HET GELD ALS MACHT ONTTROOND

 

De verkondiging op de 23ste Zondag na Trinitatis

Tekst: Luk 16:9a

preek in de Evang.-Lutherse Gemeente Dordrecht op 30 oktober 2005

Maakt voor u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon...'

In deze tekst wordt het geld door Jezus genoemd: de onrechtvaardige Mammon. Hij houdt het op een flinke afstand, net zoals hij dat doet wanneer hem een geldstuk wordt getoond met de beeldenaar van de Romeinse keizer er op.
Van die munt zegt Jezus: ‘Geeft aan de keizer wat van de keizer is.' Geef het hem maar, het hoort bij hém...
Het geld mag dus nooit een stuk van jezelf worden; anders gezegd: je zou nooit mogen denken of zeggen dat je iemand bent omdat je geld hebt. Want dan ben je onderworpen aan die állerkrachtigste macht die het geld is.

In de kanseltekst hedenochtend doet Jezus een suggestie, hoe met het geld verantwoord om te gaan.
'Maak er vrienden mee!'

Toch raar, welbeschouwd. Je kúnt met geld geen vriendschap kopen, dat weet je toch, dat wist Jezus toch ook... Zeker, maar hoe functioneert deze tekst?

Deze uitspraak van Jezus functioneert allereerst binnen de oudste christelijke Gemeente. Daar waren armen en rijken. Hoe gaan die met elkaar om? Niet dat de rijken de armen te vriend houden met hun geld. Zoiets is onmogelijk, dat zou alleen maar afstand scheppen. Bovendien: vriendschap in de moderne zin van het woord is hier niet aan de orde. Het gaat er niet om dat ze elkaar aardig vinden, of graag samen leuke dingen doen. Dát is niet wat telt in de oud-christelijke Gemeente.
Zij moesten met woord en daad bewaard blijven bij het geloof. Op het spel stond de voortgang van de evangelieverkondiging! Zij hadden een opdracht, een roeping, om Gemeente van de Heer te zijn, Lichaam van Christus. Hier stónden zij voor, dikwijls in een sfeer van verdachtmaking of zelfs van vervolging....
Armoede, rijkdom, die mochten geen beletsels zijn, mochten het gemeente-zijn niet in de weg staan.
Rijkdom en rijken worden niet veroordeeld en ook niet vergoelijkt, evenmin als armoede en armen gebagatelliseerd of juist verheerlijkt worden.
‘Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon,' een opdracht voor de Gemeente om de onderlinge verhouding evangelisch te doen zijn.

Ik zei zo-even al: met geld kun je geen vriendschap kopen. Maar onze samenleving vergeet dit.
Ik was verbijsterd over een berichtje van mijn jongste schoonzus, over een kinderverjaarspartijtje. Haar zoontje was uitgenodigd, en had van te voren het verlanglijstje van het jarige klasgenootje gekregen.
Het was geen lijstje, er stond slechts één wens op: geef maar geld.
Kinderen van acht jaar die met geld op een verjaarspartijtje moeten komen. Denken zij, zó vriendschap te scheppen? Hier zien we hoe onze samenleving doorgeschoten is. Geld is geen middel meer, maar speelt een hoofdrol. Zelfs kinderen zijn er al van in de ban.
Waar is die onbezorgde en oprechte vrolijkheid gebleven? Kunnen kinderen nog wel echt kind zijn?

Juist aan kinderen die kwetsbaar en makkelijk te beïnvloeden zijn, kan het geld zich opdringen als een overweldigende macht.
Het geld, het is een macht. Macht in de zin van een geestelijke kracht, zoals we op de 21ste zondag na Trinitatis hebben gehoord: overheden en machten en geestelijke boosheden in de lucht. De antieke oosterling stelde zulke machten voor als halfgoddelijke personen. Zo werd het geld voorgesteld als de godheid Mammon. Ook wij vinden het geld verschrikkelijk belangrijk. Daarom is er alle reden om serieus te nemen wat die oude oosterlingen zeiden: het geld is een geestelijke kracht, een onzichtbare macht in de lucht...

Geld van een land noemen we met een vreemd woord: valuta. In ‘valuta' zit het woord ‘waarde.' Dáárachter zit weer het werkwoord ‘krachtig zijn.'
Dat een bepaalde munt krachtig is, komt, omdat die munt waarde wordt toegekend. Dat gebeurt op basis van onderling vertrouwen. U wilt de duurste spullen kopen, met een beurs vol bankbiljetten...? Maar de koop gaat niet door wanneer de winkelier geen vertrouwen heeft in die kleurige papiertjes.

Vertrouwen! U moet weten dat de naam Mammon verwant is aan het woord amen. U kent dat allen, en het betekent ‘waar en betrouwbaar.' De geldgod Mammon wil 'amen' horen wanneer zijn munten rinkelen en zijn biljetten knisperen. Amen moet u dan zeggen: dit geld is betrouwbaar, waar en zeker.

Hoe mensen met elkaar omgaan, dat kan alleen maar goed gaan op basis van vertrouwen. Maar het is toch jammer dat het vertrouwensvolle contact van mens tot mens niet genoeg is. Daar schuift iets tussen .... en dat iets is het geld.
Het is dus niet meer zo dat ik de ander vertrouw omdat het mijn naaste is, mijn naaste door God aan mij gegeven. Ik vertrouw mijn naaste omdat hij met geld aankomt, geld dat gewaarborgd is door dat onderlinge vertrouwen. Zo zit onze samenleving in elkaar... . Is dat niet opmérkelijk, als je nu, hier in de Eredienst, bedenkt dat vertrouwen toch een godsdienstig begrip is, een geschenk van Godswege...? Wat doet dat geld er dan tussen??

Het is zo jammer dat het vertrouwen van deze wereld is gebaseerd op de valuta, de kracht van de nationale geldeenheid. Krachtig zijn, waarde hebben, termen in de sfeer van de macht. Wie belang heeft bij een sterke valuta, zal voor die munt respect hebben. Respect kan een eerste stap zijn op weg naar het dienen van de Mammon.

We gebruiken termen als dienen en vertrouwen. Dienen in de zin van: respect hebben, en op de eerste plaats zetten. Vertrouwen is een term die daar ook bij hoort. Vertrouwen hebben in de sterke valuta hier kunnen we zelfs het ‘geloof' gebruiken. Want je moet het maar geloven dat onze sterke munt het zal houden. De hele financiële wereld werkt met hoop, met verwachtingen. Want zeker weten doe je niet veel.
Als er iets in de financiële wereld is, waar vertrouwen nodig is, dan zijn het aandelen. Niemand kan zeker weten of ze in waarde zullen stijgen. Alles wat beleggen heet is gebaseerd op vertrouwen – waar het dan ook vandaan komt. Waarom zijn zo vele mensen daar mee bezig? Meestal om er beter van te worden. Zo zijn mensen, dat is voor hen belangrijk: zekerheid.
Wanneer de aandelen niet zoveel opbrengen en de rente laag is, kijken de beleggers naar goud en zilver en andere schaarse grondstoffen.
U ziet het, die antifoon in de Liturgie vanochtend (gezang 473:4 LbVK) heeft niets aan actualiteit ingeboet!

Goud en zilver waren in de oudheid grondstoffen voor het slaan van munten.
In het Evangelie van deze 23ste zondag na Trinitatis vraagt Jezus naar een belastingpenning. De Farizeeën brengen hem nog ook, ze hebben niks door. Een munt met daarop de beeldenaar van de keizer.
Het komt niet bij hen óp of het wel goed is dat ze ooit die munt aangepakt hebben.
Gelovige Judeeërs zouden eigenlijk moeten weigeren zoiets aan te pakken. De beeldenaar van de keizer, goddelijk vereerd in die dagen.

"Is het geoorloofd aan de keizer belasting te betalen, of niet?"
Met gezag klinkt Jezus' opdracht: "Geeft aan de keizer terug hetgeen dat de keizer is."
Dit gaat voorop.
Hebt u daar wel eens bij stil gestaan, dat Jezus in zijn antwoord de keizer voorop zet? Wat betekent dit?
Dit betekent: reken af met de wereld van de macht. Zorg, dat uw leven niet vóór en ná bepaald wordt door wie of wat in de wereld macht heeft.

Natuurlijk is het zo, dat in deze wereld het geld als een reusachtige macht niet meer gemist kan worden. Het is, nuchter gezien, reuze makkelijk voor de handel en dergelijke, als ruilmiddel. Maar méér dan een ruilmiddel had het eigenlijk nooit mogen worden. Het geld zou dan in zichzelf niet kwaad geweest zijn geweest zijn. Wie er veel van had, zou het achter de hand hebben gehouden, voor noodgevallen, en niet om mee te speculeren.
Maar het geld is zo grote plaats gegeven door de mensen, dat het een reusachtige sterke macht geworden is, een geestelijk negatieve kracht, een geestelijke boosheid in de lucht zoals Paulus die noemt.
Het is in handen gekomen van de machtigen dezer wereldeeuw; ze laten er hun afbeelding op drukken. Daarom bedoelt Jezus: dat geld schiet zijn oorspronkelijke doel voorbij, geef het maar aan de keizer, want ook die is een beheerser dezer wereldeeuw, leider van de kinderen der duisternis. Maar uw bent, als kinderen des lichts, vrij van deze geestelijke macht.

Jezus zegt: ‘Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.' Wij hebben ons hart bij de Heer wiens koningschap over de aarde wij belijden, al is dat voor ons een zaak van geloof, want je ziet er bijna niets van.
De openbaring van Gods koningsregering ligt nog vóór ons! Uit het vertrouwen daarop heeft de kerk eeuwenlang troost geput!
‘Verzamelt u geen schatten op aarde,' zegt Jezus. Want die bieden geen echte troost.
De enige manier om vrij te zijn van deze verraderlijke macht, is het onszelf stellen onder een andere Heer, de Overmogende die de machten verslagen heeft.
Het is de verbondenheid met Christus, het vertrouwen in Hem, dat ons laat delen in de overwinning op alle machten, ook op de macht die geld heeft.
Op die manier kan de Gemeente van Christus bestaan, niet met rijkdom van deze wereldeeuw, maar rijk in Christus.

Zingen wij van de heiligen die ons zijn voorgegaan en geen wereldlijke rijkdom hadden, gezang 103

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE