HET SYMBOOL

Voorbereidingsmateriaal t.b.v. de
studiekring in november 2001
   


De werking van symbolen: een derde werkelijkheid
 

De toonaangevende theologen van de Oud-christelijke Kerk (de zgn. Kerkvaders) hebben nooit over jongerencatechese geschreven. Zij wisten dat het ervaringsweten, waarop hun mystagogische catechese aanstuurde, alleen bij volwassenen tot ontplooiing komt. De ontwikkeling van het symbolisch bewustzijn hoort gelijk op te gaan met de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Daarom is het ook beter, zónder uitleg (bijbel)verhalen aan kinderen te vertellen. Deze verhalen moeten zelf hun symbolische kracht uitoefenen. De bewustwording van de symbolische wereld is een zaak van latere ontwikkeling. 
Symbolen zijn iets anders dan tekens, want die bestaan bij een eenduidige afspraak onder de mensen (bijvoorbeeld een verkeersbord). Maar symbolen openbaren zich telkens anders, afhankelijk van de concrete mens of van de concrete situatie.
Kinderen kunnen een speelgoeddier of pop al als symbool gebruiken. Volwassenen kunnen ook aan een voorwerp of een stuk muziek een bepaalde innerlijke beleving hechten. Zo overbruggen zij hun bewuste en hun onbewuste geestelijke leven, of innerlijke en uiterlijke werkelijkheid. Dit is de verbeelding, die een heel eigen werkelijkheid schept, die niet zintuiglijk waarneembaar en ook niet verstandelijk te omschrijven is. Een derde werkelijkheid.
Zulk een ervaringsgebied zijn de kunst en de religie.
Op dat terrein krijgen we te maken met klanken, kleuren, muziek en drama.

Tjeu van den Berk gebruikt als voorbeeld de stier, om het verschil tussen teken en symbool uit te leggen. Het woord 'stier' als zodanig staat als teken voor het desbetreffende dier. Maar 'stier' heeft, al naar gelang de mens of de situatie, verschillende symbolische betekenissen:

het kan staan voor de evangelist Lukas,een astrologisch teken, een Spaanse sherry, een Argentijns restaurant.
Dit wortelt in onbewuste processen.
Deze zaken zijn te concreet om zuiver subjectief te zijn, maar weer te abstract om tot de wereld der dingen gerekend te worden. De religie heeft uitingsvormen die mysterieus, extatisch en euforisch zijn. Vitaal voor de geestelijke gezondheid is de verbeelding. Anders is men veroordeeld tot de steriele wereld der feiten.

Volgens de leerlingen van Jung levert de verbeelding creatieve impulsen (bij het kind) en draagt het innerlijke leven (bij de volwassene). En tussen de autistische droom en de realistische instelling ligt de kans om te spelen.


 

Dit is een weergave van enkele hoofdpunten op pag. 111-130 van het boek 'Mystagogie' van Dr Tjeu van den Berk