HET LICHT DAT OMSTRAALT

 

De verkondiging op het Hoogfeest van Christus'geboorte

Tekst: Lucas 2 : 9 En opeens stond een engel van de Heer bij hen, - en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen, en zij vreesden met grote vreze.

preek in de Evang.-Lutherse Gemeente Dordrecht op 25 dec 2005


Waar wij in deze overbekende tekst in het bijzonder naar zullen luisteren, is de uitdrukking: de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Wat is dat, de heerlijkheid van de Heer?
Denk dan eerst aan Schrift-teksten die U ook in de afgelopen Advent-tijd hebt kunnen horen. Zo bijvoorbeeld de Jesaja-tekst: Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op. Uw Licht, zo begint deze Jesaja-tekst. Maar dat is niet uw eigen licht, en daarom noteren sommige vertalingen dit woord met een hoofdletter.
Het Licht staat gelijkwaardig aan Gods heerlijkheid in deze tekst. Hetzelfde is aan de hand in het Kerst-Evangelie vandaag: de heerlijkheid van de Heer omstraalde de herders.
Dit is licht zonder schaduw; het straalt zo intens, dat het helemaal om de herders heen straalt.
We kunnen zelfs zover gaan, te zeggen dat licht en heerlijkheid ? God zelf is. ‘De Heer zal u wezen tot een eeuwig Licht,’ zegt Jesaja.
Ook in het Nieuwe Testament: het duidelijkst en mooist zegt Johannes het in zijn eerste brief: ‘En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en helemaal geen duisternis in Hem is.’ Helemaal geen duisternis, dus geen schaduw, want schaduw is een vorm van duisternis... .

Er is nu even geen duisternis mogelijk, nu de Christus Jezus ter wereld is gekomen. Het Licht der wereld is geboren!
In de Geloofsbelijdenis van Nicaea wordt van Christus gezegd: ‘Licht uit Licht.’ De geboren Christus is van hetzelfde wezen als zijn Vader, belijdt het Credo; daarom is óók Hij: Licht.

Licht is zo belangrijk voor ons, dat het een heel geschikt beeld voor de geboren Christus is. Het licht is immers een levens-voorwaarde! Kunt u een vorm van leven noemen dat onafhankelijk van licht kan bestaan? Het schijnt dat in de diepzee, 8.000 kilomet diep, leven zonder enig licht zich handhaaft. Toch is dit leven ooit tot stand gekomen. Alle natuurlijk leven is te danken aan de kracht van het zonlicht. Het zonlicht, waarin geen duisternis is! Het doet denken aan wat de apostel Johannes zegt in zijn eerste brief: ‘Dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.’

Licht van dat kaliber omstraalde de herders! Geen wonder dat ze bang werden. We hebben gehoord dat de herders vreesden met grote vreze... . Begrijpelijk ? in heel de Joodse Bijbel (ons Oude Testament) is sprake van vrees wanneer de Heere-God zich openbaart. Verder in het Nieuwe Testament: wat schrok de aanstaande apostel Paulus, toen hij, op weg naar Damascus, een openbaring van de Heer kreeg. Later zegt hij, dat hij zag, in het midden van de dag, op den weg een licht, boven den glans der zon, van de hemel mij en degenen, die met mij reisden, omschijnende.
Anderen in de Bijbel-verhalen hebben ook een openbaring van de Heer gehad, bijvoorbeeld door zijn engel, en waren ook bevreesd. Nu, in het Kerst-Evangelie, zegt de engel nadrukkelijk: ‘Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap!’
Tegenover elkaar staan de blijdschap en de vrees, net zoals tegenover elkaar staan: het Licht en de duisternis.

Nu de geboren Christus op aarde is, mag er geen vrees zijn, net zoals er ook géén duisternis mag zijn!
Zo horen bij elkaar: licht en blijdschap.
Licht is leven hoorden we al... en ook vreugde; zoals het psalmwoord luidt: ‘Het licht is voor de rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart.’ Er zijn veel mensen die dat lijfelijk ervaren, die opgewekt zijn wanneer het zonlicht alles in een gloed zet. Het heeft ook te maken met wie u zelf bent; is uw geweten rein en hebt u goede moed, dan is het licht om u heen inderdaad verheugend, zoals de psalmtekst zoëven luidt luidt: ‘Het licht is voor de rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart.’ Vandaag, op Kerstdag, verkondigt het Kerst-Evangelie ons een Licht van heel bijzondere kwaliteit: een Licht dat omschijnt, omstraalt! Daarom ook mag, ja moet er vreugde zijn.

De Christus is geboren, er is in die unieke nacht geen duisternis!
Psalm 18 zingt: ‘Want Gij doet mijn lamp lichten; de Heer, mijn God, doet mijn duisternis opklaren.’
Gods licht verlicht, wijst ons de richting, wijst ons op Hem.
De apostel Paulus zegt: ‘Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.’
Licht en heerlijkheid tesamen in één tekst. Dat is de vervulling in de Christus Jezus. Johannes de Doper heeft dat gezegd toen hij de mensen wees op Christus. ‘Er trad een mens op, zegt het Johannes-Evangelie, een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden.
Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht.
Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld.’
Dit licht verlicht ieder mens! Wat rúim is dat; niemand kan zeggen dat hij of zij met Christus niets te maken heeft. Hiermee in overeenstemming zijn de beloften uit voornamelijk de profeet Jesaja, dat de Christus Jezus verzoener zijn zal tussen het Bondsvolk van God, Israël, en de wereldvolkeren. Christus verlicht ieder mens! Zo heeft de Heere-God bij monde van Jesaja het beloofd. Eens sprak Hij tot de Knecht des Heeren: ‘Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.’ Dit is ook van kracht voor u en mij, die Gods Kerk mogen zijn.
De apostel Paulus slaat zijn gemeenteleden hoog aan; hij zegt in de Efeze-brief: Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in de Heer; wandelt als kinderen des lichts.’ En in de eerste Thessalonicenzen-brief:
‘Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.‘ Daar hoort u het opnieuw: géén duisternis, maar alleen licht! Dit kan enkel waar zijn omdat de Christus Jezus is geboren; omdat in die heilige Kerstnacht het Licht Gods, Góds heerlijkheid, de eerste evangelisten omscheen. De eerste evangelisten? Jazeker, want dát waren de herders op het veld!
De herders hebben zich onmiddellijk gedrágen als kinderen van het Licht. Dat wil niet zeggen dat zij voorbeeldig, netjes gingen leven. Zij gingen iets doen. Zij gingen verkondigen!

Voorop gaat de Evangelie-verkondiging van de engelen. Gedurende die verkondiging omstraalde het schaduwloze Licht de herders. Dat Licht is opzichzelf ook al een Verkondiging: het maakt als het ware van de herders 'kinderen des Lichts'! Daarna zijn het de herders die Verkondigers van de geboren Christus worden.
Voor ons is dit nog steeds belangrijk. De prediking van dit omstralende Licht zegt u en mij aan, wie wij mogen zijn. Het is God zelf die ons heeft geroepen tot zijn licht. Deze aanhaling komt uit de eerste Petrus-brief, en ook daar worden wij als gemeente hoog aangeslagen; hoort u maar:
‘Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.
Nadat u hebt vernomen wie u zijn mag, krijgt u te horen wat het belangrijkste is om te doen: verkóndigen! Gods grote daden van heil verkóndigen. We kunnen wel van alles willen doen, maar dit staat voorop. Juist binnen de grote pkn houden wij vast aan iets wezenlijks voor de Evangelisch Lutherse Kerk: het Openbare Ambt van Verkondiging dat wij allen dragen.

De Verkondiging is als een licht, en dat licht is Christus. Dáár gaat het om: om de Christus Jezus die een Licht der volkeren is, en om ons, die wórden verlicht door Hem, zodat ook wij een lichtend licht kunnen zijn, om Hem, de geboren Christus, te verkondigen! Hem heten wij welkom in ons lied: gezang 148

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE