in beeld brengen van de kosten van vervaardiging vergt een flinke administratie. Men moet het grondstofverbruik, de arbeid, het machineverbruik en toe te rekenen overige kosten vaststellen. Al deze zaken worden in de rubrieken 5 en 6 geregeld. Er bestaan verschillende systematieken voor, zoals de standaardkostenmethode, de kostenplaatsenmethode en de direct costing methode.
Behalve aan fabricage, moeten er ook indirecte kosten worden toegerekend naar verkoop. Dat wordt in rubriek 5 geregeld. Uiteindelijk kan men dan de winst analyseren in fabricageresultaat, verkoopresultaat en overige resultaten.
