GOD ACHTER HET BROOD

 

De verkondiging op Zondag Invocavit

Tekst: Lukas 4:4

preek in de Evang.-Lutherse Gemeente Dordrecht op 10 februari 2008


Het verhaal van de verzoekingen van Jezus door de duivel is een door en door schriftuurlijk verhaal. Het is door de evangelist Lukas ontworpen en samen- gesteld met behulp van materiaal uit zijn gewijde geschriften, die wij Oude Testament noemen.
Dat is pas bijbels, schriftuurlijk, en zo is ons Nieuwe Testament, vooral de Evangeliën, samengesteld.
Vandaag, in deze preek, bezinnen we ons vooral op die achtergrond. Verder proberen we ons voor te stellen, hoe in deze tijd het verzoekingsverhaal kan functioneren.

Herinnert u zich de preek over de Doop van Jezus?
Daar kwamen de schriftuurlijke achtergronden óók nadrukkelijk aan de orde.
De doortocht door de Rode Zee en het ten onder gaan van het Egyptische leger. De tocht door de woestijn en de doortocht door de rivier de Jordaan.
Het is in dit schriftuurlijke verband dat Lukas een nieuwe episode ontwerpt.
Jezus terug in de woestijn !
Jezus is niet meer in het land van belofte en wordt blootgesteld aan verzoekingen...

Laten we dan direct denken aan het volk Israël dat door de woestijn trok. Het gaf gehoor aan kwade inblazingen en bood geen weerstand aan verleidingen en verzoekingen.
Zet het verhaal van de woestijntocht van Israël achter het verzoekingenverhaal van zondag Invocavit. Er zijn zoveel parallellen – aan de oppervlakte van de tekst, en ook als dubbele bodem.

Ter herinnering nog een keer de hoofdlijnen:

- het aanbidden van een afgod en daar heil en troost bij zoeken. Het volk Israël dacht, daarmee beter af te zijn dan met de God van Abraham, Izaak en Jakob.

- denken dat je met risico's kunt omgaan... Soms ze bewust nemen en dan de fout ingaan. Maar het volk Israël wilde ook risico vermijden, en faalde wéér...

- angstvallig trachten aan brood te komen, het veilig stellen van je dagelijkse levensbehoeften.

De (zeer apocriefe) uitvlucht van Aäron

Al deze dingen horen thuis in de sfeer van de macht.
Wat telt is niet de vraag naar het goede en kwade; wat telt is de machtsvraag.

Bedenkt u ook, dat het volk Israël in vrijheid was toen het door de woestijn trok. Ook in het verzoekingenverhaal op deze zondag wordt ons Jezus verkondigd als een vrij mens.
Hij kon omgaan met verzoekingen en verleidingen, hij doorzag de verraderlijke zucht naar macht.
Wilde hij prediken en daden stellen onder zijn volk als een vrij en verantwoordelijk mens...? Dan moest hij eerst zijn eigen strijd leveren tegen de kwade machten.

Het is duidelijk dat het kwaad het gevaarlijkst is, wanneer een mens kwetsbaar is. Kwetsbaar door honger, bijvoorbeeld. Het vasten van Jezus heeft toch deze schaduwzijde ook...?
De duivel wijst Jezus op de talloze stenen in de woestijn. Er zijn er zoveel van, verander deze hier in brood.
Het antwoord kent u dat Jezus geeft.
‘Een mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij de woorden van God.'
Maar wat zou iemand zeggen die erge honger heeft?
Wat heeft zo iemand aan dit antwoord? Het doet me denken aan een cartoon in een kerkelijk tijdschrift.
Je ziet een zendeling staan, uittorenend boven een uitgemergeld Afrikaans kind. De zendeling zegt: ‘Kind, jouw échte probleem is niet dat je honger hebt, nee, maar dat je het Evangelie niet kent...'
Dit is een valse tegenstelling. Jezus bedoelt niet dat je beter in de bijbel kunt lezen dan brood eten.

Waarom beginnen de verzoekingen met het brood?
Jezus leefde vanuit de overtuiging dat het dagelijks brood een godsgeschenk is. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood...' aldus een bede die hij zijn discipelen geleerd heeft.
Maar in de woestijn kwam de duivel er tussen.
Waar was zijn hemelse Vader toen... ?
Hier kunnen we veel leren van Luthers uitleg.
Luther heeft van de duivel gezegd: ‘Hij is een aap van God', en: ‘God komt soms tot ons met het masker van de duivel op...'
Ja, de Heere-God verschijnt ons voortdurend met een masker op... .

Luther noemt ook het brood een masker van God.
Luther zegt: ‘Het brood is een schepsel waarin en waarachter God zich verbergt. De voedende kracht komt immers van Hem, het is niet het brood dat in ónze macht is. Daarom is het verkeerd, te blijven stilstaan bij brood alleen.
Ongelukkig zijn de mensen die zich krom werken voor hun dagelijks brood en dan zeggen: hier, dat heb ik nou verdiend!
Het is niet het brood als zodanig, maar ‘t is eigenlijk het Woord Gods in het brood waardoor wij gevoed worden.'

Zo doet, vervolgt Luther, zo doet God met alle creatuurlijke gaven. Huis en bezit zijn Gods vermommingen. Hij zit er achter, om ons te helpen met leven naar zijn wil.
Natuurlijk kan de Heere-God ons leven in stand houden zónder al zulke dingen. Maar Hij verbergt zich achter huis, beroep, kleding én brood om het geloof te oefenen.
Wij moeten daarin zijn Woord zoeken en vinden.

Daarom zegt de Christus Jezus tegen de duivel: ‘Brood
maken?
Weet ge niet dat geschreven staat: de mens zal van brood alleen niet leven, maar van alle woord dat uit de mond Gods uitgaat?'
Wat wilde de duivel? Hij wilde Jezus losmaken van zijn hemelse Vader; zou Jezus zijn begonnen met een poging, brood te maken, dan was Hij zijn levensweg gestart buiten het Woord van zijn Vader om.
Christus heeft dit doorzien. Maar Hij zag méér. Hij zag in deze verzoeking ook de leiding van God.
Hij herkende achter het duivels-masker zijn hemelse Vader die Hem voorbereidde, een weg van lijden te gaan.


Voor ons is het brood even belangrijk als in de tijd van Jezus. We spreken over ‘brood eten' terwijl we dan bedoelen: een kleine maaltijd gebruiken.
Maar er is nog iets anders.
Meer nog dan in Jezus' tijd moeten wij ons afvragen: ligt misschien wat ons betreft áchter het brood: het geld?
De vraag aan ons allen is: ontmoeten wij in het geld de onrechtvaardige Mammon, of, is het geld een masker van de Heere-God ?
Het geld is in zichzelf geen kwaad; het is even neutraal als het brood. Het moeten allebei voor ons zijn: maskers van de Heere-God. Dan is het mogelijk dat wij op gelovige manier omgaan met het brood, met het geld, met al wat ons ter beschikking staat.
Dat geloof is sterker dan de kredietcrisis. Zo zegt het de apostel-evangelist Johannes in zijn evangelie en in zijn brieven: ‘Het geloof overwint de wereld.'

Sinds Jezus de verzoeker teruggewezen heeft, ligt ook in uw en mijn macht om de duivelse verleiding te onderkennen en te weerstaan.
Stenen veranderen in brood, nee !
De Zwitsers hebben een gezegde over die stenen; ze zeggen van een rijk mens: hij heeft geld als stenen.
Dat gezegde past goed bij een bergachtig land dat Zwitserland is. Wij, in ons waterrijk land, zeggen: ‘Geld als water.'
Wie geld als stenen heeft, zal zich moeten schrap zetten dat niet het brood als stenen is. Wie op zijn geld vertrouwt, heeft stenen voor brood.
U en ik mogen de Heere-God ontmoeten in het brood, want het is een masker waarachter Hij schuilgaat. Zo worden wij geoefend in het geloof.
Is dat het geval, dan kunnen wij vieren dat Christus vanochtend met ons is, in brood en wijn.
Dan delen wij het brood, en is dat brood het levende brood –

Daarvan zingen wij het lied 107 uit de bundel ‘Tussentijds'

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE