DOOP VAN JEZUS

13 januari 2002


Eerste zondag na Epifaniën

 
Johannes de Doper bediende
een doop der bekering

Motto uit gezang 166 : 2

'Tegen de stroom staat hij ten teken
Hier wordt des levens loop gewend'

Wij zijn hier, zoals we bij elkaar zijn, allen gedoopt - voorzover ik het weet van u. Dan moet een EpifaniŽn-zondag die speciaal gewijd is aan de Doop van Jezus, ons iets te zeggen hebben. Maar waarom juist de Doop van Jezus?
In de verkondiging kun je op uiteenlopende manier de Heilige Doop aan de orde stellen. Zo heb ik u vroeger verteld over de aarde van de zuigelingen-doop, vergeleken met de volwassenen-doop, de Doop op eigen belijdenis.
Daarbij heb ik gezegd: eigenlijk doet het er niet toe, op welke wijze u gedoopt bent, als de Doop van Jezus maar - als een soort norm - voorop gaat.
Nu is het vandaag de feestdag van de Heilige Doop! Daarom dat we vandaag zullen horen over de Doop van Jezus.
In de klassieke uitleg heeft de Doop van Jezus te maken met nieuw leven, opstandings-leven, en zij omvat ook de vergeving van zonden. Deze twee aangelegenheden gaan over het opnieuw beginnen, een nieuwe start maken. Dat is toch iets waarmee we allemaal wel eens te maken hebben gehad. Vooral wanneer u het roer van uw leven wilt omgooien. Dan moet u een nieuwe start maken. Zo'n nieuwe start kan pijn doen. Hieraan moet u denken wanneer u hoort over de Heilige Doop. Want het is, om te beginnen, een ondergang in het water - beslist gťťn pretje! Het oude verdrinkt daar. Dat was ook het geval bij de Doop van Jezus...!

Let op de achtergrond van die Doop. Die ligt in het Oude Testament, in het bijzonder die van de doortocht door de Rode Zee. Die doortocht is ook een soort Doop. Door de Rode Zee moesten de IsraŽlieten trekken, om te ontkomen aan de Egyptenaren.
Voor de IsraŽlieten was dat ook een nieuwe start. Eerst waren de Egyptenaren hun slavenmeesters geweest, maar dezen wilden hen niet zonder slag of stoot laten gaan. Daarom voerde Moses zijn IsraŽlitische volk de grens over, en dat was de Rode Zee.
Het Exodus-verhaal luidt, dat de wateren niet meer stroomden; ze vormden een oprijzende wal. De IsraŽlieten konden er droogvoets door. Maar toen het leger van de Egyptenaren er ook door wilde trekken, stortte de watermuur neer en verzwolg alle soldaten. Later zie je meer van zulke doortochten, bijvoorbeeld door de Jordaan, grensrivier tussen de woestijn en het beloofde land waarin de IsraŽlieten binnengingen. Een nieuw begin voor dat volk, een nieuwe start. Opnieuw is dan, volgens het verhaal, de bedding droog.
Maar in het Doop-verhaal van deze zondag is de Jordaan-bedding niet droog. Dat moet iets te betekenen hebben, nu Jezus' een begin maakt met zijn prediking temidden van zijn volk. Als een overgang, een rite de passage, moet de Christus Jezus het water in. Het wordt Jezus blijkbaar niet vergund, droogvoets de Jordaan in te gaan.
Ja, zult u zeggen, maar het moest toch een Doop zijn? Zeker, maar tegen de achtergrond van die doortocht-verhalen is de ondergang van Jezus in de Jordaan veelbetekenend ... .
Wat een Doop is dit, want hier gaat een rechtvaardige onder in het water! Dat kan toch niet, vindt Johannes de Doper, en zťker heeft hij daarin gelijk.
Leggen we Jezus' Doopverhaal nog eens tegen de achtergrond van het Doortocht-verhaal van IsraŽl door de Rode Zee. Wie gingen er werkelijk ten onder in het water? Dat waren de Egyptenaren! De Egyptenaren waren de vijanden, zij telden natuurlijk niet mee; voor hen geen vrijheid, en de God van IsraŽl was natuurlijk hun God niet. Zo is er eeuwenlang gedacht door het volk IsraŽl over die aartsvijanden, de Egyptenaren. Maar nu gaat Jezus onder in het water, als was hij een Egyptenaar! Want zo begint het: een ondergang, symbool voor het afsterven van wie je bent geweest. Jezus gedraagt zich als was Hij gťťn zoon van IsraŽl! Hij gaat het water in, samen met hoeren en tollenaars, allemaal mensen die de bekeringsdoop van Johannes ondergingen.
Jezus doet niet mee met het beoordelen, oordelen en veroordelen door de gezeten burgerij, door mensen die precies kunnen zeggen wie er goed zitten en wie zich aan de foute kant van de streep bevinden. Wat doet Jezus? Hij gaat met beschuldigde, veroordeelde mensen, sŠmen onder in het water van Jordaan. Hij staat naast hen, gŠŠt naast hen mee het water in.Jezus weigert, mee te praten met hen die stilzwijgend zichzelf aan de goede en nette en vrome kant van de maatschappelijke scheidslijn hebben gezet. Zo maakt hij het zichzelf best wel moeilijk...! Hij wil gťťn onderdeel zijn van de vanzelfsprekende levensstroom, die steeds maar doorgaande gang van zaken.

Hoe is dat is ons eigen land...? De meerderheid van de gezonde, werkzame Nederlanders streeft enkel het eigen welbevinden na. Zij denken van zichzelf dat ze prima bezig zijn, maar.... ze zijn lang niet kritisch genoeg Zijn wij bereid ook kritisch naar onszelf te kijkenÖ? Waar denken wij te staan? Hoever reikt onze zelfkennis? Maar zelfkennis begint met kennis van Christus.
In de lutherse Liturgie staat de Christus in het middelpunt: Hij is de ware naaste, want ťťn van zijn hoogheidtitels is ImmanuŽl: God-met-ons. God is tot ons gekomen, heel nabij, als onze naaste, en Hij is dat zo geworden in Jezus Christus. In zijn Doop in de rivier de Jordaan heeft Hij als het ware een dam opgeworpen tegen de levensstroom.
Ik citeer nogmaals het motto boven deze preek:
"Tegen de stroom staat Hij ten teken \
hier wordt des levens loop gewendÖ"

U moet hier denken aan de Rode Zee, waar de IsraŽlieten door heen konden trekken. Dat kon eigenlijk helemaal niet, dat water was veel te diep, of te modderig of het stroomde te snel of weet ik watÖ .
Zo redeneren mensen: het is niet op te brengen om in het leven eens wat te durven om een ander te helpen; om het risico te nemen dat het met onszelf wel eens minder goed zou kunnen gaan. Het leven is nu eenmaal zo, dat je eerst voor jezelf moet zorgen. Zo doet iedereen, weten we toch, zo zit het in elkaar. Het leven is als een stromende rivier, het water gaat almaar door. De levensloop.
Maar de Christus staat in het water om gedoopt te worden. Dat symboliseert een tegenzet. Zoals eens de waterstromen van de Rode Zee door de Heere-God van IsraŽl tegengehouden werden, zo staat de Christus Jezus in het water van de Jordaan. Hij staat als een teken van verzet.

Water is een dubbelzinnig element: enerzijds kunnen wij er niet van buiten, het is een basis van leven. Anderzijds kan water ons verstikken wanneer het boven ons de lucht afsnijdt. De levensstroom: het soms wrede leven, zoals in gestadige loop voortgaat, de levensstroom waarvan wij zeggen: zo gaat dat nu eenmaal.
Die vreselijke aardbeving in landen waar de bodem niet sterk is... Of een grote rivier die elk jaar overstroomtÖ zo gaat dat, dat is het lot. De gang van de natuur.
Zo gaat dat. We zetten dat vanochtend naast andere vanzelfsprekendheden zoals u en ik er vast wel kunnen opnoemen; vanzelfsprekendheden waar we ons soms al te gemakkelijk bij neerleggen.

Soms hoor je mensen laatdunkend spreken over de hulpacties na rampen. "Ik geef geen cent", roepen ze, "want die mensen daar komen ůns echt niet helpen als hier een ramp gebeurt!" Deze spreker gaat er dus ook van uit, dat het de normale gang van zaken is, dat mensen geen naasten voor elkaar zijn. Het ene volk hoeft blijkbaar ook geen naaste van het andere te zijn.
Maar Jezus heeft volgens het MattheŁs-evangelie sámen met de doop-opdracht aan zijn discipelen de opdracht gegeven: "Gaat heen, maakt de volkeren tot mijn leerlingen!"

Nu hebben wij onlangs de Euro als valuta, als geld, gekregen. De opzet was ooit, dat daardoor de Europese volkeren tot een eenheid zouden komen. Dat mogen we hopen, dat dit de vrucht is van de invoering van dit nieuwe geld. Dat de volkeren concurreren of elkaar links laten liggen, mag geen vanzelfsprekendheid meer zijn.
Tegen die vanzelfsprekendheid heeft Jezus zich teweergesteld. Zo stond Hij in de Jordaan, als Mozes voor de Rode Zee.
"Tegen de stroom staat Hij ten teken \
hier wordt des levens loop gewendÖ"

Elke Doop in de naam van Christus is een voortzetting van dit verzet. U en ik zijn gedoopt, ten teken dat wij ledematen zijn van het lichaam van Christus. Het kan niet zo zijn dat wij onze Doop naar onszelf toehalen, als was ze een soort geestelijke levensverzekering. De Doop is ook niet enkel een soort overgangsritueel waardoor wij kerklid worden... Dat is een bijkůmend misverstand.
Het lichaam van Christus, de Gemeente die zo anders in de wereld staat dan een willekeurige vereniging of partij.
Christen-zijn in deze wereld is anders zijn, dat was het al vanaf het eerste begin van de christelijke Gemeente. Het is kritisch zijn, geen genoegen nemen met het vanzelfsprekende, maar, zo nodig een daad stellen die uitstijgt boven wat mensen als normaal en verstandig achten.

Gedoopte kinderen mogen opgroeien als drager van Christus' beeld. Hem bezingen wij nu in zijn heilswerk dat hij ten bate van de wereld volbracht heeft Gezang 159