ONZE AVONDMAALSVISIE ROOMS ...?

  2de zondag na Trinitatis 2004
 
'mijn vlees is ware spijs, en mijn bloed is ware drank'


Johannes 6 : 55

Het zondagsevangelie voor deze Tweede zondag na Trinitatis is onder ons heel bekend, en wel onder de bijnaam: ‘De gelijkenis van de verontschuldigingen.' (Lukas 14 : 12-24)
Die verontschuldigingen hebben allemaal iets vergezochts, je kunt ze eigenlijk niet serieus nemen.
Eigenlijk is dat raar, ook binnen de gelijkenis, want waar was dat nou voor nodig, om nee te zeggen tegen de gastheer? Daaraan wil ik vanochtend aandacht besteden, en dat toepassen op het deelnemen aan het Heilig Avondmaal.

Het Heilig Avondmaal in de kerkelijke Gemeente en de grote maaltijd onder Gods koningsregering houden verband met elkaar. Vanochtend één bijzondere overeenkomst: beide hebben last van het ontbreken van gasten. Kijken we naar de oorzaken van dat ontbreken, dan lijken de verschillen aanzienlijk. Maar uiteindelijk komt het op hetzelfde neer...
  Hoe is het zo gekomen dat ik dit nu vertel?
Het komt door de zoveelste aanval door strenge calvinisten. Eén van de predikanten die hoort bij Hersteld Hervormde Kerk in oprichting geeft ons, lutheranen, de schuld – wij en onze lutherse geloofsbelijdenis zijn de oorzaak, waarom zij de Protestantse Kerk in Nederland onaanvaardbaar vinden.
Afkeurend wordt over onze avondmaalsleer en onze avondmaalsviering gesproken: ‘Veel te rooms !'
Alsof zij zelf een zuivere, calvinistische manier van vieren hebben.
Het is hier niet de plaats en tijd voor een theologische discussie, maar we zijn er op dit moment wel, om iets te leren.
Ik kan u iets laten zien binnen de gereformeerde, calvinistische avondmaalsviering, dat een rooms overblijfsel is.
Het is de rol van de predikant, die als enige het recht heeft om in de avondmaalsviering voor te gaan. Dat is een overblijfsel van de rooms-katholieke opvatting, dat de bisschoppen, als rechtstreekse opvolgers van de apostelen, de ware ambtsdragers zijn. Alleen wie door een bisschop is gewijd kan, als 'priester' geldig de sacramenten bedienen.
 
  de geestelijke reikt hier de communie uit

 

De protestantse kerken kennen zo'n ambt(sopvatting) niet. Lutheranen geven ieder kerkenraadslid het recht, om in geval van plotselinge verhindering van de predikant, in de avondmaalsdienst voor te gaan. Maar in de nieuwe kerkorde van de pkn is daarin niet voorzien. Dát vind ik nou rooms.

Er nog meer te zeggen, over de deelname aan het Heilig Avondmaal. Is de visie op het Heilig Avondmaal bij hen die het niet met ons eens zijn, zoveel bijbelser als bij ons?
U moet weten dat bij de strenge calvinisten de schroom groot is om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Zij voelen zich te zondig, ze vinden zich onwaardig, ze zeggen dat ze niet wedergeboren zijn...
Ik zie dan toch een overeenkomst met de gelijkenis van de verontschuldigingen. In beide situaties zijn het mensen die zichzelf in het middelpunt stellen. Enerzijds heel vroom, anderzijds heel egoïstisch, maar... doorslaggevend is niet de uitnodiging van de gastheer, maar een zelfbeeld. Hoe zij zichzelf zien, wat zij voor zichzelf belangrijk vinden, dat telt.

Kritiek op de lutherse avondmaalsleer als zou die half rooms zijn, is nu beter te volgen. Het maakt mensen die almaar met hun eigen bekering bezig zijn kopschuw wanneer zij zien hoe hier, in een lutherse Gemeente, alle aanwezigen aan het Heilig Avondmaal deelnemen. Ook in een roomskatholieke Parochie gaat het zo. Is dat verkeerd dan...?
Wij ontvangen het lichaam en bloed van Christus niet omdat wij allen bekeerd, gelovig en vroom zijn...! Wij gaan ten Avondmaal omdat Christus zelf ons roept! Wij ontvangen Hem daar op zichtbare wijze, even zeker als wij Hem in de verkondiging op hoorbare wijze ontvangen.
Het gaat dus om Christus zelf, en niet in de eerste plaats om weet ik wat voor mooie lessen en herinneringen aan het lijden van Christus. Maar het is, denk ik, die directe band die Christus met ons legt, die vele andersdenkenden kopschuw maakt.

Wij belijden, dat wij in, onder en met brood en wijn het lichaam en het bloed van Christus ontvangen. Dat zou dan ook 'rooms' zijn... terwijl Luther met deze woorden enkel het evangelie zelf trouw wilde blijven. Christus geeft zichzelf, zo is de kern van het Evangelie. Gedenken we dat, dan is dat niet met een

mooie ceremonie alleen, maar met een werkelijke aanwezigheid van Christus. Dat is alles, en het is ook alles!
Luther heeft zich verzet tegen de leer van de westerse, middeleeuwse Kerk, de Kerk van Rome, dat de kern, het wezen van brood en wijn veranderden in het lichaam en bloed van Christus. Het ging hem om Christus zelf en zijn aanwezigheid als Hoofd van zijn Kerk. Zo is Hij dan in, met en onder brood en wijn aanwezig. Verder moet je het niet willen uitleggen.
Die aanwezigheid is krachtens het werk van de Heilige Geest. Wij bidden ook om zijn werkzame kracht.

Dit is allemaal heel oud, Gemeente, het zijn oud-kerkelijke overtuigingen. Onze Augsburgse Geloofsbelijdenis benadrukt dat, door telkens, bij elk artikel, te stellen: 'Bij ons wordt geleerd...' De bedoeling van al die artikelen was, te benadrukken dat wat lutheranen geloven, oud-kerkelijk is. Hoe komen strenge calvinisten er dan bij, onze lutherse leer te betichten, veel te rooms te zijn?

Een volgend punt waarmee zij moeite hebben, is het belang dat wij hechten aan de tastbaarheid en zichtbaarheid van brood en wijn.
Maar het fysieke, het materiële, dienen toch ook de aanwezigheid van Christus in het Heilig Avondmaal?
Het hoort bij de kern van het Evangelie: God is in het vlees en bloed van ons mensen ingegaan, heeft het op zich genomen, is zo mens geworden.
'Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed,' spreekt de Christus als de openbaring van de Allerhoogste God.
Christus zelf geeft brood en wijn bij de Paasmaaltijd deze betekenis. Hij wil, dat zijn discipelen door er aan deel te hebben, met Christus verenigd worden, en dat Hij hun éigen gemaakt wordt.
Volgens het Johannes-evangelie zegt de Christus: 'Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij u het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, heeft u geen leven in uzelf.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en ik zal hem opwekken ten uiterste dage. Want mijn vlees is ware spijs, en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik in hem.'
Hoort u de grote nadruk op het fysieke, het lichamelijke, het materiële?

Zijn vlees eten, zijn bloed drinken, dat is een liturgisch gebeuren, in het H. Avondmaal. Het is datgene wat we bij vele andere protestantse geloofsgemeenschappen node missen: men kan daar niet liturgisch vieren en al helemaal niet sacramenteel denken.

Zo kom ik weer terug op het startpunt van deze preek: de verontschuldigingen.
Het al te vaak wegblijven van het Heilig Avondmaal is een miskenning van de oproep van Christus, maar ook een miskenning van Christus zelf. Een versmaden van een feestelijke, en gezamenlijke vereniging met Hem.
Zeg niet: ja maar ik kan toch ook buiten de Kerk in Christus geloven... Nee, want zo heeft Hij het zijn discipelen niet opgedragen. Het was van Hem een bewuste keuze, voor de twaalf discipelen, om met hen samen te eten, met de twaalf, het getal van Israël's twaalf stammen.
Dit was niet bedoeld als onderonsje, maar een grondleggend onderdeel voor het toekomstige gemeente-zijn. De Gemeente van Christus, met haar Christusprediking. De prediking dat Christus de Heiland van deze wereld is. Want zo verkondigt het Johannes-evangelie het in de woorden van Christus : 'Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.'
Zijn leven heeft een onvergelijkbare en onvervangbare waarde. Door Hem en door zijn leven komt de allerhoogste God tot ons. Daarom kan de Christus zeggen: 'mijn vlees is ware spijs, en mijn bloed is ware drank.' Het is het enige dat echt verzadigen kan omdat het toekomst heeft. In dezelfde schrift-pericoop zegt de Christus dan ook: '... Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven,
en Ik zal hem opwekken ten uiterste dage.'
Zo spreekt de Christus

Als een belofte en een vermaning heeft ook de profeet Jesaja gesproken van de ware spijze en drank die God zelf is. Wij zingen daarvan een berijmd Jesajagedeelte: Gezang 33

TERUG  NAAR  DE  INHOUDSOPGAVE