VRAGEN AANGAANDE DE PKN EN DE KERKORDE

vragen beantwoord in 'Woord & Dienst' vanaf februari 2004

LOGO PKN

Vragen over:

Een kritische reactie
over de verhouding plaatselijk - landelijk

Doop en huwelijk
Hervormde geboorteleden
Zelfstandigheid plaatselijke Gemeenten
Aparte lutherse synode
Avondmaal en Rooms-katholieke Kerk
Plaatselijke identiteit

Vraag 6
Dooppraktijk nu: bij hervormden hoeft geen van beiden belijdend lid te zijn, het is wel aanbevelenswaardig. Bij gereformeerden moet er een van de ouders belijdend lid zijn. Bij lutheranen weet ik niet hoe dat geregeld is. Wat wordt nu de nieuwe praktijk? Het huwelijk staat in onze kerken hoog aangeschreven, moet men gehuwd zijn om een kind te laten dopen? Zijn andere samenlevingsvormen ook gerechtigd, zoals samenwonenden met levensverbintenissen. Van homo- en lesbische paren is bekend dat er in sommige kerken geadopteerde kinderen worden gedoopt. (de heer Koppejan uit Zoutelande)

De doop is geregeld in ordinantie 6, De Heilige Doop. Daarin is geregeld dat de kerkenraad bepaalt of doopvragen door doopleden beantwoord mogen worden. In de ene PKN-gemeente zal dat toegestaan zijn, in de andere gemeente zullen alleen belijdende leden de vragen mogen beantwoorden. Maar in die ene gemeente is het niet de ene keer zus en de andere keer zo. Het is het een of het ander. Als de kerkenraad zijn beleid op dit punt wijzigt, moet de gemeente 'gekend en gehoord' worden. Nee, men hoeft niet getrouwd te zijn om een kind te laten dopen. Ordinantie noch toelichting op de kerkorde spreken over de burgerlijke staat. Het gaat om het kind dat gedoopt wordt, niet om de burgerlijke staat van de ouders. De ordinantie over de doop werpt in die zin dan ook geen belemmeringen op. Wel kunnen er in een gemeente andere bezwaren zijn tegen ongehuwd samenwonen van twee mensen of gehuwd zijn van twee homoseksuele mannen of lesbische vrouwen, en de kinderen die uit die verbintenissen voortkomen. Over adoptie: gemeenteleden die het gezag hebben over andere dan hun eigen kinderen, dan wel die kinderen geadopteerd hebben, kunnen voor deze kinderen de doop aanvragen, meldt de toelichting op de kerkorde. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt op burgerlijke status en/of seksuele voorkeur.

Vraag 7
Wat gebeurt er met de hervormde geboorteleden?

Ordinantie 2, artikel 8, behandelt 'het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente'. De nieuwe kerkorde kent het begrip hervormde geboorteleden niet. Dat was ook een typisch hervormd begrip. Gereformeerden kenden alleen doop- en belijdende leden. Wel staan bij gereformeerde kerken kinderen vaak op de kaart van de ouders, al zijn ze niet gedoopt. Zij hebben daar echter geen officiële status. In overgangsbepaling 56 is geregeld dat de hervormde geboorteleden 'geacht worden te zijn opgenomen' in bovengenoemd register. Anders gezegd: die gaan automatisch over, maar heten voortaan 'niet-gedoopt kind van gemeentelid' in plaats van 'geboortelid'. Bij gereformeerde kinderen die op de kaart van de ouders staan, lijkt inschrijven in datzelfde register voor de hand te liggen. Dat is echter niet geregeld in een overgangsbepaling. Nogmaals: omdat de gereformeerde kerk officieel geen geboorteleden kent en je kunt niet iets regelen voor iets dat officieel niet bestaat. In de nieuwe kerk worden alle nieuwgeboren kinderen van kerkleden ook in dat nieuwe register ingeschreven. De kerkenraad moet binnen vier weken aan de betrokken ouders of wettelijke vertegenwoordigers van het kind laten weten dat hun kind is ingeschreven. Deze kunnen daar dan bezwaar tegen maken, als zij dat willen. Als ouders die lid van de kerk zijn niet laten weten dat er een kind geboren is, wordt het voor de kerkenraad moeilijk het kind in te schrijven. Al was het alleen maar omdat de officiële naam niet bekend is. Wanneer, jongen of meisje, heet het kind Kevin of Albertus Johannes Bastiaan?

Vraag 8
Hoe staat het met zelfstandigheid van plaatselijke gemeenten?

Over dit punt is veel verwarring. Vooral uit strategische overwegingen wordt door sommige bezwaarden graag het beeld opgeroepen van een allesbepalend landelijk orgaan, zonder welk een gemeente nog niet eens de toiletpot mag vervangen. De werkelijkheid is anders. Veel hangt echter af van wat je gewend was, hoe strikt de regels gehanteerd gaan worden en of je betrokkenheid van bovenaf ervaart als behulpzaam of bedreigend. De toelichting op de kerkorde stelt: 'Kerk en gemeente bestaan niet zonder elkaar. Er is geen onderscheid in "hoger" of "lager". De kerk is geen overkoepelend orgaan en de gemeenten zijn geen onderafdeling van de kerk. Beide zijn volledige gestalten van kerk-zijn en hebben een eigen verantwoordelijkheid'. Tot zover de theorie. In de praktijk is de classis op allerlei manieren betrokken bij het plaatselijke werk. Zo mag een kerkenraad alleen overgaan tot beroepingswerk, als de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen terzake te voldoen. Het regionale college voor de behandeling van beheerszaken moet daarover een verklaring afgeven. Ook moet het breed moderamen van de classicale vergadering, van de classis waartoe de gemeente behoort, voordat de bevestiging kan plaatsvinden 'approbatie' (goedkeuring) verlenen. Dat kan gebeuren als alles is verlopen volgens de regels van de kerkorde. Dat regionale college voor de behandeling van beheerszaken krijgt ook de begroting, het bijbehorende beleidsplan en de jaarrekening toegestuurd. Daar zijn termijnen voor vastgesteld. Voor 15 december moeten begroting en beleidsplan binnen zijn, voor 15 juni moet de jaarrekening van het voorafgaande jaar binnen zijn. Het college bekijkt die stukken en kan overleg nodig vinden over wijziging of aanvulling van een begroting. Als een kerkenraad de stukken niet instuurt of weigert te overleggen, kan het classicale college bepalen dat de kerkenraad alleen met haar toestemming financiële acties kan ondernemen (zoals het kopen of verkopen van een pand, het bouwen, verbouwen, uitbreiden van een gebouw, enzovoort). De regelingen willen de gezamenlijke verantwoordelijkheid van plaatselijke gemeente en hogere vergaderingen uitdrukken voor het geheel der kerk.

In dit verband is de volgende brief van belang, die wij ontvingen naar aanleiding van het antwoord op vraag 1 in deze rubriek.

Reactie
Met interesse nam ik kennis van uw nieuwe vragenrubriek. U stelt dat de vragen rijp, groen of kritisch mogen zijn. Prachtig, maar ik verwacht dat de antwoorden 'rijp' zijn. Met verbazing lees ik in het nummer van 14 februari dat u stelt dat de nieuwe kerkorde gekozen heeft voor de hervormde aanpak, 'die er kort gezegd op neerkomt dat er eerst een kerk is en daarna gemeenten'. Een dergelijke omschrijving past de huidige kerkorde niet, maar ook de hervormde kerkorde niet. Er is in de Protestantse Kerk in Nederland (en in de NHK) een samenspel tussen kerk en gemeenten. De gemeenten worden niet gedirigeerd door de kerk (laat staan door het LDC). U wijst zelf op de grote vrijheid om plaatselijk beleid te maken en de identiteit vorm te geven. De gemeenten vormen samen de kerk die geleid wordt door (getrapte) afvaardiging uit de gemeenten. 'Ik kan nog steeds het LDC bellen en protest aantekenen', zegt collega De Jongh elders in het blad. Dat lijkt me de omgekeerde weg. De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland is ontstaan, niet omdat 'het LDC' dit wilde, maar omdat de kerk, geleid door vertegenwoordigers van gemeenten en gehoord de gemeenten, hiertoe besloten heeft. Wie verandering wil, moet in de gemeente spreken en in de classicale vergadering overleggen, en - als hij of zij gehoor krijgt - zo de zaak op de tafel van de synode brengen. De gereformeerde nadruk op de plaatselijke gemeente is gebleven. Wat wel verdwenen is, is de in de hitte van de strijd gekoesterde gedachte dat een gemeente net zo goed zich los kan maken van de kerk. Ik vind dat niet zo gereformeerd. Afscheiding en Doleantie spraken wel anders!

Tobias Bos, predikant Protestantse Gemeente Nieuwegein-Noord.

Vragen uit de aflevering van 13 maart 2004
Vraag 9
Hoe zit het eigenlijk met die aparte lutherse synode?

Die gaat er komen. Als enige van de drie fusiekerken krijgt de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden een eigen synode, wanneer zij straks wordt voortgezet in de PKN. Die synode wordt gekozen door en uit degenen die zijn opgenomen in het register van lutherse leden. In het register van de kerk zijn de lutheranen de enige herkenbare bloedgroep, juist om het mogelijk te maken een eigen synode te vormen. Hervormd en gereformeerd zijn in het register van de kerk niet meer te onderscheiden. De synode krijgt 36 leden, twaalf predikanten en 24 nietpredikanten, die een zittingstermijn hebben van vier jaar. Hoe de verkiezing van de leden in haar werk gaat, moet de synode van de ELK zelf nog bepalen. De eerste taak van de lutherse synode is 'het zorgdragen voor het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie'.
De synode vaardigt vijf ambtsdragers af naar de generale synode van de PKN.

Vraag 14
Onze gemeente heeft goede banden met de rooms-katholieke parochie in onze stad. Wij zijn, als protestanten, welkom bij de eucharistie, zij zijn, als katholieken, welkom bij ons avondmaal. Mag dat eigenlijk wel, officieel? Met andere woorden: hoe oecumenisch is de PKN?

Ordinantie 14, 'het leven en werken van de kerk in oecumenisch perspectief' is een van de kortere ordinanties. Hierin staan veel mooie formuleringen en concrete voornemens over samenwerking en het zoeken naar eenheid met andere kerken.
Met uw concrete voorbeeld ligt het wat moeilijker. Ordinantie 7 (zie ook W&D 4) regelt het Heilig Avondmaal. Hierin krijgt de kerkenraad de bevoegdheid om 'leden van andere kerken die in hun kerkgemeenschap tot de viering van het avondmaal toegang hebben', toe te laten tot het avondmaal'. Er lijkt dus weinig in de weg te staan om uw rooms-katholieke geloofsgenoten uit te nodigen voor uw avondmaalsdienst. Of u het ook bij hen mag? De Oud-Katholieke Kerk in Nederland kent een zeer ruime nodiging tot de eucharistie. De Rooms-Katholieke Kerk een zeer strikte: daar bent u als protestant niet welkom.

Vraag 15
Onze gereformeerde kerk blijft gewoon een gereformeerde kerk. Wij zijn niet uit op welke samenwerking met de lutheranen en hervormden dan ook, hier in onze woonplaats. Zijn we dan straks toch gewoon PKN?

Jazeker. Of u nu hervormde gemeente heet, of gereformeerde kerk, of evangelisch-lutherse gemeente, of u nu een gefedereerde of een protestantse gemeente bent of verre van dat: u bent straks een gemeente van de verenigde kerk.
Plaatselijk is er alle vrijheid om zover te gaan als je wilt. Doen gemeenten en kerken niets, dan blijven ze wie ze zijn. Dat geldt ook voor gefedereerde gemeenten, al zullen die wel het verlangen tot vereniging voelen. De voorlichting over SoW heeft niets nagelaten om te benadrukken: 'elke gemeente heeft dus voluit de mogelijkheid om te blijven zoals zij is'. Dat wil zeggen: ze vallen wel onder de PKN-kerkorde en zodra het boven hun eigen plaats uitgaat, in classes en in de synode, dan is het alles PKN dat de klok slaat.