| Locatie |
E2/F2 |
| Documentatie |
TE 245 BE 34-35 AT 342,548 |
| Synoniemen | Nectaroscordum bulgaricum, Nectaroscordum dioscoridis. Vroeger: Allium siculum, Allium bulgaricum |
| Bloeitijd/ kleur | Mei-Juli/ witte bloemen met paarsrode en groene zweem |
| Planttijd | September-December 10 cm diep |
| Hoogte | 50-80 cm |
| Plaats | Zon-Halfschaduw. Niet te droge of te drassige bodem. |
| Problemen | - |
| Bijzonderheden | Geslacht van bloeiende bollen. Verwant aan Allium. Ruikt bij platdrukken sterk naar uien. Vorstbestendig. Komt van origine uit Z. Europa, Irak en Iran. Heeft stevige to 80 cm hoge bloemstelen die door een rozet van brede bladeren worden omgeven. Tijdens de bloei worden de bloemen vanwege de nectar intensief door hommels bezocht. Tijdens de na-bloei richten de bloempjes zich omhoog.
Vermeerderen via spontaan groeiende bijbolletjes in de late zomer of uit zaad in de herfst. |