Uitvaart van Louise Vermeulen-Bosman

 

ter gedachtenis van Louise Vermeulen-Bosman

Tekst: 2 Kor 12:9a

Wilhelminazaal, Dordrecht, op 1 juni 2007


Voor ons allen is het openen van de rouwbrief een emotioneel moment. Het eerste dat onze aandacht trekt zijn de grote letters waarin de naam van de overledene is afgedrukt. Louise Vermeulen-Bosman. Er gaat een golf van ontroering door ons heen. Daarna: de teksten die voor en na haar naam staan.
Een tekst van Paulus bovenaan, Paulus, één van de eerste predikanten van Christus aan de Noord-Oostelijke kusten van de Middellandse Zee.
Dan, na haar naam, geboortedatum en sterfdatum – dan een tekst van Loes Vermeulen zelf:
‘Treur niet omdat ik ben gestorven, maar wees blij dat ik heb geleefd'

Mijn eerste reactie was: wat een waardevolle uitspraak, helemaal in overeenstemming met haar geloofsbeleving.
Zij kon in volle overgave sterven. Bij haar niet dat godsdienstig overspannen eisen: ik moet beter worden. Zij wist: ik ben een gelovig mens die sterven gaat – waarom niet...? Waarom wel...?
Deze vragen had ze allang achter zich gelaten.
Want, wat had ze aan een oplossing?
Kunnen oplossingen en antwoorden ons redden...?
Kunnen die ons helpen, te sterven?
Voor Loes Vermeulen stond het leven voorop.

‘Treur niet omdat ik ben gestorven, maar wees blij, dat ik heb geleefd.'
Dat leven blijft, dat is door haar geloof onverwoestbaar gebleken.
Zo hoor ik ook Jezus zeggen: ‘Wie in mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.'
Leven – dat is geen neutraal woord. Dat mag je door de genade en de liefde van God vullen.
Loes Vermeulen heeft dat mogen doen, en dat al, toen ze nog alleen ‘Bosman' als achternaam had.
Op basis van haar levensinstelling, vanuit de kracht van haar geloof, heeft zij zich dienstbaar opgesteld.
Dienstbaar, dat is wat anders dan gedienstig. Gedienstig... dat zeg je van huispersoneel, maar Loes Bosman was iemand die als jonge vrouw al mensen wilde helpen en daarvoor haar nek durfde uitsteken.
Degene die haar daar in hielp en bij teleurstelling haar liet uithuilen, was moeder Bosman.
De kinderen zullen het nu vast en zeker intens ervaren: ik ben en blijf de dochter, de zoon van mijn moeder. Datzelfde zei jullie moeder zo vaak over zichzelf. Haar eigen moeder, moeder Bosman, heeft zoveel betekend voor haar. Een vrij mens, iemand die niet haar oren liet hangen naar wat jan en alleman zei.
Maar, vrij is niet vrijblijvend of onverplicht. O nee. Moeder zei dat al tegen de kleine Loes, dat nakomertje: jij bent niet voor niets geboren. Moeder Bosman had iets profetisch over zich. Oók die gave van het onderscheid – en dat zelfs naar de toekomst toe.
Een makkelijk en rustig leven heeft het Loes Bosman niet opgeleverd. Wie in haar nabijheid kwam, kan er van meepraten.
Dienstbaar zijn, opkomen voor anderen, rechtvaardigheid zoeken... dat was haar passie. Maar in passie zit ook lijden.

Ik heb in de gebeden voor de stervenden, die ik heb uitgesproken afgelopen maandagmiddag, een paar keer het woord ‘dienares' gebruikt. Een bijbels woord, helemaal toepasbaar op Louise Vermeulen-Bosman. Dienstbaar zijn, dienares van God en van de mensen, wat een positieve levensvulling! Wat een geloof om dat vol te houden.
En nu, wat zeggen wij nu?
Een leven van dienstbaarheid en godsvertrouwen is voorbij ?? Ja maar, enkel van onze kant uit gezien.
Hier zijn wij ook bij elkaar om het Woord van God te horen. Dat zegt, dat leven als dat wat wij nu gedenken, dat zulk leven eeuwigheidswaarde heeft.
Dit dienstbare leven met alle vruchten is toegevoegd aan de zich geleidelijk ontplooiende koningsregering van de Heere-God.

Het is een groot genade-bewijs, dat zij die zo geleefd heeft, ook op dezelfde manier is gestorven. Dat is een eenheid geworden. Een eenheid van vertrouwen, van overgave, van intense geloofsbeleving.
Sommige mensen hadden er wel vragen bij. ‘Hoe kom je toch aan die geweldige kracht...?'
Een echt antwoord kregen ze niet, maar wel een getuigenis. Een soort jubel van verwondering. Het is als in de woorden van de 139ste Psalm: ‘Het begrijpen is mij te wonderbaar, te hoog, ik kan er niet bij...'
Het hoe en waarom is niet verstandelijk uit te leggen, het is alles genade; maar we mogen wel zeggen: die kracht is de kracht van de geest. De Heilige Geest? Ja, zeker, maar ook haar geest. Ze gaan gelijk op, in een harmonie. Het is wat de apostel Paulus zegt: ‘Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.'
Door de inwoning van de H. Geest in onze harten worden én verlangen én zekerheid gewekt.
Verlangen, zekerheid, een groeiende gelijkvormigheid aan Christus… dat is de nieuwe mens die in Hem, Christus, geschapen is.
Hoe dat gaat? In een weg der geleidelijkheid. Door een band van vertrouwen (dat is geloof) die door de H. Geest onderhouden wordt. Door die band van vertrouwen met Hem zullen wij van lieverlee op Hem gaan lijken.
Dit heeft een verborgen kant én een zichtbare buitenkant. Een buitenkant die zichtbaar is in gedrag, daden en houding.

Als christgelovige en lutheraan die mevr. Vermeulen was, was zij niet zo gesteld op mensen die haar met eigen zekerheden kwamen bezighouden.
Eigenlijk verwachtte zij niets meer van mensen, in het geestelijk leven. ‘Denk je dat ik tekort kom', was haar reactie. ‘Ik kom niks tekort, ik heb alles, ik ben zo rijk.'
Maar dat was geen eigen bezit en geen eigen zekerheid. Loes Vermeulen leefde uit de liefde van de Heer. Dikwijls citeerde zij het gezegde van de apostel Paulus: ‘Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.'
Met eigen zekerheden hoefde zij zich niet meer te handhaven.

Vragen naar zekerheid, dat is menselijk. Hierop is mijn reactie: Wie weet kunt u ook ooit sterven uit kracht van Gods liefde. Maar die liefde kunt u nu niet in een doosje meenemen. Alles op Gods tijd, en naar de mate der genadegaven die de Geest uitdeelt.
Liefde is geen ding, genade geen bezit. Je ontvangt het, telkens opnieuw, het is iets dat leeft.

Waar was de zekerheid van Loes Vermeulen? Die zekerheid lag buiten haar, in de Heer. In diens liefhebbende nabijheid. Een nabijheid die concreet mens geworden is in Christus.
Zo was zij een echte lutheraan. Het levende Woord vertrouwde zij, de opgestane Christus. Hij, opgestaan uit de doden. Nu moest zij naar de doden toe, maar dat joeg haar geen schrik aan. Christus was daar al geweest, en had de macht van de strenge, bittere dood gebroken.
Een onvermoede gave ontplooide zich bij Loes Vermeulen, dat ze die triomferende Christus kon schilderen, als ikoon. Dat was geestelijk leven voor haar.

Loes Vermeulen kon accepteren dat zij lichamelijk niet meer genas. Maar de grootste waarde van haar levenseinde lag in het geestelijke leven. Met Christus zijn in leven en in sterven.

Toen haar stervensfase nog niet was aangebroken, was zij in tweestrijd tussen twee wensen: te blijven voor man en (klein)kinderen en nog veel te betekenen voor de mensen om zich heen, of te sterven en met Christus te zijn, verenigd te worden met God. Het was haar eigen keuze dat het dit laatste zijn zou. Kunnen wij die keuze respecteren? Dat zou Loes Vermeulen fantastisch vinden!

Laat ons harten van dankbaarheid vol zijn. Verblijdt u en verwondert u met haar !
Probeer die kinderlijke verwondering te beamen. ‘Het is mij te wonderbaar, te hoog, ik kan er niet bij...' Dat begon al heel vroeg in haar gelovige leven, en het is gebleven tot op de laatste dag voor haar dood. Het mag voor ons een nieuw begin van geloven zijn, dat we ons verwonderen dat zoiets gebeurt, die genade die haar en u en mij ten deel valt.

Psalm 139