|
Enkele gedichten uit de bundel: Men zegt liefde Mijn schort uitgetrokken Thuis in de zon op het balkon mijn schort uitgetrokken en ben gaan zitten. Ik ben gaan zitten nadat ik mijn schort had uitgetrokken en mijn sokken legde ik ook naast me op de grond neer. Ik stal wat blikken van de man nee de mannén die verderop een schoorsteen stonden te repareren. Te re-pa-re-ren ik zou ook weleens ge-re-pa-reerd willen worden als een schoorsteen de ene steen weer op de andere maar niet door die mannen nee degeen die mij mag repareren zit lekker thuis en bijt op zijn nagels Van de liefde Nu ik in de gelukkige sferen van de liefde verkeer weet ik me geen raad! We hangen een lampje op en ik ben gelukkig. Ik haal de stofzuiger onder zijn voeten langs en ik ben gelukkig. Ik vouw een stapel onderbroekjes op en prijs me gelukkig met de flinke bolling die daarin is geprangd. O, ik zou wel willen slapen! Alle mooie liefde vergeten ik zou mijzelf willen vergeten wat moet ik met dit doodgelukkige hart! Sinaasappel Je bent ook een stuk fruit dat ik van de schaal pluk jonge mooie man. Vrolijk en wel schil ik de sinaasappel waar ik je voor aanzie Wanneer ik soms wil sterven Wanneer ik soms wil sterven de koffie op is, het opschenken te veel, het razen door de boeken op zoek naar de bevrijdende clausule niet wordt beloond met de bevrijdende clausule dan, dan zou ik maar wat geluid willen maken. Zoals kinderen doen, van wie de moeder om de hoek staat, met een speciaal oor om de noden van kinderen te horen. Zoals psychiatrische patiënten die binnen de muren schreeuwen oren vinden met handen eraan die spuiten en pillen verstrekken onder het genot van geruststellende woorden. Of zoals reli’s met een god die altijd luistert. Ik ben maar zo alleen ‘gezond’ mens zijnde van god los volwassen. Waar vind ik mensen die ik een ongegeneerd kleurige vuige adem in het gezicht kan blazen? |