2. Quesnoy-Le Montant

Dinsdag 8 juli.
In L'Étoile vinden we het zo leuk, dat we er nog een nacht langer blijven om er een dag rond te kunnen fietsen langs de Somme.
Woensdag 9 juli.
We ontdekken daar in het foldermateriaal van onze gastvrouw en -heer, dat er in St.Valery-sur-Somme een stoomtreintje rijdt. Treintjesgek als ik ben, gaan we daar op af. Op weg ernaartoe rijden we door een dorp dat Quesnoy heet. Natuurlijk neem ik een foto van de ingang van het dorp, waar het naam-aanduidingsbord staat (foto 1).
Aan de overkant van de weg, feitelijk nog ver buiten de bebouwde kom, zie ik in het struikgewas een gat, waar ik mooi even iets noodzakelijks voor mijzelf kan doen. Er staat daar schuin op de weg een oud verroest tuinhek, zo'n dubbel geval, dat vroeger de ingang van tuinen van grote huizen sierde.
verder

Tot ik plotseling vier rijen grote bomen ontdek, die, ook schuin op de weg, naar de horizon lopen. Het moet vroeger een oprijlaan zijn geweest, maar nu niets dan gras. Aan het eind, wel een kilometer verder, ontdek ik een groot, vervallen huis. Toeval? Hier, bij het bord van Quesnoy? (foto 2).
verder
We rijden door naar ons volgende overnachtings- onderkomen in Estreboeuf-Ribeauville bij St.Valery, in een modern landhuis midden in een enorme tuin.
We maken een fietstocht kris-kras door St.Valery en daarna een end langs zee; en we "fietsen" via "fiets-stepstones" over een beek- uitmonding in zee.

We genieten van een stoom- rit naar Crotoy, langs de baai, en terug.

En maken tenslotte een flinke avondwandeling door het Middeleeuwse Saint Valery sur Somme; heel veel geschiedenis
o.a. van Jeanne d'Arc.
vorige pagina
volgende pagina