ANGSTIG ZIJN EN BEELDEN MAKEN

 

De verkondiging op Zondag Septuagesima

Tekst: Exodus 20:4

preek in de Evang.-Lutherse Gemeente Dordrecht op 12 feb 2006


Gemeente, twee weken geleden hebt u hier kunnen horen, dat de Tien Woorden een bevrijdende kracht hebben. Daarom ook dat ik de voorkeur geef aan de benaming ‘Tien Woorden' boven ‘Tien Geboden.'
Eén kerkganger had er moeite mee en haar vraag luidde: ‘Doet u ze niet tekort, door dat woord ‘Geboden' niet meer te gebruiken? Je verlíest dan toch wat... .'
Ik kan me voorstellen dat heel serieuze kerkgangers bezorgd zijn dat de bijbelse boodschap verzwakt wordt. Daarop heb ik een duidelijk antwoord.
Wanneer ik zeg, dat de Tien Woorden het volk van God in de vrijheid zetten, dan is dat niet minder verplichtend dan het misschien lijkt. ‘Wij zijn tot vrijheid geroepen,' zegt de apostel Paulus en dat is niet vrijblijvend gezegd. Geroepen zijn wij, en die roep komt tot ons met gezag. Hecht u waarde aan woorden als ‘Wet' en ‘Geboden,' gebruik ze dan in dit verband.

Laat dit voorop gaan: de Heere-God stelt zijn volk Israël en zijn Kerk in de vrijheid en heeft daartoe de Tien Woorden uitgevaardigd. Het Tweede waaraan wij vandaag toe zijn, heeft dus ook onze vrijheid op het oog.
Andere godheden maken niet vrij, zo was de uitleg van het Eerste der Tien Woorden. Nu gaan we een stap verder, of, beter gezegd, de Heere-God is ons weer een stap naderbij gekomen. Want het gaat bij het beeldverbod niet om afgodsbeelden alleen, maar in het bijzonder om beelden van de God van Israël.
Hij komt Israël en de Kerk een stap naderbij: Hij zegt als het ware: nu jullie hebben gehoord dat Ik de Heer ben, hoeven jullie Mij ook niet vast te leggen in een beeld.
Waarom hebben godsdienstige mensen toch de behoefte, hun god of heilige personen vast te leggen in een beeld?
Hier is een zeer actuele kwestie aan de orde. Het is begonnen in Denemarken, waar een krant cartoons plaatste. Grappige plaatjes, de één leuker dan de ander. Je zag de profeet Mohammed in vermakelijke situaties, of ook wel in wat schokkender poses.
De demonstraties, het geweld en de diplomatieke protesten hebben alles te maken met het verbod binnen de Islam, levende wezens af te beelden. Dieren en mensen, en vooral Mohammed de profeet mogen niet worden geschilderd, getekend of hoe dan ook in een tastbaar beeld worden gevat.
De reden is, dat anders de tekenaar treedt in de rechten van Allah. Alleen Allah is Schepper. Bovendien is er een risico dat de tekenaar trots is op zijn resultaat. In dat geval wordt Allah in zijn eer aangetast.
Maar ook een ontvanger van de tekening of van het schilderij gaat de fout in. Hij/zij kijkt naar de afbeelding en geniet er van. Op dat moment wordt de menselijke schepping gesteld bóven het echte origineel dat Allah's schepping is. Dit is allemaal 'hadit,' islamitische wetgeving. Het staat niet letterlijk in de Koran, maar is gezaghebbende leer.

In Marokko zijn er nogal wat moslems die in hun huiskamer een portret van de koning hebben hangen.
Op ‘t internet vond ik een scherpe bestrijding van dit gebruik, door een kennelijk zeer wetsgetrouwe moslem:
‘Wat? Een portret van de koning aan je muur?
Fout, fout! Kijkt u naar dat portret, dan wordt u met liefde en respect voor uw vorst vervuld. Maar op dat ogenblik moet Allah even uit het middelpunt van de aandacht gaan. Daarom is dat portret taboe.
Zonder portret van de koning blijft Allah op de eerste plaats staan en kun je de koning evengoed respecteren.'
Wanneer we het afbeeldingsverbod zo horen verklaren, is dat goed te volgen. Maar hier hebben we te maken met een verschil tussen christendom en islam.
In katholiserende kerkgenootschappen, dus ook in het lutherse, hebben de kerkgangers nooit moeite gehad met afbeeldingen van Christus. Eigenlijk best opmerkelijk, want de orthodoxe belijdenis luidt, dat Christus God en mens is.
De godheid van Christus heeft blijkbaar geen beletsel gevormd voor het maken van Christusbeelden.
Precies omgekeerd gesteld is het raar, dat moslems geen afbeeldingen van de profeet Mohammed mogen maken. In discussies met christenen roepen zij om ‘t hardst dat Mohammed een mens is, en niet ook God.
Als hij dan een mens is, waarom dan zo moeilijk doen over beelden van Mohammed? Maar nee, dan opeens zou Allah als Schepper in zijn eer worden aangetast.

Orthodoxe moslems hebben moeite met de kerkelijke, rechtzinnige leer dat de Christus Jezus mens én God is. Ook in de kerk heeft men het er wel moeilijk mee, maar... wij moeten niet terug willen gaan, achter deze belijdenis. Laat het een geheimenis blijven, dat de Allerhoogste God in menselijk vlees en bloed is gekomen. Het is voor de aanhangers van allerlei wereldgodsdiensten en stromingen in de wereld onbegrijpelijk, soms onaanvaardbaar: dat het goddelijke als het ware besloten kan zijn in het menselijke. Christenen geloven dat, en dit is een groot verschil, zéker met de Islam.
In geen geval handhaven wij ons eigen gelijk; ook niet betuigen wij onze superioriteit. Niets van dat alles, dat kán ook niet, want wat wij geloven is een geheimenis. We kunnen het alleen bezingen, en vieren zoals in het Heilig Avondmaal.
Het is daarom, dat Kerk en christendom tamelijk hulpeloos staan tegenover spot. Diverse ingezonden stukken in de kranten konden daar niet over uit: ‘Wanneer met Jezus de draak wordt gestoken, in Denemarken, in Nederland, dan komen er haast nooit bedreigingen, laat staan straf van overheidswege.'
Ik denk dat vele christusbelijders intuïtief aanvoelen dat die spot geen doel treft. Spotters weten toch niet waar ze op mikken. Een geheimenis kunnen ze niet raken.

En anderen dan, die wel gekwetst zijn? Zonder iemand in ‘t bijzonder op het oog te hebben denk ik, dat hier niet het geheimenis maar het eigen bezit van een overtuiging geraakt wordt.
Het maakt nogal verschil: of gelovig leven uit kracht van het mysterium, of zich vastklampen aan een orthodoxe overtuiging. De laatstbedoelden worden boos, raken op tilt of bedreigen u zelfs met straffen van godswege wanneer u de leerstellingen van de godsdienst in twijfel trekt.
Maar ik ben van mening dat zulke mensen zichzelf verdedigen, de eigen godsdienstige persoon met zijn leerstellige houvast. Dat is niet het leven vanuit het geheimenis van de godsopenbaring.
Wat is gelovig leven uit kracht van het mysterie?
Laten wij, wat ons betreft, ons beperken tot leven uit het mysterie van de vleeswording van Gods Woord.

'Heer, wanneer we het graf openmaken, stinkt het een uur in de wind...'
'Jouw geloof stínkt...'

Het is niet gemakkelijk te beschrijven, maar één wezenlijk kenmerk is vrij-zijn. Leven vanuit het mysterie is altijd een vrij-zijn van het waarneembare, bewijsbare, profijtelijke, invloedrijke. Niet onder de indruk zijn van de machten van deze wereldeeuw, maar openstaan voor de toekomende wereldeeuw.
De Christus Jezus zegt: ‘God Koningsregering komt niet op een manier die je in kaart kunt brengen.' Het is nooit in te passen in wat ons goed uitkomt. Wat ons goed uitkomt heeft ons zo vaak in de greep, dan zijn wij niet vrij... En de Heer laten wij niet vrij.

Achter heel veel vormen van godsdienst zit angst. Het is daarom dat godsdienstige mensen God in een beeld willen vastleggen. Want een verrassende God... Ja dan weet je niet waar je aan toe bent... En Jezus leert ons hoe verrassend Gods goedheid is....!

Gods verrassende daden... Daarvan horen wij in het evangelie van deze zondag Septuagesima.
Die wijngaardenier is goed. Hij is menselijk, want hij heeft weet van de armoede die er geleden wordt onder de dagloners. Sommigen staan de hele dag ledig op de markt... dus: 's avonds ook geen loon.
De wijngaardenier geeft de werkers van het laatste uur het volle dagloon. Hij is goed, hij geeft wat deze knechten nodig hebben.
Gods goedheid is verrassend. Je kunt Gods daden niet vastleggen in een schema. Een vast patroon hoe Hij regeert? Hij staat daarboven, bóven elke menselijke berekening.

Zo heeft Hij de Christus gezonden op zijn tijd. Hij is de waarachtige werker van het laatste uur. Hij is de Zoon aan wie de Vader het volledige loon gegeven heeft.
DeHeere-God is ongedacht, verrassend aanwezig in zijn Zoon. Zoals in de gelijkenis de wijngaardenier verrassend afrekening houdt, zo zal Hij, in de grote afrekening, op zijn tijd, een ongedachte en verrassende onthulling van zijn Koningsregering doen plaatsvinden. Die onthulling zal pas werkelijk recht-doen aan zijn volk, aan de wereld, aan de schepping. Dit gaat elke beeldvorming, elke vastlegging, elk idee te boven.
De prestatie van ons, mensen, is niet doorslaggevend. Nu al mogen wij geloven en belijden:
de Heer is ons, doorslaggevend en verrassend, nabij gekomen in Christus –
Daarvan zingen wij Gezang 86 : 1, 3, 6 en 7

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE