LANDSKERK

inhoud :
Nieuws uit de Synode - herfst 2007
Lutherse Gemeenten bedreigd in voortbestaan
Een nieuwe Synode - juni 2005
Nieuws uit de Synode - december 2004
Nieuws uit de Synode - oktober 2003
Nieuws uit de Synode - mei 2003
Nieuws uit de Synode - december 2002
Werkwijze van het nieuwe Presidium
Triomoderamen pal achter vereniging van kerken   kerkinformatie 8 febr. 2002
 Nieuws uit het landelijk kerkgenootschap 2001
Reacties per augustus 2001 op de Ordinanties van de Concept-Kerorde
Opnieuw: ordinanties. Gereformeerde kerkenraden raadplegen de gemeenteleden


Synode bespreekt Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict  -  
november 2007
Kerkinformatie november 2007

Tijdens de vergadering van 15-17 november 2007 zal de generale synode zich bezinnen op de houding van de Protestantse Kerk in Nederland inzake het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict. In deze synode zal het onderlinge gesprek over dit ook in de kerk gevoelige onderwerp centraal staan. In april 2008 volgt een tweede bespreking, waarin de synode besluiten neemt over een standpunt van de Protestantse Kerk.
Het is de eerste keer dat de synode van de Protestantse Kerk in Nederland zich in gezamenlijkheid uitspreekt over deze kwestie. Wel stelden de moderamina van de toen nog Samen op Weg-kerken in 2003 een gezamenlijk standpunt vast over het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict. Centraal staat daarin een volkenrechtelijke benadering van het conflict, dat opgelost dient te worden door middel van onderhandelingen en niet met geweld. Belangrijk in de overwegingen van 2003 is ook de zogenoemde 'onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël', een uitgangspunt dat is opgenomen in de kerkorde van de Protestantse Kerk.
Sinds 2003 is de situatie in het Midden-Oosten flink gewijzigd. Ook is er in de afgelopen jaren vanuit verschillende kringen in de kerk kritiek geuit op de stellingname uit 2003. Zo zou te weinig duidelijk zijn wat die verbondenheid met Israël nu precies inhoudt. En ook ontbreekt de aandacht voor Palestijnse christenen in het rapport uit 2003. Al deze redenen vormen nu de aanleiding om het rapport van 2003 bij te stellen en in de synode te bespreken, wat uiteindelijk in april 2008 tot een heldere stellingname moet leiden. Net als in 2003 is het doel van zo'n stellingname tweeledig: het dient als basis voor het gesprek in kerk en gemeenten, en het vormt tegelijk een kader voor het beleid van de landelijke kerken haar dienstenorganisatie. Dit is met name van belang voor Kerk in Actie en het werk rond Kerk & Israël. Vanuit beide invalshoeken probeert de Protestantse Kerk een bijdrage proberen te leveren aan de meningsvorming over en oplossing van het conflict in het Midden-Oosten.
Andere synode-onderwerpen Naast het rapport over het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict komt nog een groot aantal andere onderwerpen aan de orde op de driedaagse synode van november, waaronder:
- De voorgenomen associatieovereenkomst van de Protestantse Kerk met de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland.
- Een gespreksnotitie over de catechese ("Kansen voor de catechese"). Dit rapport beschrijft de situatie van de catechese binnen de Protestantse Kerk en doet aanbevelingen om de plaats van de catechese te waarborgen binnen het kerkelijk leven.
- Het vierjaarlijkse verslag van de visitatoren-generaal over het kerkelijk leven in de Protestantse Kerk. Ook dit rapport gaat specifiek in op de situatie van de catechese.
- Voorstellen voor de wijze waarop de evaluatie van de kerkorde kan plaatsvinden.
- De procedure rond de benoeming van een nieuw scriba voor de Protestantse Kerk. De huidige scriba, dr. Bas Plaisier, komt in mei 2008 aan het eind van zijn termijn. Uit de predikanten van de kerk dient in april een opvolger voor ds. Plaisier gekozen te worden. (Dit agenda-onderdeel vindt plaats in een besloten zitting.)

Ronald Bolwijn is voorlichter van de generale synode.


2007

Nieuws over de Landskerk...

ZEGEL VAN DE SYNODE


Het bestuursorgaan van de Protestantse Kerk in Nederland vraagt jaarlijks
hoge bedragen aan de kerkenraden ter bekostiging van de organisatie,
predikantsplaatsen, pensioenen en meer.
Kleine Gemeenten kunnen met moeite deze bedragen opbrengen...
maar voor hoelang...?

 


Lutherse gemeenten dreigen te verdwijnen door lastenstijging van de fusie
Bereidheid tot het vinden van oplossingen

Evangelisch-lutherse gemeenten binnen de Protestantse Kerk in Nederland dreigen te verdwijnen als de totale lasten van predikanten-salarissen, pensioenen en landelijke heffingen niet binnen de voor de fusie afgesproken bandbreedte blijven. Dat betekent dat de Protestantse Kerk in Nederland dan niet meer kan voldoen aan een belangrijk element in de kerkorde: het levend houden van zowel de gereformeerde als de lutherse traditie.

De evangelisch-lutherse synode van de Protestantse Kerk dringt er in een motie bij het moderamen van de generale synode op aan om eerder gedane toezeggingen tot beperking van de kosten van de evangelisch-lutherse gemeenten na te komen. Het moderamen is in beraad over de motie. De stijging van de kosten komt met name door een verzwaring van de heffing voor predikantstraktementen die lutherse gemeenten opgelegd krijgen. Het stel-sel voor predikantstraktementen is sinds de fusie uniform en brengt vanaf dat moment veel hogere lasten mee voor de lutherse gemeenten. De vele zeer kleine lutherse gemeen-ten die geen predikant hebben moeten daarnaast een beschikbaarheidsbijdrage opbrengen die voor de fusie niet bestond.

Toezegging
In de aanloop naar de kerkvereniging, tijdens het Samen op Wegproces, is herhaaldelijk verzekerd dat de kosten voor de nagenoeg alle (maal) kleine lutherse gemeenten tussen de vijf procent plus of min zouden blijven. Die toezegging is voor de synode van de vroegere Evangelisch-lutherse Kerk in 2004 zeer doorslaggevend geweest om in te stemmen met de vereniging. Nu worden de lutherse gemeenten geconfronteerd met een stijging van gemiddeld vijfentwintig procent. Het moratorium op de predikantstrakte- menten loopt in 2008 af, overgangsregelingen op zijn laatst in 2015.
Aanleiding van de motie was een gesprek over een in de generale synode ingediende motie ‘van de Wetering’, waarin wordt aangedrongen op handhaving van het moratorium totdat in een regeling voor kleine gemeenten is voorzien. Toen lid van de synodale commissie Hans Bas Val duidelijk stelde dat het doek uiterlijk in 2015 zou vallen voor de lutherse gemeenten, synodelid Reind Loggen uitriep: ‘Als we niets doen hebben we onszelf bij deze definitief opgeheven’ en Perla Akerboom meteen stelde dat dat dus ook een royement van het lidmaatschap van de Lutherse Wereldfederatie zou betekenen, kwam unaniem een voorstel voor een motie aan het moderamen van de generale synode. Synodelid Hans van der Meer verwoordde de kern van de motie zo: ‘Aanzien het de taak is van de kerk als geheel en van de evangelisch-lutherse synode in het bijzonder om de lutherse traditie te bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar de maken, voldoet de kerk bij het handhaven van het financiële plaatje in elk geval niet meer aan haar eigen opdracht en wordt het wezen van de Protestantse Kerk in Nederland aangetast.’

Oplossing
Inmiddels is in een informeel gesprek met de nieuwe preses van de generale synode Gerrit de Fijter in ieder geval de wens uitgesproken om gezamenlijk tot een oplossing te komen. De Fijter: ‘We erkennen het probleem en onderzoeken mogelijkheden. Ik wil graag in het geheel van de kerk mogelijke oplossingen bekijken die tot zegen van iedereen moeten leiden.’
Ilona Fritz, presidente van de evangelisch-lutherse synode is positief over deze houding: ‘Ik ervaar een grote bereidheid om tot afspraken te komen.’
Op 2 juli heeft de kwestie een vervolg in een officieel gesprek gekregen. Mevrouw ds Fritz heeft daarin haar zorgen geuit over het feit dat een aantal lutherse gemeenten dreigt te bezwijken onder de financiële lasten die er zijn, vooral wat het nieuwe stelsel van de bekostiging van predikanten in de PKN betreft.’‘
Volgens ds. Fritz komt de herinschaling van predikanten in de Protestantse Kerk in lutherse gemeenten hard aan. ’’Onze predikanten verdienden in vergelijking met hun hervormde en gereformeerde collega’s duidelijk minder. Dat betekent concreet dat veel lutherse gemeenten nu meer of veel meer moeten afdragen aan de centrale kas van de PKN.’‘

Praxedis Bouwman
Bron: http://www.evangelisch-luthers.nl/elkkwartaal/ElkKwartaal/11
IKON / Reformatorisch Dagblad 12-08-2007

 
LUTHERSE NOTITIES
juni 2005

Nieuwe Synode bijeen...

ZEGEL VAN DE SYNODE


Op vrijdag 3 en zaterdag 4 juni 2005 kwam de vernieuwde lutherse synode bijeen op Kasteel Hoekelum. Inclusief de plaatsvervangers telt de synode een zestiental nieuwe leden.

 

De nieuwe synode bestaat uit de volgende leden en plaatsvervangers: predikanten: mevr. ds. P.K.A. Akerboom-Roelofs, ds. D. Bohlken (nieuw), mevr. ds. T.K. van Dam, mevr. ds. S. Freytag, mevr. ds. I Fritz, mevr. ds. K. Hagg (nieuw), ds. S. van Kammen, mevr. ds. C. van Opstal (nieuw), ds. D. Th. Strasser, ds. A.C. Verwaal, ds. R.H. de Vos, mevr. Ds. K.M.T. Wedemeijer-Holdt.
Niet-predikanten: mevr. E.E. Aarsen-Schiering (nieuw), mevr. M. Aartsen (nieuw), mevr. F.K.A. Akerboom, mevr. M.M. van den Berg (nieuw), H.J. Brussel, mevr. T.J. Everaarts-Bilyam, mevr. F. Hafkamp, O.W.D.C. von Hertzberg, mevr. S. Hiebsch, H. Leker, W. Littel, W.J. Littel (nieuw), R.C. Loggen (nieuw), K.G. van Manen, H. van der Meer, mevr. M.J. Monsees-Meijer, J.H. Poppen, mevr. N.A. Smeding-de Jonge, J.B. Val, K. van de Wetering, mevr. J.A. Wilders-Schorn, F.W. Winkel, A. IJzerman.
Plaatsvergangende leden: predikanten: ds. E. de Fouw (nieuw), mevr. ds. A.E. Reichmann-Scheffer (nieuw), ds. F. Kalis (nieuw), mevr. ds. IJ. De Mol-Buizert (nieuw).
Niet-predikanten: mevr. C. Köhler, mevr. M.F. Lichtenbelt, M.H.H. de Weerd, D.H. Helmhout, mevr. S.J.A. Tempelaar-van Leeuwen (nieuw), mevr. G.R. Hassink-Krönig (nieuw), N. Pellenbarg (nieuw), W. van Wingerden (nieuw).
De Synode koos ook de vijf afgevaardigden naar de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit zijn: ds. Ilona Fritz (secundus ds. Arie Cees Verwaal), Karel van de Wetering (secundus Wim Littel), Herman Leker (secundus Hans van der Meer), ds. Susanne Freytag (secundus ds. Detlef Bohlken), Sabine Hiebsch (secundus Nel Smeding).


Ds. Fritz herkozen als synodepresident
Na het verslag van de handelingen van de Synodale Commissie over de afgelopen periode, was ongetwijfeld het belangrijkste punt van de vrijdag de verkiezing van een nieuwe synodale commissie. Ds. Fritz had zich herkiesbaar gesteld voor de functie van synodepresident; het mag geen verrassing heten dat zij werd herkozen. Verder werd ds. D. Bohlken gekozen tot vice-president predikant als opvolger van ds. Freytag en de heer W. Littel continueerde zijn vice-presidentschap niet-predikant. De  heer H. van der Meer werd als 1e secretaris opgevolgd door de heer H. Leker, de heer O. von Hertzberg nam diens plaats als 2e secretaris in.
In de Financiële Commissie bleven de heren H.J. Brussel en K. van de Wetering zitting houden. Van de overige leden keerden ds. P.K.A. Akerboom-Roelofs, ds. H. Günther,  mw. M. Jansen van Raay en ds. S. van Kammen niet terug. Hun plaatsen werden ingenomen door mw. M. Aartsen, mevr. ds. C. van Opstal, ds. A.C. Verwaal en ds. K. Wedemeijer-Holdt. De nieuwe synodale commissie telt 5 predikanten en 6 niet-predikanten waaronder de 3 leden van de Financiële Commissie.


Beleidsplan vastgesteld
De synode had in een eerdere zitting al gesproken over het beleidsplan voor de komende jaren. In deze zitting werd dat vastgesteld, aangevuld met de opmerkingen die in de sprekersronde zijn gemaakt. Bij het beleidsplan is een aantal concrete beleidsvoornemens opgesteld, waaruit de prioriteiten voor de eerstkomende periode kunnen worden afgeleid. Deze activiteiten vullen de drie hoofddoelstellingen van het beleidsplan in:
(1) activiteiten gericht op het onderhouden van contact met delen van de lutherse gemeenschap;
(2) activiteiten gericht op de inhoud, waarbij het bewaren, onderhouden, vernieuwen en verdiepen van de lutherse traditie centraal staat;
(3) bevorderen van public relations en communicatie in dienst van de beide voorgaande doelstellingen.


Nieuwe brochure ‘Lutherse Leerstukken’
Een goed voorbeeld van de, in de geest van het beleidsplan, in gang gezette activiteiten was de aanbieding aan de president van de synode van het eerste exemplaar van de brochure "Lutherse Leerstukken", de tweede brochure na die over "Lutherse Spiritualiteit".

Verslagen behandeld
's-Zaterdags behandelde de synode de verslagen van de Raad voor het Beroepingswerk, de jaarrekening van het Evangelisch-Luthers Seminarium, ELKkwartaal, SLUB, Nederlandse Lutherse Vrouwen Bond, Lutherse Werkgroep voor Kerkmuziek, Lutherstichting, WELJA, Stichting Vrienden van Hoekelum, Nederlands Luthers genootschap voor In- en Uitwendige Zending en het verslag van de afvaardiging naar de generale synode.

Samenstelling: Hans van der Meer

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Interview met de vertrekkende president

In het Reformatorisch Dagblad van 10 mei 2001 is een interview met de vertrekkende synodepresident ds K. van der Horst gepubliceerd. Hieruit samengevat enkele opvallende dingen die het onthouden waard zijn.

Ds Van der Horst vond na tien synodejaren: 'Het is mooi geweest' - maar bedoelt dat ook in de letterlijke zin. Boeiend én vermoeiend. Het laatste mede omdat hij als lutheraan moeite had met de stelligheid van sommige behoudende hervormden en gereformeerden. De belijdenis der vaderen of zelfs het eigen gelijk wordt gepresenteerd als het enige ware. Dat zou dus vastliggen. Daarom komen we nooit op één spoor. Als drie synoden stellen we onszelf altijd de vraag: kunnen we leven met deze formulering, ook al zouden we het zelf anders hebben gezegd? Wel is hij blij dat de kerkorde van de toekomstige SoW-kerk spreekt van belijden. „Dat is een werkwoord. Dat is dynamisch."

Het steekt hem wanneer wordt gezegd: 'De hele lutherse kerk is nog niet zo groot als één gereformeerde-bonds gemeente.' Dat is geen denken op basis van gelijkwaardigheid. Machtsverhoudingen gaan dan een rol spelen." In het dagelijkse bestuur van de drie partner-kerken merkt hij trouwens nooit iets van getalsverhoudingen. "Daar is heel duidelijk het besef van gezamenlijkheid gegroeid. De sfeer is er een van hartelijke samenwerking." Volgens Van der Horst is een pluriforme kerk juist een verrijking en geen bedreiging. We kunnen van elkaar leren."

Bij de behoudende synodeleden waardeert hij de bewogenheid voor de kerk en voor de boodschap. Zij leven uit de overtuiging: 'Het is niet ónze zaak. Het is Uw zaak waarvoor wij staan.'

Maar waarom zijn bezwaarde hervormden zo bang dat onze belijdenisgeschriften de bijbeluitleg gaan overheersen? In onze Nederlandse lutherse traditie gaan wij niet op die manier met belijdenisgeschriften om. Daar proef je cultuurverschil in omgaan met Schrift en belijdenis.

Van de lutherse traditie moet je volgens de vertrekkende president zeggen dat zij een dynamisch en open schriftverstaan heeft. „Wij zijn heus wel een schriftgetrouwe kerk. De regel in de nieuwe kerkorde dat het getuigenis van de Heilige Schrift de enige grondslag is voor wat de kerk heeft te verkondigen, komt regelrecht bij ons vandaan. Maar wij zijn geen biblicisten, geen fundamentalisten. Het getuigenis van de Schrift is voor lutheranen basis van de verkondiging. Maar de Schrift moet altijd weer levend Woord voor mij nu worden. Dat betekent dat ik opnieuw met de Schrift bezig moet zijn."


Ds S. van Kammen nieuwe synodepresident
Op 18 mei 2001 is de Haarlemse predikant S. van Kammen (37) gekozen tot president van de synode van de Evangelisch-Lutherse Kerk. Zijn voornaamste taken komen te liggen in de zorg voor de predikanten, de visitaties en acute problematiek in de Gemeenten. Hij zal ook het gezicht van ons kerlgenootschap in de Lutherse Wereldfederatie zijn.
Naar zijn mening is deelname aan het landelijke Samen-op-Weg proces onze enige overlevingskans.

Zegel van de Synode

"We hebben een heel kostbare traditie, die voor het hele kerkelijke erf buitengewoon de moeite waard is. Maar die kunnen we pas goed ten dienste stellen van de kerk als er voldoende menskracht is. Daar wringt de schoen", aldus de Haarlemse predikant.
In de meeste delen van de wereld neemt het aantal lutheranen toe, maar in ons land slinkt het kerkgenootschap. Nederland telt een kleine 15.000 lutheranen.
De synode moet volgens Van Kammen beleid ontwikkelen om de vele kleine lutherse gemeenten met rond de honderd leden of minder overeind te houden. Bijna 90 procent van het totale aantal gemeenten verkeert in die situatie. Ze lopen tegen de grenzen van het mogelijke op. „Alles voort laten gaan zoals het nu gaat, dat lijkt heel onverdienstelijk. Dat moeten we niet doen", benadrukte hij.
Dat de lutheranen een minderheidspositie innemen in het SoW-proces, vormt in de omgang met de hervormde en gereformeerde partners geen probleem, aldus ds. Van Kammen. „Ik vind dat we overwegend veel ruimte krijgen. Maar het is gênant dat we die ruimte soms niet optimaal kunnen benutten door een gebrek aan menskracht."
Het trage SoW-proces maakt mensen moe, zei de Lutherse predikant. Toch is volgens hem de teneur dat iedereen nog even dapper moet doorgaan, want hier en daar worden al vruchten geplukt van het federaal samengaan. „Het SoW-proces brengt ons veel goeds, ondanks de frustraties die we hier en daar oplopen", voegde hij daaraan toe.

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE


DE TRIO-SYNODE VERGADERDE

 

Op de agenda van vrijdagochtend 11 mei 2001 stonden allerlei reglementen voor de gang van zaken in triosynode en kleine synode. Een groep synodeleden vond, dat de nieuwe regels te veel macht gaven aan triomoderamen en kleine synode. Hun 'rode lijn': meer invloed voor de triosynode.
Zij wilden tijdige toezending van de stukken, beslissingsbevoegdheid over het financiële- en personeelsbeleid, minder regelzucht bij het triomoderamen, een grotere rol voor de commissies van rapport.
Allerlei subtiele maar betekenisvolle wijzigingen, met als centrale boodschap: wij willen serieus genomen worden. Dat is ook niet onlogisch: de leden van het triomoderamen zijn grotendeels vrijgesteld voor het werk en zitten 'dichtbij het vuur' van de arbeidsorganisatie in Utrecht. Maar de synodeleden moeten het erbij doen, en zitten meer op afstand.Bij de stemming bleek het uiteindelijk vooral een gereformeerde opstand te zijn: slechts een handjevol hervormden kon zich vinden in de amendementen. Enkele werden overgenomen door het moderamen, andere afgestemd.
Het was weliswaar een triosynode, maar de stemmingen over de voorstellen vonden plaats in de combisynode zonder lutheranen. Een luthers synodelid liep vlak voor een stemming naar de interruptiemicrofoon. "Voorzitter, weet u zeker dat het quorum van de lutherse synode wordt gehaald?" Er moeten 24 van de 36 afgevaardigden aanwezig zijn. Dat aantal werd niet gehaald, en dus kon er op dat moment niet worden gestemd. De lutherse secretaris moet dit geweten hebben, maar hij dacht blijkbaar: ik doe alsof ik blind ben. Toen op vrijdagochtend de besluitvorming over de reglementen aan de orde was en de voorzitter wilde gaan stemmen, liep dezelfde alerte lutheraan opnieuw naar de interruptiemicrofoon met dezelfde vraag. Er werd opnieuw geteld, het aantal werd niet gehaald, er kon niet worden gestemd. Paniek, rumoer, schorsing; met als resultaat een creatieve, maar merkwaardige oplossing. Klap met de hamer: de voorzitter sluit de triosynode. Direct daarna: weer een klap met de hamer, de voorzitter opent een combisynode van gereformeerden en hervormden. De lutheranen zaten er nog wel bij, mochten vreemd genoeg het woord voeren als gast en konden vervolgens niet meestemmen. Noot voor de lezer: deze merkwaardige vertoning speelde zich niet af in het rokerige clubhuis van een kleinsteedse voetbalclub, maar bij de hoogste vergadering van de grootste protestantse kerk van Nederland. Afgesproken is, dat de lutherse synode en het triomoderamen zich gaan buigen over de quorumregeling. Bij de lutheranen moet 2/3 van de synode aanwezig zijn, bij gereformeerd en hervormd is de helft plus 1 genoeg.
Op vrijdagmiddag was de kwestie van de geestelijke verzorging aan de orde. In de ziekenhuizen werken geestelijk verzorgers mét en zonder universitaire opleiding. De status van laatstgenoemden, HBO-ers, is onduidelijk. Vorig jaar besloot de synode om, onder bepaalde strikte voorwaarden, geestelijk verzorgers met een HBO-opleiding in staat te stellen het Woord en de Sacramenten te bedienen. Nu, na uitvoerig overleg en studie luidt de conclusie: dat synodebesluit wordt niet uitgevoerd. Het rapport Ambt en Sacrament biedt 'onvoldoende basis voor een verantwoorde kerkordelijke (en ambtstheologische) regeling'. Kort gezegd: synodebesluit sneuvelt in het overlegcircuit. Diverse synodeleden gaven aan de besluiteloosheid van SoW te betreuren.

Gegevens uit Woord & Dienst 26-05-2001

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE


VASTSTELLING KERKORDE IN ZICHT

De nieuwe kerkorde van de Samen op Weg-kerken krijgt steeds vastere vorm. De triosynode zal in het najaar van 2001 een begin maken met de besprekingen van de ordinanties van de kerkorde in tweede lezing. Besproken worden dan de reacties van kerkenraden en andere kerkelijke vergaderingen. Op de agenda zullen staan de ordinanties 1, 5, 6, 7 (respectievelijk over het belijden van de kerk, de eredienst, de bediening van de h. doop en de viering van het h. avondmaal) en de generale regeling voor de kerkmusicus en de kerkmuziek. Naar verwachting worden de andere ordinanties in het najaar van 2002 afgerond. Met het vaststellen van de ordinanties zullen de SoW-kerken een belangrijke mijlpaal bereiken in de fusie van de drie kerken. Ds. A.W. van der Plas, de nieuwe hervormde preses, sprak tijdens de synode nogmaals expliciet de kerken toewerken naar een echte fusie. Enkele synodeleden brachten de federatie-gedachte naar voren als (voorlopig) eindstation van de samenwerking tussen de kerken. Maar Van der Plas herinnerde eraan dat de unie- of federatie-gedachte nog in 2000 door de synode is afgewezen. Deze zal dus ook niet meer ter discussie komen.

Kerkbulletin 18 mei 2001

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE


Een korte kennismaking met de werkopzet van het nieuwe Presidium van de Synodale Commissie  (september 2001)
 

Ds. Fritz (predikant vicepresident) is inmiddels gepokt en gemazeld in oecumenische contacten door haar werk in Amsterdam Zuidoost en Wim Littel (niet-predikant vicepresident) heeft als directeur van de Zondagsschoolvereniging een leven van beleid en beheer achter zich. Bovendien had hij in die tijd zoveel contacten met de hervormde kerk dat hij die kerk beter kent dan de lutherse.
De tijd waarin de president bij alles betrokken was is voorbij. Kees van der Horst was de laatste van dat type. In de huidige vorm is er een duidelijke taakverdeling.

Ds. Van Kammen (president) is primair voor pastorale werkzaamheden, onder andere de begeleiding van jonge predikanten en bijzondere visitaties in gemeenten waar problemen zijn en het zoveel mogelijk onderhouden van contacten met gemeenten.
Ds. Fritz houdt zich vooral met de Samen op Weg-contacten bezig, zit in het trio-moderamen en zal, samen met haar hervormde en gereformeerde collega's triosynoden voorzitten.
Wim Littel ziet zich primair in de voorwaardenscheppende sfeer, onder andere als lid van de Financiële Commissie en als vergadervoorzitter van de Synodale Commissie.

Het drietal heeft het idee dat ze elkaar goed aanvullen, al is de samenwerking nog maar kort. Het grootste probleem voor Ilona Fritz en Wim Littel is dat er zoveel nieuws op hen afkomt. Voor Ilona Fritz is dat de complexe problematiek van het Samen op Weg-proces, inclusief de noodzakelijke bezuinig, in de zitting. Daar stond de problematiek van de kleine gemeente centraal.
Een aantal opties zijn inmiddels duidelijk: federeren met de hervormde gemeente en/of de gereformeerde kerk ter plaatse, fuseren met naburige gemeenten of zelfstandig doorgaan. Maar in alle gevallen is een vitale gemeente met een eigen identiteit nodig. Die vitalisering is het kernpunt voor de komende tijd, denkt het drietal, al is er nog niet' uitvoerig over gesproken in de Synodale Commissie, laat staan in de synode.

ELKkwartaal september 2001

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE


 

 

ORDINANTIES IN BESPREKING;  GEREFORMEERDEN GERAADPLEEGD


TRIOSYNODE SAMEN OP WEG-KERKEN BESPREEKT ORDINANTIES

Van 22 tot en met 24 november a.s. behandelde de gezamenlijke synode (triosynode) van de Samen op Weg-kerken onder meer de tweede versie van de ordinanties bij de toekomstige kerkorde van de Samen op Weg-kerken. Het vaststellen van de ordinanties is een van de laatste stappen die nodig zijn voor de vereniging van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. De kerkorde is in feite de grondwet van de verenigde kerk. De tekst zelf bestaat uit twee onderdelen: grondleggende artikelen (de kerkorde) en de uitvoerende bepalingen, ook wel ordinanties genoemd. Tijdens de synodezitting van november komen in totaal vier ordinanties aan de orde, namelijk over het belijden van de kerk, de eredienst, de heilige doop en het heilig avondmaal. Plaatselijke kerken en gemeenten hebben de afgelopen jaren tot twee maal toe gelegenheid gehad om op eerdere concept-teksten te reageren. Het is nu aan de synodeleden om de definitieve teksten van deze ordinanties vast te stellen. De conceptteksten van de ordinanties zijn beschikbaar op de website van de Samen op Weg-kerken www.sowkerken.nl


EXTRA RAADPLEGING GKN OVER VERENIGING MET SOW-PARTNERS

Plaatselijke kerkenraden wordt geadviseerd om de gemeente te raadplegen over de voorgenomen vereniging van de Gereformeerde Kerken in Nederland met de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK) en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden (ELK). Dat staat te lezen in een rapport van Deputaten voor de Kerkorde, geschreven voor de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Gezien het ingrijpende karakter van de vereniging was de synode van mening dat een extra consultatieronde van de plaatselijke kerken op zijn plaats is. Deputaten voor de Kerkorde stellen voor deze raadpleging te houden nadat de synode i eerste lezing over het voornemen tot vereniging heeft besloten. Deze raadpleging heeft niet het karakter van een stemming, maar geeft kerkenraden gelegenheid 'van hun gevoelen blijk te geven'. In het advies aan de synode wijzen Deputaten voor de Kerkorde de stelling af dat het niet de Generale Synode is die het besluit over de vereniging kan nemen maar dat dat is voorbehouden aan de plaatselijke kerken. Verschillende kerken hebben het afgelopen jaar in deze trant hun mening laten horen; zij beroepen zich onder meer op het burgerlijk wetboek, omdat de beoogde vereniging een wijziging van vermogensrechtelijke aard zou betreffen. Volgens Deputaten voor de Kerkorde betreft dit een misverstand, omdat er aan de eigendomsverhouding na de vereniging niets verandert: gereformeerde kerken blijven eigenaar van de goederen die ze bezitten.

Uit: Kerkinformatie, 2 november 2001

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE


TRIOMODERAMEN PAL ACHTER VERENIGING VAN KERKEN


Ondeugdelijk en onkerkelijk. Zo typeert dr. B. Plaisier, scriba van de Samen op Weg-kerken, het voorstel van de Confessionele Vereniging en de Gereformeerde Bond om af te zien van een vereniging van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk. De hervormde modaliteitsorganisaties pleiten voor een unie van Samen op Weg-kerken. De modaliteitsorganisaties hebben dinsdag 29 januari het triomoderamen een voorstel van die strekking aangeboden. Ze hebben in een persconferentie de gedachten toegelicht en sturen het voorstel naar alle kerkenraden en classicale vergaderingen. Dr. Plaisier meent dat de modaliteitsorganisaties daarmee verwarring scheppen en 'men grijpt weer terug op dat wat al door vele synodes is gezegd en afgewezen'.
Volgens Plaisier moeten de kerken zich meer richten op de grote maatschappelijke vragen. Plaisier: 'We zouden al onze energie moeten kunnen inzetten in de vorming van de jeugd in een geseculariseerde wereld. We hebben de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging nodig om na te denken over de ontmoeting met mensen van andere geloven. We hebben u nodig voor het helder maken van de positie van christen in een samenleving waarin het economisch rendement het laatste woord schijnt te hebben.' De algemeen secretaris vreest een herleving van de negentiende-eeuwse besturenkerk als de geforceerde bestuursstructuur van een unie wordt gerealiseerd. Hij vraagt zich af of er in zo'n bureaucratie nog wel ruimte is om over het belijden te spreken. Het voorstel van een unie of federatie is al verschillende keren in de synode besproken. De Confessionele Vereniging pleitte al in 1994 voor zo'n model, maar de hervormde synode wees het voorstel met grote meerderheid af. De synode verwierp in 1996 en in 1998 moties van een zelfde strekking. En ook in 2000 en 2001 hebben synoden zich negatief uitgesproken over voorstellen waarin federatie of unie als uitgangspunt was gekozen. 'Is het niet naar de kerkelijke weg', aldus Plaisier, 'om op een bepaald moment te aanvaarden dat de synode gesproken heeft en dat zij dat ook onder de aanroeping van de naam van Christus heeft gedaan.'

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE

 
 
 
 
 
 
TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE