DE CHRISTUSGEBOORTE EN ONZE GEBOORTE


preek gehouden op 25 december in de ELG Dordrecht




De verkondiging op het Hoogfeest van Kerstmis 2001

 

"Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap...!"

Aldus de boodschap van de engel en woordvoerder namens de Heer. Wij horen dat de heerlijkheid van de Heer de herders omstraalde en dat zij vreesden met grote vreze. Zo begint het Kerstevangelie.

Die vrees... als hoorders staan wij dáárbij niet stil, alle aandacht gaat immers uit naar wat er komt: de aankondiging dat Christus is geboren.

In deze Dienst is daarvoor gelegenheid te over, om die aandacht aan Christus' geboorte te schenken. Liederen, teksten en gebeden, allemaal over de geboorte van Christus. Maar laat dit moment toch een moment van bezinning zijn, bezinning op wat er onmiddellijk aan vooraf gaat. Dat wat vooraf gaat hoort er ook bij, want dat is zo menselijk...

De herders waren bevreesd! Bevreesd omdat aan hen de heerlijkheid van de Heer werd geopenbaard.

Nu zouden we ons hier snel van kunnen af maken door te zeggen: ja, maar dat vind je wel meer in de gewijde joodse boeken, die wij als ons Oude Testament hebben. De ontmoeting met de Heere-God van Israël wordt beschreven als een schrikwekkende manifestatie, dat wil zeggen een gebeuren dat mensen geheel uit het veld slaat. Om het in woorden te vatten, gebruiken de schrijvers beelden, zoals het licht, of een adembenemend natuurverschijnsel, en ook de verschijning van een engel.

Beelden, manieren van beschrijving, verder zou ik niet willen gaan. Want wát daar eigenlijk is gebeurd, wát die herders hebben meegemaakt, dat hoort bij de antiek-oosterse verhaaltrant. Hoe anders zouden de eerste christenen hebben moeten uitdragen, dat zij geloofden dat Jezus Christus al vanaf zijn geboorte de Zoon van God is?

En toch: het is iets te snel om je zo af te maken van die eerste woorden: 'Weest niet bevreesd...'

Hier is veel meer aan de hand. Hier is aan de orde de angst die wij mensen koesteren, de vrees die ons ineens bevangt wanneer wij een ontmoeting met de Allerhoogste Heer hebben...

Een ontmoeting met de Heer ... lieve help, wat zullen we ons dáárbij voorstellen...? Ook zoiets spectaculairs als de verschijning van een engel?

Spectaculair hoeft onze ontmoeting met God niet te zijn. De verschijning van de engel waarover u hedenochtend hebt gehoord, die verschijning hóórt bij het Kerstevangelie, het verhaal van de geboorte van Christus. Maar u en ik hebben ook onze eigen levensverhalen. Het is een soort geloofstaak dat wij onze levensverhalen verbinden met het Evangelie-verhaal van Christus. Aan het begin van zijn geboorteverhaal zegt de engel tot de aanwezigen: 'Weest niet bevreesd!' Het is een bemoediging, een geruststelling die voor ons bedoeld is, voor ons wanneer de Allerhoogste ons leven binnenkomt.

Aan het begin van ons levensverhaal staat de Allerhoogste. Ook ons roept Hij toe: 'Weest niet bevreesd...!'

We kunnen terugkijken op het Kerstverhaal als een geschiedenis en die mooi vinden. Een paar dagen later is dat gevoel al weer weg. Maar we kunnen ook ons eigen levensverhaal verbinden met de geboorte van Christus. Als u echt werk maakt van uw geloof, dan weet u wat het is: dat Christus in uw leven is, dat Hij als het ware geboren wordt en groeit in uw bestaan.

Deze gedachtegang heeft oude papieren, zij is te herleiden op woorden van Paulus, zoals waar hij zegt: 'Niet ik leef, maar Christus leeft in mij' en dat 'Christus een gestalte moet krijgen in de gemeenteleden.'

Middeleeuwse mystieken spraken hun overtuiging uit, dat het niet voldoende was dat Christus in Bethlehem was geboren. Die overtuiging is in een rijmpje gegoten dat ongeveer als volgt luidt:

'Al was Christus duizendmaal in Bethlehem geboren,

maar niet één maal in mijn hart, ik ware nóg verloren...'

Het gaat mij er niet om dat u en ik een vroom hartje moeten hebben. Want wat is daarover veel onzinnigs verkocht, vooral in bevindelijke groeperingen bezijden de Kerk. Maar wanneer ik spreek over de Christusgeboorte in ons hart, dan gebruik ik het woord hart in de bijbelse zin als 's mensen krachtencentrum, bron van alle daden en handelingen. 'Heb het lef eens,' aldus een jiddische spreekwijze: hier is lef het woord hart als bron van moed.

Wanneer Christus geboren wordt in ons hart, dan vervult hij dat hart en inspireert het tot een praxis die anders is dan die welke wij zelf zouden hebben uitgekozen. Wij staan dan voortaan anders in deze wereld, wij kijken anders aan tegen mensen en dingen. Wij beoordelen alles om ons heen anders, nee, beter nog gezegd: wij houden op met beoordelen als het vellen van een oordeel. Zo in het leven staan is niet zonder risico...

'Weest niet bevreesd...,' die bemoediging is dan wel op zijn plaats. Want als Christus in uw en mijn hart geboren wordt, dan verandert er veel.

Kijk maar hoe het gegaan is onder de eerste christenen: van hen kunnen wij veel leren, want zij zijn het die het Kerstverhaal hebben samengesteld en doorgegeven.

Zij leefden in een tijd waarin het niet vanzelfsprekend was, christen te zijn. De persoon, de levensstijl en de boodschap van Jezus hadden hen veranderd: zij keken nu dwars door de schone schijn van deze wereldeeuw heen. Daarachter zagen zij alle vormen van machtsmisbruik en gemenigheid, de pretenties en de onwaarachtigheid van de mensen, en het schrijnende leed dat dit aanrichtte onder de allerzwaksten en hulpelozen. Als je dat ziet, en daarmee geleidelijk levensstijl en spraak in overeenstemming gaat brengen, dat kan het moeilijk voor je worden. Dat is één van de oorzaken, waarom de eerste christenen in het Romeinse Rijk vervolgd werden. Zij konden immers allerlei vanzelfsprekendheden niet meer accepteren.

Maar zij konden goddank verder kijken, dieper, daaráchter... óók zagen zij, achter al 's mensen inhoudsloze gedoe, zagen zij een tegenkracht: de liefde van de Allerhoogste, Gods overwinnende naderkomst tot deze wereldeeuw.

Hij is tot zijn volk gekomen als een kind, wilde geboren worden... dit geheimenis is groot...

Hij vraagt ons, mét dit Kerstverhaal ook ons verhaal te verbinden, ons levensverhaal. Het verhaal van ons leven, dat wil zeggen, toen wij écht gingen leven voor Gods aangezicht.

Het kan ons bevreesd maken, dat kan bij tijde en wijle zich herhalen. Het besef dat de Allerhoogste iets heel nieuws inzet, van de grond af aan, want het begint met een geboorte.

De Christusgeboorte vieren is, dat wij worden als een kind. Het wil zeggen, dat wij ons klaar bewust worden dat een leven met God op heel andere wortels groeit dan ons natuurlijke bestaan. Er zullen dan in uw en mijn bestaan momenten komen waarop wij zeggen: nu ben ik het niet meer die dit doet of laat, het is de Christus in mij. Ik ben een oude en een nieuwe mens in enen! De oude mens die ik was en ben, die oude mens gaat voorbij. De nieuwe mens is Christus in mij, hij groeit tot volle wasdom. Hij is eenmaal geboren in deze wereldtijd, maar de kracht van die geboorte is blijvend. De Christusgeboorte heeft een uitwerking die verder gaat dan de enkele persoon die u bent, die ik ben. Een Gemeente komt tot aanzijn, Christus' lichaam, wij die zijn handen en voeten zijn.

Hier komt het Kerstfeest ondergeschikt te staan aan het Paasfeest, en zo hoort het ook. Nieuw leven is Paasleven, uit kracht van de opgestane Heer!

De levende Heer immers heeft zelf als mens geboren willen worden. Zo heeft de Kerk het altijd onderwezen, zij het met behulp van schoolse termen en letterlijk genomen beelden. Maar de Kerk heeft gelovig aangevoeld, dat het mysterie van de Christusgeboorte tot ons komt vanuit het overwicht van het leven dat uit de Allerhoogste is. Daarom dat de Christus volgens het Johannesevangelie zegt, dat hij 'het leven' is. Dit is het nieuwe leven dat sterker is dan de dood. Het kan ons doen huiveren wanneer wij door de Heere-God worden opgeroepen om deel te hebben aan dat leven, maar, dan klinkt ook voor ons de bemoediging door de engel gesproken: 'Weest niet bevreesd, ik verkondig u grote blijdschap! Christus is geboren, hij is de beloofde mens op wie ik gelijken zal!'

Zingen wij over de lofprijzende engelen, gezang 135