 |  |
 |
| |
In december 1954 vestigt Jan van Eyk zich in een houten vakantiehuisje in de bossen van Gerwen (gemeente Nuenen). Het huisje is nauwelijks voor bewoning geschikt. In 1957 bouwt hij eigenhandig een - in vergelijking tot de woning - vele malen groter atelier. Hierin zal ruim 40% van zijn gehele schilderkunstig oeuvre ontstaan - iets meer dan 90 schilderijen op een totaal van ongeveer 220. Menig museum directeur en recensent verhaalt over zijn tocht naar de Lieshoutseweg 2a.
Hans Paalman (Stedelijk Museum Schiedam) in 1996: 'Toen ik in 1961 in Gerwen het atelier van Jan van Eyk voor het eerst bezocht, gaf mij dat een gevoel als van het binnentreden in een mij ongekende wereld, namelijk die van de kunstenaar/kluizenaar: een fenomeen dat ik tot dan alleen kende uit de (kunst)literatuur. In het met minimale middelen omgebouwde vakantiehuisje, trof ik zijn vrouw Miny, twee kinderen, hond en adembenemende schilderijen aan. De schilder zelf oogde als een man van weinig woorden, zijn voeten gestoken in klompen, die als het ware aard- en nagelvast aan zijn Brabantse grond vastzaten. In het zeer koude atelier werd ik geconfronteerd met vele doeken uit de serie Stad, Graflegging en Bespotting.' ... 'Het was niet alleen de hele entourage van atelier en markante persoonlijkheid van de kunstenaar die mij toen trof, maar ook de landschappelijke verbondenheid met de Nuenense boerengrond, ooit inspiratiebron van Vincent van Gogh. ... Oog in oog met de oude en nieuwe werken van Jan van Eyk werden passages uit de brief van 20 januari 1885 van Vincent aan zijn broer Theo van Gogh gevisualiseerd: Het is buiten triest, de velden een marmer van klonten zwarte aarde en wat sneeuw, meestendeels enkele dagen daartussen van mist en slijk, de roode zon 's avonds en 's morgens, kraaien, verdord gras en verlept rottend groen, zwarte bosjes en de takken van de populieren en wilgen nijdig als ijzerdraad tegen de trieste lucht.'
Lambert Tegenbosch (de Volkskrant) in 1962: 'Verboden Toegang en Pas op de hond staat er op zijn poort. De kunstenaar is niet uitnodigend. Maar voor de hond heeft kunnen aanslaan, komt de schilder zelf al tussen de struiken aanlopen, een figuur van wollige ruigheid, die in zijn mogelijke afweer in alle gevallen niets stekeligs heeft. Wat deze hond te handhaven heeft is voornamelijk een houten bouwsel, dat eigenlijk niet voor geregelde bewoning bestemd is, maar dat binnen zo gezellig blijkt, als een scheepsroef. Er hangen petroleumlampen. Het atelier is dek en ruim tegelijk: een grote ruimte, zo kaal en ruig als een twaalfde-eeuwse cisterciënzerabdij, en nu Jan van Eyk er in staat: een ruimte waar hij zelf duidelijk architect en om zo te zeggen ook het model van is geweest.'
| 
| Graflegging VIII (voorstudie) 49x80 cm (HxB) Olieverf/linnen 1958/59 l.b. v.Eyk Part. Coll.

| Kop I 100x100 cm (HxB) Olieverf/linnen 1961 l.o. v.Eyk Stedelijk Museum, Schiedam |
| |
 |
| |
| DATA | |  |
| 1927 | is op 18 april geboren te Helmond | 
| Verzoeking IV 60x80 cm (HxB) Olieverf/linnen 1966 l.o. v.Eyk Part. Coll.

| Portret M.A. 70x150 cm (HxB) Olieverf/linnen 1970/71 l.o. v.Eyk Part. Coll.

| Figuren in Landschap (Samenvatting) 170x200 cm (HxB) Olieverf/linnen 1974/76 l.o. v.Eyk Part. Coll.
|
| 1941-45 | Philips Bedrijfsschool te Eindhoven en vanaf 1943 LTS te Helmond, afd.
huisschilderen |
| 1948 | Reis met Albert René Jansen naar Parijs: maakt kennis met werk van Picasso,
Matisse en Léger. |
| 1948-54 | Werkt tot en met 1949 in atelier, gedeeld met Jan Smits. Daarna heeft hij een
werkruimte in het ouderlijke huis. Woont tot 1954 bij zijn ouders |
| 1949-52/53 | Schildert onder invloed van het Vlaams expressionisme |
| 1950 | Reis naar Frankrijk en Italie, samen met Jean Nies |
| 1951 | Eerste solo expositie in Helmond. Leert in deze periode zijn toekomstige vrouw Miny
van Beek kennen. Kiest definitief voor het kunstenaarschap |
| 1953 | Vangt onder invloed van ontwikkelingen in het Stedelijk van Abbemuseum Eindhoven
(Ecole de Paris) aan met de serie 'Composities' |
| 1954 | Woont vanaf december in Gerwen (Gemeente Nuenen), Lieshoutseweg 2a. Werkt
tot 1958 voor een deel nog in het atelier bij zijn ouders |
| 1955 | Wordt voor de eerste maal geselecteerd voor de Brabant Biënnale in het Stedelijk
Van Abbemuseum Eindhoven. Huwt in hetzelfde jaar met Miny van Beek |
| 1956 | Eerste kind wordt geboren. Vangt aan met de serie 'Stad' |
| 1957 | Zijn vader overlijdt en in hetzelfde jaar wordt het atelier in Gerwen voltooid | |
| 1958 | Vangt aan met de serie 'Grafleggingen'. Het tweede kind wordt geboren |
| 1960 | Wordt voor het eerst opgenomen in een selectie van hedendaagse Nederlandse
kunst die museaal in het buitenland wordt gepresenteerd. |
| 1960-65 | Schildert respectievelijk series: 'Kop', 'Moeder en kind', 'Kind', 'Figuur' |
| 1963 | Verhuist naar Helmond, blijft in Gerwen werken. Het derde kind wordt geboren | |
| 1963 | Eerste museale solo expositie in het Stedelijk Museum Schiedam |
| 1965 | Het vierde kind wordt - dood - geboren. Voltooit het grootste schilderij uit zijn oeuvre. 'het Gezin' (Coll. Stedelijk Van Abbemuseum Eindhoven) |
| 1966 | Begint de serie 'Verzoekingen' in Gerwen, wordt in 1968 en 1969 in het nieuwe atelier te Heeswijk voltooid. Een toenemende mate van figuratie valt als tendens waar te nemen
|
| 1967 | Verhuist naar Heeswijk |
| 1968 | Ontvangt de Provinciale Prijs Noord-Brabant voor de schilderkunst 1965 |
| 1969 | Zijn moeder overlijdt |
| 1972 | Eerste aanzet tot omvangrijke serie 'Figuren in Landschap'. De serie wordt in 1978 voltooid |
| 1979 | Vanaf dit jaar wordt er alleen nog maar gewerkt aan kleine series schilderijen. Figuratie treedt nog meer op de voorgrond, evenals titels 'Portret' en 'Studie'.
|
| 1988 | Overlijdt 24 januari op zestigjarige leeftijd in het Carolus Ziekenhuis te
's-Hertogenbosch. |