JOHANNES DE DOPER  -  EEN HEILIGE

     
de verkondiging op het feest van de
geboorte van Johannes de Doper

ELG Bergen op Zoom 24 juni 2001

 

Waarom vieren wij een heiligenfeest? Heeft dat ook met ons te maken, of is het enkele een mooie traditie? Er zijn protestanten die ronduit tégen het vieren van heiligenfeesten zijn. Maar wij als lutheranen hebben daar lang niet zoveel moeite mee. Als het maar een viering is waar het wezenlijk om de Christus gaat, en niet om de verheerlijking van een mens.
Toch loopt uiteindelijk iedere kerkganger aan tegen dat woord 'heilige'. Wie en wat is een heilige? Hoort dat nog wel bij ons?
Laten we eerst de moed opbrengen, om een heilige zoals Johannes de Doper in ons midden een plaats te geven.

 
Johannes de Doper
ill.: Elganan Jelsma,
uitg. Skandalon

Het is namelijk niet juist om de heiligen weg te zetten in een onbereikbare categorie.

Er mensen van te maken waaraan wij, 'gewone' mensen, niet kunnen tippen.

Voordat u wat te horen krijgt over Johannes de Doper, wiens geboortedag wij vandaag gedenken, moet u, op voorhand, wat weten over dat woord 'heilig'. Het is een telkens weerkerend misverstand dat heilig betekent: perfect, volmaakt.
Wij kennen de uitdrukking: een heilig boontje, en dit is een ongunstige betiteling. Net zo ongunstig is het directe woord 'schijnheilig'.
Deze termen bergen het misverstand in zich, als zou heilig betekenen: keurig en onberispelijk, vlekkeloos en onthecht aan de vuile wereld.
Wie dát onder 'heilig' verstaat, heeft groot gelijk als zij/hij tegen heiligenverering is. Zulke heiligen bestaan immers niet!
Heiligheid en heiliging zijn niet enkel morele termen, dus, die ons gedrag betreffen. Het is noodzakelijk dat u de achtergrond van het woord 'heilig' kent: apart. Apartgezet tot de dienst aan God.
De dienst aan God en daarbij behorend de dienst aan de mensen.
Allereerst Johannes de Doper: die wijst op Christus en niet op hemzelf! Dan is er ook Maria. Ook haar ging het niet om zichzelf, maar de Christus die zij ter wereld bracht. Van de andere heiligenfeesten die in ons kerkgenootschap te vieren zijn, noem ik Michaël en alle engelen. Die engelen is het niet te doen om henzelf; ze zijn gedienstige geesten, uitgezonden tot dienst, dienst aan hen die Gods heil ontvangen.

Heiligheid is apart-gezet zijn om te dienen. Het is ook een onderdeel van uitverkiezing. Uitverkiezing is niet een lot uit de loterij, een soort geestelijke bofkonterij. Het is de roeping van Godswege tot een taak. De apostel Paulus spreekt de christenen te Korinthe aan met: 'geroepen heiligen'. En als u wist wat voor gedrag deze mensen ten toon spreidden... niet te geloven, zo erg, in morele zin dan!
In een andere brief zegt Paulus, dat de Gemeente van Christus is uitverkoren tot het doen van goede werken. Die goede werken zijn in de eerste plaats de liefdedienst aan mensen die zelf machteloos zijn, zonder liefde en zonder hulp.

Wij, als Gemeente van Christus zijn te samen heilig, want wij zij uitverkoren in Christus.
Soms staan er mensen op, binnen de Gemeente, maar 't kan heel goed ook naast - of buiten de Gemeente, - soms verschijnen er mensen die op heel bijzondere manier de roeping tot dienen volbrengen. Deze mensen zijn het die door de Kerk zijn aangemerkt als de heiligen. Het is dus niet omdat ze méér zijn dan wij, beter, volmaakter; maar het is zo, dat zij de roeping om de liefdedienst te volbrengen, meer wáár maken.

Zo kijken wij dan naar Johannes de Doper, en wat zien wij allereerst? Een soort woestijnheilige, zoals de term luidt. Wij zouden op het eerste gezicht denken, dat hij een asceet was, extreem sober in de voeding, wars van luxe kleding, afkerig van het leven in de grote stad.

Laten we nu niet opnieuw in de oude fout vervallen, namelijk dat we aan Johannes de Doper een exclusiviteit toedichten. Van hem een man maken die in een geur van heiligheid leefde.
Hij heeft nooit over zijn eigen persoon willen spreken, hij verwees zijn hoorders en dopelingen enkel naar de Christus, het Lam Gods.
De Christus Jezus noemt hij: 'het Lam Gods dat de zonden der wereld draagt.'

Christus, het Lam Gods, draagt de zonden van de wereld... Let u vooral op dat: 'van de wereld'.
Hieruit kunt u horen, hoe Johannes de Doper aan het werk van Christus een betekenis geeft, die het heil van de enkeling, of zelfs van de Gemeente, overstijgt. De héle wereld! Jezus die gekomen is om te dienen, Jezus heeft zo grote betekenis, zó rijk en ruim is zijn dienende liefde, dat hierin de zaligheid van heel de wereld gelegen is.
D
e taak van Johannes de Doper is, zijn volksgenoten te wijzen op de Christus Jezus.
In deze arbeid betoont Johannes de Doper zich een heilige te zijn. Hij benadrukt ook zijn plaats ten opzichte van Christus. Hij zegt: 'Hij moet groter worden, ik moet kleiner worden.'

In het kader van déze vergelijking moet u de sobere en wereldmijdende leefstijl van Johannes de Doper inschatten. Want hiermee wil Johannes zijn dienende taak onderstrepen.
In zijn levensstijl is hij een teken, een verwijzing naar de Christus Jezus, Jezus die zelf gezegd heeft: de Zoon des mensen heeft nog geen steen om het hoofd op te leggen, en, wie twee pak kleren heeft, moet één weggeven aan de armen.
Heel radicaal dus, maar dat niet als een doel in zichzelf. Kijk, u kunt natuurlijk zeggen: ik doe net als Johannes de Doper. Ik zoek een stuk textiel uit dat heel lang meegaat en dat trek ik elke dag aan, en als voedsel neem ik het goedkoopste en het soberste - nou, en dan kan ik van mezelf zeggen: ik ben een asceet, ik leef als een woestijnheilige, op mij kan niemand wat aanmerken.
Dit is de bedoeling niet... Nee, maar wat dan wel?

Johannes de Doper leidt een leven dat haaks staat en kritisch is op de wereld van de vanzelfsprekendheden, de wereld van de gevestigde orde, voornamelijk die van de godsdienst.
Daarom is de viering van zijn geboorte zo belangrijk, want die geboorte is ook niet vanzelfsprekend.
De moeder van Johannes, Elizabeth, kon redelijkerwijze geen kinderen meer krijgen. Zoiets is vaker gebeurd volgens de h. Schriften. Maar dan werd er toch een kind geboren, een kind met een speciale opdracht tot bevrijding, of tot profetie. Dit soort bijzondere geboorte is een symbolisering van een nieuwe inzet van de Heere-God van Israël, om heil te scheppen voor zijn volk.
Denk aan Mozes, Samuël, Simson, buitengewone bevrijders van het volk Israël, en als zodanig door de Heer geschonken. Dit geschonken-zijn wordt in het verhaal geïllustreerd door die wonderlijke geboorte, bijv. uit een onvruchtbare vrouw, of een vrouw die niet mócht baren. Toch werd er dan een kind geboren, als een teken van een heel nieuwe inzet van Godswege.
Die nieuwe inzet kritiseert ook het bestaande, nl. wat wij er van hebben gemaakt. In Johannes de Dopers tijd de religie en haar officiële beoefenaars.
Zijn bijzondere levensstijl en uiterlijk zijn een verwijzing naar een nieuwe wereldeeuw, Gods tijd van heil, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop al wat wij waarderen in een heel nieuw licht komt te staan: Gods licht. Zelf wil Johannes de Doper geen persoonlijke aandacht. Zijn leven moet wegvallen, hij wil enkel als prediker van Christus gehoord worden. Hij zegt daarom: 'Ik moet kleiner worden, het Lam Gods moet groter worden.'

Een mooie tekst, prima passend bij deze kalenderdagen. Rond 24 juni worden de nachten weer langer en de dagen weer korter. Na 24 december worden juist de dagen weer langer.
De Kerk heeft dit natuurgegeven aangegrepen om de
Christus Jezus en Johannes de Doper met elkaar te vergelijken. Daaruit kunnen we ook opmaken dat de oudchristelijke Kerk besef had van aflossing: namelijk dat deze wereldeeuw voorbijgaat en een nieuwe wereldeeuw aanstaande is.
Zie het eens zo gedurende de zomertijd die begonnen is: wij ervaren aan den lijve de langer wordende nachten. Tenslotte, in december, zijn die nachten zo lang, dat je dagen hebt waarop het halverwege de middag al weer gaat schemeren. Als je niet beter weet zou je denken dat de duisternis het gaat winnen van het licht. Maar dat is niet zo.
Johannes de Doper heeft verkondigd, dat hijzelf, hij behorende bij het duister van de huidige wereldeeuw - dat hijzelf minder moet worden, en dat Christus, die gekomen is vanuit het licht, dat Christus meerder zal worden.
Wie wij zijn, van onszelf en in onszelf, dat moet minder worden. De oude mens moet worden afgelost ten gunste van de nieuwe mens. De nieuwe mens die als ledemaat van het lichaam van Christus is geschapen tot het doen van goede werken.
In dit groter worden van de nieuwe mens zijn wij een verwijzing naar de Christus Jezus.

Hier is ook onze roeping, onze opdracht. Een evangelisch-luthers gelovige verkondigt Christus in woord
en daad, en laat zo aan de wereld horen en zien, dat God deze wereld niet loslaat. Hij zendt zijn heiligen die zijn beloften uitdragen.

Z
ingen wij het geloof met gezang 331

W. Baan