MENSWORDING - VLEESWORDING

 

De verkondiging op het Hoogfeest van Kerstmis

Joh.1:1 en 1:14

preek in de Evang.-Lutherse Gemeente Dordrecht op 25 dec 2004


Het Woord is vlees geworden,' aldus de evangelist Johannes in het eerste hoofdstuk van zijn evangelie.
De evangelist Lukas vertelt een geboorteverhaal, dat wordt vaak in de Liturgie van Kerstnacht gelezen. De Evangelist Johannes begint totaal anders. Eerst :
‘In den beginne was het Woord, en het was bij God en het was God.' En dan: ‘Het Woord is vlees geworden.'
Ze zijn allebei door de oudchristelijke Kerk aanvaard als gezaghebbend: Lukas' geboorteverhaal van het kind Jezus, én het hoogtheologische eerste hoofdstuk van het Johannes-evangelie.
Het zou zo mooi zijn als we waarde van beide schriftgedeelten bij elkaar konden brengen. Ze zijn niet hetzelfde, maar ze verkondigen wel Dezelfde: de geboren Christus. Deze verkondiging was voor die dagen heel bijzonder en nu nóg.

Vertalers moeten dan ook goed weten wat ze doen wanneer ze de Kerstboodschap van Johannes onder handen nemen. De Nieuwe Bijbel-Vertaling luidt op deze plaats: ‘Het Woord is mens geworden...'
Niet fout..., maar toch verdwijnt zo een onmisbaar deel van het Kerst-evangelie.
Menswording hoort er wel bij. Een unieke term...
Wie heeft er ooit gehoord van een god die mens wordt? Dat was in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling ongekend. Oneerbiedig was dat, te denken dat een geestelijk wezen zich zou laten opsluiten in vergankelijk vlees en bloed. Och ja, godheden kwamen wel op bezoek bij de mensen, zo was de gedachte. Zij verborgen zichzelf dan in menselijke gestalte, voor korte tijd.
Later waren er filosofen, mensen die zochten naar diepe kennis; voor hen onaanvaardbaar en zelfs afschuwelijk platvloers – : het goddelijke dat in het menselijke vlees kwam... Nee, geen sprake van dat een god een mensenleven gedurende 20, 30 jaar op zich nam.
Toch is dit het geloof van de eerste christenen, en dit geloof vertolkt de Liturgie van het Hoogfeest van kerstmis:
  
het geloof dat de Heere-God van Israël menselijk vlees en bloed op zich heeft genomen. De evangelist Lukas schrijft daarom een geboorteverhaal. Met dat verhaal onderstreept hij, hoe klein en arm en kwetsbaar de Allerhoogste, de Eeuwige God zichzelf gemaakt heeft. Ook, hoe buitengewoon de Heere-God ons vlees en bloed serieus neemt.

Het oorspronkelijke christelijke geloof laat het aardse en het lichamelijke helemaal meedoen.
Maar niet op neutrale manier. Dat wil zeggen, het laat zich niet beschrijven zonder betrokkenheid. We mogen niet zeggen dat God vanuit zijn eigen soort overgaat naar onze soort, het mensdom zogezegd...
Hoe dan? Is Gods menswording een compliment aan ons, mensen? Vergis u niet als u dat raar vindt, want dit kunt u tussen de regels door opmerken, in populaire boekjes en meditaties. God hoort helemaal bij ons, mensen, en Hij is helemaal gek op ons. En daarom je kunt Hem eigenlijk alleen maar als mens kennen.
Zo kan het niet, dit optimistische gepraat over mens-zijn, dat is even onaanvaardbaar als een algemeen idee over het mens-zijn.
Moet dan het negatieve over blijven? Ja, dat is de realiteit, en dat laten de heilige Schriften overduidelijk merken. Het volk van God is vlees en blijft vlees. In dat woord klinken mee de noties van zonde, afvalligheid, schuld, nalatigheid. Let op, dit zijn geen algemene waarheden, maar van Godswege uitgesproken kwalificaties. Ze mogen klinken op het Kerstfeest, want ze zijn ondergeschikt aan dé boodschap: ‘Het Woord is vlees geworden.' Het positieve van deze boodschap sluit die negatieve kwalificaties in, want ook op het Kerstfeest worden vergeving en verzoening verkondigd.
Hier wordt verkondigd dat onze Heere-God het menselijk leven zélf op zich genomen heeft. Hij heeft het menselijke vlees en bloed tot zijn eigen bestaan gemaakt.
De eerste volgelingen van Jezus Christus hebben later terug geredeneerd en zij hebben door middel van Lukas' geboorteverhaal willen zeggen: de allerhoogste God wilde mens worden vanaf het prilste begin. De geboorte onder armoedige en politiek onzekere omstandigheden hoort daar bij. Zo wilde onze God mens worden.
Het is gelijk aan de Johanneswoorden: ‘Het Woord is vlees geworden.' En aan de plechtige aanhef:
‘In den beginne was het Woord.'
Met deze wat statige aanhef doet de evangelist Johannes niets anders dan Jezus Christus dicht bij de gewone, aardse werkelijkheid houden. ‘In den beginne', daar hoor je de eerste zin van het eerste bijbelboek Genesis: in den beginne schiep God de hemel en de aarde.
Daar gaat het over de zichtbare werkelijkheid. Daarmee hebben wij toch allen mee te maken; het kan niet goed zijn als Kerstfeest vieren buiten het leven staat, want dan is het een vlucht in de romantiek of sentimentaliteit.
Het is alsof het geboorteverhaal door Lukas geschreven, voor Johannes niet voldoende is. Nog sterker wil hij spreken, nog krachtiger benadrukken, dat ons vlees en bloed door de Heere-God is gedeeld, door Hemzelf aangenomen is.

Het Woord is vlees geworden. Jezus is mens onder nood en schuld en zonde geworden.
Hij ligt niet in de kribbe als een toonbeeld van menselijkheid, maar Hij ligt daar als een metgezel van allen, wier menselijkheid problematisch is geworden.
Kent u mensen wier menselijkheid problematisch is geworden? Treft u uzelf ook onder hen aan? Belast en vermoeid? Met alles wat er in de loop van ons leven van alle kanten bij gekomen is?
Mensen in eenzaamheid, verdriet, met gemis, opstandigheid, depressie en schaamte. Wat dat inhoudt, kan ieder voor zichzelf bedenken. Zo beleven wij ook deze wereld van ons. Problematisch. Maar de nood van de wereld, de nood en de schuld van de mens is de toegangspoort waardoor Hij bij ons binnenkomt.
Het Woord is vlees geworden. Dat het vlees het Woord kan ontvangen, dat is het wonder. Dat is niet vanzelfsprekend. Woord en vlees sluiten niet zomaar op elkaar aan.
De eerste christenen hebben dit ervaren als een reuze bemoediging. Zij hebben eerst het verhaal geschreven van de Christusgeboorte in Bethlehem, om door dit verhaal te verkondigen hoe grote tróóst Gods menswording is.
In dit verhaal spelen het landvolk, de herders, de ambachtslieden en de vissers van Galilea de rol van alle mensen die belast en beladen zijn, ten dode toe vermoeid en geknakt in hun lichamelijk bestaan.
Laat vandaag dit de boodschap zijn: God is ook in uw leven, juist wanneer dit onzeker en wankel is; Hij is ook betrokken bij uw geschapen-zijn, uw lichaam, juist wanneer het zwak en kwetsbaar is; Hij raakt uw ziel en geest, juist wanneer dat een verwarde kluwen gevoelens is.
Dit alles is waarachtig, omdat de Heere-God verschenen is in vlees en bloed en al wat een mens ervaart en lijdt, zelf doorgemaakt heeft. Hij was in Jezus Christus mét de mensen.
De Kerk mag dit geheimenis vieren, in haar lied, in haar Avondmaalsviering.
We zingen nu op één van Luthers melodieën, het kerstlied Gezang 147.

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE