DE EERSTE MENS, DE TWEEDE MENS

 

De verkondiging op het Hoogfeest van Pasen 2005

Tekst:  1 Kor 15 : 47

preek in de Evang.-Lutherse Gemeente Dordrecht op 27 maart 2005


De eerste mens is uit de aarde, aards,
de tweede mens is uit de hemel.

Bedenk altijd bij het horen van deze woorden: ze zijn ouder dan de Evangeliën, ouder dan de Paasverkondiging van de Evangeliën. Dat weerhoudt ons er hopelijk van, ze af te doen met: ach die Paulus, die is zo moeilijk. Ik stel u voor, deze teksten te gebruiken als leesregels bij de opstandingsprediking.

De apostel Paulus wil in deze tekst alle mensen bij elkaar nemen, als het ware in een totaal-overzicht. Hij doet dat in het 15de hoofdstuk van de eerste Korinthe-brief door het gebruik van de titel adam. Blijft u bij deze titel adam niet staan bij het scheppingsverhaal. De apostel Paulus gebruikt het als een soort samenvatting.
De mens in het meervoud, de mensen, neemt hij samen in het persoonsbegrip ‘adam.' Adam is mens. De eerste adam, de laatste adam. In de kanseltekst hedenochtend: de eerste mens, de tweede mens.
Beide nemen ze alle mensen bij elkaar. Eerst ons mensen in ons bestaan, gebonden aan het wereldse rumoer en streven dat van deze wereld is. Dan de tweede mens, dat zijn wij allen in een totaal ander verband. Beter gezegd, samen met de verrezen Christus.

De Christus is niet opgestaan voor zichzelf. Hij leeft ten behoeve van ons. Ook in zijn opstanding blijft, wat hij ooit gezegd heeft: de mensenzoon is gekomen om te dienen, niet om te heersen. Zijn koningschap is ten behoeve van zijn volk en zijn Kerk. Hij wordt niet gepredikt als een privé-persoon – dan zou het ook geen verkondiging zijn. Het gaat niet om een individu, een enkeling met de beste eigenschappen. Wat telt, is: deze mens is afkomstig van God, hij is door God gegeven en aangesteld, als was hij een ambtsdrager. Daarom krijgt hij de titel: laatste adam, of tweede mens. Beide komen op hetzelfde neer. Het is een tweede, een nieuwe start van de mensheid, nadat de eerste adam zich door het kwade en tot het kwade heeft laten verleiden.

Ik zei zo-even: de Christus wordt ons niet als een individu, dat wil zeggen als een afzonderlijke persoonlijkheid gepredikt. Ach, het is natuurlijk aantrekkelijk om hem uit te beelden met aangename karaktertrekken –  hij zou dan zijn geweest: prettig in de omgang, vriendelijk, uitnodigend open, een lieve Jezus zelfs. Maar dan heeft elk volk en elke periode in de cultuurgeschiedenis zijn eigen Jezus. Een eigen-ontworpen Jezus kan nooit de Christus der Schriften zijn, de Christus die door de Kerk gepredikt wordt. De opgestane Heer kan ons niet dienen als hij gelijkgeschakeld wordt aan ons ideaalbeeld van een verlosser.
Hier is het moment dat uw aandacht even moet uitgaan naar de ikoon ‘Anastasis.' *) Daarop ziet u een Christusfiguur die in alle opzichten verschilt van wat wij zouden bedenken. Een onpersoonlijke – of beter gezegd: een bovenpersoonlijke afbeelding. Alle nadruk ligt op zijn overwinnende arbeid. Niet hoe hij persoonlijk in elkaar zit of hij zich voelt, nee dat doet niet mee. Waar het om gaat is, dat hij overwinnaar is, en dat voor ons. Hij is een godsgeschenk, zijn oorsprong is niet hier.
Hoor dan hoe Paulus over hem getuigt, hem verkondigt: de tweede mens is uit de hemel. Daar kunnen wij het mee doen, en gelukkig maar. Het is reden tot ware paasvreugde: de verkondiging dat bron en herkomst van onze opgestane Heer niet is de aarde, maar de hemel.
Dus niet gewoon menselijk? Toch wel! Hij blijft een mens zoals wij allemaal, maar hij is niet te doorgronden vanuit onze aardse ideeën.
Aardse ideeën – ja dat is niet positief, en dat is wat wordt bedoeld met: de eerste mens is uit de aarde, aards. Sommige vertalingen zeggen: ‘Stoffelijk,' maar dat is me te filosofisch. Daarin klinkt te veel door de oude, overbekende filosofische tegenstelling tussen het materiële en het geestelijke. Laten wij bij ‘aards' denken aan de waarschuwing van Paulus, even verder in het hoofdstuk. ‘Vlees en bloed kunnen het Rijk Gods niet beërven.'

anastasis-ikoon
(foto: dhr B.W.M. Odijk)
klik op de foto om te vergroten, klik opnieuw op de foto om terug te keren


In geen geval wil Paulus zeggen dat de aarde, ons vlees en bloed en ons lichaam minderwaardig zijn , ten opzichte van het geestelijke. Opstanding is opstanding van het lichaam. Maar met vlees en bloed duidt Paulus de negatieve kant van onze lichamelijkheid aan. Hij denkt vast aan de profetische waarschuwing: ‘Vervloekt de mens, die vlees tot zijn arm stelt...!'
Een dreigende tekst, over mensen die hun vertrouwen stellen op het vlees, dat wil zeggen, op feilbare mensenkracht. Wij hebben onze moraal en fatsoen, onze godsdienstige ervaringen en gevoelens, onze verrukking over de natuur, onze idealen van beschaving en ontwikkeling. Maken wij van dat alles onze God...? Dat is heel geraffineerd, want dat is een God van vlees.
Wordt die zelfgemaakte God onze bestaansgrond?

Vandaag op het Hoogfeest van Pasen horen wij, dat het vlees niet nut, het vlees en bloed Gods Koningsregering niet deelachtig kunnen zijn.
Een geestelijke lichaam wordt opgewekt, een tweede mens staat op. Niet uit de aarde aards, maar uit de hemel. Hier is een andere bestaansgrond, hier is een hoeksteen die de aardse tempelbouwlieden niet hebben goedgekeurd.
Het is een paasevangelie voor allen die geen troost meer putten uit wat vlees en bloed te bieden hebben. Omdat zij teleurgesteld zijn in een ‘mooie toekomst' en in de idealen die hun voorgehouden zijn en waarmee zij vol goede moed aan de slag zijn gegaan.
Zoveel mensen weten ook geen goed raad met een lichaam dat hen in de steek laat, door gezwellen, door kwalen die met hoge ouderdom samenhangen.
In het nieuws is Terri Schiavo, 15 jaar al in coma.
Een honderd jaar geleden zou het ondenkbaar zijn geweest, gezien de medische kennis, om deze vrouw zo lang
in leven te houden. Vlees en bloed, jawel, respect verdient het. Maar het zal door al die drukte, de media-aandacht, de wetgeving, emotionele ouders én echtgenoot – door dat alles zal dit vlees en bloed het Rijk Gods niet beërven.
Paulus zegt: ‘Het natuurlijk lichaam is eerst, en daarna het geestelijke lichaam.' Dat is de volgorde: natuurlijk lichaam, geestelijk lichaam, en daartussen staat de opgestane Heere Christus.

Bij de Christus moeten wij niet zijn voor onsterfelijke zielen of zoiets. Het gaat om ons lichaam in het hier en nu, ons lichaam dat een geestelijk lichaam mag worden. Het wordt ons beloofd door onze voorloper, Christus, die voor ons uitgegaan is, het graf in, maar in het graf de dood heeft verslagen.
Leven en sterven, beide horen bij ons als mensen uit de aarde, aards. Maar Jezus in het Johannes-evangelie zegt: ‘Wie in mij gelooft, zal de dood niet zien, al was hij ook gestorven.' Het is maximale taal die hier wordt gebruikt, sterker kan je het niet zeggen.
Het lichaam dat wij zijn, dat wordt door de Heere-God in volle ere hersteld. Verheerlijkt, heet dat ook wel. De schande, de bezoedeling, het misbruik, de aftakeling, alles zal worden weggedaan. Dat is opstanding, zo zal het zijn op de nieuwe aarde, onder de nieuwe hemel, zingen wij gezang 283

*)  Deze ikoon is aanwezig in de Trinitatiskapel. Op deze site is een beschrijving aanwezig van de ikonen in de kapel.

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE