LICHT IS LEVEN

 

preek gehouden op 25 december in de ELG Dordrecht




De verkondiging op het Hoogfeest van Kerstmis 2002

 

Lukas 2: (30) 32

 

De heerlijkheid van de Heer omstraalde hen ...

Het licht is voor het Kerstfeest onmisbaar. Het licht als bron van alle leven, van blijdschap en hoop, het is onmisbaar.

Wat wij in het overbekende Kerstevangelie naar Lukas nu in het bijzonder ter harte nemen, is de uitdrukking: de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Wat is dat, de heerlijkheid van de Heer?

 

Als beeld, als voorstelling is de heerlijkheid van de Heer een verblindende glans, een schijnsel zo sterk dat mensen volgens sommige verhalen als doden op de grond vallen.

Het licht, goed en onmisbaar voor het leven, het licht kan in een maximale dosis fataal voor ons worden. Deze notie hoort óók bij de godsvoorstelling van de antieke oosterling.

Gelukkig hoeft het daarbij niet te blijven. Zelfs binnen die antieke godsvoorstelling is de voortgang van het kerstverhaal al verrassend en grensdoorbrekend.

Eerst waren mensen al te vaak bangelijk en angstig op het terrein van de godsdienst. Maar wat een voortgang, hoe grensdoorbrekend, toen de geboorte van een kind verkondigd werd...! Wie zal bevreesd zijn, wanneer God tot de mensen komt als een kind?

De Allerhoogste, die in een oud hervormd kerklied wordt bezongen met 'God, enkel Licht...,' de Allerhoogste komt tot zijn volk in het pasgeboren kind Jezus.

In de Geloofsbelijdenis van Nicaea wordt van Christus gezegd: 'Licht uit Licht.' De geboren Christus is van hetzelfde wezen als zijn Vader, belijdt het Credo; daarom is óók Hij: Licht.


Licht is zo belangrijk voor ons, dat het een heel geschikt beeld voor de geboren Christus is. Het licht is immers een levens-voorwaarde! Als Kerk aanvaarden wij, dat de Christus het levende hart van onze gelovige persoonlijkheid is. Zonder hem geen levend geloof!

Zo kunnen wij hem ook ons levenslicht noemen. Het is daarom, dat in de kersttijd de Kerk zoveel werk maakt van het licht.

De adventskaarsen vertellen zonder woorden van het licht dat van Godswege komt, dat steeds sterker en warmer binnendringt in onze duisternis. En dan gaan de kerstkaarsen branden.

Tot mijn verrassing las ik de afgelopen week, dat Luther zelf met Kerstmis kaarsjes plaatste in een boom: een altijd groene boom! De spar. De den. De Kerstboom! Mensen hangen daar van alles in, maar het meest wezenlijk voor de kerstboom zijn de kaarsen. Veel kaarsjes, liefst! Het Licht der wereld heeft heel veel lichtjes nodig om zijn komst te vieren.


Een paar duizend jaar geleden al beoefenden de Kelten en de Germanen lichtrituelen die hen steunden bij de beleving van deze heel korte dagen.

Zeg niet dat dit verouderd bijgeloof is. Wat voelt en ervaart u, speciaal in deze paar weken rond de kortste dag?

Nogal wat mensen moeten psychisch alles op alles zetten om die paar donkere weken door te komen.

Wie er geen last van heeft, ervaart toch de typische sfeer die er hangt over het landschap, in de stad.

De feestverlichting doet je wat, die beïnvloedt je stemming. Het laat het donker het donker, en toch haalt de verlichting de angel uit dat donker. Het maakt het gemoedelijk, weemoedig, soms bijna huiselijk.

Dan komt de kortste dag en daarna gaat de lichtsterkte, als in een gevecht, het weer winnen van het duister.


Lange tijd heb ik gemopperd op die vermaledijde kerstromantiek. Maar nu, het zal wel horen bij het ouder worden, nu denk ik er anders over. Het schijnsel van kaarsen en verlichting in deze tijd hebben een aansluiting op diepe gevoelens, op menselijke beleving.

Ik vind nu dat de eerste zendelingen onder de Germanen, de Friezen en de Kelten er goed aan hebben gedaan, de geboorte van Christus te laten vieren juist in deze tijd. Zij hebben de gevoelens van die volkeren goed gepeild.


Het Johannes-evangelie noemt de Christus: het waarachtige Licht dat ieder mens verlicht, dat komende in de wereld was. Hoor, hoe universeel het is; het komt voor alle wereldvolkeren.

Om deze boodschap zichtbaar en zelfs ruikbaar te onderstrepen, gebruikt de Kerk kaarsen in de Liturgie.

Van huis uit zijn kaarsen gewone gebruiksvoorwerpen, bedoeld om licht te geven…

Maar in het huis van God hebben de kaarsen een meerwaarde. Ze geven behalve licht ook warmte.

Kaarslicht is voor ons moderne mensen nu eenmaal ‘warmer’ dan elektrisch licht uit de tl-buis. Zoals het houtvuur in de open haard ‘warmer’ is dan de hitte van de gasgestookte radiator. Dit licht en deze warmte scheppen een eigen sfeer. Het is intiemer, het maakt vertrouwelijker.


Als God zijn scheppend werk begint, is er chaos, duisternis, watervloed. Het allereerste woord is de roep om licht. Dit licht is de oerbron van het leven. Zonder licht zal er niets groeien, we hoorden dat veertien dagen geleden. Licht is het eerste op de lange rij van de voedselketen. Dit licht is er niet zomaar. Dit licht beleven wij gelovig als 'geschonken licht'. Het is geschapen licht. Geroepen uit het niets, gegeven tot veiligheid en betrouwbaarheid.

In de eredienst staan er kaarsen, meestal op de Avondmaalstafel. Zij beelden het aan ons geschonken licht uit. In dit licht mag alles wat ons bezig houdt aan het licht komen. Wat het daglicht niet verdragen kan heeft in de kerk geen plaats en dus zeker niet in het dagelijks bestaan. In de warmte, de intimiteit van dit licht mogen wij ons geborgen weten.


Het is Kerstfeest vandaag! De apostel Johannes zegt in zijn eerste brief: ‘Dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.’

Vandaag, op Kerstdag, verkondigt het Kerst-Evangelie ons een Licht van heel bijzondere kwaliteit: een Licht dat omschijnt, omstraalt!


De Christus is geboren, er is in die unieke nacht geen schaduw geweest toen de heerlijkheid van de Heer hen omstraalde.

Christus verlicht zo ieder mens! Een Licht der volkeren, de Christus Jezus verzoener tussen het Bondsvolk van God, Israël, en de wereldvolkeren.

Paulus zegt tot zijn gemeenteleden in Efeze: 'Gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heer.'

Dit kan enkel waar zijn omdat de Christus Jezus is geboren; omdat in die heilige Kerstnacht het Licht Gods, Góds heerlijkheid, de eerste evangelisten omscheen. De eerste evangelisten? Jazeker, want dát waren de herders op het veld!

De herders hebben zich onmiddellijk gedrágen als kinderen van het Licht. Dat wil niet zeggen dat zij voorbeeldig, netjes gingen leven. Zij gingen iets doen. Zij gingen verkondigen!


Voorop gaat de Evangelie-verkondiging van de engelen. Gedurende die verkondiging omstraalde het schaduwloze Licht de herders. Daarna zijn het de herders die Verkondigers van de geboren Christus worden.

Voor ons is dit nog steeds belangrijk. De prediking van dit omstralende Licht zegt u en mij aan, hoe de Gemeente van Christus begonnen is.

Zij is begonnen met: verkóndigen! Gods grote daden van heil verkóndigen. Christus verlicht zo ieder mens! Een Licht der volkeren, de Christus Jezus verzoener tussen het Bondsvolk van God, Israël, en de wereldvolkeren.


Dáár gaat het om: om de Christus Jezus die een Licht der volkeren is, en om ons, die wórden verlicht door Hem, zodat ook wij een lichtend licht kunnen zijn, om Hem, de geboren Christus, te verkondigen!

Van het Licht zingen wij nu Gezang 150