DE BERGREDE  -  EVANGELIEVERKONDIGING

  15de zondag na Trinitatis 2003
 
maakt u niet bezorgd...


Mattheüs 6 : 34

'Maakt u niet bezorgd' Je zou je de vraag kunnen stellen: alweer die tekst? Alweer die vogelen des hemels en lelin des velds, en het 'maakt u niet bezorgd' ? Ja Gemeente, alweer! Het is belangrijk, het gaat hier om de basishouding van ons, mensen. Elk jaar dat n keer aan de orde stellen is nodig en goed.
‘Maakt u niet bezorgd’ ... Daarbij komt meestal ons eigen gevoel opzetten, een gevoel van schrik en onwennigheid.
Wij vinden – samen met van vele hoorders van deze tekst — wij vinden dat Jezus het ons moeilijk maak met deze uitspraak. ‘Weest niet bezorgd.’

In een vorige preek hebt u al gehoord, dat het niet goed is om met behulp van woordnuances onder de klem van Jezus uitspraken uit te komen. Bijvoorbeeld door verschil te maken tussen zorgen voor en bezorgd zijn. ons voedsel en kleding. Dus: niet bezorgd zijn, maar wel ‘zorgen voor.’
  Een goedbedoelde uitleg. Toch ben ik bang dat z de aansporing van Jezus zijn kracht verliest: weet u welk probleem zich gaat voordoen? De vraag namelijk: waar ligt de grens? Wie weet waar 'zorgen voor' overgaat in: bezorgd zijn om?
Bovendien redden de meesten van ons zich vrij aardig; zij zorgen best goed voor zichzelf...
Mensen die goed voor zichzelf zorgen, die zouden juist zich moeten laten aanspreken. ‘Weest niet bezorgd,’ – want zelf weten ze meestal niet waar dat zorgen voor overgaat in bezorgd zijn. Dus laten wij Jezus’ woorden niet ontkrachten in een uitleg die er de scherpe kanten afhaalt.
Laten we de tekst van hedenochtend staan in de Bergrede, dan mag hij scherp zijn, onverkort scherp.
  Weten wij onze plaats wel? Want misschien komen de woorden van Jezus’ Bergrede niet allereerst ons ten goede...
Maar wie dan wel?
  
 


Heel veel preken over deze tekst hebben een sterk sociale strekking. Jezus komt op voor de zwakken in de samenleving, zo horen we dan. Wie zijn die zwakken dan?
Mensen in de bijstand, werklozen, asielzoekers, daklozen...?
Laten wij nu, terwille van de gedachtegang – laten wij nu eens aannemen dat de Bergrede op het oog heeft allen die onze samenleving tekort komen aan geld, onderdak of gezondheid.
Moet de Kerk dan aan zulken verkondigen: ‘Weest niet bezorgd...?’
Kan de Kerk in deze tijd van reusachtige bezuinigingen aankomen met een Jezuswoord als: ‘Weest niet bezorgd?’

Er zijn kerkelijke vooraanstaanden die dan ook iets anders zeggen. Zo was daar Mgr. Van Luyn, bisschop van Rotterdam. Niet alleen in het bisdom Rotterdam, maar ook door heel Nederland wordt naar zo iemand geluisterd. Bisschop Van Luyn veroordeelde de bezuinigingen van het kabinet Balkenende. De zwaksten moeten een onevenredig zware last dragen, zo was zijn mening. Dat is niet bijbels, dat is niet christelijk.
Een weerwoord kwam spoedig. Een econoom aan één van onze universiteiten vond, dat een kerkleider zich niet buiten zijn terrein mocht begeven. Bij Mgr. Van Luyn miste hij de deskundigheid op economisch gebied.
Duidelijk is, dat deze twee heren helemaal langs elkaar heen praatten.
Maar ook in de kerkelijke gemeente kunnen hoorders van de Bergrede elkaar in volledige begripsverwarring tegenkomen.
De ene zegt: 'De Bergrede is niet toepasbaar op de wereld van nu. Jezus spreekt de harten aan, het gaat om de persoonlijke instelling. Kijk maar naar de liefde voor de vijand, of naar de vergevingsgezindheid, of naar het vertrouwen, het niet bezorgd zijn.'
Maar de andere bestrijdt dat en zegt: 'De Bergrede gaat juist over de koningsregering van God, en die strekt zich uit over heel de aarde...!'
Wie heeft er gelijk...?

Het ene standpunt moet het andere aanvullen. Want inderdaad, Jezus verwachtte een spoedige ontplooiing van de koningsregering van God. Maar hij predikte, dat al in het hier-en-nu de orde van dat komende Rijk van kracht was.
Dus... is de Bergrede gericht aan de mensen in de bijstand, werklozen, asielzoekers, daklozen...?
Ik waag het te betwijfelen... .
Kijk eerst eens hoe ze daar stonden, op die berg. Jezus in het midden van zijn discipelen. De woorden die hij spreekt, zijn allereerst gericht tot zijn eigen discipelen. Zij worden bemoedigd, ja, maar dan wel op voorwaarde dat zij navolgers zijn van Christus, dus in zijn praxis, zijn leefstijl.
Deze discipelen zijn later de apostelen geworden, de uitgezondenen. Door hun prediking is de Kerk tot aanzijn gekomen, en daar horen wij ook bij.
De discipelen hebben mogen leren, dat zij mensen zijn die hun verwachting enkel en alleen op de Heere-God hebben gesteld. Zij spelen geen eigen rechter, zij bieden niet tegen elkaar op met geweld. Zij komen er voor uit dat zij door middel van hun kennis, hun geld en relaties, toch niet hun leven in eigen hand kunnen houden.
Het zijn mensen geheel op God gericht – zulken hoeven niet tot bekering te worden opgeroepen.

De Bergrede is een bemoediging gericht tot machtelozen. Machteloos niet in de zin van: ik breng er niks van terecht, maar machteloos in de betekenis: gebonden en neergebogen door de macht van onderdrukkers, van ziekte en leed. Begin dan niet bij uzelf, want dan wordt u wanhopig van deze boze machten. Begin bij Hem die deze machten heeft overwonnen. Dit is het begin van de Kerk, van een gemeenschap van mensen die bevrijding heeft leren kennen door het vertrouwen in Christus!
De Bergrede is gepredikt door Christus, en het is Evangelie. Ook de Bergrede is Evangelie. Geen soort Christelijke Wet. Ook geen Evangelisch gebod in de zin van: Als Christen zou je eigenlijk zo en zo moeten leven.
'Maakt u dan niet bezorgd' is bemoediging. Machtelozen, bedreigden en gebondenen, voor zulke mensen geldt het.

Het is méér dan een sociaal praatje. Zouden we die genoemde mensen in de bijstand, werklozen, asielzoekers, daklozen willen helpen...? Dan kom je er al snel achter dat heel veel van zulke mensen niet te helpen zijn...
Dat is best wel bekend, maar het is altijd nog gemakkelijker om er weer nieuwe hulpverleners op af te sturen of nieuwe maatregelen door ambtenaren te laten ontwerpen.
Stel eens voor dat iemand een simpele oplossing had voor het asielzoekersprobleem. Dan zouden duizenden ambtenaren en hulpverleners geen werk meer hebben.
Het is verbazend, maar zo zitten grote delen van onze samenleving in elkaar. Het rondpompen van geld, het verschaffen van werk aan elkaar, kortom, wij liggen onder machten en krachten die onbeheersbaar geworden zijn.
Het bestaan van mensen in de bijstand, werklozen, asielzoekers, daklozen, is een symptoom van een samenleving die dolgedraaid is. Een samenleving waar mensen elkaar in een soort houdgreep hebben. Met z’n allen zitten wij weer vast onder krachten die wij niet kunnen beheersen.

Mij dunkt, de kerkelijke Gemeente moet een plaats zijn waar mensen staan in de vrijheid van Christus.

Maar zijn wij werkelijk vrij?
Wij kunnen het nog zo goed hebben, en ons toch laten opjagen, terneerdrukken, angstig laten maken, laten beklemmen. Wie kan zeggen dat hij/zij daarvan geen hinder ondervindt? Wie zegt: Ik ben een vrij mens?
Christus is een vrije zoon geweest. Hij predikte en leefde uit de liefde van God, de Vader. Door hem leren wij zien wie wij zijn, wat wij waard zijn.

Het is ons eigen, altijd weer te beginnen bij onszelf. Doodongelukkig kun je daarvan worden. Gelukkig is de Bergrede daar niet voor, om ons met nze neuzen in het stof te duwen. Blijf niet liggen in uw vermeende tekortkomingen.
Christus wijst ons op de vogels en de lelies, op het gras, weet die schepselen op hun waarde te schatten. Vervolgens zegt hij: 'Gij mens, gaat u zulke schepsels niet verre te boven?'
Wat gaat daar niet een liefde én een vrijheid vanuit! Daaraan mogen wij deel hebben, en zó kunnen wij, soms heel onverwacht, ineens, in praktijk brengen datgene waarvan de Bergrede spreekt. Dan leven wij in de vrijheid, liefde en vrede van Christus. Christus brengt vrede, niet alleen vrede met God, maar ook vrede met uzelf. Wij leren van hem hoe wij onszelf mogen zien: een mens in waarde gehouden door de Heere-God, door Hem geliefd.
Christus is niet door de Heere-God gezonden om te veroordelen maar om te behouden. 'Maakt u dan niet bezorgd' is een deel van zijn prediking. Omdat het heilsprediking is, moogt u niet zeggen: dit is een ideaal dat onbereikbaar is. Het is een troostwoord voor mensen die machteloos gebonden zijn...
Christus verkondigt het: het is Evangelie en dat is belofte.

Zingen wij over Christus die als een ster ons richting geeft : gez. 483

TERUG  NAAR  DE  INHOUDSOPGAVE