Bij verwijzing naar deze website in digitale of schriftelijke publicaties, graag een correcte bronvermelding: Willie Damen van de Mosselaer
De aktes zijn gescand te zien op BHIC, scans Sint Oedenrode. (Noteer inventaris- en folionummer)
Oud Rechterlijk Archief Sint Oedenrode Inventaris 120 periode 1 januari 1673 - 8 october 1675
Er ligt een los briefje in dit boek. Peter Ariens Nieuwelaer ende Jan Claes Vos, die welcke hebben getransporteert ende overgegeven als Cornelis Aerts ende Jan Ariaen Claessen opde 28e meij 1671 voor schepen alhier gepasseert, nopende alsulke actie ende pretensie die sij mochten hebben in seckeren hondert gulden als haer was competerende van de gehuchte van Olland en Houtum.
Hendrick Willemse bekent ontfangen te hebben van Gerit Stanssen tien gulden.
Verder een briefje wat onduidelijk is.
Een briefje waarvan de helft over is er staat o.a. Luijcas de Pon. De kinderen van Peeter van Hee…..Eerschot. Goort van …. Capittels van Rode, Jenneken Cornelis Schovers
Inventaris 120 jaar 1673 folio 1 Alsoo Adriaen Coppens mulder op den Coeveringh, die welcke heeft bekent schuldich te wesen aen Jan Jansse Verhage als momboir ende curateuren over de drij onbejaerde kinderen van Willem Dierckx verweckt bij Heijlken dochtere Jan Jan Goorts de somme van twee hondert gulden. Verder vermelding van: Jan Willem Dierckx van de Cam sijne onmondige soone.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 1 Ruth Janssen ende Willem Heijmans, als momboire van de vier onbejaerde kijnderen van wijlen Jan Jan Rutten bijde selven ende bij wijlen Barbara dochtere Heijme Claesse sijn huijsvrouwe wettelijck verweckt.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 2 Jan Hens Joosten. Jan Janssen van Roij de jonge, man ende momboir van Tonisken Jan Joosten. Cathalijn meerderjarige dochter Jan Joosten, Jan Jan Joosten als vaderlijkce momboir van sijne twee onbejaerde kijnder verweckt bij Barbara sijne huijsvrouwe. Ende met hem Willem Kempts mede momboiren. Alle kinderen ende erffgenaemen van wijlen Jan Joosten bijden selven Jan ende bij wijlen Beatricx sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcken bekende ende lijden met malcanderen aen gegaen te hebben een deijling van de goederen hen luijden vermits de doot van haere voorschreven ouders aengecomen. Aen Jan de Roij o.a. het voorhuijs met den halven hoff, gelegen ter plaetse Veressel. Tusschen erffenis Jan Hens Joosten aen een sijde, ende met den anderen sijde Jan Handrick Timmermans aen de ander sijde, streckende metten eenen eijnde Jan Thonis Wouters, de ander eijnde de gemeijnt. O.a. aen de Guldebroeders van Sint Catharina alhier tien stuijvers jaerlijcx. Aen Jan Hens Joosten het achterhuijs met Jan Ariaens hoff, gelijck het bij haer condivident is afgepaelt, gelegen ter plaetse voorschreven. Tusschen erffenis Denis Sijmens aen een sijde ende metten ander sijde Jan van Roij mede deijlder, streckende metten eene eijnde Jan Thonis Wouters ende metten andere eijnde de gemeijne straet. Soo sal Cathalijn Jan Joosten hebben houden ende erffelijck besitten o.a. de helft van een stuck lants gemeijnlijck genoempt het verbrant huijs met den wech daerbij gelegen ter plaetse Veressel. En de twee onmondige kinderen de andere helft van het teulant gemeijnlijck genoempt het verbrand huijs. Verder is er verdeling van parceelen.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 7 Jan Jan Joosten der Kijnderen. Jan van Roij man ende momboir van Thonissken dochtere Jan Joosten der Kijnderen bijden selven Jan ende bij wijlen Beatricx sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt ende Cathalijn meerderjarige des voorschreven Jan ende Beatricx voornoemt ende met haer Willem Kempts tot haeren vercooren momboir in desen. Die welcke bekende bekende met malcanderen aengegaen te hebben een deijlinge van goederen, hen luijden vermits der doot van Wouter Jan Joosten aengecomen soo sij verclaerden.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 8 Mathijs Dierckx, Daniel Dierckx, Jan Dierckx, Thonis Gerits man ende momboir van Jenneken dochter Dierck Daniels sijn huijsvrouwe, Handrick Peeter Jan Maes man ende momboir van Meriken dochtere Tonis Daniels sijn huijsvrouwe, Peter Cornelis man ende momboir van Alken dochter der voorschreven Tonis Daniels sijne huijsvrouwe, Gerit Jan Daniels, Jan Aerts Vervoort, Aert Aertsen Vervoort, Jan Martens Verweteringe, Handrick Thonis Pennincx man ende momboir van Lijsebeth dochter Marten Thijssen sijn huijsvrouwe. (Hebben verkocht een aantal percelen). Vercofft aen Gerard Dierkx van Rijsingen.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 9 Johan van de Sande woonende tot Tilborch, momboir van wijlen Evert Peters van Heessel bijden selven ende bij wijlen Magdalena dochtere Nicolaes van de Sande in sijn leven secretaris alhier sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 10 Handrick Michiels ende Anthonis Michiels gebroederen kinderen Michgiel Handrickx bijden selven ende bij wijlen Jenneken dochtere Handrick Claessen. Die welcke hebben bekent ende beleden met malcanderen te hebben aen gegegaen eene erffmangeling van de goederen, hen luijden bij scheijdinge ende deijlinge voor schepenen op den lesten december 1664 tusschen haere susters ende broeders erffelijck aen gecomen. (Verschillende percelen).
Inventaris 120 jaar 1673 folio 11 Laurens voor sijn selve ende hem fort en sterck maeckende voor Jan sijne absente broeder. Corstiaen, Roelant, Wouter Evert Craenen. Meriken weduwe Peter Cornelisse ende Jenneken alle kinderen en kints kinderen van wijlen Peter Willems van Cueringe, bijden selve ende bij wijlen Cathalijn dochtere Roeloffs Laurensse Tromppen sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke hebben bekent, kennen ende lijden mits desen aengegaen te hebben een erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen vermits der dood van henne ouders aengecomen. Aen Corstiaen Peters van Cueringen o.a. een huijs, hoff, bogart etc. met sijn aengelach daer aen en bij gelegen, staende ende gelegen ter plaetse aen de heij opden Pijnhorst. Tusschen erffenis Wouter Craene mede condivident aen een sijde ende metten andere sijde Laurens van Cueringe ende Roelant mede condivident aen de andere sijde, streckende metten eene eijnde Handrick Jans van Raessen ende metten anderen eijnde de gemeijn Heijstraet. Voorschreven condividenten moeten betaelen aen Roelant en Jenneken, twee hondert gulden, ter saeke haere voorschreven ouders vuijt seckere consideratie ende getrouwe dienst bij testament gemaeckt. (Onder de andere, verdeling van percelen).
Inventaris 120 jaar 1673 folio 15 Claes Peter Martens woonende alhier, die welcke heeft gelooft op hem ende op alle sijne goederen hebbende ende vercrijgende te restitueren van heden over twee jaer aen Jan Corst Wouters de somme van sestich gulden.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 16 Dielis Dierckx ende Mathijs Dierckx als momboir van Maijken haere meerderjarige suster dochter Dierck Dielen. Maijken heeft de voorschreven momboire bedanckt van haere goede adminstratie die sij wegens haer hebben gehadt.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 17 Het geheele corps van Sint Oedenrode hebben gelooft opt verbant van haeren personen ende goederen, om over ses jaeren te restitueeren aen Mechel ende Maijken gesusteren, dochtere wijlen Cornelis Schovers, bijden selve ende bij Jenneken Nicolaes Mercx sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt, de somme van duijsent gulden capitael met intrest alle jaer ses gulden vant hondert, die mits de tegenwoordiche oirloch ten diensten van de voorschreven dorpen ende tot conservatie van de ingesetene van dien moeten betaelt werden.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 18 Willem Lenard ende Peter sijne soon woonende binnen deser vrijheijt, die welcken hebben bekent schuldich te wesen aen Handrick Gielens een somme van twee hondert gulden. In de marge staat: dese abusievelijck geschreven moet dese naervolgende obligatie van Goort Tomas voorschreven memorie.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 18 Het voorschreven corpus hebben alnoch gelooft in forme als voor aen Goirt Thomas Wijcx de somme van drij hondert gulden.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 18 Willem Jan Lenardts ende Peter sijnen soon, die welcke hebben bekent schuldich te wesen aen Handrick Gielens een somme van twee hondert gulden.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 19 De heer Hijacinth Daillij, heer van Sabelens etc. Handrick Jans van Raessen, Willem Haubracken, Mathijs van Breugel, Roelant van de Hurck, Jan van Heeswijck, Lambert van de Hulst schepenen der vrijheijt Sint Oedenrode. Nicolaes Hooffmans, Jacob Corstiaens van de Velde, Jan Sijmen van de Velde, Jan Jan Willem Luijcas ende Dierck Gijsberts van Boxtel borgemeester der gemelte vrijheijt. Elias van Heeswijk H. Geest meester. Gerard Stanssen Molemakers kerkmeester. Jan Adams van de Hage, Aert Sleurs. Lambert Marcelisse van de Heijden, Rijckaert van de Outelaer, Mauwerts Luijcas van de Ven, Handrick Dierckx van Haeren, Frans Handrick Rovers, Dierck Mathijs Versantvoort, Ariaen Coppens ende Mathijs Wouters beëdigde tien mannen vuijt de vijff hoecken der voorschreven vrijheijt. Represent het geheel corpus voorschreven. De heer Johan Carel de Jeger tot Lochtenborch, heer Jacop van Duppen cannunick des Capittels van Sint Oedenrode, Jan Handrick Aert Haubraecken, Marten Wemmers, Jan Thomas van de Mosselaer, Cornelis Peter Martens van der Hage, Ariaen Walraven, Handrick Jans Verhage, Joost Daniels van de Horck, Willem Franssen der Kijnderen, die welcke hebben gelooft te restitueren de somme van vijf honderd gulden aen Peter Janssen van de Loo.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 20 Die voorschrevene hebben gelooft te restitueren de somma van duijsent gulden aen Peter Willems der Kijnderen.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 20 Drij hondert gulden aen Jan Jan Sanders.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 20 Peter Peterssen den Jonge weduwnaer, heeft vuijt crachten van authorisatie van schepenen der Baronie van Boxtel, gelooft opt verband van sijne goederen ende specialijck opt verband van een schuer met het aengelach, gestaen ende gelegen ter plaetse Besselaer. Tusschen erffve de onmondige kinderen van Pauwels Ariaens aen beijde sijde ende metten eene eijnde Jan Daemen ende de ander eijnde Joncker Bisckop. In voegen gelijk het gemelte Peter bij scheiding ende deijling tusschen sijne vrouwe saligher broeders ende susters hem ter tochte, ende sijne kinderen verweckt bij Peterken Ariaen Peters ten erffrechte sijn gewesen huijsvrouwe erffelijck is aengecomen. Te restitueren de somme van hondert en vijfftich gulden.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 22 Alsoo questie ende verschil was ontstaen tusschen Perijn weduwe Gerit Goijerts ende Jenneken meerderjarige dochter Huijbert Jan Daniels, bijden selven ende bij wijlen Cathalijn Peter Huijberts sijne gewesen huijsvrouwe, hem mede fort ende sterck mackende voor haer minderjarige ende absente susters ende met haer Marten Wouter tot haeren vercooren momboir in desen ter eenre ende Jan Handrick Brock leste weduwnaer van de gemelte Cathalijn Peeter Huijberts ter anderen sijde over seeckere goederen beijde voorschreven Cathalijn ende Huijberts Jan Daniels achtergelaeten etc.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 24 Handrick Lambert Kempts, een helfft van eene kamp, gelegen ter plaetse Eversche. Hem vercoopere aengecomen bij deijling tusschen Lenard van de Horck sijne swager. Vercofft aen Goort Thomas Wijckx.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 25 Alsoo Jan Lambert Kempts vermits der doot van Jan Jan Goirt Verhage sijne grootvader is aengecomen ende bij coope van Claes sijne broeder, eene jaerlijcke renthe van eene gulden tien stuijvers in een meerdere pacht, gaande uijt seckere panden gelegen ter plaetse Houtem, tegenwoordich toebehorende Handrick Willems van de Horck. Vercofft aen Goirt Thomas Wijckx.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 25 Het corpus van Sint Oedenrode en andere. hebben gelooft aen de heer Laurens Tielemans in het comende jaer te restitueren eene somme van sess hondert gulden. Hebben alnoch gelooft te restitueren aen Aert Cluijtmans de somme van hondert gulden. In de marge staat: Willem Aert bekende van de 100 gulden voldaen te sijn door Gerit Stanssen.
Verder de vermelding van: Dielis ende Jan gebroederen, kinderen Gerit Dielen de somme van hondert gulden. Maijken weduwe Handrick Smits de somme van hondert gulden. Cornelis van de Hage de somme van hondert gulden. Claes Goorts de somme van vijff entwintich gulden. Marten Cornelisse van de Hage eene some van vijff en twintich gulden. Thonis Thonis de Jonge van Rijsinge de somme van hondert gulden. Goijart Alberts de somme van vijff en twintich gulden. Anneken weduwe Dierck Goijerts de somme van twee hondert gulden.
Handrick Jans Verhage de somme van hondert gulden. Frans Handrick Rovers de somme van vijfftich gulden. Willem Lambert Spierincx de somme van hondert gulden. Jan Handrick Lamberts de somme van vijfftich gulden. Lambert Willems Jan Aerts de somme van hondert gulden. Willem Franssen de somme van hondert gulden. Cathalijn weduwe Jan Wouter Corsten de somme van hondert gulden. Handrick Dries Heijmens de somme van vijfftich gulden. Gijsbert Driessen Heijmans bekende van de somme voldaen te sijn. Thomis Hermans de somme van hondert gulden. Ariaen Coppens de somme van vijff en twintich gulden. Rijckert van de Outelaer de somme van veertich gulden. Jan Thomas van de Mosselaer hondert en vijfftich gulden. Mathijs Peter Jan Maes de somme van vijfftich gulden. Jan Handrick Aerts Haubraken de somme van hondert gulden. Jenneken Jan Thijssen de somme van twee en dartich gulden. In de marge staat: Ariaentien dochter van Jenneken Jan Thijssen bekend van dit bedrag voldaen te wesen den 31e december 1686. Dierck Gijsberts de somme van vijfftich gulden. Willem Aerts Haubracken de somme van vijff en twintich gulden. Claes Ariaen Coppens de somme van hondert gulden. Aert Cluijtmans de somme van hondert gulden.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 32 Dese naervolgende personen hebben aen deser geeente verschooten ende sullen doorde borgem. gerestitueert werden: Handrick denis, Gielen Willems, Corst Thomas, Pauwels Jan Thonis, Lijsken Aert Gijsberts, Frens Jan Brock, Peeter Martens, Dries Everts, Dierck Peters, Jan Hans Gijsen, Dierck Versantvoort, Handrick Willems.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 32 Alsoo Jan Dries Willems Luijcas man ende momboir van Willemken Driessen sijne huijsvrouwe, beducht sijnde dat naer sijne overlijden, tusschen Dries ende Brandert gebroederen sijns voorschreven Andries voorkinderen, bijden selven ende bij wijlen Meriken Dries Heijmens sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt, ter eenre ende tusschen Willemken sijns voorschreven Dries tegenwoordige huijsvrouwe, questie ende verschil soude comen ontstaen. Ende om date te voor comen soo compareerde die voorschreven Jan Driessen ende Willemken sijn tegenwoordige huijsvrouwe ter eenre ende de gemelte Dries ende Bandert hen mede fort ende sterck maeckende voor Jenneken haer minderjarige suster ter anderen sijde.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 34 Peter Jacobx alhier ende Ariaen Aerts, als momboir van de onbejaerde kijnderen van wijlen Mart Peters van Lensheven, bijden selven ende bij wijlen Mariken Jacobx sijne wettige huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 34 De voorschreven momboiren hebben gelooft Peter Jan Peter Maes te ontheffen costeloos ende schadeloos te houden, van alsulcke jaeren pachtinge als hij heeft gedaen van Willem Jan Meester Peters ter saecke van seckere ackre teulant gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse Ollant, gemeijnlijck genoemt Jan Roelants Camp.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 34 Jacob Janssen Keijsers, een stuck teullant, daer gebruijcker van is Handrick Jan Demers gelegen ter plaetse Nenssel inden IJmert. Verkocht aen heer ende meester Anthoni van der Horst advocaet binnen der stadt van 's-Hertogenbosch.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 35+36 Jan Wouter Jans een stuck teulants gemeijnlijck genoempt het Hopveltien, gelegen ter plaetse Ollant. Vercofft aen Goijert Janssen van Dinther.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 36 Cornelis soone Jan van der Asdonck, een stuck lants wesende leengoet, gelegen ter plaetse Eerschot opden Berch. Tusschen erffve de een sijde de gelijcke kinderen Johan van der Asdonck, de een eijnde de voorschreven kinderen met meer anderen. Heeft hij wettelijck vercofft opgedragen ende overgeven aen Nicolaes Coppens molder alhier.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 37 Wouter Joost van de Asdonck als momboir over Goijert soone Jan van de Asdonck, die welcke bekende schuldich te wesen aen Nicolaes Copens molder alhier de somme van twee hondert ende sess gulden. Spruijtende van goede geleende ende verschooten penninghe, die de voorschreven Claes Coppens voorde voorschreven Goijert onmondigh sijnde voor sijn gevanckenisse heeft aen onse momboiren geleend ende verschooten.
Inventaris 120 jaar 1673 folio 38 Sijmen Jan Thijsen gebruijcker van huijs en hoff etc. Soo ende in voegen het selven bijde borgemeester voorde dorpslasten sijn verpacht, toebehoort hebben Jan Thijssen Versantvoort saligher. Te saemen gestaen ende gelegen ter plaetse Nenssel ende Veressel. Die welcke verclaerde handlichting te doen van de voorschreven goederen ten behoeven van de kijnderen ende erffgenamen van wijlen Ruth Janssen van Heretum ende alle anderen geintresseerde.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 39 Mathijs Wouter Smits woonachtich tot Boxtel, heeft vercofft aen Jan Wouter Smits sijne broeder, een gerechte hellichte in twee koijgeweijde int groot Haverlandt, alhier aende watermolen gelegen. Item noch een gerechte hellichte in twee lopense teullant ofte etc. gelegen binnen der vrijheijt Oedenrode ter plaetse inden Aude Vrijheijt tusschen erffve Jan Lambert Adels aen een sijde, dander sijde het cleijn haverlant. Streckende metten eene eijnde opt groot Haverlant ende metten andere eijnde het Steegtien daer beneffen lopende de erffenis Jacob Keijsers. Item noch de gerechte hellichte in een rentien van drij gulden jaerlijcx op Jacob Keijsers sijnde het capitael vijfftich gulden, alles in alsulcke voegen ende manieren als het voorschreven vercoopere opde 26e tusschen sijne suster ende broeders bij scheijdinge ende deijlinge voor schepenen van Boxtel is aengecomen en die voorschreven parceelen bijden selven Jan Smits sijne broeder in een erffrecht te hebben ende te besitten.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 40 Dielis Mathijssen heeft vuijt crachte van testamente gemaeckt tusschen Maria dochtere Ariaen van Heritum sijne huijsvrouwe, gepasseert voor Huijbert van Bree notaris, in beleeningen vuijt gegeven aen Mathijs Peters van Breugel, een hellichte in een hoijveltien gemeijnlijck genoemt het Sluijs beemptien, gelegen ter plaetse Veressel.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 41 Corstiaen Peters van Cueringe, een huijs, hoff, bogart met sijn aengelach, gestaen ende gelegen opden Pijnhorst. Tusschen erffenis Handrick Jans van Raessen met meer anderen aen een sijde, ende met den anderen sijde de gemeijne heij ofte Schoodtstraet, streckende aen erffve Wouter Evert Craenen ende metten anderen eijnde aen erffve Roelant Peeters van Cueringe met meer anderen. Hem vercoopere bij deijlinge tusschen sijne susters ende broeders erffelijck aengecomen. Vercofft aen Laureijns Peters van Cueringe sijne broeder. Vermelding van: o.a. te voldoen aen Meriken Peters van Cueringe de somme van hondert vijfftich gulen.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 42 Laureijns Peters van Cueringe, die welcke heeft gelooft Corstiaen Peters van Cueringe sijne broeder costeloos ende schadeloos te houden die comen vuijt den hooffden van de inboedel van haeren ouders etc.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 43 Akte over de hondert en vijfftich gulden. Vermelding van Meriken weduwe Peter Cornelisse dochtere Peeter Willems van Cueringe, Corstiaen haeren broeder ende Laureijns.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 43 Alsoo questie ende verschille waeren ontstaen, waer vuijt processe was geschaepen te gerijsen tusschen Lambert Haubraecken ter eenre, man ende momboir van Maijken leste weduwe van wijlen Jan Jan Heijmans, ende tusschen Willem Jan Schovers ende Ariaen Jan Heijmen Segers als momboiren van Petere simpelle soone Jan Heijmans met consent ende bij wesen van Thonis Goirts als getrouwt geweest sijnde met wijlen Margriet, dochtere des voorschreven Jan Heijmans hem fort ende sterck mackende voor sijne kinderen verweckt bij wijlen des voorschreven Margriet, over het onderhouden ende mondt costen ende clederen des voorschreven Petere simpele soone des voorschreven Jan Heijmans ende mede over tgeene Jan Jan Heijmans saligher sijns voorschreven Lamberts voorraet, terzaeke hij soude hebben genoten, soo van vuijtsetsel ofte huwelijkcx goet etc. Dat die voorschreven Lambert Haubraecken den voorschreven Peter simpele soone sal moeten alimenteren onderhouen in cost ende clederen sijn leven lanck, gesont ende sieck sijnde.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 46 Thomas Willem Wijcx man ende momboir van Catharina dochter Aert Claessen sijne huijsvrouwe, een huijs, hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt Sint Oedenrode. Tusschen erffve Elias van Heeswijck aen de eene sijde ende de anderen sijde de kijnderen ende erffgenamen wijlen Peter van Haestricht, streckende metten eene eijnde opde Veetsche hoeve ende den ander eijnde het gemeijn Mercktvelt. Hem vercoopere aengecomen van sijne voorschreven vrouwen ouders. Heeft hij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen Goijert Thomas Wijcx sijne soone. Goort Thoms Wijcx belooft sijne vader, sijn leven lang geduerende in het huijs sal mogen ende blijven wonende. Onder conditie dat de erffmeubelen alleenlijck sullen vererfft werden bijde voorschreven Goirt, sonder dat imandt van sijne andere suster ofte broeders alnoch recht op sullen hebben ofte pretenderen.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 48 Lenardt Janssen van den Huerck, een stuck teullandt, met het een eijndt van den Berch daer bij liggende ter plaetse bijden Coeveringe, gemeijnt genoemt Barbara Hoeff. Hem vercoopere bij coope vercrege van Lambert Willems met de sijne. Vercofft aen Ariaen Coppens molder opde Coeveringe.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 49 Peter Anthonis van de Laeck, die welcke gelooft bij forme van obligatie te betaelen aen meester Nicolaes Sichmans sijne comparants halven broedere de somme van twaelff hondert gulden capitael.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 49 Mathijs Peters Versantvoirt een sestiende gedeelte in Jacob Willems Gerits Camp, gelegen ter plaetse inde Donderdonck onder de gehuchte van Bosch ende Varenhoudt. Vercofft aen Goijert van Dinther.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 50 Schepenen, borgemeesters, kerck ende H. Geest, mitsgaders tien ende vijftich mannen met gequalificeerde persoonen deser vrijheijt. Representerende het geheel Corpus. Die welcke hebben gelooft op haer persoon ende opde goederen des geheele Corpus deser Vrijheijt, alle jaer te geven ende betaelen vrij van alle lasten aen Jaspert Janssen van Son ofte aenden thoonder deses de somme van veertich gulden sijnde de intrest van acht hondert gulden cappitael.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 51+53 Cathalijn Jan Wouter Vogels weduwe van wijlen Jan Franssen der Kijnderen met Joost Jan Franssen der Kijnderen ende Jan Janssen der Kijnderen, meerderjarige kinderen des voorschreven Cathalijn ende Jan Franssen voornoemt. Hem mede fort ende sterck maeckende voor Goirt Franssen hun absente broeder ende mede voor haer minderjarige suster ende broeders. En hebben geloof ider als schuldenaer Willem Franssen der Kijnderen te restitueren de somme van hondert gulden. In de marge vermelding van: Peterken dochtere Willem Franse der Kijnderen weduwe van Thonis Thonis van Rijsinge geassisteert met Hendrick van de Laeck haere meerderjarige soone. Jan Mauwerus hem fort ende sterck maeckende voor sijne absente vaeder? Cristina dochter Mauwerus Luijcasse.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 53 Jan Dierick Sijmens Kocx, die welcke bekende te transporteren ende over te geven aen ende ten behoeven van Dierck Jans sijn autste soon alle sijn erffelijcke ende haeffelijcke meubelen, goederen tegenwoordich hebbende ofte tgeene hij comparante tot sijne sterff dach sal comen te ruijmen ende achter te laeten. Vuijt genomen een van de beste bedde met sijn toebehort ende daer beneffens een kist, verders egeen gereserveert.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 54 Alsoo questie ende verschil was ontstaen tusschen Corstiaen, Jan, Peterken ende Lijsebeth gesusteren ende broeders kijnderen Thomas Peter Maes ende Margriet Laureijnse sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt ter eenre ende tusschen Evert Willems man ende momboir van Meriken Thomas dochtere des voorscheven Thomas ende Margriet voornoemt sijne huijsvrouwe ter andere sijde. Over de erff als haeffelijcke meubelen, mitsgaders schaer als hop opde velde staende.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 55 Handrick Kempts als momboir over de onmondige kinderen Evert Peters van Heessel verweckt bij Mardalena dochter Nicolaes van de Sande in sijn leven secretaris deser vrijheijt sijne huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 56+57 Alsoo Willem Peter Thonisse woonachtich tot Vechgel als momboir over de onmondige kijnderen van wijlen Matheus Peter Thonissen verweckt bij Meriken Janssen sijne wettige huijsvrouwe. Hadde versocht bij schepen requeste aen schoudt ende schepenen des dorpen van Vechgel, om te comen ende connen geraecken tot eene erfmangeling tot groote voordeel van de onmondige voorschreven, tegen seckere halff huijskens met een schop ende aengelach, gelegen onder den dorpen van Vechgel ter plaetse Wilvers hoeck. Het welck die gemelte Meriken moeder van de onmondige de tochte daer inne is competerende. Aengecomen bij deijlinge tusschen Gerit Jan Gossens, waernaer Jan Hens Cuipers het voorschreven halft huijs bij coope vercregen hadde. Soo sijn die voorschreven Willem Peter Thonissen vuijt crachte der machte als voor met bij wesen van de gemelte Meriken ende Peter Thonissen haere meerderjarige soon ter eenre ende Thonisken weduwe Jan Hens Cuijpers met Thijs Jan Thijssen aks man ende momboir van Lijsebeth dochtere des voorschreven Jan Hens Cujpers ende Tonisken voornoemt sijne huijsvrouwe ende Thonis Janssen van Eerdt man ende momboir van Jenneken dochtere des voorschreven Jan ende Thonisken voornoempt, met malcanderen over comen ende aengegaen eene erffmangelinge. Die voorschreven Mariken ter tochte ende de voorschreven onmondige kinderen ten erffrechte sullen hebben ende houden ende erffelijck besitten voor het voorschreven half huijs ende etc. een huijsken met 2½ lopense aengelach daer aen ende bij gelegen. Bestaende in groes als teulandt te saemen gestaen ende gelegen ter plaetse Wilvers hoeck, tusschen erffve de voorschreven Thonisken aen beijde sijde, streckende metten een eijnde opde gemeijnte van Vechgel ende metten anderen eijnde de kinderen Handrick Handricx.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 58 Peeter Joosten van Erp man ende momboir van Maijken dochter Joost Handrick Vogels sijne huijsvrouwe, een vierde gedeelte in een hoijvelt, gelegen ter plaetse int Torfent. Vercofft aen Goijert Aelberts.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 58 Willem Laureijnse Timmermans weduwnaer van Heijlken Peters, een stucxken teulant genoempt het Streepken inde Hoolstraet gelegen ter plaetse Ollant, ende dat ten behoeve van Ariaen Van Mee man ende momboir van Geertruijt Willems dochter des voorschreven comparant sijne huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 59 Ariaen van Mill man ende momboir van Geetruijt Willem Thimmemans heeft vuijt crachte van affgaen van tochte een stuck teullant, gelegen ter plaetse Ollant. Vercofft aen Jaspart Ruth Clujtmans.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 60 De heere Joannes Boucardus predicant tot Woenssel ende de heere Joannes Broeckhuijsen predicant tot Vechgel als momboiren over de onbejaerde kijnderen saligher meester Sijmen Vogels, verweckt bij Meriken sijne huisvrouwe ende als testamentaire executeure over des boedel van saligher juffrouw Sara vander Goes weduwe wijlen heere Nicolaes Vogelius in sijne leven predicant deser vrijheijt Sint Oedenrode, een stuck teullant gemeijnlijck genoemt Truijen lant alias Clootken. Gelegen ter plaetsche Eversche. Vercofft aen Meester Arnoldus de Cort, schoolmeester tot Esch. Hem heer Vogelius voorschreven bij coope aengecomen sijnde tegens Jan soone wijlen Peter Peeter Leunis, volgens schepenbrieven 15e maij 1661.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 62 Johan Nicolaes van de Sande woonende binnen der heerlijcheijt van Tilborch ende Handrick Kempts als momboir ende curateuren van de onbeiaerde kijnderen van wijlen Evert Peter van Heessel, bijden selve ende bij wijlen Mardalena dochter Nicolaes van de Sande in sijne leven erfsecretaris deser vrijheijt Oedenrode sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Een schaere koij weijde gelegen alhier inde Neul, vermits der doot van Evert van Heessel aengecomen. Hebben sij vercofft aen Goijert Thomas Wijcx.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 63 Mathijs Peter Jan Maes ende Mathijs Handrick Versantvoort, als momboiren ende curateuren over Jenneken simpele dochtere Thomas Peeters Maes, bijden selve ende bij wijlen Margriet Laureijnsse Timmermans sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 63 Corstiaen, Jan, Peterken ende Lijsebeth met haer Gerit Stanssen tot haere vercoren momboir in dese. Albert Schuijbelen man ende momboir van Cathalijn sijne huijsvrouwe. Evert Willems man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouwe alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Thomas Peters Maes bijden selve ende bij wijlen Margriet docher Laureijns Timmermans sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Mathijs Peter Jan Maes ende Mathijs Handricx Versantvoirt als momboir van Jenneken simpele dochter des voorschreven Thomas Maes ende Margriet voornoemt. Die welcke met macanderen hebben aengegaen eene deijlinge van de goederen (parcelen) hen luijden vermits der doot van henne ouders erffelijck aengecomen.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 71 Jan Ariaens Aert Geerlincx woonende tot Vechgel, een stuck teullant gelegen ter plaetse genoempt op Creijtenbuerch. Vercofft aen Hanrisken weduwe Handrick Leenaerts oock woonende tot Vechgel.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 71 Peeter Janssen Verhage aende moeder van Truitien lesten weduwe van Anthoni van Eck, die welcke bekende ten volle voldaen te sijn van Willem Aerts Haubraecken van alsulcke obligatie van hondert gulden capitael als Aert Handrick Aerts Haubraecken hadde op intrest gelicht van de gemelte Anthoni van Eck etc.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 72 Mathijs Jan Joosten ende Ariaen Willem Peeters, die welcke bekent mits desen met macanderen aen gegaen te hebben eene deijlinge van de goederen naer beschreven hen luijden bij coope vercregen van Mathijs Peeter van Breugel.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 74 Ruth soone Handrick Jan Schoenmaker, alhier woonende binnen deser vrijheijt, die welcke verclaerde hoe dat sijne suster ende broeders hem hebbe gehouden opde ambacht vant schoenmaken, ende hem daer toe veel penningen vuijt den gelijcke boedel hebben verschoten, ende als hij gecomen sijnde vuijt sijne leersjaere, hem als doen begeve de ambacht ende voor meester te wercken, soo hij verclaert. Hij comparant dat als doen sijne suster ende broeders vuijt gelijcke boedel hebben vuijt gerijckt ende verschoten de somme van drij hondert guldens tot op coope van leer om alsoo sijne ambagt te connen vervolgen. Soo heeft hij comparant voorde voorschreven somme van drij hondert gulden ende andere oncosten int leeren van sijne ambacht gedaen, gecedeert op gedragen ende over gegeven, alle sijne comparant kints gedeelte tsij haeffelijck als erffhaeffelijck goederen die hem vermits der doot ende afflijvicht van sijne ouders is aengecomen ende op hem verstorven. Om die selven bij sijne comparants suster ende broeders in eene erffrechte te hebben ende te besitten. Gelovende die voorschreven comparant opden selven goederen geen recht acsie ofte pretens sal hebben te pretenderen, maer sal hem vergenucht houden. Mits dat hij comparant sijne leer tegenwoordich inde loij cuijp liggende ende tot sijne behoeve sal behouden, sonder dat sijne suster ofte broeders daer itwas sullen mogen pretenderen etc.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 76 Goort Dielis Tholoffs die welcken bekende schuldich te wesen aen Handrick Rutten van Heritum de somme van hondert gulden.
Inventaris 120 jaar 1674 folio 77 Lujcas Dupon borger der stadt 's-Hertogenbosch als man ende momboir van Elisabeth dochter wijlen Peter van Haestricht in sijne leven notaris ende procureur binnen Den Bosch, soo voor sijn selven als mede last ende procuratie hebbende van Jan ende Maria oock kinderen des voorschreven Peter Haestricht. Een huijs, hoff metten apendentie ende dependentie van dien, gestaen ende gelegen ter plaetse inde Vrijheijt aldaer, tusschen erffenis Thomas Willem van Breugel de een sijde, ende beneffens erffve heer Jacob van Duppen den ander sijde, streckende van de erffgenaem Anthonis Lamberts tot aende Mercktvelde. Hem vercoopere aengecomen ende aen verstorven mits doode van de voorschreven Haestricht henne vader. Vercofft aen Roelant Janssen van de Huerck.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 78 Jan Deckers ende Ariaen Pauwels, als momboir over de onmondige kijnderen van wijlen Handrick Pauwels verweckt bij Cathalijn Jan Roelen sijne huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 78 Claes Peter Martens als momboir over de vijff onmondige kijnderen van Peeter Peeter Huerckx verweckt bijden selven ende bij wijlen Cathalijn Ruth Cluijtmans sijne wettige huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 79 Ruth, Ariaen, Peter Martens man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe, Peter Peter Hurckx ende met hem Claes Peter Marten als momboir van de vijff onbejaerde kinderen bijden selven ende bij wijlen Cathalijn sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Alle kindere ende erffgenaemen van wijlen Ruth Ruth Cluijtmans bijden selven ende bij wijlen Margriet Ariaen Everts sijne wettige huijsvrouw wettelijck verweckt. Die welcke bekennen mits desen met malcanderen aen gegaen te hebben een erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen, hen luijden vermits der doot ende afflijvicht van haere voorschreven ouderen erffelijck aengecomen. Aen Ariaen Ruth Cluijtmans o.a. een huijs, schuer, schop ende bogaert met de potagie op het voorhoofft ende erffve staende, gemeijnlijck genoempt het groot huijs gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse inden Bosch inde Hongerstraet, met den beemt daer aen ende bij gelegen. Tusschen erffve de eenen sijde de Heilige Geest van Megen ende de ander sijde de gemeijne straet, streckende metten eenen eijnde aen erffve de kindern Jacob Wouters ende metten anderen eijnde Ariaen Ruth Cluijtmans mede condivident. (Hier is denk ik bedoeld dat hij daer al iets heeft in eigendom). O.a. noch sess vaeten rogge jaerlijcx in een meerdere pacht van 12 vaeten, te vergelden staende aen Jan Gerits van de Mosselaer ende de weduwe Handrick Pauwels, vuijt onderpanden gelegen tot Oirschot. Aen Ruth Ruth Cluijtmans het cleijn huijs, hoff ende aengelach, bestaende in weij, hoij ende teulant, groot int geheel tien lopense ende ofte etc. Gestaen ende gelegen binnen deser Vrijheijt ter plaetse inden Bosch inde Hongerstraet met den eenen sijde beneffens de gemeijne straet ende metten anderen sijde joncker Michgiel de Jeger c.s. Streckende metten eenen eijnde aen erffve de Heilige Geest van Megen ende metten anderen eijnde de kijnderen Jacob Wouters. Soo is Peter Marten ten deel gevallen, o.a.een vijfde gedeelte in een huijs, hoff, bogart etc. met sijn teullant ende weijde te saem gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse Rijsinge. Soo groot ende in alsulcke voegen alst haer condividenten is competerende, beneffens Jaspert Rutten ende meer andere. Verder vermelding in de akte: ende sal het cleijn huijsken de gerechtichteijt hebben inden noven vant groot huijs staende sal mogen backen voor altijt. Jasper Ruth Cluijmans.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 87 Luijcas Dupon inwoonder ende borger der stadt van 's-Hertogenbosch, soo voor sij selven als mede vuijt crachte van procuratie op hem verleent bij Marie ende Johannis haeren broeder, kinderen van saligher Peeter van Haestricht ende Jenneken van der Hoeve. Een stucxken ackerlants ter plaetse opde Veetsche Hoeve. Folio 88 Heer ende meester Jacob van Duppen. Item een stuck ackerlants gemeijnlijck genoemt het Sulderlant, gelegen ter plaeste inde Eversche ackers, tot behoef van Cathalijn Roelants van Haestricht weduwe wijlen Handrick Pauwels.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 90 Handrick Jan Joppen mede voor Jan Joppen sijne vader, een huijs, hoff etc. met de groes veldekens daer aen gelegen, ter plaetse Nenssel Veressel, tusschen erffve Claes Jan Goorts, aende een sijde ende metten anderen sijde heer Jacob Gijsselaers, streckende metten eenen eijnde aende gemeijne steghe tot op erffenis Anneken weduwe Jan Peeter Joosten. Soo ende gelijck het selven sijne vader is aen verstorven van sijne ouders. Vercofft aen Willem Dierckx Michgiels.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 91 Willem Dierck Michgiels heeft wettelijck ende erffelijck vercofft, eene jaerlijcke chijns van twalff gulden van ende vuijt het voorschreven huijs, hoff etc.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 91 Jan Joppen Moenen die welcke consenterde inde voorschreven vesten ende opdrache bij Handrick Jan Joppen sijne soone opden 19 januarij 1675 ten behoeve van Willem Dierck Micghiels etc.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 92 Jan van Heeswijck als momboir van de onbejaerde kijnderen Mathijs Wouters verweckt bij Jenneken Corstiaen sijne huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 92 Anthonis, Corstiaen Leunisse man ende momboir van Cathalijn sijne huijsvrouwe, Mathijs Wouter ende met hem Johan van Heeswijck als momboir van de onmondighe kijnderen des voorschreven Mathijs verwekt bij wijlen Jenneken sijne huijsvrouwe. Corstiaen Kerkckhoff als momboir van het onmondigh kint van Sijmen Corsten verweckt bij Heijlken dochter Handrick Kerckhoff ende met hem Lenardt van de Oever als momboir in desen. Alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Corstiaen Sijmens van Heeswijck ende Cathalijn Delis Lenarts van de Kerckhoff sijne huijsvrouwe. Die welcke bekende aengeaen te hebben een deijlinge van de goederen hen luijden vermits der doot van henne voorschreven ouders erffelijck aengecomen. Aen Corstiaen Leunisse, o.a. een huijs, hoff, schuer, schop etc. met het aengelach van dien, gelegen ter plaetse Eerde ende Eversch, tusschen erffve Lenardt van den Oever aende eenen sijde ende metten anderen sijde aen erffve Gijsbert Dierck Anthonis, streckende metten eenen eijnde aen erffve (niet ingevuld) medecondivident, ende metten anderen eijnde de gemeijne straet. Aen de anderen percelen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 99 Jenneken weduwe Cornelis Schovers o.a. een vierde part onbedeijlt in huijs, hoff ende bogart gestaen ende gelegen ter plaetse Veressel inde Kijnderstraet, de een sijde Mathijs Peters van Breugel coopere, de andere sijde Thonis Frans Joosten, streckende metten eenen eijnde aen erffve Marten Jan Sanders ende metten anderen eijnde de Kijnderstraet. Vermits der doot van Cathalijn haere vercooperesse suster in haeren weduwelijcken staet aen gecomen als sij seijde. Vercofft aen Mathijs Peters van Breugel weduwnaer van wijlen Cristina Aert Jan Aerts.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 102 Luijcas Dupon inwoonder ende borger der stadt van 's-Hertogenbosch, soo voor sijn selve alsmede voor Maria ende Johannes haeren broeder, kinderen wijlen Peter van Haesticht bijden selven ende bij Jenneken van der Hoeve wettelijck verweckt. O.a. een stuck teullant genoempt Den Scherpacker, gelegen ter plaetse Eerschodt, tusschen erffenis Goirt van Dinther aende eenen sijde, ende metten andere sijde ende eenen eijnde die Cappitelen van Sint Oedenrode, ende metten anderen eijnde opde gemeijne Valstraet. Vercofft aen Johan van de Sande.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 103 Jan Thomas van de Mosselaer weduwnaer van wijlen Lijsken sijne gewesene huijsvrouwe Wouter Gijsberts weduwnaer van wijlen Lijsken sijne gewesene huijsvrouw ende Handrick Gijsbert soo voor sijn selve als mede voor Willem Gijsberts, Jan Handrick Welten, Ruth Faesssen als man ende momboir van Margriet sijne huijsvrouwe ende Meriken Gijsberts gesusteren. Alle kinderen ende erffgenaemen van Willem Handrick der Kijnderen ende bij Meriken Dierck Thijssen Versantvoirt sijn gewesene huijsvrouw wettelijck verweckt, Die welcke hebben met malcanderen aengegaen eene deijlinge van de goederen vermits der doot van de voorschreven Willem Handricx ende Meriken erffelijck aenecomen. Verdeling van percelen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 108 Willem Aerts Haubraecken ende Lambert sijne broedere hem fort ende sterck maeckende voor Aert Handricx Haubraecken haeren simpelen vader, Jan ende Willem gebroederen, kinderen Jan Willems der Kijnderen, bijden selven ende bij wijlen Heijken Rutten van de Hulst sijnen huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke mits dese sijn aengegaen te hebben een deijlingen van de goederen, hen luijden vermits der doot van Willem Handricx der Kinderen ende bij wijlen Meriken Dierck Thijsse Versantvoirt aengecomen. Aen Aert Handrick Aerts Haubraecken hem ter tochte ende sijne kinderen ende kintskinderen ter erffrechte o.a. een woonhuijs met den halven hoff met noch een ackerken teulant, groot omtrent acht lopense met de halve steghde daer bij ende aengelegen, gestaen ende gelegen ter plaetse opden Oever, tusschen erffve Willem ende Jan mede condividenten aende een sijde ende mede aende Dommel ende metten andere sijde de gemeijne heijde van Son, streckende metten anderen eijnde aen erffve de erffgenaemen Dierck Thijssen. Aen Willem ende Jan gebroederen o.a. een schuer ende den halven hoff bijt huijs met een stucken ackerlants daer bij ende aengelegen, ter plaetse opden Oever. Ende sal Willem ende Jan den schop ende het backhuijs opden grond vande gemelten Haubraecken staende, ten allen tijden tot haeren behoeven mogen affbrecken ofte verdrijven, ende oock als versocht sijnde ter simpele vermaningen den gemelte schop met het backhuijs moeten ruijmen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 112 Huijbert Janssen van den Oever man ende momboir van Lijsbeth dochtere Jan den Smit sijne wettige huijsvrouwe. Jan Lamberts Adels man ende momboir van Barbara dochtere des voorschreven Jan sijne huijsvrouwe. Maijken weduwe Handrick Jan de Smit, geassisteert met Jan Handricx haere autste soone. Soo voor sijn selve als mede fort ende sterck maeckende voor sijne andere suster ende broeders. Ider een achtste part in een huijsken, hoff met sijn appendentie ende dependentie, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse inden Aude Vrijheijt aende straet bijde Watermolen aldaer, tusschen erffve Jan Adels mede vercoopere aende eenen sijde ende eene eijnde, ende tusschen erffve Jan Handrick Smits aende anderen sijde, streckende metten anderen eijnde voor opde gemeijne straet hem vercoopere vermits der doot ende afflijvicht van Jacob Jan den Smit ende Cathalijn Merckx sijne huijsvrouwe erffelijck aengecomen als sij seijde. Hebben sij wettelijck ende erffelijcke vercofft op gedragen ende over gegeven ider sijne achtste part ofte soo veel als haer respectieve vercooperen in dit voorschreven huijsken etc. is competerende, aen en ten behoeve van Peter Luijcas Mercx.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 113 Alsoo opde 4e meert was geconsenteert bij schepenen ende tien mannen deser vrijheijt Sint Oedenrode aende tegenwoordige borgemeester om te mogen op intrest te lichten een capitael van twee duijsent gulden ofte daer omtrent tot cecuriteijt ende conservatie van de ingesetene deser vrijheijt, in groot noot ende verlegen sijnde ende dagelijckx groote schade was lijdende. Soo compareerde Peter Janssen Maes borgemeester van Ollant ende Houtem, die welcke bekende deugdelijck ontfangen te hebben vuijt handen van Jenneken dochtere Jan Thijssen de somme van twee hondert gulden, gelovende die gemelte Peeter Janssen Maes onder verbant als naer reche voorschreven twee hondert gulden van heden over een jaer te restitueren met den intrest van vijff vant hondert. In de marge staat: voldaen 19e meert 1678. Folio 114 vermelding van
Inventaris 120 jaar 1675 folio 114 Item verschillende bedragen van Mauwerus Luijcas van de Ven, Willen Franssen der Kijnderen, Jan Gerit Dielis Handrick Dries Heijmens, wonende wonende Nensel ende Veressel. Jan van de Loo, Aert van Delft, Handrick Janssen Verhage, wonende Bosch ende Varenhoudt. Willem Wouters wonende tot Schijndel, de laetste door Peeter Jan Maes voldaen aen Willem Goorts van de Velde.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 115 Johan van Beugen borger der stadt van 's-Hertogenbosch heeft wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen ende ten behoeven van Laureijns van Espendonck o.a.een helliche in een huijs, schop, schuer met het aengelach daer aen ende bij gelegen, ter plaetse opden Coeveringe.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 118 De heer Canonick Sebastiaen Verijdt als momboir ende heer Jan van de Sande als toesiender over Margriet onmondige dochter van wijlen Pauwels Janssen van Ardenburgh in wettige huwelijck verweckt bij wijlen Jenneken Janssen van Moll. Sij hebben vercofft aen heer Adriaen Janssen van Thiene een huijs, hoff ende stallinge soo met sijn apendentie ende dependentie van dien. Gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aede Aude Vrijheijt, gemeijnlijck genoemt De Werelt tusschen erffenis Luijcas Peters van Ham aen een sijde ende metten andere sijde het schoolhuijs, streckende metten eenen eijnde opde Aude Dommel ende metten anderen eijnde voor opde gemeijne straet ofte Mercktvelt. O.a. chijns van 7 oirten int boeck van Helmondt.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 119 De heer Sebastaen Verijdt als momboir ende Johan van de Sande als toesiende van Margriet onmondige dochter van wijlen Pauwels Janssen van Arenberch, ende bekende voldaen te wesen van de heere Adriaen Janssen van Thienen als cooper van de voornoemde huijsinge.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 120 Peeter Dielissen man ende momboir van Maria Michgielsen sijne huijsvrouwe, een stuck teulant, ter plaetse op het Schoor. Vercofft aen Huijbert Handrick Claessen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 121 Alsoo Ariaen Jan Lamberts Walraven wettelijck ende erfelijck vercofft, opgedragen hadde Catharina doctere wijlen Roeff Aertsen een jaerlijcken ende erffelijcken los rente van twalff gulden tien stuijvers. Catharina ter tochte ende Jannen onbejaerde soone van wijlen Peter Jan Leunis ende Catharina voornoemt ten erffrechte. Van ende vuijt een huijs, hoff ende erffenisse, soo saijlant als weijlant te saemen aen malcanderen, gestaen ende gelegen, ter plaetse opde Coeveringe. Tusschen erffve Peter Willems der Kijnderen aende een sijde ende tusschen erffve Ariaen Janssen molder aende ander sijde, steckende van erfve Jacob Gerit Donck tot opde gemeijne straet. Alles breder inde constitie brieff daer van sijnde ende gepasseert voor schepenen deser vrijheijt Sint Oedenrode, de dato den 19e april 1649. Verder vermelding van: Goijert van Dinther ten behoeve als boven van ende vuijt eene erffenis, huijs, hoff, saijlant, weijlant ende beemde, int geheel groot tien lopense, nochtans gestaen ende gelegen ter plaetse inde Donderdonck. Tusschen erffenis heer Jacob van Duppen, Willem Handrick Aert ende meer anderen, die selven Willem met Jan sijne broeder de ander sijde, streckende vander erffenisse Jan Joosten van Erp met meer anderen totter gemeijnte van Sint Oedenrode. Verder vermelding van Johan van den Oever? cappelaen int Stiefft. van Thoir. Heeft wettelijck ende erffelijck opgedragen ende over gegeven aen ende ten behoeven van Johan Henrij van de Sande twee renthe met den verloopen intrest van dien.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 124 Peeter ende Maria hen fort ende sterck maeckende voor Jennken haere suster, gelijck kijnderen van Willem Jan Lenarts, verweckt bij Jenneken dochtere Jan Handrickx. Hebben sij wettelijck opgedragen ende overgegeven aen Handrick Michielse van de Ven een stuck teulant met een groes veltien daer aen gelegen, ter plaetse genoemt den Goeijendonck. Vercoopere aengecomen van Aert Jan Lenarts haeren vader saligher ter toche ende haeren vercoopere ten erffrechte volgens testamente van dato den 15e meij 1652.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 125 Jan Ruth Rijckers heeft wettelijck ende erffelijck getansporteert ende overgegeven aen Handrick Driessen, ten behoeve van hem ende alle de erffgenaemen van wijlen Claes Leunissen o.a.een gerechte vierde part in een hoijbeempt genoemt den Kerwisch, gelegen ter plaetse inde Eversche beemde. De hellichte in de Wilgeacker, ter plaetse in de Eversche. De hellichte in een ackerlants genoemt de Flaes, ter plaetse in de Eversche. Vercoopere aengecomen vermits der doot van Mechel leste weduwe van Claes Leunisse sijne moeder, ende de selven goederen den voorschreven Claes Leunisse met sijn moeder int tweede huwelijck vercregen hadde. Dat den gemelte Jan Rutten Rijckers sal vrij sijn, soo van de schulden, soo die sijne moeder ende den voorschreven Claes Leunssen sijn stiefvader metter doot geruijmpt ende naer gelaten heeft. Dat die voorschreven Jan sal hebben over te leveren alle boecken ende schriften die sijne moeder ende sijne stiefvader heeft naer gelaeten etc.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 127 Jan Lambert Henssen wonende tot Vechel ende Michiel van Roij sijnen swager woonende tot Brussel. Die welcke hebben gelooft een voor alle, ider als schuldenaer principael, dat Gerit Stanssen alle het geen hen competeert opde vrijheijt van Sint Oedenrode, oftewel opt Quartier van Peellant ter saecken wijlen Jan Jan Lamberts sijne eerste comparante soone, soo vant geene hij heeft verdient met pert ende kaer int leger van sijn hoochheijt den Prinse van Oirangie, mitsgaders het geene hem comparante alnoch van het verlies van pert ende kaer om allent geene daer van compaterende bijden gemelte Gerit te ontfangen. Daer sij comparanten ofte haeren oiren daer nimmermeer geen actie, recht ofte pretens opt geene voorschreven staet en sullen pretenderen, mits dat hij gemelte Gerit Stans tusschen dit ende Bamis eerstcomende aen haer comparanten sal vuijt reijcken eens de somme van hondert gulden sonder meer. Mits dat sij comparanten sullen leveren een wettige attestatie, dat ende hoe Jan Jan Lamberts de pert ende kaer is ontnomen, ende ofte het gebuerde dat Jan Lamberts minder als hondert sess dage, sal aende hondert gulden corten. Memorie: de voorschreven hondert gulden sijn voldaen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 129 Ida weduwe wijlen Handrick van Hooff in sijne leven secretaris tot Son, heeft wettelijck gedecedeert opgedragen ende over gegeven, alle ende alsulcke goederen actie ende crediten voor soo veele als haer comparant competeert, egeene gereserveert ofte vuijt gescheijde, soo ende gelijck haer comparant bij wijlen Jacob van Hooff metter doot geruijmpt ende achtergelaeten heeft, soo binnen Son, Breugel ofte binnen deser vrijheijt, tusschen sijne reengenooten gelegen is, aen Bastiaen de Poirte ende aen Wijnant Jan Wijnants om deselve in eene erffrecht te hebben end te besitten.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 129 Also Lambert Jan Willem Kempts, Ruth Janssen van Heretum, Sijmen Willems, Willem Franssen, Willem Rutten, Ruth Peters, Jan Rutten van Heritum, Jan Anthonis Wouters, Jan Handrick Lamberts ende Jan Willem der Kinderen als gemachtigde vande gemeene ingesetene des hoeck van Nenssel ende Veressel, gelijck aen schepenen was gebleecken bij schepenen procuratie de dato den 7e februarij 1656. Verder vermelding van: de heere Isaac van Battem rentmeester der geestelijcke goederen. Juffrouw Ermgardina Sloot weduwe van Isaac van Battem. Mevrouwe Catharina Battem weduwe van wijlen Joncker Jacobus Proningh in sijn leven hooft schoudt der quartiers van Peelant. Joncker Johan Willem Munts als man ende momboir van juffrouw Willemina Battem sijne huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 132 Alsoo Adriaen van Sutphen schepenen, Gerit Jan Sijmens borgemeester, Lambert Rutten, Dierck Baltis van den Rijde, Peter Handrick van Acht, Ariaen Jan Coppens molder, Aelbert Jan Dierck, Cornelis Peters van der Hage, Huijbert Jan Daniels, Sijmen ende Jan Janssen Verhage, Pauwels Willem representerende den geheelen hoeck van Eerde ende Eversche. Verder vermelding van: Isaack Battem. Joncker Nicolaes van den Outelaer. Juffrouw Ermgardina Sloot. Mevrouwe Catharina. Joncker Munts.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 134 Jan Henrij van de Sande procuratie hebbende van Thomas Rutten hem mede ende fort ende sterck maeckende voor Michgel weduwe Aert Rutten van Heritum, heeft in die qualiteit vercofft aen Gerit Stanssen Molemakers een gerechte hellichte in een hoijvelt gemeijnlijck genoempt de Bolck, ter plaetse inde Eversche beemde.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 135+137 De voorschreven vercoopere in qualiteit als voor, heeft alnoch vercofft aen Aert Claessen, o.a. een huijs, hoff, schuer, bogart erffve met de landerijen, soo ackerlant als groes. De een sijde neffens erffve Jan Hens Vervoirt aen een sijde ende met den anderen sijde neffens erffve Dierck Jan Hulssen met meer anderen, streckende van de gemeijne straet tot op erffve Dierck voorschreven. Gestaen ende gelegen binnen dese vrijheijt ter plaetse Veressel.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 138 Thomas Rutten van Heritum ende heeft gelooft opt verbant van sijne persoon ende goederen hebbende ende vercrijgende omde vorderen intrest die de heere Segers behalvens de vier jaeren intrest volgens reckeningen aen hem betaelt den voorschreven Gerit Stanssen secretaris costeloos ende schadeloos te indemneren.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 138 Juffrouw Ermgardina Sloten weduwe van wijlen heer Isaack Battem in sijne leven rentmeester van de geestelijcke goederen van Pelant, mevrouw Catharina Battem weduwe wijlen Joncker Jacob Proningh, in sijn leven hooft schoudt van Pelant, Joncker Johan Willem Munts man ende momboir van Willemina Battem sijne huijsvrouwe.Hebben wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende overgegeven aen ende ten behoeven van Johan Henrij vande Sande een hoijbeempt gemijnlijck genoempt Peggenbeempt, sijnde leenroerig aende Leenhoven van Brabant. Gelegen ter plaetse inden Diependael, aende een sijde Beelken van Houtem ende metten andere sijde aen erffve haer vercoopers, streckende metten eenen eijnde vande gemeijne Dommel tot opde gemeijne straet genoempt den Diependael. Soo als den heere Battem bij coope vercregen hadde van de erffgenaemen van wijlen gewesenen van Heessel.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 139 Johan Henrij van de Sande, den welcke bekende schuldich te wesen aen voorschreven vercooperen de somme van twee hondert gulden, die hij ter saecken vanden coope penninge is schuldich gebleven.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 140 Evert Ruth Everts woonende tot Vechgel heeft vercofft aen Marten Cornelis van der Hagen ten behoeven van de drij kinderen van Aert Handricx Aerts Houbraecken verweckt bij Lijsbeth Ruth Everts sijne tweede huijsvrouwe, een stuck teulant, ter plaetse Houtem onder Ollant.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 140 Willem ende Jan gebroederen soone wijlen Jan der Kijnderen bijden selve ende bij wijlen Heijlken Ruth Willems sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke bekende met malcanderen aengeaen te hebben eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hen luijden vermits der dode ende afflijvicht van henne voorschreven ouders aengecomen. Aen Jan o.a. een huijs, schuer, schop met hoff ende bogart met de landerije daer aen ende bij gelegen onder de prochie ende dorpen van Vechgel ter plaetse opde Voirt. Bestaende in gras als teulant, tusschen erffenis aen een sijde ende eene eijnde beneffens de gemeijnte van Vechgel, ende metten anderen sijde ende eene eijnde beneffens erffe Lenardt Leunisse, met de kijnderen Dierck Baltis. Soo als Cornelis Handricx tegenwoodich in sijn gebruijk is hebbende. Item noch een schuer, backhuis ende schop met den halven hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse Villebraecken opden Oever, rontsomme in erffve der kinderen Aert Handrick Aerts Haubraecken. Aen Willem o.a. twee huijsen met de hoff met de gerechticheijt ende gebruijck inde Sonse heijde, gestaen ende gelegen opt Villenbraecken, ende de teulanden aen ende bij gelegen meest inden prochie van Son.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 147 Handrick Janssen Sluijsenberch weduwnaer van wijlen Thonisken dochtere Jan Willem Sanders sijne gewesene huijsvrouwe, die welcke verclaerde te renucheeren van sijne tocht recht hem competerende van alle goederen, die welcke hem comparant van sijne voorschreven huijsvrouwe sijn aengecomen ende hij als langhs levende, de selven naer lant rechte in tochte was blijven besitten. Ende dat ten behoeven van Jan sijnen comparante soone.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 147 Dielis ende Jacob gebroederen, Dielis Rutten de Cort man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe, Jan Everts man ende momboir van Geertruijt sijne huijsvrouwe ende Maijken huijsvrouwe van Jan Heijmens. Die voorschreven Jan Heijmans tegenwoordich ende lange tijt absent ende inden oirlogh begeven hebbende ende niet wetende ofte de selven noch int leven sijnde ofte doot is. Hebben tot dien eijnde gestelt van sheeren wegen beneffens de voorschreven Maijken tot haeren vercoren momboir in desen Gerit Stanssen om haer loth, soo als recht is te verwachten. Alle kinderen ende erffgenaemen van wijlen Tholoff Dielen bijden selven ende bij wijlen Hendersken dochter Aert Jacobx van Doremaelen sijn huijsvrouwe wettelijck verweckt. Hebben met malcanderen gemaeckt en ende aengeagen een erffscheijdinge van de goederen, hun luijden vermits der doot ende afflijvicht van henne voorschreven ouders aengecomen. Aen Jacob Tholoffs o.a. een huijs, hoff etc. met het aengelach van dien, gelegen ter plaetse inden Bosch aende Voirt, tusschen erffve de Heilige Geest van Megen aende een sijde ende metten anderen sijde de gemeijne Voirt, streckende metten eenen eijnde aen erffve Willem Wemmers Diercken, ende metten andere eijnde de Heilige Geest voorschreven. Aen Jan Evert o.a. een esthuijs met de hellichte van sijn aengelach, gelegen ter plaetse genoempt het Konnick hoff Tusschen erffve (niet ingevuld) mede condivident aen een sijde, ende andere sijde Goort Dieles, streckende metten eijnde opde gemeijne straet ende metten anderen eijnde Goirt Dielen voorschreven. Aen Dielis Rutten de Cort o.a. een huijsken met de hellichte in voorschreven Konnickx hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse voorschreven, tusschen erffve Goirt Dielen aende een sijde ende tusschen (niet ingevuld) mede condivident aende ander sijde, streckende met de eenen eijnde aende gemeijnte ende met den anderen eijnde aen erffve Goirt Dielen voorschreven. Verdere verdeling, mede aan de anderen van percelen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 154 Akte over een jaerlijcke pacht van acht vaeten garsten maeten van Roij ende tot Roij te leveren. Vuijt een stuck ackerlants gelegen ter plaetse in den Bosch genoemd de Leunisacker. Brieven van Sint Oedenrode daer over gemaeckt den 13e april 1567 Vermelding van: Willem soone Wilaer Eijmberts van de Outelaer. Peter soone Wilaer Aertsen van der Laeck. Dierck soone Wielaer Joosten van Bueren als wittige man ende momboir van Mechelken sijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Handrick Goijerts bijden selven ende Heijlwichken sijne huijsvrouwe dochtere des voorschreven Peter Aerts van de Laeck Den voornoemde Dierc Joosten van Beurden als man ende momboir van voornoemde Metken sijne huijsvrouwe. Handrick soone Willaer. Lambert soone wijlen Anthoni Handrick Goijerts. Peeter Anthonis vande Laeck naer gelaeten weduwnaer van wijlen Everentiana sijne gewesen huijsvrouwe. De voorschreven Lambert ende Wouter Joost Colen als momboiren ende curateuren over de onbejaerde kijnderen Des voorschreven Peters van de Laeck. Jan Anthonis Wouters vercoopere, als momboir van de onmondige kijnderen van wijlen den voorschreven Peeter Aerts bijden selven ende bij Meriken sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Peeter Jan Rutten. Laureijns van Espendonck borger der stadt van 's-Hertogenbosch.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 157 Sijmen Goirt vande Velde heeft sich gestelt borger, voor Cathalijn Jaspers huijsvrouwe van Jan Sijmens van de Velde geboortich van Sint Michiels gestel, voorde kinderen die sij binnen deser vrijheijt sal comen te verwecken.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 157 Huijbert Handrick Claessen, die welcke bekende schuldich te wesen aen Gerit Corstiaen Wouters de somme van hondert gulden.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 158 Corst Jan Hanss, gebortich van Sint Michiels gestel, die welcke heeft sich gestelt tot borge voor Jan Corsten ende voor Mariken sijne huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 159 Thonis Janssen man ende momboir van Angneesken dochtere Ariaen Daniels sijne huijsvrouwe, Willemken dochtere Ariaen Daniels weduwe van wijlen Jan Thonissen, Cathalijn dochter des voorschreven Ariaen Daniels ende Evert Ariaen Daniels soo voor sijn selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Maijken sijne absente suster. O.a. een gerechte sevende part in een stuck lants gemeijnlijck genoemt de Streep, gelegen ter plaetse aen de Heijde. Tusschen erffvenis aen beijde sijde Gerit Stanssen, streckende metten eenen eijnde opde Valstege ende metten anderen eijnde opde gemeijne straet. Vercofft aen Jan van Heeswijck
Inventaris 120 jaar 1675 folio 161 Willem Thonis Hoevens woonende tot Best man ende momboir van Mechgel Jan Ariaens sijne huijsvrouwe een gerechte hellichte in een hoijvelt gemeijnlijck genoempt den Breijen beempt, gelegen ter plaetse inde Eversche beemde. Vercofft aen Maijken weduwe Handrick Smits.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 161 Jacob Janssen Keijsers weduwnaer wijlen Jenneken dochtere Jan Claessen van den Spijcker sijne gewesene huijsvrouwe
Heeft vuijt crachte de machte van testamente tusschen hem gemelte Keijser ende sijne gewesene huijsvrouwe gemaeckt ende gepasseert voor schepenen 7 maert 1665, een heijcamp gelegen ter plaetse aende Rijsinse berch. Vercoopere bij coope vercregen vande regeerders deser vrijheijt, Vercofft ten behoeve van Goijert Alberts
Inventaris 120 jaar 1675 folio 163 Wouter Joost Colen ende Cornelis Jans vander Asdonck o.a. een stuck teulant gemeijnlijck genoemt de Streep, gelegen ter plaetse opden Berch tusschen erffve Adriaen van Osterwijck aende een sijde ende metten anderen sijde aen erffve Frans van Kessel, streckende vanden gemeijne meschwech tot op erffve de voorschreven onmondige. Vercofft aen Ariaen Coppens.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 164 Goirt Willems man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouwe, Jan Roeloffs, Meriken Handrick Everts Jan Claessen man ende momboir van Aeltien Pauwels sijne huijsvrouwe woonende tot Overassel gelegen in Maes en Wael, soo voor sijn selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor sijne andere vrouwe susters, Denis Handricx woonende int lant van Cuijck soo voor sijne selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Herman sijne broeder als sij seijde. Hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft aen Jan van Heeswijck o.a. een stuck teulants, gelegen ter plaetse aende Heijde. Item noch een hoijveltien, gelegen ter plaetse Rijsinge etc.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 166 Margriet weduwe Denis Gijsberts, die welcke verclaerde ende gaet aff haere tochte haere competerende in de hoffstadt waervan de huijsinge inden jaeren 1672 is affgebrant. Gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aende straet, tusschen het Kerckstraetien aen eenen sijde ende met den anderen sijde Handrick van Raessen, streckende van de Buerchgraeft tot opde gemeijne straet. Ende dat ten behoeve van Luijcas Roeloffs als man ende momboir van Maijken dochtere Margriet voorschreven ende de gelijcke kinderen van Gijsbert soone Denis Gijsberts verweckt bij Cathalijn Jan van den Huerck.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 166 Alsoo de weduwe Willem Jan Aerts Vervoort vuijt secker acker gemeijnlijck genoempt den Nachtegael was geldende eene renthe van tien gulden jaerlijcx, sijnde het capitael 200 gulden aen Sint Pauwels Gasthuijs alhier, staende binnen deser vrijheijt. Ende alsoo de kinderen van wijlen Willem Jan Aerts Vervoirt als nu van meijningen sijnde te lossen ende te quiten. Soo compareerde de heere Baron van Erckel heere van Ammelrode etc. gerechte collator van het voorschreven gasthuijs, die welcke bekende aen sijne hooch edele handen de voorschreven renthe van twee hondert gulden gelost ende gequeten te sijn.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 167 Peeter Janssen van den Huerck als momboir over de onbejaerde kijnderen van wijlen Gijsbert Denissen van Lieshoudt, verweckt bijden selven ende bij wijlen Catharina dochtere Jan van den Huerck sijne huijsvrouwe.
Inventaris 120 jaar 1675 folio168 Luijcas Roeloffs man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe, een gerechte hellichte van de gerechte hellichte van een affgebrande huijsplaets, gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aende straet, tusschen erffve Handrick Jans van Raessen aenden eene sijde ende tusschen het gemeijne kerckstraetien aen de andere sijde streckende met den eijnde vanden Buerchgraeft tot opde gemeijne straet. Hem vercoopere aengecomen bij aff gaen van tochte van sijne vrouw moeder als hij seijde. Heeft hij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen ende ten behoeven van Jan Huijberts van der Heijde.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 169 Alsoo het lijwat tot achtien stucken ofte baene gevlucht geweest sijnde in eene kist op het huijs van mijn heer Jeger. Ende de selven opden inventaris van de goederen van heer Jacob van Duppen sijn aengeteeckent. Ende alsoo de erffgenaemen aende executeurs hebben versocht om bijde, haer onder malcanderen te scheijden ende te deijlen, alsoo sij verclaerde het selven hoochnodich van doen hadde. Soo sijn de stucken in presentie van schepenen deser vrijheijt minnelijck gescheijde ende gedeijlt etc.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 169 Peeter Janssen de Roij ende Lenardt Janssen vande Huerck als momboir van de onbejaerde kijnderen van wijlen Gijsbert van Lieshoudt, verweckt bij Catharina dochtere Jan Lenarts vande Hurck sijne huijsvrouwe. Hebben vercofft aen Jan Huijberts van der Heijde eene hellichte van een aff gebrande huijsplaets gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse inde Oude Vrijheijt. Tusschen erffve Handrick Jans van Raessen aende een sijde ende de ander sijde het gemeijn kerckstraetien, streckende metten eenen eijnde vande gemeijne straet tot opde Borchgraeft.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 171 Alsoo Lenardt Aert Thijssen opden 29e meij 1649 voor Kempts ende Heijmen Jans als getuijgen, hadde bekent schuldich te wesen aen Jan Jan Heijmens de somme van een hondert gulden. Thonis Goirts gewesene man ende momboir van Margriet dochter des voorschreven Jan Jan Heijmens, die welcke heeft getranspoort opgedragen ende overgegeven aen Joncker Lambertus van Gerwen schoudt der stadt Helmond, een geregte derde part inde boven gestelde Inventaris 120 jaar 1675 obligatie etc.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 172 Peter Ariaens van de Niuwelaer ende Jan Claes Vos, die welcke hebben geapprobeert ende gelaudeert in alsulcke transport ende overgeven als Cornelis Aerts ende Jan Ariaen Claessen opden 28e meij 1671 voor schepen alhier gepasseert, nopende alsulcke actie ende pretensie die sij mochten hebben in seckere hondert gulden aen haer was competerende van de gehuchte van Ollant ende Houtem.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 172 Jan ende Mechgel meerderjarige, die voorschreven Mechgel geassisteert sijnde met Gerit Stanssen als geaffineerde momboir in desen. Kinderen Ariaen Walraven bijden selve ende bij wijlen Genefeva dochter Mathijs Diercken Versantvoirt sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Cornelis Peter Martens van der Hage ende Lenardt van den Oever als momboir der onmondige kinderen van wijlen Lambert Ariaen Walraven, soone des voorschreven Ariaen ende Genefeva voornoemt verweckt, bijde selven ende bij Cathalijn dochtere des voorschreven Cornelis van der Hage sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Ariaen Coppens als vaderlijcke momboir van sijne onmondige kinderen verweckt bij Maijken dochtere des voorschreven Ariaen ende Genefeva voornoemt wettelijck verweckt. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben eene deijlinge vande goederen hen luijden vermits der doot ende afflijvicht van wijlen haeren voorschreven ouders aengecomen. Aen Cathalijn dochter Cornelis van der Hage weduwe Lambert Ariaens Walravens haer ter tochte ende haere kinderen ten erffrechte o.a. den hoff met het voor huijs met vier gebonden met den kelder ende schop met sijn aengelach, daer aen ende bij gelegen. Gestaen ende gelegen ter plaetse opden Coeveringe, tusschen erffve aende eenen sijde Peter Willems der Kijnderen ende metten anderen sijde Mathijs Wouters, streckende met den eenen eijnde aen erffve Jan Ariaen Walravens mede condivident, ende metten andere eijnde de gemijne straet. Item nog de gerechticht inde stalplaets, in alsulcke voegen als die van outs aldaer bijde voorschreven erffenis heeft toebehoort. Verder nog percelen. Aen Jan Ariaens Walraven o.a. het achterhuis groot drij gebonden tot den middelwant toe, met een stalhuijsken groot twee gebonden in sulcke voegen als die selven aende voorhuijsen ende opden selve plaetse aende woonhuijsen gehoorende sijn gestaen. Verder nog percelen. Aen Mechgel Ariaens Walraven, verschillende percelen. Aen de onmondige kinderen Ariaen Coppens, verschillende percelen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 179 Jenneken weduwe Willem Janssen, die welcke verclaerde te renuchieren van haere tocht recht haer enichsint competerende inde goederen gelegen ter plaetse inde Goijendonck. Aldaer tusschen sijne reengenoten, in besonderen parceelen gelegen, soo teulant als groeslant, egeene van dien gereserveert. Ten behoeven van haer comparant drij kinderen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 179 Peter Willem Jans, soo voor sijn selven als mede hem fort ende sterck mackende voor Jenneken sijne suster, Meriken meerderjarige dochtere Willem Peters. Die welcke hebben vuijt crachten van het bovengenoemde renunchietie vercofft aen Dierck Jan Diercken, verschillende percelen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 180 Jacob Willemse van Duppen, Margriet meerderjarige dochter des voorschreven Willem van Duppen, Jan Handrick Smits man ende momboir van Maria dochter des voorschreven Willem van Duppen sijne wettige huijsvrouwe, een huijs ende erffenisse daer aen ende bij gelegen binne deser vrijheijt ter plaetse inden Bosch. Soo ende in voegen het selven wederom naer beleening ende versterff van saligher heer Jacob van Duppen was aengecomen ende wederom aen haer verstorven. Waer van de beleeninge als cooper over gelevert. Gelegen tusschen erffve hem vercooperen aende eenen sijde ende metten anderen sijde den Heilige Geest van Megen, streckende van erffve van de erffgenamen heer Jacob van Duppen tot opde gemeijne straet. Hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft, opgedragen ende over gegeven aen ende ten behoeven van Jan Craenen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 182 Handrick Gieles als naeste van bloede, heeft met recht van naderschap gecalengeert alsulcke ackerlant gemeijnlijck genoempt Aelken Janssen ecker, gelegen ter plaetse opt Schoor. In alsulcke voegen als Huijbert Handrick Claess gecofft van Peeter Dielissen man ende momboir van Maria Michgielssen sijne huijsvrouwe, sijnde de suster van hem naerderman.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 182 Handrick Gielens, die welcke heeft het recht van naerderschap welcke hem enichsints soude mogen competeren in het bovenstaende stuck ackerlants op den 28e november bij naederinge hadde vercregen. Soo heeft hij comparant het selve recht wederom aen Huijbert Handrick Claessen als eerste coopere over geleveren om bijden selven het selven stuck lants in eenen erffrecht te hebben ende te behouden.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 183 Mathijs soone Peter Mathijssen Versantvoirt, die welcke verclaerde dat sijne vader saligher in sijne siekte vermaende ende belaste dat hij voor desen hadde te pretenderen opden goederen van Claes Leuissen etc. Dat hij noch sijn oiren, de erffgenaemen van Claes Leinissen ofte sijne naer gelaten goederen altijt vrij ende ongemolesteert sal laeten.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 183 Alsoo Willem Willems ? hadde vercofft opgedragen ende overgegeven aen Willem Haubraecken ten behoeven van de heer Isaack Batten in sijn leven rentmeester der geestelijcke goederen van Pelant, eene jaerlijcke ende erffelijcke chijns van vijfftien carolus guldens. O.a. vuijt huijs, schop, schuer, hoff, bogart ende verdere aengelach teulant, gelegen ter plaetse genoempt inden Bosch opt Cremselaer, neffens erffve der kijnderen Handrick Willem Jacobx nort waerts aende een sijde ende neffens erffve Thijs Jan Joosten aende andere sijde, streckende van de gemeijne straet tot op erffve der weduwe ende kinderen Joncker Dierck van Gerven.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 185 Alsoo Mauwerus Mathijssen ende Jan Ariaen Schellen als momboir vande onbejaerde kijnderen van wijlen Pauwels Ariaens verweckt bij Jenneken dochteren Ariaen Schellen ende alsoo de momboir voor alle man hadde vercofft soo huijsraet, bercken ende enigh torff inde boedelen bij wijlenAriaen Peter Renders vader vande voorschreven Pauwels waeren naergelaeten, ende de penningen daer van hadde geprocedeert, getelt aen de kinderen vande voorschreven Pauwels Ariaen ende daer mede de schuld voorde gelijcke erffgenaemen betaelt. Soo compareerde Jan soone der voorschreven Pauwels Ariaens tot sijne mondige jaeren gecomen sijnde. Claes Gerit Mathijssen man ende momboir van Cathalijn dochteren des voorschreven Pauwels Ariaens, die welcke bekende dat sij de penningen die waeren gecomen van de goederen voor verhaelt van haere voorschreven momboiren hadde ontfangen.
Inventaris 120 jaar 1675 folio 186 Jan Thijs Meussen, als momboir vande onbejaerde kijnderen van wijlen Emmert Emmers verwekt bij Jenneken Ariaen sijn huijsvrouwe.
Inventaris 121 Er ligt een los briefje in dit boek waarop geschreven staat: Den 19 januarij 1745 overleed alhier de eerwaarde heer Deelen, vice Pastor van deze plaats.
Oud Rechterlijk Archief Sint Oedenrode Inventaris 121 periode 1 januari 1676 - 8 october 1682
Inventaris 121 jaar 1680 losse aktes, Anthonius Goorts Couwenberch ende heeft bekend schuldich te weesen aen Adriaen Willem Peeters ingesetenen alhier de sommme van een hondert carolus guldens.
Inventaris 121 jaar 1681 Ick onder geschreven bekenne ontfangen te hebben eut handen van Henderick Jan Tommaes van de Morsel, twee hondert ducatons van wegen het lant dat Jan Kranne in sijn gebruuck heeft gehad. Comte de Berlo, Janne P, van Erp. 14 october 1681
Inventaris 121 jaar 1676 Klein acten boeckje van 7 januarij 1664 tot 22 october 1672.
Folio 1 Erfdeling der kinderen van Wouter Willem van Tillaar en Anneken dogter Linard Antonissen te weeten Jan en Willem, Maaijke en Anneke en Joost Dielisse van Erp man van Margarietien zijn huisvrouw. Waer in Willem Wouters van Tillaer onder andere goederen, kreeg een half veldeke gelegen agter Eijk de een zijde H. Geest van Rode, de andere zijde heer Jacob van Duppen, het ander eijnd de steegh, het ander eijnd juffrouw Endevoets, de helft daarvan kreeg zijn suster Maaijke van Tillaer 18 februarij 1665.
Folio 1 Joncker Gerwen. Een erf op 't Cremselen gelegen groot 5 lopense genaamd Lammerckthoff met nog enige percelen waarvan een parceel genaamd het Hopakkerken groot een bossche sestersaet, aen de een zijde Gasthuis hoef, het een eijnd Joncker Gerwen, het huijs en aangelag aan een zijde en eijnd aan de Gasthuishoef 16 februarij 1665. (Einde niet zo goed te lezen)
Folio 1 Kerckhof, Willem Jans in den Hulst alias Kerkhoff en Peter Hendrikx van Eijnhooven man van Geertruijt Jans in den Hulst alias Kerkhoff 29 meij 1665.
Folio 1 Craenmortel. Een heijcamp Craenemortel gelegen in Jekschot, leenroerig aen Juffrouw Hambroeck, de een zijde Joost Daniel, de ander zijde de ……van Catalijn Jan Erberts het een eijnde de kleine hoeve, het andere eijnd heer Jacob van Duppen met meer anderen de 28 september 1665.
Folio 1 Heessel. Evert Peter van Heessel, Dirk Corstiaens van Tartwijck man van Alphonsa dogter Peter van Heessel en Maria ook dogter van Peter van Heessel weduwe Jan van Kilsdonck, gebroeder en suster. 15 april 1667.
Folio 1 Tartwijk. Dirk Corstiaens van Tartwijck bezat de….. van Lambert van Hirtum en van Mattijs van der Hagen ….van huis en brouwerij, de een zijde de weduwe van Kilsdonk, de andere zijde Scholasterij, het een eijnde de gemeen straat, het ander eijnde de schoolwiel. 12 augustus 1661.
Folio 2 Heessel. Magdalena eerste weduwe van Adriaan van Heessel en daar na weduwe van Dirk van der Hagen, had een zoon Johan van Heessel, Cannonick, te Xanten, ten overleden de 3 september 1666.
Folio 2 Van Bree. Dirk van Bree kogt de helft van een bunder genaamd Corstiaans beemd, gelegen te Vresel den 27 januari 1668.
Folio 2 Wijdeven. . … voor de een helft aan Cornelis van der Heijden, voor de andere helft. Jan van Asconck en Jan van Heeswijk den 28 september 1668.
Folio 2 Wichmans. Heer Antonius van Lendt woonende te Osch als man van Clara Coursel zijn huijsvrouw, weduwe Gerrit Wichmans, bekend ontvangen te hebben van Jan Laurens van Kam veertig vaten rogge, etc. voor het gebruijk van de een helft van een hoeve gelegen opde Coevering den 18 meij 1669.
Folio 2 Moll en Molemakers. Pauwels Janse van Arenbergh getrouwd geweest met Jenneke dogter Jan Peters van Moll en Gerit Stanss Molemakers getrouwd gweest zijnde met Jenneken zijn voorschreven Paulus van Arenbergh weduwe den 2 december 1670.
Folio 2 Tartwijk Kemp. De kinderen en kindskinderen van Jan Lambert verwekt bij Jenneken Lambert van Tartwijck hadde gedeijlt hunne erfgoederen den 10 october 1665, behoudelijk een koeijveld in de Oorschotse Scheeken genaamd Anna Lamberts Scheeken, dat zij onbedeeld onder hun hebben gehouden. Vermits de pacht daaruit gecomen aan de kerk van Gemonde den 27 maart 1671.
Folio 3 Kruijsakker. Gelegen in de Verwe groot omtrent 9 lopense met een eijnde aan de gemijne straat, gekocht door Gerit Stanse Molemakers de 19 meij 1671.
Folio 3 Tartwijk Kemps. Hendrik Lambert Kemps man van Jenneke dogter Dirk Corstiaan van Tartwijk en Alphonsa van Heessel, en Lenart Janse van de Horck man van Alphonsa ook dogter van Dirk en Alphonsa voorschreven. deijlde de goederen van har vrouwe ouders en har swager hun agtergelaten, waar in Hendrik Lambert Kemps te loote viel het huis het Hart met zijn brouwerij, tusschen de Schoolasterij aan de een zijde en de kinderen Jan van Kilsdonk aan de anderen zijde, strekkende van de gemeen straet tot op de Schoolwiel. Den 16 julij 1671. Mar deze stond de halft van den huisingen wederom af aan zijne swager Leonard van de Horck bij akten van 2 november 1671.
Folio 3 Van Espendonk. Opgedragen aan Jan van Beugen en Laurens van Espendonk, een huis, schuur, schop met het aangelagh daer aan en bij gelegen groot omtrent 24 lopense opde Coevering. Item nog een nieuwe camp groot omtrent 8 lopens, aan een zijde en een eijnde de verkooper het ander eijnde de gemeene steegde. Item nog een parceel genaamd de Tinckart 2 lopens in de Eversche. Item nog een kamp en hoij als teulland groot omtrent 3 lopens gelegen aan de Heilige Eijck. Item nog een hoijveld genamd de Hazeput 5 lopens met een eijnde aen de Bonefante? van de Bosch. Iten nog een hoijbeemd genamd de Keerwis 3 lopens in de Eversche beemden. 10 januarij 1672.
Folio 4 Johannes Vogelius. Verkoop door de kinderen en erfgenaam van Jan Lenaars van de Horck en Anna dochter van Jan van de Spijcker aan Mathijs Antonius van der Hagen 16 Marten 1672.
Folio 4 De Heer Sebastiaan Verrijt Cannunick van 't capittel van Hilvarenbeek en Jan van de Sande momboir van 't onmondige kind van Pauwels Janse van Arenbergh verwekt bij Jenneke van Moll den 30 mart 1672.
Actenboek van 16 januarij 1667 tot 8 december 1682
Folio 5 Heer Jacob van Duppen erfgenaam Catelijn weduwe Nicolaas Jan Merks, haar ter togte en haar kinderen ten erfregt, Jacob van Duppen en Margariet en Jan Hendrik Smits man en momboir van Maria zijn huisvrouw haar ter togte en haar kinderen ten erfregt, kinderen van Willem Gorts van Duppen, daar in viel Catalijn weduwe Nicolaas Merkx het huis Stompershoek nog de Lijff, daar tegenwordig woond Frans de Stoeldraijer met de poort, de een zijde de erffgenamen Jan Adams van der Hagen, de andere zijde de gemeen straat, strekkende op de erffenisse 't capittel alhier, ander eijnde haar condividente. Nog de nieuwe hoff aan het Neulstraatje, nog de Meerakker groot 3 lopense op de Heijkant tusschen de erf de weduwe Jan van Heeswijk aan de een zijde en Geert Stansse Molemakers aan de andere zijde, strekkende van de steegden tot aan de Dommel. X kinderen van Willem Gertjan Duppen verkregen onder ander het huis de Prins genaemd tegenover het Kerkstraatje van Sint Oda, tussen Gerit Jansse de een zijde, de andere zijde de weduwe Gort Dielen Acten 4 december 1676.
Folio 5 De Nieuwen hoff, lag tusschen de erfe de een zijde Roelant van de Horck, de andere zijde het Neulstraatje, strekkende in de Veetsche hoeve tot opde Merktvelde. Actum 8 maart 1677.
Folio 5 Dueren, Molemakers. ….Dielisken Hendrik Lucas weduwe Bastiaan van Dueren en Gerit Stanse Molemakers, welke kenen en lijden mits dezen met malkander hebben aangegaan een erffscheidinge en deijlinge van goederen, haar van voorschreven Dielisken bij dode en aflijvigheid van Jenneke dogter Peter Jacob Goorts leste weduwe van Dirk Janse de Ketelaar haar moeder, haar erfelijk aangekomen ende voorschreven Gerit Stansse Molemakers bij dood en aflijvigheid van Dieliken zijn dogter, verwekt bij Hendersken dogter Dirk Janse de Ketelaar voornoemd. Overmits welke erfschijding soo is de voorschreven Gerit Stanse Molemakers bij blinde loote ten deelgevallen een huis, schop etc. met omtrent 5 lopens teulland daar bij gelegen ter plaatse aan de Heijde, tusschen de erve Jan van de Oever aan de eene zijde en met de andere zijde en een eijnde de gemeente, en met ander eijnde de weduwe Willem Jan van Schijndel etc. 25 april 1677
Folio 6 De heer Feij. Een koijweijke gelegen onder Rijsingen, verkoopt aan Jan Goord Verhagen. 24 meij 1677.
Folio 6 Van de Asdonck. Cornelis Nicolaes Coppens wonende alhier, man en momboir van Maria zijn huisvrouw. De voorschreven Cornelis en Lenard van de Asdonck momboiren over Jan en Jenneken, alle kinderen en erfgenamen wijlen Jan van de Asdonck bij de zelve Jan en bij Mariken dogter Joost Coolen wettelig verwekt. Erfscheijding 16 october 1677.
Folio 7 Gerard Pennings man en momboir van Anna zijn huisvrouw, dogter van voorschreven Jan van de Asdonck en Maria voorschreven.
Folio 7 Van Heessel. Joannes Everts van Heessel, nog getrouwd geweest met Maria Willem van Duppen weduwe Jan Hendrik Smits 28 september 1678.
Folio 7 Vulkens Ven. Huis, hof met zijn aangelag, bestaand in teulland en weijland gemeijnlijk genaamd Vulkens Ven, gelegen op Osstaijen, tusschen de erffe en zijde Jacob Gijselaer, het een eijnd de gemeente. Verkogt aan Peter Matijssen van Breugel. 24 december 1678. Die hetzelve weder overgaf aan Jansen? Martens de 6 maart 1679.
Folio 7 Van der Hagen. Mathijs Adam van der Hagen was getrouwd met Cornelia Jacob Gerits van der Velden. 12 april 1679.
Folio 7 Van Beugen. Een stuksken land genaamd de Geer gelegen te Vressel 23 september 1679.
Folio 7 Handrik Jan de Smit en de erfscheiding der goederen van Handrik Jan de Smit en Maaijke Leunis Gijsbers zijn huisvrouw, kreeg Catelijn Handrik Smits hunnen dogter, huis, hof, met ap. en dependentie van dien gelegen op de Dijk tusschen erffenissen Joncker Michiel de Jeger aan de een zijde, met de ander zijde de gemeen pas, streckende van de erffenisse Johan van de Sande tot voor op de gemeijne straat 21 november 1679.
Folio 8 Op de Coevering. Een stuk zoo hoij als weiland ….. gemeenlijk genaamd de quaaijvelden, tusschen erffenisse ende een zijde en een eijnde Monsieur van Espendonck, de andere zijde de erffenisse Willem Joosten, het ander eijnde de erffenisse Jan Wichmans 4 janaurij 1680.
Folio 8 Erfmangeling. (a) tusschen Catelijn en haaren broeder Hendrik Jan de Smit van de goederen, haar van wijlen haren ouders en hem bij koop verkregen tegen joncker Jan Carel de Jeger aangekomen, verkreeg Hendrik Jan de Smit het huis op de Dijk, zoo als het Catalijn zijn zuster was gevallen, uit genomen een gedeelte van de hof aan de west zijde in de hoeck van de straet, zoo wijd tot op de hegge van joncker Michael de Jeger, dat zal blijven ten profijte van Cathalijn. En Cathalijn verkreeg een huis en hof tusschen de erffenisse de een zijde Michiel Dekkers andere zijde en een eijnd joncker Michael de Jeger en aan de ander eijne de gemeene straat. 13 januarij 1680.
Folio 8 Capellen Beemd. Geleegen omtrent de Hooge Vonder, tusschen de erffenisse joncker Johan Carel de Jeger tot Lochtenburg aan beijde zijde en een eijnde, met de een eijnd de Dommel. Verkogt door de heer Nicolaas van Capelle borger van 'S Bosch, aan de heer Johan Carel de Jeger. 10 februari 1680
Folio 9 Bobbnagel. De kinderen van Tonis Aarts, verdeelen haer halve hoeve ten Bobbenagel. 21 februari 1680.
Folio 9 Sloot Battem. Ermgardine Sloot weduwe wijlen de Heer Rentmeester Battem. 9 maart 1680.
Folio 10 Berlo. Jenneke weduwe Jan Peter Raijmakers bekend schuldig te zijn aan de heer Graaf van Berlo de som van 261 gulden, zeven stuijvers etc. Verder vermelding van de heer van Boxmeer. 7 juni 1680 en haar adelijk huis genoemd de Pas Bogaard, zoo met den hoven, weijland daar aan en bij liggende, binnen deze vrijheid ter plaatsen op de Bergh, omtrent de sluijs aan de rivier de Dommel, aan een zijde en met den andere zijde en een eijnde de gemeente genoemdt De Pas, en met den andere eijnde aen de erffenisse Johan van de Sande. Item nog een hoeve bestaande in huis, schuur, schop, hof en boomgaard. Geleegen binne de vrijheid ter plaatse omtrent de Nijnselse Capelle zoo en gelijk het de weduwe Hendrik van de Wiel tegenwoordig in sijn gebruijk is hebbende. 20 junij 1680.
Folio 11 Veesche Hoeve Berlo. De heer Albert Ferdinand Grave van Berlo en vrouwe Joanna Philippina van Erp zijne gemalinne. Een stuk land gemeijnlijk genaamd de Veetsche Hoeve, 8 lopens groot, gelegen op de Veetsche Hoeve, aan deen zijde en een eijnd hem heer cooper en met de andere zijde aan erffenisse de kinderen joncker Steenlage en met de ander eijnde opde gemeen straat. Nog een ander stuk teulland gelegen als voor, aan beijde zijde de kinderen joncker Steenlage voorschreven, strekkende van de gemeene straat tot op de erffenisse hem heer Cooper …. erffenisse het klein weijken aan de hooge Vonder. Hebben zij verkogt aan de heer Johan Carel de Jeger tot Lochtenburg. 24 junij 1680.
Folio 11 Berlo. Jenneke weduwe Jan Peter Leunisse, de welke heeft in handen gesteld aan de heer Grave van Berlo, alle haare bestiaale peerd koijen etc., mitsgaders schaar, soo op de velde als in huis liggende etc. 24 juni 1680.
Folio 11+12 In de erfschijding en deeling der goederen van Claas Jan Mercks en Catalijn dogter Gerd de Busschieter zijn huisvrouw verwekt, viel Hendrik de Wit man van Jenneke Claas Jan Mercks onder andere goederen het huis en erf Stompershoek, ook het derde part in de Meeracker, den geheele akker gelegen tusschen de erffgenamen aan de een zijde de erffenisse de weduwe Jan Willems van Heeswijck de anderen zijde Geert Stanse en anderen. Strekkende van de steegh tot op de Dommel 30 october 1680.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 1 t/m 6 Begin van de akte is onvolledig die begint met: het groot huijs tusschen erffve de weduwe Jan Denis Pauwels, ende tusschen erffve aen een sijde ende een eijnde (dan staan er puntjes) mede condivident ende metten andere eijnde erffve Jan Jan Verhage ende met den eijnde de gemeijn straet.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 6 Alsoo Dierck Mathijs Versantvoort ende sijne huijsvrouw hadde gemaeckt voorden notaris Johan van de Heuvel ende seekere getuigen haer testamente leste ende vuijterste willen, waer onder anderen instantelijck hadde versocht ende gebeede dat Mathijs Dierck haere soone souder naer haer doot wesen als toesiende van Jan haere simpele soone ende sijn goederen te adminstreren ende gade te slaen.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 8 Catalijn weduwe Handrick Pauwels als naeste van bloede heeft geboden blinckende ende klinckende penningen, heeft met recht genaedert alsulcke parceel van teulant als Luijcas de Pon opden 7e janauri 1675 hadde vercofft, opgedragen ende overgegeven in alsulcke voegen als het selve binnen deser vrijheijt is gelegen ter plaetse opde Veetse Hoeff tusschen erffve Jan Craen aen een sijde ende met den andere de weduwe Willem Gerits de Cort, streckende metten eenen eijnde aen erffve de weij ten Neull ende met den andere eijnde de erffgenamen Thons Lamberts Francken.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 9 Alsoo questie ende verschil was ontstaen waer vuijt processe was comen te gerijsen voor schepenen deser vrijheijt, tusschen de erffgenamen ende executeurs van wijlen heer Jacob van Duppen ter eenre ende tusschen Jacob van Dupen als mede erffgenamen ter andere sijde, over seckere verschil ende prentensie die hij Jacob van Duppen pretendeeerde over seckere arbeijts loon, die hij hadde verdient aen de huijsinge van heer Jacob saligher met metselen, als mede over anderen pretensie van gebruijck van hem van Duppens leengoet. Soo hij seijde dat heer Jacob saligher van hem voorschreven huer penningen vant sijn twegen soude ontfangen hebben, waer over contrahenten wedersijts bekende door sprecken van goede lieden vergeleeckem ende int minnen over comen te sijn, tweten dat de gemelte Jacob van Duppen sal hebben en houden alsulcke stoffen mantel als hij tot van Rijsinge binnne den Bosch heeft gehaalt, die hem gelijcke erffgenamen noch competerende. Ende daer en boven met de eersten sullen geven ses en dartich gulden eens. Waer mede alle questie ende verschil sal wesen doot ende te niet ede het prins ? huer mede sal comen te verefferen. Ende de costen tot noch toe geresen sijnde sal bijde executere beneffens
de sess en dartich gulden vuijt de gelijcke boedel betaelt.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 10 Alsoo Johan van de Sande opden 31e meij 1675 hadde vercofft opgedragen ende overgegeven aen Aert Claessen door proocuratie van Thomas Rutten van Herentum een huijs, schuer, schop ende teulant als groes daer bij gelegen ter plaetse Veressel, tusschen sijne reengenoote aldaer. Ende alsoo de gemelten Aert de voornoemde goederen alhier in alsulcke voegen als het voorschreven Aert was aengecomen, wederom hadde overgegeven aen Thomas Rutten van Heretum etc.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 11 Joncker Johan Willem Munts, eene hoij beempt gemeijnelijck genoempt de beempt achter eijck, gelegen tusschen erffve de heer Hijacinth Dally aende eenen sijde oistwart ende metten anderen sijde ende eenen eijnde Joncker Willem van de Outelaer, ende met den anderen eijnde op erffve de kinderen Wouter Gruijters. Hem vercoopere bij coopen vercregen hadde vande kinderen ende erffgenamen van wijlen Jan van der Asdonck, tot behoef van Gerit Stanssen Molemakers om bij den selve in eene erffrecht te hebben ende te besitten.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 13 Wouter, Jan, Gerit, Corstiaen Jan de Jongen, ende Aeltien suster ende broeders kindere wijlen Lenart Wouters van de Loo verwekt bijden selven ende bij wijlen Merike ariaen Claassen sijne geweesene huijsvrouwe. Soo voor haer selve als mede hen fort en sterck mackende voor Ariaen haere apsenten broeder, Handrick Gerits van Gestel man ende momboir van Merike dochtere des voorschreven Lenardt ende Meriken voornoemt sijne huijsvrouw, een weijveltien gemeijlijck genoempt het Weijveldeken gelegen in de Lockstraat, De vercoperen vermits der doot van haeren voorschreven auders erffelijck aengecomen. Hebben sij erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen aert Janssen van Delft, ten behoeven van Anneken Rutten Janssen van Delfft. Cijns aan het boeck van Helmondt.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 14 Die voorschreven vercoopere hebben alnog wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen Lenart Aert Thijssen Sichmans een hellichte in een stucxken ackerlants gemeijnlijck genoempt den binnen acker.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 15 Alsoo Jan Franssen jongman ende Jenneken dochtere Daniel Lenardts van den Huerck, weduwe van wijlen Aert Jan Aerts beijde gebortich ende inwoonderen deser vrijheijt Sint Oedenrode. Welcke te saeme in onwettige bedde bijden anderen hebben geprocureert eene jonge dochter met naeme Jenneken, ende alsoo de voorschreven Jenneken van de Huerck het voorschreven haere kint tot noch toe heeft gehouden en gealimenteert, waer over ende anderen saecken groot questie ende verschillen tusschen haer beijde was ontstaen. Soo sijn partijen met haeren eijge vrijen willen sonder van imande daer toe bedwongen te sijn. Soo compareerde voor ons schepenen der vrijheijt Sint Oedenrode onder genoempt die voorschreven Jan ende Jenneken, die welcken verclaerde ende bekende dat sij met malcanderen sijn vergeleecken ende geaccordert inder minne tweten dat Jenneken haere kint bijde voorschreven Jan comparant in onwettige bedde heeft verwekt sij als noch sal houden ende allimenteren tot pincxter eerst comende. Ende soo heeft de gemelte Jan Franssen gelooft onder verbant van sijne persoon ende alle sijne goederen hebbende ende vercrijgende dat hij het voorschreven kint nu te pincxteren eerst comende den voorschreven Jenneke van den Huerck moeder van het voorschreven kint daer van sal ontlasten ende het selven soo danich sal houden ende alimenteren sijne levende geduerende, gesont ende sieck sijnde, gelijck men een eerlijck mans kint behoort ende schuldich is te doen. Dat sij Jenneken der voorschreven noch niemandt van de haeren met het voorschreven kint niet belast noch beswaert ende sullen werden, noch tans onder soo danige conditie dat allent geene sij comparanten met den anderen hebben vuijt staen ofte trouw belooft gedaen alles hier mede sal comen te cesseren, sal sijn doot ende te niet ende ider wederom staen op haer vrij voeten ende alles hier mede vergeven ende vergeeten etc.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 18 Frans Peter Jan Delis, Eijcke Peter Jan Delissen weduwe wijlen Thijs Jan Thijssen Versantvoort , Jacob Aert, Jan Peter Aerts, Thomas Aerts soo voor haer selve als mede hem fort en sterk maeckende voor Gerit ende Jan haeren apsente broederen, Peter van de Mosselaer als man ende momboir van Merike Aerts sijne huijsvrouwe, Jenneken weduwe Peter Dierckx, Jan Thomas man ende momboir van Lijsken Aerts sijne huijsvrouwe, Catalijn Aerts Corst Leunisse, Lambert Aerts man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe, Cornelis Laerhoven man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouw, Jan Thonis, Jan Aerts als man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouwe, Claes Michgiels als man ende momboir Lijsken sijne huijsvrouw, Peter Jan Handricx in den naeme ende als last hebbende van sijne vader, Gerit Corsten, Jan Corsten, Mathijs Corsten, Handrick Jan Wouter Vogels man ende momboir van Lijsken sijne huisvrouw Corstiaen Wouters, Jacob Corsten ende Gerit Corsten als momboir van de onmondige kijnderen van Wouter Corstiaens, Merike ende Jenneken dochtere Jan Lenarts Daniel Ariaens weduwnaer van wijlen Tonisken Gerits, Roeloffs Willems man ende momboir van Lijsken sijne huijsvrouw, Jan Jan Henssen man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouw, Thonis Dierckx man ende momboir van Aelken sijne huijsvrouwe, Jenneken Goirts Catalijn Goirts, Corstiaen Goirts, Lijsken huijsvrouw van Dierck Jans Haubraecken, geassisteert met Jan haeren soone, Dierck Hulssen hem fort ende sterck maeckende voor Claes sijn soone, Merike meerderjarige dochtere Jan Aerts, Cathalijn Aerts, Jan Thomas Aert Thomas Peter Jacobs man ende momboir van Meriken Thomas sijne huijsvrouwe, Willem Jans hem mede fort ende sterckmaeckende voorden voorschreven Peter Jacobs, Jan Thomas als momboir van het onmondige kint van Thomas Janssen. Wouter Martens, Aert Thomas als momboire van de onmondige kinderen Huijbert Janssen, Peter Frenssen, Jan Ariaen Jacob van de Wijdeven, o.a. een huijs, schuer ende dries daerbij gelegen gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aende Eversche tusschen erffve aen de eene sijde ende eijnde aen erffve Cornelis Peter Martens van der Hage ende metten anderen sijde Daniel Ariaens ende metten anderen eijnde de gemeijn straet. Hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen en ten behoeve van Handrick Driessen, Jan Jan Gerits, Peter Wouters, Willem Jans, Jan Jan Lenarts, Michgiel Dierckx, Claes Goirts ende Jan Goirts om bijde selven in eenen erffregt te hebben ende te besitten.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 25 Jan Everts woonende tot Boxtel, een vierde part onbedeijlt in een hoijvelt gemeijnlijck genoempt den acker, gelegen ter plaetse Ollant tusschen de gemeijne Dommel aldaer vliedende met beijde eijnde ende eenen eijnde, ende metten anderen eijnde op erffve de heer Petrus Lus.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 26 Laureijns Peeters van Cueringe, die welcke bekende schuldich te wesen aen Jan Jans Cluijtmans ten behoeve van de 2 onmondige kinderen van wijlen Wouter Willems bijde selven ende bij wijlen Jenneken Janssen Cluijtmans sijne gewesene huijsvrouw verweckt, de somme van hondert veertich gulen.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 27 Dielis Mathijssen een gerechte hellichte in een stucxken teulant onbedeijlt, gemeijnlijck genoempt het verbant? huijs, gelegen ter plaetse Veressel. Cijns in het boek van Helmondt.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 28 Cathalijn weduwe Jan Frans Joosten der Kijnderen ende Joost meerderjarige soone voorschreven Jan der Kijnderen ende Cathalijn voornoemt. Soo voor sijn selve als mede hem fort ende sterck maeckende voor sijne andere susters ende broeders, de gerechte hellichte in een hoij veltien, verkocht aen Sijmen Jan Thijssen Versantvoort ten behoeve van Dennis Sijmens sijne swager.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 29 Peeter Dielissen woonende tot Eijnthoven een hoijveltien gelegen ter plaetse inden Goijendonck. Vercocht aen Jan Corstiaens.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 29 Augustinus Nukercke borger der stadt van 's-Hertogenbosch ende Heijlke Vervort weduwe van wijlen Cornelis Ariaens de Leuw, die welcke bekende voldaan ende betaelt te sijn vuijt handen van Willem Kerckhoff en Jan Goirt van de Velde als momboir Aert Haubraecken.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 30 Peter Peter van de Laeck, Joost ende Peter gebroederen, soone der voorschreven Peter van de Laeck, die welcke bekendt schuldich te sijn aen Ariaen Stanssen Molemakers een somme van twee en tachentich gulden, tien stuijvers.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 31 Maijken weduwe Marten Thiebosch, geassisteert met Gijsbert Handrick inwoonderen deser vrijheijt tot haeren vercoren momboir. Michgiel meerderjarige soone des voorschreven Marten Tiebosch ende Maijken voornoemt, in dienst onder de compagnie van heere capiteijn Veresteijn. Een huijsken ende hoff gestaen ende gelegen ter plaetse in de aude vrijheijt omtrent de Sluijs, tusschen erffve Joncker Michgiel de Jeger aende een sijde ende eenen eijnde, ende metten anderen sijden de Sluijsdijck, ende met den anderen eijnde de weduwe Maijken Handrick Smits met de potasie daerop staende op het voorhoof. Haer vercoopersse bij scheijding ende deijling tusschen de voorschreven Marten haere man saligher ende sijne broeders ende susters aengecomen. Hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende overgegeven aen Johan van de Sande procureur alhier.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 33 Alsoo Jan van Heessel opden 20e dach der maent meert sestien hondert sess ent sestich met Geertruijt van Schoonhoven sijne voorschreven Heessels leste huijsvrouw hadde gemaeckt testamenten gepasseert voor Jan van den Heuvel, dat sijne outste soone soude hebben ende bedienen den erffelijcke recht van de secretarije in Rode Vechel etc. Verder vermelding van: Jan Lambert Kempts man ende momboir Alphonsa dochtere des voorschreven Jan Van Heessel verweckt vuijt den eersten bedde bij Elisabeth dochtere Nicolaes van de Sande sijne eerste huijsvrouwe. Gerit Stans Molemakers.
Inventaris 121 jaar 1676 folio Juffrouw Ermgardijna Sloot, weduwe wijlen den heer rentmeester Battem. Welcke comparant ten versoecke van Joncker Johan Willem Munts haeren swaeger sich gestelt heeft tot borge. Verder vermelding van: Pauwels Gasthuijs. Thomas Walravens van Erckel, heere van Ammelrode. De heer predicant Aelstius.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 36 Dries Joosten van Erp twee derde parten onbedeijlt in een huijs, schuer, hoff ende bogart, gestaen ende gelegen ter plaetse bijde Nensselse Cappele, tusschen erffve N. van Capelle binnne den Bosch, streckende van Joost van de Wegen c.s. tot opde gemeijne straet etc.Heeft hij wettelijck ende erffelijck overgegeven aen Jan, Cathalijn, Judich ende Jenneken, gesusteren ende broeder kinderen Peter Peeter Lamberts verweckt bij wijlen Margries Joosten van Erp sijne huijsvrouwe.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 37 Jan Claessen Cluijtmans man ende momboir van Geertruijt dochteren Joost Janssen de Ketelaer sijne huijsvrouw. Joost Peters woonende tot Osch. Jochum Peeters mede woonende tot Osch den voorschreven Joost ende Peter voor haer selven ende mede hem fort ende sterck maeckende voor Handersken haere meerderjarige suster, Marten Janssen ende Jenneken Janssen meerderjarige kijnderen Jan Janssen de Gruijter verweckt bij Maijken dochter Jan de Ketelaer sijne huijsvrouw wonende tot Helmondt, hem mede fort ende sterck maeckende voor Meriken haere meerderjarige suster. Maijken weduwe Sander Peeters woonende binnnen Den Bosch man ende momboir Anneken dochtere Jan Handrick de Gruijter sijne huijsvrouwe. Die voorschreven Joost Peters ende Jochum Peters als momboiren van het onmondige kint van (in de marge staat: Mathijs Peters ende van de kinderen Jan Peeters, daaronder staat en streep en dan: den voorschreven Marten Janssen als momboir van het onmondich kindt van ) wijlen Handricx de Gruijter verweckt bij wijlen Maijken dochter Jan de Ketelaer sijne huijsvrouw. Een halff huijs, hoff, bogart ende schuer met sijn aengelach, gelegen binnen deser vrijheijt van Sint Oedenrode opden Berch aende Sluijs, tusschen erffve de weduwe Jan van Heeswijck aende een sijde ende metten anderen sijde de gemeijne straet, streckende metten eenen eijnde aen erffve de kinderen Handricx Jans ende de anderen eijnde aen erffve Peter Peeters van de Laeck, hen vercoopere aengecomen vermits der doot ende afflijvicht van Handrick Jans de Ketelaer. Hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende overgegeven aen en ten behoeve van Goirt Thomas Wijcx.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 40 Peeter Jan Handrickx heeft wettelijck gecedeert, opgedragen ende overgegeven ten behoeve van Jan Handrickx sijne broeder alsulcke goederen ende erffenisse gelegen binne deser vrijheijt ter plaetse opde Sloeff, tusschen sijne reengenoten aldaer, soo ende in voege hem opdrager vermits der doot ende afflijvicht van sijne auders is aengecomen.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 40 Handrick Handrick Peters, alias mulder, woonende binnen deser vrijheijt Eerschodt, Jan Thijssen woonende tot Veressel ende Meriken weduwe Matheus Peters woonende aende Santsteghde. Die welcke alsoo sijn geworden porteren ende portersse deser vrijheijt.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 41+43 Alsoo Jan Sijmens van de Velde gewesene man ende momboir van wijlen Willemke dochtere Thomas Janssen de Ruijter, ende soo de voorschreven Willemke deser werelt sonder maecken van testament noch wettige geborte naer te laeten is comen te overlijden, soo is den voorschreven Jan Sijmen de goederen van de eersten afflijvige naer lant rechts in tochte blijven besitten. Alsoo de voorschreven Jan Sijmens bij scheijdingen ende deijlinge tusschen sijne vrouwe susters ende broeder was ten deel gevallen een schuer, staande op het erf van Ruth Janssen mede condivident onder de last dat hij gemelte van de Velde soude gehouden sijn de schuer aff te brecken ende van de gront der voorschreven Ruth te verbrengen etc.Verder vermelding van: Ruth Jan Willems man ende momboir van Cathalijn dochtere Thomas Janssen de Ruijter ende Cornelis Thomas de Ruijter. Cornelis Thomas.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 44 Peeter Anthonis van den Laeck eenen hoijbeempt gemeijnelijck genoempt de Strick, gelegen ter plaetse in de Eversche beemden. Van sijne ouders wettelijck aengecomen. Vercofft aen Nicolaes Ariaen Coppens molder alhier.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 45 Alsoo Jan soone wijlen Handrick van Gestel hadde wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende overgegeven aen meester Jan Peters van der Heijden een jaerlijcke ende erffelijcke losrenthe van drij gulden, jaerlijckx verschijnende alle jaer op Sint Peters dach waer bij den eersten verschijndach als men schrijven sal duijsent sess hondert ende veertich, ende soo vorts van jaer tot jaer totte losdage toe geduerende. Van ende vuijt eenen seckere dries, gelegen aen de Rootsche heijde. Vercofft aen Sijmen Goirts van de Velde. Verder vermelding van: Jan Lamberts. Willem Handrick Peters. Jan van der Heijde capilaen tot Uden.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 46 Jenneken weduwe Cornelis Schovers, Aert Corstiaens man ende momboir van Willemke sijne huijsvrouwe, Rut van de Coeveringe man ende momboir van Cathalijna sijne huijsvrouwe, Maijken ende Mechegel meerderjarige mede kinderen des voorschreven Cornelis Schovers ende Jenneken voornoemt. Drij gedeelte in een hoijvelt onbedeijlt gemeijnlijck genoemt de Eckels gelegen ter plaetse Ollant en Houtem. Haer opdrageresse een deel bij doode van haere ouders aen gecomen ende twee deelen bij coop van haare broeder Claes, als van Jan van Crabben mulder tot Casteren. Hebben sij overgedragen aen Cornelia haere dogter. Cornelia sal gehouden sijn om haere moeder nu tegenwoordich ende lange tijt sieck te bedde liggende tot de sterffdach toe sal hebben te dienen.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 48 Jaspart Janssen van Son hadde gemaeckt sijne testament voor de notaris Molemakers in dato den 2e dach der maent meert 1676. Verder vermelding van: de arme van Son ende Sint Oedenrode. De twee kinderen van Marten Janssen van Son broeder des testateurs.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 50 Jan Aert Vervoort, Matijs Peeters Versantvoort, Thijs Diercken Versantvoort, soo voor sijn selve als mede hem fort en sterck maeckende voor Janne sijne simpele broeder, Cathalijn Diercken Versantvoort, Cornelis Daniels van de Huerck man ende momboir van Jenneken dochter Dierck Thijssen Versantvoort, Matijs Handricx Versantvort voor sijn selven als mede hem fort en sterck mackende voor Dierck ende Catalijn sijne meerderjarige broeder ende suster, Jan Jacobs Versantvort man ende momboir van Maria sijne huijsvrouwe, Lijsken meerderjarige dochter des voorschreven Dierck Thijssen Versantvort. O.a. een gerechte hellichte onbedeijlt in een huijs met schuer ende backhuijs met de gronde van erffve daer aenliggende ende bij behoorende, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt van Oedenrode ter plaetse Ollant onder Houtem, tusschen de gemeijne straet aen een sijde ende tusschen erffve der kinderen Marcelis Lamberts aen ander sijde, streckende metten eenen eijnde aen erffve der erffgenaen Ruth Cluijtmans ende metten anderen eijnde opde Kerckpadt aldaer. Iten noch de hellichte in en stuck saijlant gemeijnlijck genoemt de Rijshacker, gelegen ter plaetse voorschreven tusschen erffe Ruth Ruth Cluijtmans aen een sijde ende tusschen erffve der kinderen Sijmen Willems aende ander sijde, streckende metten eenen eijnde aen erffve de heer van Berckel binnen Den Bosch, ende metten ander eijnde aen erffve Mathijs van de Sanden. Item noch de hellichte in een acker teulant gelegen ter plaetse voorschreven tusschen erffve Jan Janssen Verhage aen een sijde ende tusschen erffve de kinderen Sijmen Willems aen andere sijde, streckende met den eenen eijnde der kinderen aen erffve Dierck Versantvort ende metten anderen eijnde de kinderen Ruth Cluijtmans etc. Alles aengecomen bij versterff van Peter Peeters van Breugel als getrout geweest sijnde met Heijlken Thijs Dierck Versantvoirt. Hebbe sij vercofft aen Handrick Willems van de Huerck.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 55 Handrick Willems van de Huerck, inwoonderen deser vrijheijt, die welcke bekende schuldich te wesen aen Cornelis Peeters van der Hage de somme van twee hondert vijfftich gulden. In de marge vermelding van: Jenneken Hendrik Mercx weduwe Willem van Soggelen hebben ontfangen de somme den 20e november 1759.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 56 Alsoo Willem Franssen der Kinderen als momboir van de onmondige kijnderen van Ruth Peters, verscheijde maelen heeft op doen soecken ter secretarije de vercoopcedulle van de vercoffte meubelen ende have bij den voorschreven wijlen Ruth Peters achtegelaeten ende ander documenten, verclaerde dat hij alle moijten ende devoire hadde aengewent omde selve op te soecken, nochtans egeene de minste documenten, dienende tot het doen van reckeningen was te vinden ende alsoo lichtelijck moijlickheden ofte processe vuijt soude hebben comen ontstaen, soo sijn de voorschreven kinderen, tweeten Peter Rutten ende Jan Ruten gebroederen als nu tot haeren mondige jaeren gecomen sijnde gecompareert, beneffen Mauweris Luijcas van de Ven, man ende momboir van Lijsken dochtere Willem Franssen der Kijnderen voorschreven ende Jan Lamberts van de Laeck man ende momboir van Peterken oock dochtere voornoemt ter anderen sijde, hen fort ende sterck maeckende voor Willem der Kinderen haere schoonvader tegenwoordich sieck te bedde liggende etc.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 58 Opden vijffden december 1668, soo hadde Nicolaus Corradin gelooft te restitueren aen de heer Isaack Battem de somme vant sestich gulden, ende alsoo de weduwe van de heere Battem den voorschreven joncker Carradin verscheijde maelen minnelijck hadde versocht omde voorschreven penningen te restitueren, edoch daertoe niet comen geraecken. Soo heeft Juffrouw Ermgardina Slooten de voorschreven sestich gulden getransporteert aen en ten behoeve van de heer van Outelaer heere van Asten etc. om bij den selven in eenen erffrecht te behouden, ende bekennen mede de voorschreven sestich gulden vuijt handen van de gemelte heere van Asten ontfangen te hebben.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 59 Willem soone Gerit Dielis man ende momboir van Eijken sijne huijsvrouwe, hadde wettelijck vercofft eene losrenthe van thien Carolus guldens aen Jan Geritsen van Kleijnenbreugel, alle jaer op onse Lieve Vrouwe Lichmisse ende waervan den eersten verschijndach wesen sal, lichmisse toecomende alsmen schrijft 1656. Van ende vuijt seckere huijs, hoff ende schuer ofte torffschop gelegen binnne deser prochie van Sint Oedenrode met den aengelach van dien, met een sijde neffens erffve Luijcas Jan Nicolaes Merckx ofte des selffs erffgenamen ende metten den anderen sijde Handrick Marten Dobbelens, streckende metten eenen eijnde op erffve meester Michgiel Deckers ofte de Veetsche hoeve, streckende metten anderen eijnde op het gemeijn Mercktvelt. Soo compareerde Peter ende Andries gebroederen, kinderen des voorschreven Jan Gerits van Cleijnenbreugel, als last hadde van Angenesken haere moeder soo sij verclaerde, hebben vercofft aen en ten behoeven van Jan Jan Roijens de voorschreven tenthe van tien gulden.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 61 Meriken weduwe Willem Corsten van de Velde heeft gelooft onder rechte op haer persoon ende goederen hebbende ende vercrijgende Thonis Thonissen van Rijisingen den jonge, als van heden over een jaer te restitueren, de somme van acht ent negentich gulden met den intrest tegens vijff vant hondert.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 62 Jan ende Handrick gebroederen kinderen Aert Everts, Ariaen Laureijnssen van den Rijdt man ende momboir van Jenneken sijne huisvrouwe, een stuck heijvelts groot omtrent 2½ lopense ofte soo groot etc. gelegen binnen deser prochie van Sint Oedenrode op Creijtenbuerch, haer vercoopere aende een sijde ende met den ander sijde de weduwe Dierck Baltus vander Rijdt, streckende metten eenen eijnde aen erffve Lamtien Jan Heijmans ende metten anderen eijnde aen erffve Jan Aerts van de Mee, hen vercoopere vermits der doot ende afflijvicht van haeren ouders erffelijck aen gecomen als sij seijde hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft op gedragen ende over gegeven aen ende ten behoeven van Baltus Laureijnssen van de Rijdt om bijden selven in eenen erffrecht te hebben ende te besitten. 30 november 1676.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 63 De heere Johan Carel de Jeger tot Lochtenbuerch, Joncker Michiel Antonius ende den heere Guilielmus Ludovicus de Jeger, Joncker Cornelis oom van Wijngaerde als man ende momboir van vrouwe Beatricx Catharina de Jeger sijne huijsvrouwe, die welcke bekende aengegaen te hebben eene deijlinge van de goederen, hen beijde vermits der doot ende aflijvicht van saligher Philippus de Jeger haeren broeder. Aen o.a. heere Guilielmus Ludovicus de Jeger o.a. een adelijck omwatert huijs, gemeijnlijc genoempt het Hooch huijs, gestaen ende gelegen binnen den dorpen van Selst. Verder vermelding van het huijs De Son, staende alhier binnen deser vrijheijt bij den Watermolen.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 68 Cathalijn weduwe Nicolaes Jan Mercx haer ter tochte ende haere kinderen ten erffrechte, Jacob van Duppen ende Margriet geassisteert met Roelant van Horck als momboir in desen, ende Jan Handrick Smiths man ende momboir van Mariken zijne huijsvrouwe haer ter tochte ende haere kinderen ter erfrechte, kinderen Willem Gerits van Duppen. Die welcke bekende aengegaen te hebben eene erffscheijdinge van de goederen hen luijden vermits der doodt ende afflijvicht van weijlen heer Jacob van Duppen bij testamenten aengecomen soo sij verclaerden. Aen Cathalijn weduwe Nicolaes Mercx, het huijs, hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijdt ter plaetsen aende Oude Vrijheijdt, tusschen erve Lambert Spierincx aen een zijde, ende dandere zijde Jacob Keijsers, streckende van erve Handrick van Raessen tot op het Cleijn Havervelt. Item noch de Leijff daer tegenwoordich in woont Frans den Stoeldraaijer met de poort, deen zijde op erffve Jan Adams van der Hage, dander zijde de gemeijn straet, streckende op erffve vant Capittel alhier ten anderen eijnde. Item noch de nieuwe hoff aent Neulstraetien. Item noch twee koeijweide inde Neul. Item noch de erffenis gelegen onder Ollandt daerop woont Jan Peters Platvoet. Item noch een erffeniss gelegen binnen dese vrijheijt ter plaetse Op den Houdt, tusschen erve de kinderen Willem Rutten ende voorts rontsomme aen de gemeente, in sulcke voegen Joost Luijcas in zijn gebruijck is hebbende. Item een huijs ende erffenisse genaemp Apenhoeff, gelegen onder Veghel. In alsulcke voegen Jan Peters in zijn gebruijck is hebbende. Item noch een huijs, schuer, gelegen alhier binnne dese vrijheijt ter plaetsen Neijnsel, soo gelijck het Handrick Hens Weijten in zijn gebruijck is hebbende. Verder vermelding van: de lasten gaende vuijt Stompershoeck o.a. een halve stuijver chijns int boeck van Helmondt. Vuijt den Apenhoef vier stuijvers sess penningen chijns aant boeck van Helmondt. Aen de kinderen van Willem Gerrits van Duppen o.a. een huijs gemeijnlijck als nu genoemt De Prins alhier aen de plaetse tegen over het kerckstraetien van Sint Oedenrode, tusschen erve Gerrit Stanse aen een zijde ende de ander zijde de weduwe Gerit Dielen, streckende van de Veetse Hoeve tot opde gemeijne straet. Item noch een huijs staende alhier aende straet, tusschen erve Jan Adams van de Hage aen een zijde en eenen eijnde, de ander zijde de erffgenamen Corst Smiths, streckende metten anderen eijnde opde gemeijne straet. Item een erffenisse, gestaen ende gelegen onder Ollandt, soo ende gelijck het Handrick Peter Maes in zijn gebruijck is hebbende Item een huijs etc. gestaen ende gelegen op de Coeveringe met de landerijen daer bij gehoorende ende gelijck het Jacob van Doremaelen in zijn gebruijck heeft. Item noch de erffenisse gestaen ende gelegen int Broeck, soo ende gelijck het Peter Gijsberts met alle zijne parceelen, egeene vujt gescheijden in gebruijck heeft. Item alnoch een erffenisse gestaen ende gelegen aent Eversche, soo ende gelijck Thonis Dirck Jans het tegenwoordigh in sijn gebruijck is hebbende. Hier jaerlijcx vuijt te vergelde vijff stuijvers aen het sielboeck van Sint Oedenrode, gaende vijt het huijs tegenover het kerckstraetien als genoemt De Prins. Item vijt het voorschreven huijs ses stuijvers chijns int boeck van Helmondt. Noch onbedeijlt de brouwketel met cuijp en aencleven van dien.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 82 Jacob Duppen ende Margriet van Duppen, geassisteert met Jan Corstiaen Deckers tot haeren vercoren momboir in desen, Jan Hendrick Smiths man ende momboir van Maria zijne huijsvrouw. Kinderen van wijlen Willem Gerits van Duppen verweckt bij Heijlen Corstiaens van Tartwijck, die welcke bekende aengegaen te hebben eene deijlinge van de goederen vermidts der doodt van heer Jacob van Duppen haere oom, ende de goederen bij scheijdinge ende deijlinge voor de hellichte vant goet heer Jacob zaligher heeft naergelaten tegens de weduwe Cathalijn Claes Mercx op de 5e december 1676 is aengecomen. Aen Jan Handrick Smiths hem ter tochte en zijne kinderen o.a. het huijs De Prins alhier staende binnen deser vrijheijt tegenover het Kerckstraetien van Sint Oeden, tusschen erffve Gerit Stanssen aen eene zijde ende metten anderen zijde de weduwe Willem Gerit, streckende van de Veetsche Hoeff tot op de gemeijne straet ofte Mercktvelde. Item noch de erffenis int Broeck daerop woont Peter Gijsbers, in sulcke voegen als het haer condividenten bij scheijdingen ende deijlingen tegens de weduwe Claes Mercxs is aengecomen. Chijns van sess stuijvers int boeck van Helmondt. Item noch 2 stuijvers chijns gaende vuijt erffenis int Broeck. Item noch ses stuijvers chijns gaende vuijt de voorschreven erffenis gecomen van Eijmert van Outelaer int zelve boeck aende hoogh rentmeester. Aen die voorschreven Margriet van Duppen ter tochte ende haere kinderen die sij sal comen te verwecken. O.a. de erffenis tot Ollandt, daer op woont Hendrik Peter Maes. Item noch de erffenisse opde Coeveringe daerop woont Thonis van Doremalen. Aen Jacob van Duppen hem ter tochte ende zijne kinderen, o.a. een huijs, hof etc. gestaen ende gelegen binnne deser vrijheijt ter plaetse aen de straete tusschen erve aen de eenen zijde ende een eijnde Jan Adams van de Hage, ende met den anderen zijde aen erffve de erffgenamen Corstiaen van Tartwijck, ende anderen eijnde op die gemeijn straet. Item noch de erffenisse gestaen ende gelegen aent Eversche, daerop woont Thonis Dirck Jans.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 90 Jan Jan Faessen , woonende binnen deser vrijheijdt, een derde part in een hoijbeemtien, gemeijnlijck genoempt, het soer beemptje, gelegen ter plaetse Rijsinge. Vercocht aen Johan van Heeswijck.
Inventaris 121 jaar 1676 folio 91 Jan ende Jacob gebroederen, kinderen van wijlen Willem Dircx bij de selve ende bij wijle Heijlwich zijne huijsvrouwe, dochter Jan Jan Goirts wettelijck verweckt. Een camer inde huijsinge, de halve schauwe, den halven kelder, de halve opcamer met die grondt daer de zelve opstaet, gestaen binnen deser vrijheijt ter plaetse Rijsinge etc. Vercoopere aengecomen een deels vermidts der doodt van Dirck hare vercoopere broeder, ende bij scheijdinge ende deijlinge de 23e januarij 1663. Hebben zij vercocht aen Handrick Verhage ten behoeve van Jan Jan Goorts Verhage. O.a. een vat rogge ende een vat gartens aende gulden broeders van Sint Catharina van Roij.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 94 Willem Willem Kemps, soo voor zich zelve als mede voor Jan, Jenneken, Meriken en Handerske, gesusters ende broeder, meerderjarige kinderen wijlen Willem Jan Kemps verweckt bij den zelven ende bij Cathalijn dochtere Jan Ariens zijne wettige huijsvrouwe, Ariaen Janssen woonende in landen van Ravesteijn tot Boeckel. Ende met hem Handrick Kempts woonende alhier als momboiren van Meriken simpelen dochter des voorschreven Willem Jan Kemps ende Catalijn voornoemt. Zij hebben vercocht aen Gerit Stanssen Molemakers eenen acker teullandt gemeijnlijk genoempt De Loo, gelegen ter plaetse Varenhoudt.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 96 Anthoni Jans de Cort als last ende procuratie hebbende, soo blijckende was gegeven bij Emken Aert Wijnders, zijnde van dato 19 januarij 1677, die bekende voldaen te zjn van seeckere capitael van vijftich gulden, soo als die voorschreven Emken aen Willem de Cort op kerssmis 1648 onder signature van de voorschreven de Cort hadde gedaen.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 97 Willem ende Jan gebroederen meerderjaerige kinderen wijlen Lambert Gijsberts Spirincx bij den zelven ende bij weijlen Jenneken Millincx zijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke verclaerde met malcanderen aengegaen te hebben een deijling van de goederen hun luijden vermits der doodt ende afflijvicht van haere voorschreven ouders erffelijck aengecomen. Aen Willem Lambert Spirincx, het groot huijs, hoff, ende boogart gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijdt ter plaetse aende oude vrijheijdt, tusschen erffve aen een zijde het gemeijn Neulstratien lopende mede neffens erffve de weduwe Claes Merccx genoemt Stompers hoeck, ende metten anderen zijde neffens erffve het Cleijn huijs, als nu toebehorende de voorschreven Jan, hier tegendeijlder, streckende met den eenen eijnde van de weij ten Neul tot op de gemeijne Mercktveldt. In alsulcke voegen als zij condividenten den hoff tusschen het Cleijn huijs ende groot huijs is affgepaelt met een willige, staende omtrent het groot huijs, ende soo voorts van het hart van de wilge recht loopende noort wairts tot op een crom wilg, staende opde graeff van de Neulweij. Welcke wilg soo staende bij het huijs, als op de graeffcant, zullen bij haere condivident tot haere gelijcke behoeve blijven staen. Chijns aen het boeck van Helmondt. Aen Lambert Spirincx, o.a. een huijs, schuer genoempt Sint Joris met den hoff, soo ende gelijck desen selven hoff met twee wilgen is affgepaelt, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijdt ter plaetsen aende straet tusschen erffve de weduwe Maijken Kemps aende eenen zijde ende metten anderen zijde aen erffve het groot huijs, waer de voorschreven W. Lambers mede condivident, streckende van de weij ten Neul tot op het gemeijn Mercktvelt. Chijns o.a. sess stuijvers, een oirt int boeck van Helmondt. Alnoch onbedeijlt eene schultbrief aen Gijsbert Spirincx haere Oome woonende tot Schijndel. Ende zullen zij condividenten malcanderen moeten helpen leggen aende huijsen eenen put tusschen beijde haer erve, half en half, die zij condividenten nu en ten eeuwige dage zij ende haere oire t'samen zullen werdende gebruijckt ende t'samen moeten onderhouden.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 103+106 Alsoo quistie ende verschil was ontstaan tusschen Johan van Schoonhoven ter eenre ende tusschen Thonis Schrijvers en zijn suster ende swager ter andere zijde, over sekere pretensie die den voorschreven Johan van Schoonhoven in zijne qualiteit pretendeerde inde stockgoederen bij wijlen Jan Jan Frenssen metter doodt geruijm ende naer gelaten heeft. Verder vermelding van: Gerit Willems woonende tot Raemsdoncq, Thonis Dirck Schrijvers, Jenneken zijn suster, Peter Corsten man ende momboir van Meriken zijne suster. Jan Jan Vreijnssen, Hendrick Wemmers.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 105 Claes Gerits van Rijsinge den gerechte hellichte in huijs, hoff met zijn aengelach, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse inde gehuchte van Bossch, tusschen erffve Jan Aerts Vervoort aen beijde zijde ende eene eijnde, ende metten anderen eijnde aende gemeijne Leunestraet. aegecomen bij doode van zijne ouders. Heeft hij vercocht aen Handrick Gerrits van Rijsingen zijne broeder.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 107 Dirck Jan Dircx woonende binnen der heerlijckheijt van Lieshoudt, heeft gelooft te betaelen aen Gerit Stansse Molmakers secretaris. Verder vermelding: van Thomas Frans Maes ende Willem Roijackers, heilige geestmeesters tot Lieshoudt. Bastiaen de Poirter.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 108 Handrick Gielens van de Ven, een stuck groeslandt gemeijnelijk genoemt Den Nieuwe Camp, gelegen ter plaetse genoempt Den Goeijendonck. Soo ende gelijck hem vercoopere is aengecomen bij naderinge van Thonis Dirck Pennincx. Heeft hij vercocht aen Willem Peters de Jonghen. In de marge vermelding van: Gerit Corstiaan, Willem Peeters.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 109 Peter Wouters, Jan Jan Lehardt, Willem Jan Peters, Gerit soone Jan Jan Gerits hem fort ende sterck maeckende voor zijnen vader. Hebben zij vercocht ter plaetse aen de Eversche in verscheijde parceelen, bestaende in huijs, schuur met teul, weij ende hoijlandt. Soo ende gelijck zij vercooperen het selven bij coope vercregen hadde tegens de erffgenamen van Claes Leunissen blijckens dato 25 februarij 1676 voor schepen gepasseert. Aen en ten behoeven van Michiel Dircx voor twee achtste parten, Claes Goorts voor de een achtste part ende Marten Cornelis van der Hage voor een achtste part.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 111 Pauwels Willems Houbracken ende Cornelis Peters als momboiren van het onmondich kint van wijlen Wouter Martens verweckt bij Ida zijne huijsvrouwe. Jan Willem Thonis ende Reijnder Wouters als momboiren van de onmondigen kinderen van wijlen Marten Wouters bij de selven ende bij wijlen Leuijtien Willem Thonisse sijne huijsvrouwe verweckt. Heijlken ende Marike gesuster en meerderjarige kinderen des voorschreven Marten Wouters ende Leuijtien voornoemt. O.a. een huijsken, hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aen de Heij, tusschen effve aen beijde zijde ende een eijnde Handrick van Raessen, ende metten anderen eijnde aende gemeijnte. Vercocht, opgedragen ende overgegeven aen Roelandt van Cueringe ende aen Jenneken van Cueringe zijne suster.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 113 Jan Willems als man ende momboir van Christina dochtere Adriaen Goordts sijne huijsvrouwe, eenen acker teullandt, gelegen ter plaetse Neijnsel op Villenbraecke. Vercoopere bij testament aengecomen van Goordt Jan Goorts soo hij verclaerde heeft hij wettelijck ende erffelijck vercocht aen Willem Janssen der Kijnderen.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 114 Dirken weduwe Bastiaen van Dueren, Barbara meerderjarige dochter .. Hendrick van der Heijden, Peeter van de Horst, man ende momboir van Maria zijne huijsvrouwe, Willem Handrick Peters man ende momboir van Dirsken zijne huijsvrouwe, Peter Wouter Lamberts, Ariaen Wouter Lamberts ende Wijnant Pauwels man ende momboir van Mariken zijne huijsvrouwe, Handrick Joost Peters ende den voorschreven Peter van de Horst als momboir over de drij onbejaerde kijnderen van wijlen Lamberts Lambert Wouters verweckt bij Lijsebeth, dochtere Joost Peters zijne huijsvrouwe. Hebben wettelijck vercocht aen Gerrit Stanssen Molemakers, landt gelegen ter plaetse aende Heijde. Aen Goordt Aelbers een stuck landt ter plaetse aen de Heij.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 117 Jan Daniels van der Aa, woonende tot Schijndel, een stuckx teullandt, gelegen ter plaetse onder Ollandt. Hem vercoopere van zijne ouders aen verstorven, heeft hij wettelijck ende erffelijck vercocht aen Joorden Handricks Swolffs tot Liempde.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 119 Catarina weduwe wijlen Nicolaes Mercx, ende heeft affgegaen van haere tochte die haer is competerende in sekere hoffstede genoempt den Nieuwe Hoff, gelegen inde Oude Vrijheijt alhier tusschen d'een zijde Roelant van de Hurck, d'andere het Neulstraatien, streckende van de Veetse Hoeve tot aende gemeijn Merckt velde. Ende dat ten behoeve van Jan Nicolaes Mercx haeren soone, om de zelve hoffstede bij den voorschreven Jan haeren soone haer leven lanck gebruijckt te werden ende om t'zelve te mogen betimmeren. Soo compareerde insgelijck Goort Nicolaes Mercx ende Handrick Peters, als tegenwoordige bruijdegom met Jenneken Nicolaes Mercx, die welcke soo in henne requarde als mede hen fort ende sterck maeckende voor de anderen resterende? onmundige kijnderen van wijlen den voornoemde Nicolaes Mercx. Jan mag naer zijn welgevallen op de voornoemde hofstad naer zijn welgevallen eene huijsinge, schop ofte schuer mogen timmeren met sijn voorschreven susters ende broeders etc.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 121 Handrick Aerts van Gerwen, heeft in beleeninge vuijt gegeven aem Nicolaes Hooftmans, zeecker hoijveltien, gemeijnlijck genoemt het Cluijs beemptien, gelegen ter plaetse inden Bossche. Ook vermelding van Handrick van Gerwen.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 122 Willem Mosman woonende binnen de baronnie van Boxtel, man ende momboir Mariken dochtere Wouter de Smidt zijne huijsvrouwe, een schaer koeijweijde int Haverlandt, alhier gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aende Oude Vrijheijt bij den Watermolen hem vercoopere bij scheijdinge ende deijlinge tusschen zijne vrouwe suster ende broeders aengecomen. Ende vermidts der doodt ende afflijvicht van Wouter de Smiths sijns voorschreven vercoopers vrouwe vader saligher als hij seijde, heeft hij vercocht aen en ten behoeve van Handrick Handricx Smits.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 123 Gerit Stanssen Molemakers een hoijveltien gelegen in den Goeijendonck, hem vercoopere vercregen van Claes Gielens, vercocht aen Gerard Corsten.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 125 Dircken Hendrick Luijcas weduwe van wijlen Bastiaen van Dueren geassisteert met Steven ende Ariaen van Dueren hare meerdejarige kinderen ende Gerit Stanssen Molemakers. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben een erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen naer beschreven haer voorschreven Dirsken bij doode ende afflijvicht van Jenneken dochtere Peter Jacob Goorts leste weduwe van Dirck Janssen de Ketelaer haere moeder erffelijck aengecomen. Ende die voorschreven Gerard bij doode ende afflijvicht van Dirsken zijne dochtere verweckt bij Hendersken dochtere Dierck Janssen de Ketelaer voornoemt. Aen Gerit Stanssen Molemakers o.a. een huijs, schop etc. met omtrent vijff lopense teullandt daer bij gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aen de Heijde tusschen erve Jan van den Oever aen de eene zijde, ende metten andere sijde ende eene eijnde de gemein straet ende metten andere eijnde op erffve de weduwe Willem Jan van Schijndel. Item een huijsken gestaen binnen deser vrijheijt ter plaetse Eerschot, tusschen erffve Peter Peters van de Laeck aen eene zijde ende eene eijnde, ende metten anderen zijde de gemeijne wegh ende metten anderen eijnde den kerckhoff van de parochie kercke van Eerschot.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 133 Seger Andriessen ende Corst Leunissen als momboir der onmondige kijnderen van Jan Ariaen Gerits verweckt bij Anneken dochtere Peter Jan Delissen.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 134 Frans Peter Jan Delis ende Handrick Driessen, als momboiren over de onbejaerde kijnderen van wijlen Jan Peter Jan delis, verweckt bij Peterken dochtere Gijsbert Jan Cluijtmans.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 134 Akte over het aanstellen van het borgemeesterambt. Joost Goorts als borgemeester over deser vrijheijt. Matthijs Peters van Breugel.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 135 Frans, Ida weduwe Tijs Janssen Versantvoort geassisteert met Frans Roovers als tot haeren vercooren momboir in desen. Seger Andriessen ende Corst Leunissen als momboiren van de onbejaerde kijnderen wijlen Jan Ariaen Gerits bij de selven ende bij wijlen Annken zijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Handrick Driessen als momboir van de onbejaerde kijnderen van wijlen Jan Peters bij de zelven ende bij Peterken dochter Gijsbert Cluijtmans wettelijck verweckt, ende met Aert Claessen als schoonvader van de voornoemde onmondige. Alle kijnderen ende erffgenamen van wijlen Peter Jan Delissen van Oirschot ende Anneken dochter Frans Moonen zijne huijsvrouwe. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben eene deijling van de goederen, aengecomen vermidts der doodt van Peeter ende Anneken voornoemt haere vader ende moeder.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 140 Alsoo questie ende verschil was ontstaen tusschen de kinderen mede erffgenamen van wijlen Jan Janssen van Heessel in sijne leven secretaris der vrijheijt Sint Oedenrode, verweckt in de eerste bedde bij wijlen Maria dochtere Meester Dielis de Heese zijne gewesene huijsvrouwe ter eenre, ende tusschen Johan Henrij soone Nicolaes van de Sande mede gewesen secretaris in sijne leven deser vrijheijt, verweckt in tweede bedde bij de voorschreven Maria de Heese, ende Roelant van den Hurck man ende momboir van Jenneken dochter des voorschreven Nicolaes van de Sande ende Maria voornoemt, over sekere schulde. Nicolaes van de Sande ende Maria in tweede bedde hadde gemaeckt testamenten leste ende uijterste willen voor meester Jan van de Heuvel op den 8 dagh meij 1664 gepasseert. Waerinne hadde ernstich versocht dat Johan Henry ende Jenneken zijne suster hooft voor hooft gewijse met Johan van Heessel haere soone soude deijlen in de hoeve Te Houdt.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 143 Johannes Knopts rentmeester, ende Ariaentje weduwe Aert Beijnen in zijn leven valckenier van de keijser, die welcke hebben in beleeninge vijtgegeven aen Gerit Stanssen Molemakers een stuxken ackerlandt gemeijnlijck genoemt Schrijvers campken, gelegen ter plaetse onder Erschot, tusschen erffve Colen campken aen de eene zijde ende tusschen erffve de kinderen Lambert Spirincx aende andere zijde, streckende metten eenen eijnde opde gemeijne Heijstraet, ende met den anderen eijnde opden gemeijne padt. Verder vermelding van de hoeve Ten Houdt. Zaligher Jan van Heessel.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 144 Ariaan van Veldthoven woonende binnen de heerlijckheijt van Heeze, die welcke heeft wettelijck ende erffelijck opgedragen ende overgegeven aen ende ten behoeve van de heere Coenradi drossart van de heerlijckheijt Heeze ende Leende etc., alle zijne voorschreven van Velthoven erffmeubelen, soo bedde, coper, tinne ende anderen huijsraet, egeene vijtgescheijde noch gereseveert. Welcke hij heere drossart over eenige dage als in behoudender handt in zijne camer in eijgendom heeft gehadt soo hij verclaerde.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 145 Jan Wouter Smits woonende tot Boxtel, een schaer koeijweijde int Haverlant, alhier gelegen achter den Watermolen met den eenen eijnde de weijde het Cleijn Haverlant ende voorts rontsomme inde Dommel aldaer vliedende. Vercoopere bij coope aengecomen van Thijs zijne broeder. Heeft hij vercocht aen Maijken weduwe Handrick Smiths.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 146 Willem Wouters man ende momboir van Lijsebeth Thomas Peter Maes, soo voor zijn selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Aelbert Lamberts van Schuijbeken? man ende momboir Cathalijn sijne huijsvrouwe, ende Jan Thomas sijne beijde absente swagers, Daniel Ariaens van Outelair man ende momboir van Peterken dochtere des voorschreven Thomas Peters voornoemt zijne huijsvrouwe. Evert Willems weduwnaer van wijlen Meriken dochtere des voorschreven Thomas Peeters Maes zijne gewesene huijsvrouwe, een schuer, bogaert ende teullandt daer bij aengelegen met zijne potazie daerbij gehoorende, gemeijnlijck genoemt de Leppert, gelegen ter plaetse Houtum onder Ollandt tusschen erffve de weduwe Lijsken Aert Peter Pennincx aende eene zijde, metten andere zijde de gemeente ende een eijnde, ende metten andere eijnde Jan Jan Wouter Vogels. Hem vercoopere aengecomen vermidts der doodt ende afflijvicht van Jenneken simpele dochtere des voorschreven Thomas Peters voornoemt haere vercoopere vrouwe suster. Hebben zij vercocht aen Corst Thomas Maes haeren swaeger. Chijns int boeck van Helmondt.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 148 Corst Thomas Peter Maes de hellichte in een stuck teullandts gemeijnlijck genoemt de Sluijs, onbedeijlt met Jan Jan Peters Maes, gelegen ter plaetse Ollandt. Hem vercoopere bij doode van zijne ouders aengecomen. Vercocht aen Johan Craene.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 149 Peter Wouter Lambert, een koeijweijken gelegen ter plaetse Rijsingen, vercoopere vercregen van Erasmus Janssen als doen der tijdt woonende inde Baronnie van Breda. Vercocht aen Jan Goordts Verhage.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 150 Matthijs Jan Tijssen man ende momboir van Lijsebeth zijne huijsvrouwe. Thonis Jan van Eerd man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe kinderen ende erffgenamen van wijlen Jan Hens Cuijpers verweckt bij desselven ende bij wijlen Thonisken dochtere Dirck Thonis zijne huijsvrouwe. Geerlingh Peeters de Cuijper man ende momboir van Meriken natuurlijcke dochter van de voorschreven Jan Hens Cuijpers, als testamentaire erffgenamen beneffens die voorschreven wettige kinderen van de voorschreven Jan Hens Cuijpers ende Thonisken voornoemt. Die bekende met malcanderen aengegaen te hebben eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hun luijden vermidts der doodt ende afflijvicht van de voorschreven Jan ende Thonissken voornoemt aengecomen. Aen Thonis Jan van Eerdt o.a. een huijs, hoff, bogart, met een stuck landt ende groes, gemeijnlijck genoemt Den Oude Hoff te saemen gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse Eerdt, tusschen erffve Dirck Henssen metten eene sijde ende metten anderen zijde de gemeijn straet, streckende metten eenen eijnde Jacob Peters ende metten anderen eijnde Dirck Henssen voorschreven. Aen Matthijs Janssen Tijssen o.a. een huijs, esthuijs, schop, hoff ende bogart met het aengelach daer aen ende bij gelegen. Gelegen binnen der parochie van Vechel ter plaetse aende Sandsteeghde, tusschen erffve Thonis Jan Peeters Coop aende eenen zijde de anderen zijde de weduwe Mattheus de Smith, streckende van erffve de voorschreven weduwe tot opde gemeijnte van Vechel.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 160 Johan Wichmans borger der stadt Eijndhoven, tegenwoordigh woonende binnen Tilborch. Een huijs, hoff ende erffenisse, gelegen ter plaetse Ollandt, tusschen erffenisse Cornelis Thomas de Ruijter aende eenen zijde ende eenen eijnde, ende metten anderen zijde de erffgenamen Jan Thomas Sanders, streckende metten anderen eijnde aende gemeijnte. Erffelijck vercocht aen Johan van Ceulen, borger der stadt van 's-Hetrogenbosch.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 162 Marten Cornelis van de Hage, Handrick Driessen. Gielen Dircx, Claes ende Jan Goorts gebroeders. Die welcke bekende aengegaen te hebben deijlinge van de goederen hare comparante bij coope vercregen van de erffgenamen Claes Leunissen, soo in de jaere 1676 ende 1677. Sekere huijs, schuer, hoff, boogart ende landerijen daer bij behoorende te samen gestaen ende gelegen ter plaetsen aen de Eversche. Soo sullen Gielen Dircx ende Claes ende Jan Goorts, o.a. huijs, schuer, weij, hoij ende teulland.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 165 Mechel, Maria en Cornelia gesusters, Aert Corstiaen man ende momboir van Willemijn zijne huijsvrouwe, Ruth Ariaens van de Coeveringe man ende momboir van Cathalijna zijne huijsvrouwe, alle meerderjarige kinderen ende erffgenamen van wijlen Cornelis Willemse Schoovers bij den selven Cornelia ende Jenneken dochtere Jan Nicolaes Mercx zijne huijsvrouwe wettelijck verweckt, Die welcke bekenne aen gegaen te hebben een erffscheijdinge ende deijlinge van goederen hen luijden vermidts de doodt van haere voorschreven ouders erffelijcke aengecomen. Aen Aert Corstiaens ende Ruth Ariaens van de Coevering, o.a. een huijs, hoff ende bogart gestaen ende gelegen binnen dese vrijheijt aen de plaetse omtrent de watermolen, tusschen erffenis Handrick Jans van Raessen aen een zijde ende tusschen erffve de weduwe Jan Handrick Smiths met meer andere, streckende van erffve Cathalijn weduwe Nicolaes Mercx tot op de gemeijne straet. Chijns aent boeck van Helmond.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 170 Jan Lambert van Delft inwoonder deser vrijheijt, dewelcke sich heeft gestelt als borger voor Peter Anthonis van Doremaelen sijne swager, ende dat voor soodanige huerpenningen als hij Peter van Doremaelen bij reeckeningen aen Thomas ende Jan gebroederen, kinderen Handrick Thomas Haubraken zal schuldich blijven van twee jaeren hueren van haer goederen alhier onder Rode aent Eerde gelegen.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 171 Jan Cornelisse hem ter tochte ende Jan Dielissen zijne swager ten erffrechte inwoonderen alhier een stuck teullandt, gemeijnlijck genoemt de Rietstreep, gelegen ter plaetse opt Spreeuwelaer. Hem vercoopere aengecomen vermits doode van zijne ouders. Vercocht aen Gerit Corstiaens.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 172 Jan Adams van der Hage bekent schuldich te wesen aen Matthijs Peter Maes de somme van hondert vijftich gulden. In de marge vermelding van: Op dato 19 september 1712 blijkt dat Handrik ende Mattijs van de Laar erffgenamen van dese Matijs Peter Maes, dat Adriaen Kerckhof als erfgenaem van Jan Adams van der Hage, de penningen met den intrest van dien heeft voldaen aan Jan Peeter Maas, 25 augstus 1721.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 173 Jan Jan Geritse wonende alhier, die welcke bekende schuldich te wesen aen Handrick Aert Ottens de somme van vijftich gulden.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 174 Jan Jan Segers woonende opt Bersselaer ende Handrick Jan Dircx, momboiren van de onmondige kinderen van wijlen Wilbert Jan Segers, verweckt bij Jenneken Jan Dircx sijne wettige huijsvrouwe.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 175 Ariaen Jan Segers ende Mariken Jan Segers meerderjarige dochtere Jan Segers Timmermans verweckt bij den selven ende bij wijlen Grittin Janssen sijne wettige huijsvrouwe, geassisteert met Handrick Segers tot deses haere vercooren momboir. Jan Segers voor zijn zelven als mede als momboir van de onmondighe kinderen van wijlen Wilbert Jan Segers, verweckt bij Jenneken Jan Dircx zijne wettige huijsvrouwe. Die welcke hebben gekent ende geleden met malcanderen aenegaen te hebben eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hun luijden vermidts der doodt van de voorschreven Jan Segers ende Margriet voornoempt haren vader ende moeder erffelijck aengecomen. Aen Ariaen Jan Segers, een huijs, met den halve hooff daer bij gelegen, gelijck het bij haer condividenten is affgepaelt ende gelegen is binnen deser vrijheijdt ter plaetse Besselaer resorterende onder deser vrijheijt.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 179 Cornelis, Nicolaes Coppens man ende momboire van Maria szijne huijsvrouwe, die voorschreven Cornelis ende Lenard van der Asdonck, als momboir over Janne ende Jenneken alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Jan van de Asdonck bij den selven ende weijlen Mariken dochtere Joost Colen zijne wettige huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke bekende ende lijden midts deser aengegaen te hebben een erffscheidinge ende erffdeijlinge van de goederen, hun luijden vermidts der dood van henne ouders aengecomen. Onder aan de akte vermelding van: Gerard Pennincx.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 185 Cornelis van de Asdonck, soo voor zijn zelve ende met hem Lenardt van der Asdonck als momboir van Janne ende Jenneken, onmundige kinderen Johan van de Asdonck verweckt bij Maria dochtere Joost Colen sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Zij hebben beneffens Gerad Pennincx man ende momboir van Anneken dochtere des voorschreven Jan vander Asdonck ende Maria voornoemt zijne wettige huijsvrouwe vercocht aen Nicolaes Coppens mulder alhier, een huijs, hoff, gelegen ter plaetse Eerschot, tusschen erffve Evert Willems aen eenen zijde ende de andere zijde Cornelis van de Asdonck voorschreven, streckende van de gemeijne straet tot opde Valsteegde.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 187 Jan soone Jan Gerits van der Heijde woonende tot Vechel, een stuck ackerlandt gemeenlijck genoemt het Delisveldt, gelegen ter plaetse aen de Eerde, tusschen erffve aen een zijde Gerit Jan Sijmons ende metten anderen sijde de eenen eijnde op de gemeijnte van Vechel ende metten anderen eijnde aen erffve de erffgenamen Willem Roeffen. Hem vercoopere bij afflijvicht van sijne ouders aengecomen. Heeft hij vercocht aen Lambert Rutten van de Hulst.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 188 Beeltien weduwe Dielis Gerits de Cort, die welcke verclaerde, gelijck zij verclaert midts desen, te doen handlichting van alsulcke verbrande huijsplaets als gelegen is binnen deser vrijheijt ter plaetse Eerschot, tusschen erffve de kinderen Handrick Jans aen een zijde ende metten anderen zijde den Kerckhoff ende meer andere, streckende voor vande gemeijne straedt tot op de Dommel aldaer vliedende, ende dat ten behoeve van Joost Robroeck rentmeester des capittels van Sint Oedenrode ende allen anderen geinteresseerde.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 189 Gerit Stans Molemakers, een huijsken, hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijdt ter plaetse Eerschodt, tusschen erffve Lambert Peeter van de Laeck aende een sijde ende de gemeijnstraet de ander sijde, streckende van erffve Peeter Peeter van de Laeck, de ander sijde de gemeijn straet, streckende van erffve Peeter van de Laeck tot opde gemeijne straet. Hem vercoopere bij coope vercregen hadde van Jan Handric Brock met den sijne. Ende soo heeft die voorschreven vercoopere het voorschreven huijsken ende hoff opgedragen ende overgegeven aen Handrick Peeters, mulder om bijden selven in eene erffrecht te hebben ende te besitten.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 190+233 van dato 1678 De eerste presiderende ende andere Rade van Brabant, allen den geenen die dese onse brieven sullen sien, ofte hooren lesen saluijt. Alsdoo Floris Vissers een van onse deurwaerders ende explouteurs ut crachte van seeckeren executoiren bij desen raeden van den 23 maij 1672 gedepasscheert op de sestien sententie bij dese raede gewesen d'eene den tweentwintichste junij 1665, ende d'andere den 13 maij 1672 ten behoeve van de erffgenaemen van Jan ende Mathijs Wemmers ofte wel nu Pieter van den Broeck als gemachtighde ende cautionaris gebleven sijnde voor de voorschreven erffgenaemen, impetrant van executie ter eenre ende tot laste van Philips van der Vorst, ende nu mits desen overleijden sijnen soone den Baron van Loonbeek geexecuteerde ter andere sijde, ten versoecke van de voorschreven impetrant, ende in arrest gestelt ende genomen hadde, seecker omwatert huijs, neerhoff, boomgaert, stallinge etc., waer de weduwe Aert Jan Aerts gebruijckster af is, alsmede eene hoeve die Willem Corstiaensse ofte nu desselfs weduwe in huringe gebruijckende is. Soo die voorschreven goederen gestaen ende gelegen sijn inde vrijheijt van Oedenrode, bestaende inde navolgende partijen: 1 eerstelijck het voorschreven omwatert huijs genaempt De Bocht, neerhoff, boomgaert, brouwhuijs, stallinge etc., dat de voorschreven weduwe van Aert Jan Aerts bewoonende is. 2 Item een hoeve ofte neerhuijsinge, schuer, hoff etc. daer de voorschreven Willem Corstiaensse ofte nu desselfs weduwe woonende is. 3 Item eenen acker groot vijff loopense 22 roeden genoempt het lant in de oude Straet. 4 Item een stuck lants groot drij loopense seventich roeden, gelegen onder het Heilige Geest lant van Roij langs beneden de stege. 5 Item een stuck lants groot vijff loopense twaelf roeden geheten het Campken langhs Wouter de Gruijter. 6 Item een stuck lants groot eenendartich roeden genaempt de Crommen Ellenboch, achter de hoff. 7 Item eem stuck lants daer beneven, groot een loopens 14½ roede. 8 Item een stuck lants langhs het gelengh, groot twee loopense, achtien roeden. 9 Item een stuck lants de schoolasterije acker tegen den Pas, groot ses loopense ende 15 roeden. 10 Item een stuck lants genaemt het Hopvelt groot achtentwintich roeden. 11 Item eenen acker bij den Diependael, groot eenentwintich loopense ende eenentwintich roeden. 12 Item eenen beempt achter den Nuel. 13 Item een kooijweijde. 14 Item alnoch twee drieskens. Toecomende alle t'samen den voorschreven geexcuteerde, soo ende gelijck die inde acte van vercondinge hier naer geinfereert mede in veerthien parthije staende gespecificeert, omme daer te verhaele alsucke somme van penningen als in de sententie van den Raede van Brabant tot Breussel den 9e september 1633 gewesen, staet gementioneert,ende breeder inde voorschreven sententien van desen Raede …… mette costen van executie hebben den voorschreven deurwaerde daervan gedaen, ende onderhouden vier sondaghse ende marcktdaeghse geboden ende geobserveert alle solemmiteijten in sulcke cas gewoonlijck, in dier voegen dat eijntelijck den voornoemde deurwaerde van de voorschreven gespecificeerde goederen, bestaende inde voorschreven veerthien parthijen hadde gedaen haere…. ende den palmslach gegeven als volght, te weeten van de eerste, sijnde het omwatert huijs etc als mede van de seste ende twaelfde partije breeder hier voorschreven ende inde naervolgende acte uitgedruckt Reijnerus Tempelaer, schepen tot 's-Hertogenbosch. Ende van de tweede, negende, darthiende ende veerthiende partijen Johan van der Meulen, secretaris aldaer. Mitsgaders van de resterende derde, vierde, vijffde, sevende, achtste ende elffde partije hem deurwaerde als bij hem lieden, voor voorschreven goederen t'meest geboden hebbende, als inde conditie ende voorwaerde inde voorschreven vercondinge mede geinfereert, naerder vervat. Doende voorts hij deurwaerde alle dagementen in dese behoorlijck ende gerequireert, gelijck den selven ons relateert. Ende was dienvolgende soo verre geprecedeert in materie van interpositie van decreet (na dar eenige geobtineerde …….. waeren afgedaen) tusschen den voorschreven impetrant . Van den voorschreven vijffde partije sijnde een stuck lants groot vijff loopense twalf roeden, geheten het Kempken langhs Wouter de Gruijter streepken, cooper gebleven Louwies Waltheri voor de somme van sestich gulden, alsmede van de sesde partije wesende een stuck teulants groot eenendartich roede genaemp den Crommen ellenboch achter den hoff, voor de somme van twalf gulden, als oock mede van de sevende partije, sijnde een stuck lants daer beneven, groot een loopense 14½ roede voor vijffentwintich gulden. Item de achtste partije wesende een stuck lants achter het Gelengh, groot twee loopense achtien roeden voor vijffenveertich gulden. Iten de negende partije wesende een stuck lants genaempt de Scolasterij acker tegen de Pas, groot ses lopense ende vijfthien roede voor hondert en twintich gulden. Item de thiende partije sijnde een stuck lants genaemt het Hopvelt, groot achtentwintich roede voor sesthien gulden. Item de elfde partije wesende eenen acker bij den Diependael, groot eenentwintich loopense ende eenentwintich roeden voor hondert veertich gulden. Item eenen beempt achter den Neul sijnde den twalfde partije voor drije hondert gulden. Ende eijntelijck was den voorschreven Walteri noch cooper gebleven van de veerthiende ende laetste partije, wesende twee dreefkens voor twintich gulden. Mitsgaders vande voorschreven darthiende partije wesende een koeijweijde was cooper Johan van Kerckhoff woonende tot Oirschot voor de somme van twee hondert vijffentwintich gulden. Welcken aengemerckt de voorschreven Louwie Walterie ons gebooden hebben, dat hem de voorschreven respectieve partije als sijnde de voorschreven vijffde, sesden sevende, achtste, negende, thiende, elffde, twalfde ende veerthiende der voor gespecificeerde goederen aen gewesen, ende het decreet daerop geinterponeert mochten werden, gelijck mede den voorschreven Johan van den Kerckhoff ons gebooden heeft, dat hem de voorschreven koeijweijde begrepen inde darthiende partije aengewesen etc. etc.etc.
Inventaris 121 jaar 1677 folio 202 Albert Peeters Haubraecken borger der stad van 's-Hertogenbosch, soo voor sijn selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Gijsbert ende Angnesken sijne broeder en suster, een huijsken en hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse inde Oude Vrijheijt omtrent de watermolen tusschen erffve de weduwe Anneken Andriessen ende metten anderen sijde de erffve meester Micghiel de Jeger tot over opde gemeijne straet. Hem vercoopers bij doode ende afflijvich van sijne ouders erffelijck aengecomen, soo als sij seijde ende verclaerde heeft hij wettelijck ende erffelijck op gedragen ende over gegeven aen Jan Janssen van Heretum.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 203 Dierske Handrick Luijcas de Roij weduwe van wijlen Bastiaen van Dueren woonende binnne de dorpe van Uden inde lande van Ravesteijn, soo voor haer selve, als mede vuijt crachte der machte van procuratie op haer gegeven ende verleendt bij Steven van Dueren richterbode des dorps voorschreven haere comparante soone. Die voorschreven Steven soo voor hem selve als mede hem fort ende sterck maeckende voor sijne andere soo meerder ende minderjarige susters ende broeders. Die welcke heeft in gerechte beleeningen ofte forme van huere vuijt gegeven aen Sijmen Goorts van de Velde, inwoondere deser vrijheijt, verschillende perceelen.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 205 Gielen Dierckx van Lieshout inwoondere deser vrijheijt, die welcke bekende schuldich te wesen aen Marten Cornelis van der Hage de somme van hondert gulden.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 206 Goijert Thomas Wijcx een huijsken ende hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse inde straet, tusschen erffve Elias van Heeswijck aende eenen sijde ende tuschen erffve Roelandt van de Huerck, streckende van erffve meester Caspart van de Broeck tot op het gemeijne Mercktvelde van deser vrijheijt hem vercoopere bij coope vercregen hadde opden 1e meert 1674 van sijne vader, soo als sij seijde, heeft hij wettelijcke ende erffelijck vercofft aen Dielis Peeters de Roij. Chijns in het boeck van Helmond.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 208 Lambert Aerts Vervort, als momboir over de onmondige kijnderen Aert Peeter Rutten verweckt bij Margriet dochter Aert Vervort sijne huijsvrouw in haer leven gewoont tot Son.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 210 Jenneken weduwe Wouter Evert Craene heeft vuijt crachten van testament tusschen haer ende haere man saligher gemaeckt, heeft zij vercofft een stuck hoijlant als teulant genoemt den Nieuwe camp, aen Gerit Stanssen Molemakers.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 210 Jan Kempts man ende momboir van Alphonsa dochtere Jan van Heessel verweckt inden eerste huwelijck, heeft wettelijck vercofft opgedragen ende overgegeven aen ende ten behoeve van Gerit Stansse Molemakers sijn contingent, in allen de goederen t'sij leen als chijns ofte alodiale goederen. Bestaende in huijse, weij, hoij ende teullant in alsulcke groote voegen als de selve alhier binnne deser vrijheijt gelegen sijn ende hem vercoopere is competerende volgens testament tusschen Jan van Heessel saligher des voorschreven vader van Alphonsa ende Geertruijt van Schoonhoven gewesene huijsvrouw van Jan van Heessel saligher voorschreven, gepasseert voor de notaris van de Hevel. Ende vorts soo als de selve goederen sijn gecomen ende op hem verstorven bij wijlen Jan Janssen van Heessel ende Maijken dochter meester Ariaen de Heese sijne huijsvrouwe, sijnde geweest den grootvader ende grootmoeder der voorschreven Alphonsa ende alsoo de goederen van dien sijde gecomen bij die selve gedeelte almoch onbedeijlt sijnde, hem vercoopre was competerende beneffes de kijnderen van Jan van Heessel voorschreven verweckt bijde voorschreven Geertruijt van Schoonhoven, sijne gewesene huijsvrouwe inde tweede huwelijck.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 212 Wouter Gijsberts heeft in geregte beleeninge vuijt gegeven aen Gielen Willem een acker teulants gemeijnlijck genoemt de Hoolstraet, gelegen ter plaetse Ollant. Voorschreven Wouter vercregen bij coope van de kinderen Jochum Janssen van Dinther. Willem soone Wouter heeft sich gestelt tot borge.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 214 Alsoo Willem Houbraecken nu enige jaeren gelegen aende heere Battem in sijne leven rentmeester der geestelijcke goederen van Peelandt, hadde vercofft eene rentien van drij gulden vijftien stuijvers jaerlijcks, gaende uijt seckere weijveltien gemeijnlijck genoempt de Segenbeempt. Verder vermelding van: de weduwe van Battem. Peeter Rutten ende Jan sijne broeder. In de marge vermelding van: Joncker Johan Willem Munts man ende momboir van Willemina Battem. Peeter Rutten ende Jan Rutten gebroederen.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 215 Jan Jan Thonis, die welcke wel ende deugdelijck schuldich te wesen aen Nicolaes Gielens de somme van vijfftich gulden, welcke penningen hij bekende al ontfangen te hebben vuijt handen van wijlen Lijsken sijne voorschreven Claes gewesene huijsvrouwe. In de marge vermelding van: Claes Michiels bekend de somme ontfangen te hebben van de weduwe Jan Thonis ofte haere soone 26 october 1685.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 216+217 Jan Handrick Brock man ende momboir van Cathalijn dochtere Handrick Cornelis alhier mede present sijnde, die welcke heeft geboden sijn blinckende ende clinckende penningen die welcke hij verclaerde zijn eigen te wesen. Hebben met recht genadert alsulck stuck ackerlants, gelegen in den Goeijendonck, soo als Jan Cornelisse soo voorde tochte als mede Jan Dielisse sijne swager ten erffrechte opde 17e augustus lestlede heeft vercofft. Op folio 217 is de acker vercofft aan Peter Gerits, soo als hij het heeft vercregen bij naedering van Gerit Corsten.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 217 Jacob van Duppen ende Handrick Hendricx Smits, als momboir van de 2 onmondige kijnderen van wijlen Jan Handrick Smits verweckt bij maria van Duppen.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 218 Alsoo questie ende verschil was ontstaen tusschen Jacob van Duppen, Handrick Smits in qualiteit als momboir over de twee onbejaerde kijnderen van wijlen Jan Handrick Smits verweckt bij wijlen Maria Willem van Duppen sijne gewesene huijsvrouwe ter eenre ende tusschen Johannes Everts van Heessel leste weduwnaer van de voorschreven Maria van Duppen ter ander sijde. Ende dat over seeckere pretentie die gemelte van Heessel vermeijnde te hebben t'sij opde clederen ene anderen tot haere Maria voorschreven sijne Heessels gewesene huijsvrouwe lijve behorende, ende over het gedeelte van sijne voorschreven Heessels kint verweckt bij Maria van Duppen voorschreven, welcke naer doode van sijne moeder gestorven sijnde. Ende oversulcx sustineerde naer lant rechte de goederen vermits der doot van sijn kint op hem was verstorven ende anderen sustineerde ter contrarie. Soo is die voorschreven Jacob van Duppen, Handrick Smits in haer qualiteit beneffens den voornoemde Jan van Heessel sijn overcomen tweten dat die voorschreven momboiren tot profijt van den voorschreven van Heessel sullen laeten volghen, allen clederen vande voorschreven Maria saligher sijne gewesene huijsvrouwe, ende verders van silver ende goudt mede tot haer lijve behoorende, beneffens alle pachte soo van huijse, lant huer als renthe die inden jaere 1778 sijn verscheenen ende noch sullen comen te verschijnen, te saemen ten behoeven van de gemelte Heessel sullen getrocken werden, gelijck noch de huer van de huijsinge genoempt de Prins, daer tegenwoordich in woont Jan Kemps etc. Ende sal hij Heessel van stonden aen geven aen Heijlken dochtere der voorschreven Jan Smits het silvere ijserken van haer moeder saligher.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 221+222 Jan van der Loo man ende momboir van Jenneken dochtere Willem Jan Aerts Vervort, een seste part onbedeijlt in een stuck teulant, gemeijnlijck genoempr Seeldreijers lant. Gelegen ter plaetse op Spreeuwelaer. Vercofft aen Peeter Geerit Dielen.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 223 Ariaen Ariaens borgemeester, Jan Thonis Wouters, Jan Geerit Dielis, Willem …. der Kijnderen, Thomas Rutten van Heretum, Marten Jan Sanders, Jan der Kijnderen, Jan Janssen, Thomas Jan Everts, Handrick Driessen, Mathijs Peeter Maes, Peeter Rutten, Mauwerus Luijcas van de Ven, Geerit Dielis alle ingesetenen der gehuchte van Nenssel ende Veressel. Welcke hebben saementlijck ende ieder int besonder gelooft ider als schuldenaer principael op haere persoon ende goederen hebbende ende vercrijgende, ende vort opt verbant van de voorschreven, geheelen hun te restitueren aen Jan Handrick Lamberts mede wonende inde voorschreven gehuchte een somme van sess hondert gulden. Verder vermelding van de weduwe ende kinderen van wijlen heere Battem
Inventaris 121 jaar 1678 folio 225+226 Jenneken dochter Jan van Heessel heeft wettelijck ende erffelijck getransporteert aen Maijken weduwe Lambert Kempts eenen acker teulant, gemeijnlijck genoemt het Campken, gelegen in de Diependael.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 227 Ruth ende Willem gebroederen, Ruth Rut Cluijtmans, man ende momboir van Mariken sijne huijsvrouwe, alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Jan Willem Jans verwekt bijden selven ende bij wijlen Jenneken Everts sijne huijsvrouwe. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben een erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen hun luijden vermits der doot ende afflijvicht van henne voorschreven ouders erffelijck aengecomen. Aen Willem Jan Willems een huijs, hoff backhuijs en appendentie ende dependentie van dien met noch een stuck lants, groot omtrent 2 lopens, gelegen ter plaetse Ollant. Tusschen erffve Daniel Jan Denis, aende een sijde ende metten anderen sijde aen erffve de erffgenamen Jan van Roij, streckende van erffve ofte middelgraeff van de voorschreven Ruth Cluijtmans ende Ruth Jans mede condivident. Item alnoch een driesken groot omtrent 20 roijen ofte etc. gelegen ter plaetse voorschreven, tusschen erffve de voorschreven Daniel ende metten anderen sijde de voorschreven Ruth Cluijtmans mede condivident, streckende van erffve Jan van de Ven ende vorts op erffve Jan van Roij met meer anderen. Item alnoch een hoijcamp groot omtrent 6 lopense ofte soo groot ende cleijn etc., ter plaetse voorschreven inde Baersse, tusschen erffve de weduwe Jorden Handrick Jordens de een sijde ende eenen eijnde, ende metten andere sijde beneffens de voor kinderen Handrick Denisse, ende metten anderen eijnde aen erffve Handrick Jan van Liemde. Op welcke goederen de voorschreven Willem hier jaerlijcx vuijt sal moeten vergelden aen Ariaen Dierck Huijpen tot Liempde seven gulden jaerlijcx in een meerdere pacht van tien gulden. Aen Ruth Jan Willem een stuck teulant gemeijnlijck genoempt den Maessen acker, groot omtrent 2½ lopense ofte etc., gelegen ter plaetse voorschreven tusschen erffve de weduwe Ariaen Willems de een sijde ende metten anderen sijde de weduwe Handrick Mathijsse, streckende van erffve Joorden Handrick tot opde gemeijne straet. Item alnoch een stuck teulants groot omtrent 2 ½ lopense ofte etc., gelegen ter plaetse voorschreven gemeijnlijck genoempt Willemkes acker, tusschen erffve de erffgenamen Jan de Roij aende eene sijde ende metten anderen sijde ende een eijnde aen erffve Ruth Cluijtmans mede condivident, de anderen eijnde Handrick Jan van Liemde. Item alnoch een schuer staende opde gront van Willem Jan Willems het eerste loth te ruijmen ende aff te brecken van nu toecomende meij over een jaer. Item sal dit lot noch beuren tot vereffening van dese deijlinge ter somme van vijfftich gulden, welcke Ruth Cluijtmans sal moeten vuijtreijcken ofte daer van tot intrest alle jaer twee gulden tien stuijvers, tot dat de selve capitaele sullen sijn voldaen. Op welcke goederen die voorschreven Ruth Jan Willem hier jaerlijckx vuijt sal moeten vergelden seven gulden seven stuijvers aende erffgenaemen van wijlen Anneken Mathijssen ende aen Erken van Vechgel binnen den Bosch. Item noch vijff gulden jaerlijckx aen Handersken Faessen tot Boxtel, verder los ende vrij met conditie etc. Aen Ruth Ruth Cluijtmans een stuck lants gemeijnlijck genoempt Dierckx acker groot omtrent 2 lopense ofte etc. gelegen ter plaetse voorschreven tusschen erffve de eenen sijde de erffgenamen heer Jacob van Duppen ende de ander sijde ende eenen eijnde Ruth Jans mede condivident ende metten anderen eijnde aen erffve Handrick Jan van Liemde. Item alnoch een stuck teulants gemeijnlijck genoemt Rossmus acker, groot omtrent 2 lopense ofte etc. gelegen ter plaetse voorschreven tusschen erffve aende een sijde Jan Ariaens ende metten anderen sijde heer Walteri binnen den Bosch met meer anderen, streckende van erffve Daniel Jan Denen tot op erffve Mathijs Peeter Maes. Item alnoch een weijcamp gelegen inde Tautelaer, tusschen erffve de erffve Ariaen Thijs Meussen, ende metten anderen sijde aen erffve Jan Aert Jochems tot Schijndel, streckende van erffve van Daniel Jan Denen tot opde gemeijnte ende erffve Willem Everts. Item is die selven alnoch te deel gevallen eene somme vant sestich gulden in een meerdere capitael van hondert gulden opde gehuchte van Ollant en Houtem. Op welcke goederen etc. los ende vrij vuijt genomen, dat die voorschreven Ruth Ruth Cluijtmans hier jaerlijckx vuijt sal moeten vergelden drij gulden aen .. van Heeswijck in qualiteit als rentmeester van de Bonefanten binnen Den Bosch. Item noch aen Joost Rodenbroeck rentmeester van het capittel alhier, vier gulden sess stuijvers een eenen stuijver ofte twee inbegrepen, bestaende in drij besonderen renten.
Iten noch 3½ hoen chijns int boeck van de heer Heessel. Item noch drij gulden jaerlijx aen Jan Rossmus tot Boxtel te lossen met sestich gulden etc. etc. Ende houden sij condividenten alle de meubelen ende have bij haer ouders naer gelaten onbedeijlt. 23 november 1678
Inventaris 121 jaar 1678 folio 233 Akte over de Bocht, zie ook akte 190 van het jaar 1677.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 241 Diersken Eijmerts weduwe van wijlen Reijnier Berckers geassisteert met Eijmert ende Mathijs gebroederen kinderen des voorschreven Berckers ende Diersken voornoemt. Heeft vuijt crachte van testamenten gemaeckt tusschen haer ende haeren man saligher gepasseert van schepenen leenmannen ende secretaris in Arlebeeck sijnde van date den 19e september 1671 ons schepenen gebleecken heeft sij wettelijck ende erffelijck vercofft aen Lambert Willem Jans Vervoort een stuck teulant gemeijnelijck genoempt de Paelen ecker, gelegen ter plaetse in den Bosch.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 242 Joncker Nicolaes Carradin, die welcke heeft gelooft op sijn persoon ende goederen hebbende etc. dat hij egeene de minste goederen die vermits der doot van wijlen de heer Willem van de Outelaer in sijne leven heer van Asten drossart van Diest, op hem sijn verstorven. Verder vermelding van:de heere Richardt capiteijn ten dienste van sijne koninckelijcke maijesteijt.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 243 Alsoo questie ende verschil was ontstaen waer vuijt processe was comen te gerijsen tusschen Robbert Janssen van Cueringe ter eenre ende tusschen Frans Cornelis man ende momboir van Heijltien dochtere Jan Jan Peeters ter ander sijde over seckere pretentie die den voorschreven Robbert van Cueringe vermeijnde te hebben over geinvenceerde goederen van wijlen Jan van Heessel, in sijn leve gedaen over seckere verswegen pacht van ses gulden jaerlijckx te vergelden staende als nu aende kinderen Jan van de Eckert etc. etc.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 247 Floris Visscher deurwaerder heeft in arrest genomen de goederen toebehorende de erffgenamen van wijlen Joncker van de Outelaer in sijn leven geweest heere van Asten, drossart der stadt Diest. In den eerste het adelijck huijs ende hoff daer gebruijcker van is de heer Kerckhoff genoempt Henckshage. Item noch huijs, schuer met het teul, weij ende hoijlant, soo ende gelijck die Handrick Gielens in sijn gebruijck is hebbende. Item drij vierde parte in een hoeve gemeijnelijck genoemt de hoeff op de Schoor. Bestaende in huijs, schuer etc., mitsgaders teul, weij ende hoijlant, soo ende gelijck die bij Jan van der Loo werden gebruijckt. Item noch een erffenisse bestaende in huijs, schuer, teul ende weijlant, gestaen ende gelegen ter plaetse Nenssel onder Roij. Ende dat voor soo veele als wijlen Joncker Willem van Outelaer voorschreven heeft gecompeteert ende mede voor soo veele als Joncker Nicolaes Carradin tegenwoordich is toebehorende soo alles in appendentie ende dependentie van dien waer van tegen woordich gebruijker van is Handrick Dierckx van Haren.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 248 Floris Visscher deurwaerder heeft in arrest genomen bij ofte van wegen Peeter van de Broeck als gemachtight ende contionaris van de erffgenamen van Jan ende Peeter Mathijs Wemmers, een hoeve gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse Nenssel bestaende in huijs, hoff, schuer, schop etc. mitsgaders teul, weij ende hoijlande met appendentie ende dependentie van dien, soo ende gelijck die Willem Handrick Willem Luijcas. Welcke goederen als nu toebehorende Joncker ende juffrouw Dilbeeck, erffegenamen van juffrouw Anna van der Vorst tegenwoordich residerende tot Loven.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 249 Floris Visscher heeft in arrest genomen huijs, hoff met teul, weijland, welcke gestaen ende gelegen is ter plaetse op Varehoudt, welcke Jan Corstiaen in sijn gebruijck is hebbende met noch een hoijvelt gelegen opde Sloef onder Nenssel. Welcke Mariken Corsten in haer gebruijck is hebbende.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 250 Aert Corstiaens man ende momboir van Willemke Cornelis Schovers sijne huijsvrouw, een vijfde part in een erffelijcke chijns van dartich gulden. Verder vermelding van: Willem Jan Jacob gewesene borgemeester. Schepenbrieven der stadt 's-Hetogenbosch van dato 13 december 1623. Marten Luijcas Dierckx de Pulser. Marten den Pulser. De heer ende meester Goijert de Pulser. Jenneken Schovers, moeder van Willemken Schovers. Mechtelt dogtere Cornelis Schovers.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 251 Willem Dierkx een huijs, hoff met sijn aangelagh, bestaende in teulant ende weijlant gemeijnlijck genoempt Vulkens Ven. Gelegen ter plaetse op Ostaijen, tusschen erffve de eene sijde Jacob Gijsselaer ende metten anderen sijde Claes Jan Goirt Verhagen, streckende van erffve Peeter Thijssen tot opde gemeijnte. Hem vercoopere bij coope aengecomen van Jan Joppen. Vercofft aen Peeter Mathijssen van Breugel.
Inventaris 121 jaar 1678 folio 253 Alsoo de heer Johan de Jeger tot Lochtenbuerch ende Joncker Michgiel Anthonius de Jeger gebroederen kinderen Joncker Wouter de Jeger, twee dage inde maendt van december 1676 voor schepenen alhier hadde gescheijde ende gedeijlt goederen hen aengecomen vermits der doot ende afflijvicht van saligher Joncker Philippus de Jeger. Onder de goederen vermelding van: o.a. de huijsinge gemeijnlijck genoemt den Keijser tot Brussel.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 254 Laureijns Janssen van Son, Pauwels Jan Peeters ende Jan Jan Goirts van Nederwetten, als schuldenaeren en hebben sij gelooft te betaelen aen Johan Wichmans de somme van drij hondert gulden, spruijtende van huerpachten van sijne hoeve gelegen opde Coeveringh.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 255 Soo heeft de heer Wichmans alhier voor schepenen gedaen reckeningen van de geinvenceerde goederen van saligher Willem Schanssen. Jacobus Smeetsers borger der stadt van 's-Hertogenbosch, die welcke bekende dat hij de somme van seventachtich gulden vijf stuijvers vuijt handen van gemelte Wichmans ontfangen te hebben.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 256 Lambert Marcelis van de Heijde, Mathijs Peeters Versantvoirt, Jan Jan Willem Kempts, Goirt Peeter Martens, Jan Janssen Verhage, Marten Willem, Jan Thonis van de Mosselaer, Rijckaert van de Outelaer, Goijert van Dinther alle inwoonderen onder de gehuchte van Bosch ende Varehout. Representerende de voorschreven gehuchte, die hebben gelooft te restitueren aen Handrick Rutten de somme van twee hondert gulden. Spruijtende van geleende gelden, die sij comparanten van voorschreven Handrick Rutten van Herentum opden 17e julius 1672 ontfangen hebben voor de gehuchte, tot securiteijt van de ingesetene inde 2e termijn van de 2000 gulden aende franssen ontributue moeste betaelt sijn.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 258 Compareerde alnoch de voorschreven personen boven genoemt, en hebben alnoch gelooft te restitueren aen Peeter Janssen van de Loo, de somme van hondert vijfftich gulden
Inventaris 121 jaar 1679 folio 258 Compareerde alnoch de voorschreven personen boven genoemt, en hebben alnoch gelooft te restitueren aen Jan Handrick Aerts Haubraecken, de somme van hondert vijfftich gulden
Inventaris 121 jaar 1679 folio 258 Jan ende Hendrick Kempts gebroederen kijnderen Lambert Jan Kempts eenen heijcoop, gelegen ter plaetse op Varenhout, hen vercoopere vermits de doot van hunnen ouders aengecomen. Vercofft aen Jan Willem Kempts.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 260 Handrick soone Lambert Jan Willem Kempts, eene hellichte van eenen hoff groot omtrent 16 roede, gelegen ter plaetse opden Dijck omtrent de watermolen, tusschen erffve Peeter Joosten metten eenen sijde ende de andere sijde van hem cooper, streckende van de gemeijne straet tot op het weijken genoempt het Horstien. In sulcker voegen soo als hij cooper de selven hoff bij naderinge van hen coopere hadde vercregen als hij seijde, heeft hij wederom de selve vercofft opgedragen ende over gegeven aen en ten behoeve van Gerit Stanssen Molemaker. Voorwaerde: dat hij coopere de heggen tusschen beijde liggende sal moeten vuijt werpen van stonden aen alst hem coopere believen sal ende den put ende heggen bij Peeter Joosten geleet sijnde, verclaert vercooper het selven door gedogen soo lange alst hem soude goet vinden, soo dat hem cooper sal vrijstaen te doen ruijmen alst hem believen sal ende de hegge als van auts daer wederom door leggen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 261 Heijlken weduwe wijlen Mathijs Corsten geassisteert met Geerit Corstiaens haeren momboir in desen, die welcke heeft vercofft aen Wouter Aert Dierck Otters een versleeten schuer gestaen tot Houtem bij haer vercoopersse huijsinge van bijden selven in een erffrecht te hebben ende te besitten ende naer sijne coopere believen aff te breecken ende verbrengen naer sijne wel gevallen. Ende staet te weten de cooppenninge die bedragen ter somme van 31 gulden 10 stuijvers de voorschreven weduwe grootelijck van noode heeft, soo als de weduwe ende naer gebueren verclaeren, tot op voeding van haere kijnderen nootsakelijck schulde te betaelen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 262 Compareerde voor schepenen deser vrijheijt ondergenoempt Cathalijn meerderjarige dochter Jan van Brussel out omtrent 33 jaeren, die welcke verclaerde dat sij haer goet 't geene weijnich is nu een tien jaeren herwaerts verhuert ende selffs geadministreert sonder dat Thomas Janssen de Ruijter haer gewesene momboir ofte sijne erffgenamen een stuijver van haeren tweegen hebben ontfangen ende dat sij comparante volcomen contentement heeft met de reckeninge inde jaeren 1670 gedaen. Soo dat sij comparante de kijnderen van Thomas Janssen de Ruijter ten hoochsten is bedanckende van de adminstratie.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 263 Jan Ariaens van de Wijdeven man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe. Peeter Peeters van de Laeck man ende momboir van Heijlken sijne huijsvrouwe. Prijntje weduwe Gerit Everts. Dieliken meerdejarige dochter geassisteert met Anthonius Corstiaens van Heeswijck. Marten Cornelis van der Hage als momboir in desen van Diersken minderjarige dochter. Alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Huijbert Jan Daniels bijden selve ende bij wijlen Catalijn sijn huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke hebben onderlingh ende met macanderen aengegaen eene deijlinge van de goederen hen luijden vermits der doot van henne ouders aengecomen. Aen o.a. Jan Adriaens van de Wijdeven o.a. een woonhuijs met het halff binnen lant, gelegen ter plaetse aende H. Eijck, tusschen erffenis Meriken Sijmens van Heeswijck aende een sijde ende eenen eijnde, de ander sijde de voorschreven Perijntje mede condivident ende metten anderen eijnde de gemeijne straet.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 271 Alsoo Metien Willem Everts ende nu haere kinderen alhier aenden armen is geldende twee gulden jaerlijcx ende alsoo den armmeester sustineerde, dat den pacht voorschreven most begroot sijn 3 gulden jaerlijcx, soo is Michgiel Willems alhier voor haer predicant ende schepenen gecompareert ende heeft verthoont sijne quitantie van tijt tot tijt, waer bij blijckende was dat den plicht in questie altijt was betaelt met twee gulden.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 271 Peeter Mathijssen van Breugel een huijs, hoff, bogart, teulant, heij, hoij ende weijland met sijne houtwas aen malcander gelegen, binnen deser prochie op Ostaijen genoempt Vuijlkensven. Tusschen erffenisse de een sijde Jacob Gijssels binnen Den Bosch, dander sijde Nicolaes Jan Goort opden Haseput, streckende van de erve des vercoopere tot opde gemeijnde. Heeft hij vercofft aen Jan Job Martens woonende tot Nuenen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 273 Hendrick Jan Job Martens, vuijt de naem ende hem fort en sterck maeckende voor Jan Job Martens sijne impotente vader. Een acker teulant met canten ende houtwassen gelegen ter plaetse Veressel, genaempt de Vinkert aende Kijnderstraet. Vercofft aen Mathijs Peeters van Breugel. Verder vermelding van: Joost Marten Jan Sanders, als naaste van bloede van Jan Job Martens.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 274 Evert Sijmen man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouwe. Thonis Pauwels man ende momboir van Emmerensiana sijne huijsvrouwe. Marcelis Peeters man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe. Geurtien meerderjarige, sijnde geassisteert met Gerit Stansse Molemakers, alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Jan Goirts de Huerck, verweckt bijden selve ende bij wijlen Diersken sijne huijsvrouwe. Die welcke bekende mits desen aengegaen te hebben eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hun luijden vermits der doot van haere voorschreven ouders aengecomen. Aen o.a. Geurtien Jan Goorts de Huerck o.a. een huijs ende hof ende aengelagh, gelegen ter plaetse inden Bosch, tusschen erffve de een sijde ende eenen eijnde Jan Thomas van de Mosselaer ende metten anderen sijde aen erffve Jenneken Pauwels, de ander eijnde de gemeijne straet. Chijns aen het boeck van Helmond.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 278 Thomas Pauwels man ende momboir van Emmerens sijne huijsvrouwe een stucken teulants gemeijnlijck genoempt de Hage, gelegen ter plaetse inden Bosch. Vercofft aen Johan Craenen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 280 Cornelis Peters man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe een stuck teulant gemeijnlijck genoempt den Hoogen Acker, gelegen ter plaetse in den Bosch. Vercofft aen Jan Craenen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 281 Alsoo Johan van de Kerckhoff ende Lowies Watltherij hebben gecofft verscheijde parceelen van erffve, soo weij ende hoijlant, in alsulcke groote voegen als die selve gelegen sijn binnen der prochie van Sint Oedenrode. Die welcke hebben gecedeert, getransporteert ende overgegeven over ende weder, ider voorde hellichte alle de goederen soo die bij haer beijde comparanten sijn gecofft.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 282 Jan Jan Wouters Vogels man ende momboir van Barbara dochtere Goijert Thijssen van de Hage sijne huijsvrouwe ende Jan Ariaen Willems, als momboire van de twee onmondige kijnderen van wijlen Jacob Goijert Thijssen van de Hage verweckt bij Lijsbet Bevers sijne gewesene huijsvrouwe.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 283+284 Mathijs Adams van de Hage man ende momboir van Cornelia Jacob Goorts van de Velde sijne huijsvrouwe. Een huijske, hof ende aengelegen erffve, soo groot ende cleijn als het selve gestaen ende gelegen is binnne de prochie van Erp, tusschen erffve de een sijde Ansem van Handel ende metten andere sijde de kinderen Jan Janssen, streckende van erffve Melis Handricx tot op de gemeijnte van Erp. Hem vercoopere vermits der doot ende afflijvicht van haere auders erffelijck aengecomen soo als sij seijde ende verclaerde. Vercofft aen Aert Leijten. Verder vermelding van Mechtelt Handricx.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 284+286 Vermelding van schulden. In de marge staat: Jennken Jan Thijssen die welcke bekende twee hondert gulden met den intrest van dien, ontfangen te hebben vuijt handen van Lenart soone Joost van den Huerck.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 286+287 Handrick Kempts heeft wettelijck ende erffelijck vercoff opgedragen ende overgegeven Maijken weduwe Lambert Kempts, een schaer koeijweijde inde Neul alhier gelegen, neffens de rivier de Dommel aende eenen sijde ende voorts neffens de Veetsche hoeve met meer anderen. Hem vercoopere aen gecomen van de crediteuren van wijlen Corst Smits.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 287+289 Geerart Stanssen Molemakers ende Ariaen Ruth Cluijtmans hebben vuijt de vijff gehuchte der vrijheijt Sint Oedenrode te restitueren van nu over twee jaer aen Cornelis van de Hage de somme van duijsent gulden met de intrest tegens vijff vant hondert, ende want dese penningen sijn spruijtende van goede geleende ende aengetelde penningen, die de voorschreven Geerit ende Adriaen ten behoeve van de vrijheijt bekende ontfangen te hebben vuijt handen van den gemelte van der Hage, die sij ten behoeven van de vrijheijt volgens haere procuratie sullen imploijeren tot betaling van achter staende fransse contributie. In de marge vermelding van: Joost van Erp voor en in naeme van Guillam Meere in huwelijk gehadt hebbende Anna Maria van Velp. Teunis van Boxtel. Joseph Bex voor de kinderen van Jan Martens van der Haagen. Dirk Wilbers van der Haagen ende Joost Jan de laatste voor sijn selve en mede voor Cornelis Habraken en Jan Adriaans Verhoeve de welke gesamelijk bekende ende verklaarde van de regenten deser vrijheijdt Sint Oedenrode, ontfangen ende genoten te hebbe de capitael van duijsent gulden met den intrest van dien de 24e meert 1745.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 289 Johan van de Sande schepen deser vrijheijt ende Roelant van de Huerck man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe, hebben op gedragen ende over gegeven aen Ruth Aerts Michgiels, om bij den selve in eenen erffrecht te hebben ende te besitten, alsulcke hoij ofte weij veldeken, gelegen op Berselaer soo als Nicolaes van de Sande, out secretaris deser vrijheijt haer opdragers vader saligher openbaerlijck ende voor alle man vercofft hadde opden 21e junij 1652. Soo als haer opdragers vaders saligher bij coope vercregen hadde vande weduwe Laureijns Timmermans de dato 2 novenber 1648
Inventaris 121 jaar 1679 folio 290 Mathijs, Jan, Daniel, Meriken weduwe Cornelis Wouters, gesuster ende broeders. Dierck Danels van Rijsinge bijden selve ende bij wijlen Lijsken Thijssen sijne gewesene huijsvrouwe. Anthonis Gerits man ende momboir van Jenneken dochter Dierck Daniels ende Lijsken voornoemt sijne huijsvrouwe, een stucken teulants gemeijnlijck genoempt het Nieulant, gelegen ter plaetse Houtem. Haer vercoopere vermits der doot van Lijsken haere suster soo als sij seijde ende verclaerde, hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen Mathijs Dierckx Versantvoort.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 292 Handrick Thonis Handricx. Willem Cornelis van Son man ende momboir Barbara dochtere Thonis Handricx sijne huijsvrouwe. Jan Lamberts man ende momboir van Cathalijn dochtere Thonis Handrick voornoemt sijne huijsvrouwe. Een achtste gedeelte onbedeijlt in eenen beempt, gemeijnlijck genoempt den gevreden? beempt, gelegen onder de prochie van Liempde. Haer vercoopere aengecomen bij testamente van wijlen de kijnderen Handrick Everts. vercofft aen Willem Ariaens van de Kerckhoff.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 293 Compareerde voor ons schepenen der vrijheijt Sint Oedenrode onder genoempt, Cornelis Thomas de Ruijter ende Willem Jan Willems, die welcke hebben gedaen den behoorlijcke eedt als momboir van de onmondige kijnderen Ruth Jan Willems ende hebben gelooft de goederen wel ende getrouwelijck te administreeren ende gade te slaen, gelijck goede ende getrouwe momboiren schuldich ende behooren te doen. Ende des versocht sijnde van heere officier ende schepenen van haeren ontfanck ende vuijt gaeff sullen doen behoorlijcke reckeninge bewijs ende reliqua. Actum den 9e meij 1679. Testes Heeswijck ende Haubracken
Inventaris 121 jaar 1679 folio 293 Goijert Dielen inwoondere deser vrijheijt, die welcke bekende schuldich te wesen aen Aert Dierckx Otters de somme van hondert gulden, sestien stuijvers.In de marge staat dat Aert Dierckx bekende de som van hondert gulden sestien stuijvers met den intrest van dien ontfangen te hebben vuijt handen van de weduwe Goort Dielen den 9e meij 1684.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 295 Geertruijt weduwe Jan Stoffels van Eijnthoven dochtere Reijnder Jans, een huijsken, hoff ende aengelegen erffenis, soo groot ende cleijn als het selve gestaen ende gelegen is binnen der vrijheijt Sint Oedenrode ter plaetse Eerschotse kercke, tusschen erffve Lambert Handrick Jans c.s. aende een sijde ende een eijnt ende metten anderen sijde ende eenen eijnde de gemeijn straet, haer vercoopersse van haer ouders in haere weduwelijcke staet aen gecomen. Vercofft ende opgedraegen aen Jacob Huijgermans, borger der stadt van 's-Hertogenbosch. Vermelding van: cijns te vergelden met Joost van Erp en Joost Robroeck rentmeester van het capittel alhier. Sielboeck vant voorschreven capittel. Cijns int boeck van juffrouw Coenen als nu de erffgenamen de heer Heessel. Een halff hoen aen de heer Dalij wert betaalt met twee stuijver acht penningen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 296 Huwelijksvoorwaarde.Thonis Thonis van Rijsingen jongman tegenwoordige bruijdegom ende Peeterken Willem Franssen der Kijnderen, weduwe van wijlen Jan Lamberts van de Laeck bruijt.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 297 Jan Jan Gerits als vader ende momboir van sijn onmondige kint, verweckt bij Maria dochtere Jan Jaspers ende met hem Goijert Goijerts als toesiender ende momboir vant voorschreven onmondige kint.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 298 Jan Wouter Smits ende Willem Mosman, man ende momboir van Maria sijne huijsvrouwe. Een stuck teulant gelegen ter plaetse inde aude Vrijheijt achter den watermolen, tusschen erffve de erffgenamen juffrouw Brouhesius aende eenen sijde, ende metten anderen sijde Jan Lamberts Adels, streckende van erffve Jacob Keijsers tot opde weijde genoempt het Haverlant haer vercooper vermits der doot ende afflijvicht van haere ouders aengecomen, soo als sij seijde ende verclaerde. Hebben sij vercofft aen Gerit Stanssen Molemakers.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 299 Schepenen van Sint Oedenrode tuijgen dat Johannes Visscher van de Edele Rade ende Leenhoven van Brabant open 24e junij 1679 van wegens de hooge overicht in arrest gestelt ende genomen vuijt crachte van Mand. van arrest met de clausule van Edict van dato den 12e junij 1679, bij meester Cornelis Ackerdijck advocaet voorde voorschreven rade als actie ende transport hebbende van Daniel Jan Denen ende mede voor hem selve ende als momboir over sijne onmondige broeders Henrick ende Hermen Ackersdijck, seckere hoeve gelegen tot Sint Oedenrode genoemt de Hulst, toebehorende Joncker Heijm, gebruijckt werdende bij Aert Thijssen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 300 Corstiaen Pels ende Anthoni Brauwers deurwaerders, die welcke vuijt crachte van seckere mand. van arrest ende Daechsel met de clausule van edict de dato 19e junij 1678 geimpetreert bij juffrouw Anna Catharina van Gindertaelen van wegens de hoge overicht, hebben in arrest genomen ten overstaen van schepenen in Sint Oedenrode alle de goederen die soude mogen toebehoren den Heere Grave van Berloo, gelegen onder deese voorschreven vrijheijt.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 300 Cornelis Daniels van de Horck ende Thomas Janssen van de Mosselaer als momboire over de sess onbejaarde kijnderen van wijlen Jan Daniels van de Horck bijden selven ende bij wijlen Gerartien dochtere Jan Thomas van de Mosselaer sijne eerste huijsvrouwe wettelijck verwekt. Tweeten Cornelis van svaders sijde ende die Thomas van smoeders sijde. Vermelding van: Lijsken Cornelisse tweede huijsvrouwe ende mede weduwe van wijlen de voornoemde Joost? van den Huerck.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 302 Goijert Corstiaens wonende tot Boxtel ende Claes Martens woonende alhier, als momboire over het onmondige kint van wijlen Willem Jan Rovers bijden selven ende bij wijlen Grietien dochter Corstiaen Goijerts.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 303 Hanrick Denis Pauwels de hellichte in een hoijveltien onbedeijlt, waervan de andere hellichte is competerende Joost Delis van Erp gelegen ter plaetse in de Scheeken. Hem vercoopere van sijn ouders aengecomen. Vercofft aen Frans Handrick Rovers.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 304 Judich dochtere Aert Cornelisse weduwe wijlen Jan Janssen van Herentum, heeft wettelijck vercofft aen Jan Janssen van Heretum haere soone, alsulcke kints gedeelte als haer is competerende in huijs en hoff ende teullandt. Te saemen alhier gestaen ende gelegen aende plaetse, soo ende in voegen haer vercoopersse vermits der doot ende afflijvicht van haere voorschreven ouders in haere weduwelijcke staet aen gecomen ende op haer verstorven.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 305 Jan Janssen van Heritum heeft mits dese genochsaem ende wederom over gegeven aen Gijsbert Janssen de Roij alsulcke kints gedeelte soo in landt, huijs ende hoff, soo ende gelijck in voegen soo als den vooschreven Jan van Heritum bij coope nede opdrachte tegens sijne moeder op gisteren aen gecomen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 305 Judich dochtere Aert Cornelisse weduwe van wijlen Jan Janssen van Heritum voor haer tocht, Michgiel en Claes gebroederen kinderen den voorschreven Jan van Heretum ende Judich voornoemt, soo voor haer selven als mede hen fort ende sterck maeckende voor meester Henrick schirurgijn man ende momboir van Jenneke dochter Jan Judich voornoemt. Voor de erffrechte een stucxken teulant ofte hoff, ter plaetse Eerschot, tusschen erffve de kinderen Handrick Jans aende een sijde ende metten anderen sijde aen erffve Johan van de Sande, streckende vanden gemeijne straet tot opde gemeijne voetpat. Hebben sij vercofft aen an Janssen van Heritum hunne broeder ende soone.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 306 Geradt Stanssen Molemakers, eenen acker teulant gemeijnlijck genoemt de Loo, gelegen ter plaetse Varenhoudt. Heeft hij wettelijck ende erffelijck wederom over gegeven aen Jan van de Loo in alsulcke voegen als de voorschreven Gerardt is aengecomen van Willem Willems Kempts c.s.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 308 Aert Corstiaens man ende momboir van Willemken sijne huijsvrouwe. Mechtelt, Maijken ende Cornelia gesusters dochtere Cornelis Schovers bijden selven ende bij wijlen Jenneken Jan Nicolaes Merckx sijne gewesene huisvrouwe wettelijck verweckt. Als schuldenaeren en beloven te restitueren aen Handrick Janssen Verhage de somme van drij hondert gulden.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 310 Jan Kempts onsen mede schepen ende Jan van de Loo borgemeester, als momboire over de onbejaerde kijnderen Jan Jan Willems Kempts, verwekt bij den selven ende bij wijlen Mariken Janssen van de Loo sijne huijsvrouwe.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 310 Alsoo questie ende verschil was ontstaen, tusschen Jan, Cathalijn ende Evert gebroederen ende suster, kijnderen Willem Everts verweckt bij Metien sijne gewesene huijsvrouwe over seecker gebruijck van achter gelaeten goederen, welke de voorschreven Metien als lestlevende in tochte hadde beseten ende metter doot hadde geruijmpt ende naer gelaeten. Welcke den voorschreven Jan ende Catalijn met wijlen Denis ende Michiel saligher soo van de haeffelijcke als erffelijcke goederen sijn tot dese dage in haer behort ende tot haeren profijten hebben gehadt. Soo sijn de selven als mede hen fort ende sterck maeckende voor Cathalijn sijne suster ter eenre ende Evert Willems voornoemt ter andere sijde die welcken sijn door tusschen sprecken van goede mannen int minne over comen ende geaccordeert in voegen ende manieren naer volgende: tweesten dat die voorschreven Evert leste comparant sal hebben ende houden ende erffelijck besitten bij forme van deijling, o.a. een huijs, hoff ende bogart met sijn lant daer bij behorende, gelegen ter plaetse Ollant ende die voorschreven Evert tegenwoordich in gebruijck is hebbende ende haer comparanten in coope is aengecomen van Ariaen Jan Wijnen. Ende heeft die voorschreven Jan soo voor sijn selve ende hem mede fort ende sterck maeckende tegens ider die enich recht opde voorschreven goederen soude comen ofte mogen pretenderen, daer op helmelingen vertegen inne manieren indien gewoonlijck sijnde ende heeft voorts gelooft op sijne persoon ende alle sijne goederen hebbende ende vercrijgen het voorschreven over geven altijt voor goet vast ende stedich te houden ende inne sijne naeme ende qualiteit te doen houden onder conditie nochtans dat hij Evert vuijt de voorschreven erffenis jaerlijcx sal gelden alhier aende H. Geest twee gulden ende daer en boven eens aende voorschreven Jan vuijt reijcken twee hondert pont hoppen ende een vercken, voor welck ende daer tegens den voorschreven Jan ende Cathalijn van sullen behouden ende erffelijck besitten soo huijsinge, hoff, bogart met alle de voorderen goederen die de voorschreven Jan tegenwoordich in gebruijck is hebbende ofte die alle sullen bevonden werden die haere comparanten ouders metter doot geruijmpt ofte naer gelaeten hebben etc. etc.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 313 Jan Willem Haubraecken als vaderlijcke momboir van sijne onmondige kinderen ende Gerit Willems als mede momboir ende toesiender van de voorschreven onmondige kijnderen in huwelijck verweckt bijde selven Jan ende bij wijlen Maijken Jan Thomas van de Mosselaer sijne gewesene huijsvrouw.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 314 Gerit Willems die welcke bekende schuldich te sijn aende bovengenoemde kinderen de somme van hondert gulden. Uijt handen ontfangen hebbende van Jan ende Willem gebroederen kijnderen Jan der Kijnderen, soo als Peeter der Kijnderen aende voomondige hadde gelegateert.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 315 Frans Janssen van Son. Pauwels Jan Peeters man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouw. Jan Jan Goorts man ende momboir van Geertruijt sijne huijsvrouw alle kinderen ende erffgenamen van Jan van Son, bijden selven ende bij wijlen Alegonda sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Vercoop van enige stucxken lant gelegen op Veressel. Hem vercoopen aen gecomen van henne ouders. Vercofft aen Mauwerus Luijcas van de Ven.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 317 Peeter ende Anneken suster ende broeder, kinderen wijlen Handrick Janssen van de Oever bijden selve ende bij wijlen Lijsebeth dochtere Joost Delissen wettelijck verweckt. Wouter Aert Dierck Otters man ende momboir van Meriken dochtere des voorschreven Handrick van de Oever ende Lijsbeth voornoemt sijne huijsvrouwe. Die welcke bekende metten den anderen over comen te sijn van de goederen hen luijden vermits der doot ende afflijvicht van henne voorschreven ouders erffelijck aen gecomen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 319 Handrick ende Willem gebroederen kinderen wijlen Gijsbert Handrick Welten, bijden selven ende bij wijlen Jenneken dochtere Willem der Kijnderen wettelijck verweckt. Maijken meerdejarige dochter des voorschreven Gijsbert ende Maijken voornoemt Everart Anthonis man ende momboir van Margriet sijne huijsvrouwe. Jan Gijsberts als momboir van de onmondige kinderen Wouter Gijsberts verwekt inden eersten bedde bij wijlen Genefeva dochtere des voorschreven Gijsbert ende Maijken voornoemt sijne gewesene huijsvrouw. Eene halve hoijbeemt genoemt den Achterste beempt, een sesde part in een acker teulant genoemt de Brughacker gelege ter plaetse Veressel, de hellichte in een camp genoemt Mulders camp, soo als deselve haer vercoopers bij deijlinge tegens Jan Thomas van de Mosselaer alhier voor schepenen is aengecomen, ende gelegen is ronsomme inde Sonse heijde. Vercofft aen Willem Janssen der Kijnderen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 321 Handrick Cornelis, die welcke heeft opgedragen ende overgegeven alle sijne comparants haeffelijcke als erffelijcke goederen, waer van hij comparant tegenwoordich volle meester van is, egeene van dien vuijt gescheijde, ten behoeven van Anneken sijne comparants dochter, om bijden selven in eenen erffrecht te hebben ende te besitten. Ende dat onder soo danige conditie dat Anneken sal gehouden sijn aanstonts vuijt te reijcken aende betaelen aen Jan Handrick Brock sijne swager de somme van 25 gulden. Ende Anneken sal gehouden sijn hem comparant te alimenteren in cost, dranck ende clederen, gesont ende sieck, sijnde tot sijne sterffdagh toe ende alsnoch gehouden sijn, sijn doode lichaeme een eerlijcke ende cristelijcke begraffenisse te doen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 322 De heer Johan Carel de Jeger tot Lochtenbuerch, een huijske ende hof met alle sijne recht ende toebehoorte, soo en gelijck het selve gestaen ende gelegen binnen der vrijheijt Sint Oedenrode ter plaetse opden Dijck omtrent de watermolen. Tusschen erffve de eenen sijde ende eenen eijnde Joncker Michgiel de Jeger, de ander sijde aen erffve de erffgenamen van wijlen meester Michiel Deckers ende metten anderen eijnde voor aende gemeijne straet soo ende inder voegen als het Lambert Handrick Jans in sijn gebruijck is hebbende. Hem vercoopere bij coope vercregen hadde van de weduwe Conninckx, evicteurisse soo als hij seijde ende verclaerde heeft hij gemelte de Jeger het voorschreven huijs, hoff opgedragen ende over gegeven aen Handrick Handrick Smits.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 323 Evert Sijmens ende Willem Handrick Hoevens woonende tot Woenssel, als momboir van het onmondige kint van wijlen Pauwels Willem Everts verweckt bij wijlen Aeltien Janssen sijne gwesene huijsvrouwe.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 324 Soo hebben de momboiren van de kinderen Jan Jan Willem Kempts met Peeter Joordens affgereckent over seckere hueringe ende gebruijck soo van de halve schuer ende teulant, soo ende gelijck de voorschreven Kempts dat tot sijn sterffdagh toe in sijn gebruijck hadde gehadt.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 324 Joncker Johan Baptista den Clerck heere van Bovekercke … , die welcke heeft naer gedaene arrest ende dagementen gedaen den eedt als momboir van de 2 onmondige kinderen van wijlen Joncker Jan Bruno van Outelaer verwekt bij vrouwe Maria Carolina de Clerck dict Bovenkercke. Ende heeft daerbij gelooft den onmondige goederen wel ende getrouwelijck te adminstreren.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 325 Alsoo wijlen Jan Jan Willem Kempts opden eersten dagh der maendt meert 1658 hadde gelooft schuldich te wesen aen Meriken Handrick Nelis de somme van 75 gulden. Mathijs Peeters als man ende momboir van de voorschreven Meriken de voorschreven penningen wilde gerestiueert hebben. Verder vermelding van: Jan van de Loo ende Jan Kempts.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 326 Willem Handrick Hoevens woonende tot Woensel ende Evert Sijmens woonende alhier als momboir van Jenneken onmondige dochter wijlen Jan Pauwels Willems verweckt bij wijlen Pauwels Willems verweckt bij wijlen Aeltien Janssen van Roij sijne gewesene huijsvrouwe. Sij hebben wettelijck ende erffelijck overgegeven ende opgedragen het negende gedeelte welcke des onmondige competeerde in alle de goederen bij Willem Everts ende Metien sijne huijsvrouwe grootvader ende grootmoeder. Gestaen ende gelegen ter plaetse Ollant, ten behoeve van Jan Wilems.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 328 Handrick ende Peeter van de Huerck, gebroederen, die voorschreven Peeter absent ende buitenlants sijnde, ende niet wetende ofte hij doot ofte als noch int leven is. Reijnier van der Meulen man ende momboir van Vuelken sijne huijsvrouw. Peeter van Kilsdonck man ende momboir van Mechtelt sijn huijsvrouwe. Alle kinderen ende erffgenaemen van wijlen Willem Lenarts van de Huerck bijden selve ende bij wijlen Meriken dochtere Peeter Thonis van de Laeck sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke verclaerde metten anderen aengegaen te hebben eene deijlinge van de goederen hun luijden vermits der doot van henne voorschreven ouders erffelijck aen gecomen. O.a. Peeter van Kilsdonck, een huijs ende hoff, gestaen ende gelegen ter plaetse Eerschodt, tusschen erffve Lambert Peeters van de Laeck, metten eenen sijde ende een eijnde, ende metten anderen sijde de gemeijne straet, ende metten anderen eijnde aen het Capittellant alhier. Item nog een koijweijde inde weijde gemeijnlijck genoempt het Cleijn weijke gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aende Hooge Vonder.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 332 Willem Wouters van Tillar ende Handrick Driessen van Arle als momboir van de onmondige kijnderen wijlen Jacob Smits bijden selven ende bij Maijken Wouters van Tillaer sijne gewesene huijsvrouw verwekt. Jan Lamberts Adels ende Handrick Handrikx als momboir van Mariken dochtere Handrick Smits bijden selven ende bij wijlen Maijken Leunis Gijsberts sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Saementlijck als momboire over de voorschreven onmondige.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 333 Handrick ende Catalijn gebroederen ende suster meerderjarige kinderen Handrick Jans de Smit bijden selven ende bij wijlen Maijken dochtere Jan Leunis Gijsberts sijne huijsvrowe wettelijck verweckt. Willem Wouters van Tillaer ende Handrick Driessen van Arle als momboire van de onmondige kijnderen wijlen Jacob, soone des voorschreven Handrick ende Maijken voornoemt, bij Maijken Wouters van Tillaer sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Jacob van Duppen als momboir van de onmondige kinderen Jan Handrick Smits ende met hem Jan Lambert Adels als toesiender ende momboir van Mariken onmondige dochter des voorschreven Handrick ende Maijken voornoemt. Alle kinderen ende erffgenamen van wijlen des voorschreven Handrick ende Maijken voorschreven, die welcke bekende ende verclaerde met den anderen aen gegaen te hebben eenen erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hun luijden vermits der doot ende afflijvicht van hennen voorschreven ouders erffelijck aengecomen soo als sij seijde ende verclaerde. Overmits welcke erffscheijdinge ende deijlinge soo is die voorschreven Cathalijn Handrick Smits bij blinde looten door de gecommiteerde des heere officier vuijt gereijckt ende te deel gevallen, een huijs, hoff met appendentie ende dependentie vandien, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt Sint Oedenrode inde aude vrijheijt ter plaetse opden Dijck, tusschen erffenisse Joncker Michiel de Jeger aende een sijde, ende de andere sijde aende gemeijne Pas, streckende van erffve Johan van de Sande tot voor opde gemeijne straet. Cijns in het boeck van Helmond. Aen de kinderen van Jan Handrick Smits een stuck teulant, gelegen op de Berch, tusschen erffve Peeter Peeters van de Laeck aende eene sijde ende metten andere sijde aen erffve Joost Delisse, streckende van erffve Jan van Heeswijck tot op erffve de weduwe Jan van Heeswijck tot opde ackerwegh aldaer. Item noch een stuck teulant gelegen opde Veetsche hoeff, tusschen erffve de een sijde Peeter janssen de Roij ende metten anderen sijde aen erffve de kijnderen Wouter Gruijters ofte langs den voetpat aldaer lopende, streckende van erffve Joncker Endevoets tot opden gemeijne wech. Hier jaerlijcx vuijt vergelden eenen gulden sestien stuijvers aende Gildebroeder van Sint Barbara. Aen Mariken Handrick Smits een stuck lants gelegen tusschen erffve juffrouw Nagelmakers de een sijde ende den andere sijde de Gasthuijs hoeff binnen den Bosch, streckende van erffve Daniel Ariaens tot opde gemeijne ackerwegh. Item alnog en stucxken lant gelegen alhier achter de watermolen, gelegen tussen erffve Jan Lambert Adels aende een sijde, ende metten anderen sijde ende eenen eijnde de weijde genoempt het Haverlant, ende metten anderen eijnde opden Molenwiel. Item noch de hellichte en een tiendeken met Handrick Driessen gemeijnlijck genoempt de Derdendeel. Item noch de hellichte van eene hoijbeempt gelegen inde Eversche beemde, welcke andere hellichte de voorschreven Mariken bij testament van haer moeder saligher is gemaeckt ende geprelegateert, tusschen erffve Gielen Dierckx c.s., streckende van erffve Cornelis van de Hage, tot opde gemeijne Dommel aldaer vliedende. Aen die onmondige kijnderen van Jacob Handrick Smits ende Handrick Smits ider voor de hellichte te deel gevallen, een huijs, hoff, bogaert ende aengelegen erffve van dien, gemeijnlijck genoempt de H. Eijck, tusschen erffe de eenen sijde Willem Lambert Spierincx, de andere sijde ende eenen eijnde, de gemeijne straet, de ander eijndt de kinderen Handrick Jans. Item noch een camp, gelegen ter plaetse voorschreven, tusschen erffve de een sijde Lenart van de Huerck, de ander sijde ende eenen eijnde de gemeijne straet, ende metten anderen eijnde aen erffve Jan handrick Brock. Item noch eenen camp gemeijnlijck genoemt den nieuwe camp, gelegen ter plaetse voorschreven, tusschen erffve de een sijde Jan Handrick Brock, de ander sijde ende eenen eijnde de gemeijne straet, ende metten andere eijnde aen erffve Meriken Sijmens van Heeswijck. Een vadt rogge aende pastoorije van Eerschot gaende vuijt de voorschreven huijsinge ende aengelagh.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 338 Alsoo den Agent Peeter vanden Broeck met den sijnen, sijn geldende aende Broeck geswoorenen deser vrijheijt een chijns van eenen gulden eenen stuijver, jaerlijcx vuijt henne goederen gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse opden Sloef, daer tegenwoordich op is woonachtich Willem Jan Thonis.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 339 Jan ende Handrick gebroederen, Willem Jan Der Kijnderen man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe. Alle kijnderen ende erffgenamen van wijlen Jan Janssen Verhage bijden selve ende bij wijlen Heijlkens dochtere Handrick van Tartwijck sijne huijsvrouw wettelijck verweckt. Die welcke bekende aengegaen te sijn eene deijling van de goederen hun luijden vermits der doot van henne voorschreven ouders erffelijck aengecomen soo als sij seijde ende verclaerde. O.a. aen Handrick Janssen Verhage, een huijs, hoff ende bogart met teulant ende weijlant, in alsulcke groote, gelijck den voorschreven Jan Janssen Verhage haere vader soo bij deijlinge ende coope vercregen hadden, gestaen ende gelegen ter plaetse Rijsinge onder Ollant, welcke als nu werdt gebruijckt bij Jan Dierckx Daniels van Rijsinge. O.a. aen Willem der Kijnderen een huijs, schuer etc. met verscheijde teulanden als hoij ende weij te saem gestaen ende gelegen soo onder Son als Breugel. In alsulcke groote voegen ende manieren als het den voorschreven Jan Verhage saligher haeren vader bij deijlinge vercregen hadde tegens sijn swagers.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 345 Willem ende Jan gebroederen kinderen Jan der Kijnderen een huijsken ende hof gestaen ende gelegen ter plaetse Eerschodt. Tusschen erffve Peeter Peeters van de Laeck aende eenen sijde de andere sijde Jan Wouter Aerts, streckende van de gemeijne straet tot opden kerckhoff van Eerschodt hem vercoopere aen gecomen van de kinderen Peeter van Haestricht. Hebben sij vercofft aen Frans Huijberts Stoeldreijer.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 346 Jan Wouter Vogels ende Jan Ariaen Willems als momboir van de twee onmondige kijnderen Jacob Goijert Thijssen van de Hage verweckt bijden selve ende bij wijlen Lijsken dochtere Jan Jacobx sijne huijsvrouwe. Daniel ende Jan gebroederen kijnderen Dierck Daniels van Rijsingen, soo voor haer selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Thijs haere absente broeder. Meriken dochtere des voorschreven Dierck Daniels van Rijsinge weduwe wijlen Cornelis Wouters. Thonis Gerits man ende momboir van Anneken sijne huijsvrouwe oock dochtere des voorschreven Dierck Daniels. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben een deijling van alsulcke nieuwe camp, soo als die voorschreven Jacob van de Hage bijde leste vercoopinge van dese gemente vercregen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 347 Daniel ende Jan gebroederen soone Dandel Dierckx van Rijsinge, soo voor haer selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Thijs haer absente broedere. Meriken dochter des voorschreven Daniel, weduwe van wijlen Cornelis Wouters. Thonis Gerits man ende momboir van Jenneken sijn huijsvrouwe, oock dochtere des voorschreven Daniel, een hellichte van een camp gelegen ter plaetse Houtem onder Ollant. Vercofft aen Jan Wouter Vogels ende Jan Ariaen Willems tot behoef van twe onmondige kijnderen van Jacob Goirt Thijssen van der Hage.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 348 Judich dochtere Aert Cornelis weduwe wijlen Jan Janssen van Herentum, die welcke heeft aff gegaen haere tochte ende recht, die haer eenichsints soude mogen competeren inde verbrande huijsplaets, gelegen binnen deser vrijheijt aende Mercktvelde aldaer, tusschen erffve Gerit Stanssen Molemakers aen de eenen sijde, ende metten anderen sijde het capittel alhier, streckende van erffve de Veetsche hoeve tot voor opde gemeijne straet, ende dat ten behoeve van haere kinderen.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 349 Michiel ende Jan gebroederen, kinderen Jan Janssen van Herentum verweckt bijden selven ende bij Judich dochtere Aert Cornelis sijne gewesene huijsvrouwe. Soo voor hen selven als mede fort ende sterck maeckende voor meester Henrick chirurgijn man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe oock dochtere des voorschreven van Herentum ende Judich voornoemt. Eene verbrande huijsplaets met sijn steenen daer op liggende, gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aent Mercktvelt alhier, tusschen erffve Gerit Stansse Molemakers ende metten anderen sijde het capittel van Rode, streckende van de Veetse Hoef tot voor opde straet. Haer vercoopere op huijden bij affgaen ter tochte aengecomen soo sij seijde. Hebben sij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende overgegeven aen Nicolaes Janssen van Herentum haeren broeder. Ende soo hebben die voorschreven vercoopere opde voorschreven huijsplaets ende op alle aenliggen rechte ende toebehorte, hemelinge vertegen inne manieren indien gewoonlijck sijnde. Hieruit te vergelden o.a. eene gulden aende Guldebroeders van Sint Catharina alhier.
Inventaris 121 jaar 1679 folio 350 Thomas Handersken ende Heijlken meerderjarige, broeder ende susters kinderen Jan Thomas Sanders, bijden selven ende bij wijlen Lijsken dochtere Wouter Gijsbert sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke verclaerde aengegaen te hebben eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hen luijden vermits der doot van henne ouders aengecomen. O.a. aen Handersken Jan Thomas een huijs, hoff met een driesken daer bij gelegen ter plaetse Ollant. Tusschen erffve Heijmen Gerits aende een sijde, ende een eijnde, de ander sijde aen erffve Willemken Claessen, de ander eijnde de gemeijne straet.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 354 Jan, Jenneken weduwe Dierck Janssen van de Dijck ende Maijken gesusteren ende broeder kinderen Ariaen Jan Heijmens bijden selve ende bij Mechtelt sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Peeter Willem Peeters man ende momboir van Grietien dochter des voorschreven Ariaen ende Mechtelt voornoemt sijne huijsvrouwe. Soo voor hen selve als mede hen fort ende sterck maeckende voor Peeter haere absente broeder. Een parceeltje soo groes als teulant, gelegen ter plaetse inden Bosch. Vercofft aen Geerit Stanssen Molemakers.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 355 t/m 362 Willem ende Jan der Kijnderen, gebroederen de hellichte in eene vervallen schueren met de hellichte inde gronde van erffve wesende teulant, gelegen ter plaetse opden Coevering. Verder nog verschillende percelen. Vercofft aen Hendrick ende Willem Gijsberts, gebroederen woonende binnen Gemert ende Lieshout, respectieve Wouter Gijsberts mitsgaders Evert Anthonisse mede woonende binnen den dorpen van Lieshout. Verder vermelding van Peeter Willem der Kinderen en een stalplaets. Maijken Gijsberts woonende tot Lieshout. Jan Ariaen Walravens en een stalplaets. Willem ende Jan der Kinderen. Cornelis Peeters van der Hage.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 362 Albert ende Jan gebroederen. Lambert Aerts Vervoort man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe. Lambert Everts man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe. Mathijs JacobManius ende momboir van Cristina sijne huijsvrouwe. Nicolaes Sijmens van de Velde man ende momboir van Anneken sijne huijsvrouw. Gijsbert Willems van Herentum man ende momboir van Magdalena sijne huijsvrouwe. Maria meederjarige dochter geassisteert met Jan van de Sande haere momboir. Alle kinderen ende erffgenaemen van wijlen Goijerts Aelberts van Rijdt bijden selven ende bij wijlen Diersken Henricx Vogels sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Ende hebben bekent met malcandere aengegaen te hebben eene deijling van alle de erffgoederen bij wijlen henne voorschreven ouders metter doot geruimpt ende achtergelaten. Percelen gelegen te Veghel op het Dorshout en Creijtenbuerch. Aen o.a. Lambert Everts een huijs en hoff mette landerije daer aen gelegen gelegen op Creijtenbuerch, tusschen erffve de een sijde Philippus Jan Rutten ende voorts ronsomme inde gemeijnte.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 368 Handrick ende Cathalijn gesuster en broeder meerderjarige kinderen Handrick Jan den Smit verweckt bijde selven ende bij wijlen Maijken dochtere Jan Leunisse sijne huijsvrouwe. Die welcke bekende met malcanderen aen gegaen te hebben, eene erffmanghelinge van de goederen naer beschreven, hen comparanten aen gecomen. Tweten hem eerste comparant bij coope vercregen tegens mijn heer Johan Carel de Jeger, ende haer leste comparante bij deijlinge tusschen haer broeder ende suster alhier binnen deser vrijheijt voor schepenen gepasseert. Overmits welcker erffmanghelinge soo sal die voorschreven Handrick Smits hebben en houden ende erffelijck besitten het huijs, hoff staende alhier binnen deser vrijheijt ter plaetsen Opden Dijck met de pachten ende chijnsen soo ende in voegen als het haer comparanten bij deijlinge voorschreven is aengecomen, vuijt genoemen een parceeltien vanden hoff aende west sijde inden hoeck aende straet, soo wijdt tot opde hegge van joncker Michgiel de Jeger sal blijcken ten profijten van Cathalijn lest comparanten ende in soo verre sij sonder wettige boorte naer te laeten compt te overlijden. Dat als dan in sulcke gevallen wederom sal devolveren ende versterven op hem eerste comparant ofte op sijne erffgenaemen, ende soo heeft die voorschreven Cathalijn op het voorschreven huijs, helmelinge vertegen innne manieren in dien gewoonlijck sijnde tot behoef van de voorschreven Handrick gelovende in forme. Overmits welcker erffmangelinge, soo sal die voorschreven Cathalijn leste comparant hebben houden ende erffelijck besitten een huijs ende hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse Opden Dijck, tusschen erffve de eene sijde de erffgenaeme van meester Michgiel Deckers ende de ander sijde ende eenen eijnde Joncker Michiel de Jeger de ander eijnde de gemeijne straet, soo ende gelijck hij comparant bij coope vercregen hadde van mijn heer Jeger voorschreven los ende vrij. Ende gelooft hij gemelte Handrick het voorschreven huijsken te waeren ende te claeren van alle commere callengie ende aentael in het voorschreven huijs, sijnde ofte comende haer leste comparant aff te sullen doen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 371 Gerard Stanssen Molemakers secretaris, een stuck hoij als teulant gemeijnlijck genoemt de Nieuwe Camp, gelegen ter plaetse onder Varenhoudt. Heeft hij wettelijck opgedragen ende wederom overgegeven aen Willem Peeters de Jonge. Soo als hij voorschreven opdraeger vercregen hadde van de weduwe Wouter Evert Craene.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 372 Mathijs Peeter Maes ende Lambert Haubraecken, als momboire van de onmondige kijnderen van wijlen Peeter Aert Pennincx verwekt in wettig huwelijck bij Maria dochtere Aert Haubraecken.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 373+375 Alsoo Jan, Jenneken weduwe Dierck Jansse van Dijck ende Maijken gesusteren ende broederen kinderen Ariaen Jan Heijmens bijde selven ende bij wijlen Mechtelt sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Peeter Wilem Peeters man ende momboir van Grietien oock dochtere des voorschreven Ariaen ende Mechtelt voornoemt sijne huijsvrouwe, soo voor hen selve als mede hen fort ende sterck mackende voor Peeter haeren absenten broeder opden 3 januarij 1680 hadde vercofft aen Gerit Stanssen Molemakers een stucxken soo weij als teulant, gelegen binnen deser vrijheijt etc.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 375 Meriken dochtere Ariaen Jan Vrenssen leste weduwe Jan Aert Heeseckers, die welcke verclaerde aff te gaen haere tocht rechte, van alle de erffelijcke goederen egeene vuijt gescheijde noch gereserveert. Die sij comparante naer lant recht in tochte heeft beseten ende bij wijlen Thonis Aerts haere comparante eerste man saligher metter doot geruijmpt ende naer gelaeten. Ende in den eerste huwelijck vercregen ende beseten hebben. Ende dat ten behoeve van haer comparante drij kijnderen verweckt inden eerste bedde bij Thonis Aerts voorschreven.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 376 Nicolaes van Capelle borger der stadt van 's-Hertogenbosch. Eene hoijbeempt, gelegen ter plaetse omtrent de Hooge Vonder. Tusschen erffve de heer Johan Carel de Jeger tot Lochtenbuerch cooper, aen beijde sijde ende eenen eijnde, ende metten anderen eijnde de gemeijne Dommel aldaer vliedende. Hem vercoopere vermits der doot van sijne ouders aengecomen. Vercofft aen Johan Carel de Jeger tot Lochtenbuerch.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 377 Aert soone Thonis Aerts bijden selve ende bij wijlen Ariken dochtere Ariaen Dielissen sijne eerste huijs huijsvrouwe. Ariaen Rut Cluijtmans man ende momboir van Meriken sijne huijvrouwe. Anneken ende Ariaentien gesusteren meerderjarige kinderen Thonis voorschreven verweckt bij Meriken Ariaens tweede huijsvrouw geassisteert met Anthoni Laureijnssen van Roij, haeren geaffineerde momboir in desen. Die welcke bekende ende lijden mits desen met malcanderen aengegaen te hebben, eene deijlinge van de goederen haer bij affgaen van tochte bijde voorschreven Meriken Ariaens haeren comparanten moeder en schoonmoeder, soo als blijckende is. Aen Ariaen Ruth Cluijtmans met de voorschreven Anneken ende Adriaentje te deel gevallen het voorhuijs, soo als het bij haer condividenten opde verendeur opden lesten achterste stijl ende soo recht toe deur met den halven hoff, met noch vier roeden voorden wech daervoor van affgemeten. Gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aende Bobnagelse brugge. Tusschen erffve de geheel huijsinge ende hoff, tusschen erffve aende eenen sijde ende eenen eijnde Rijckart Willems van de Outelaers ende metten anderen sijde ende eenen eijnde de erffgenaemen van de Bobnagelse hoeve.Verder verschillende parcelen. Aen Aert Thonisse het achterhuijs soo als het bij haer condividenten van de deurstijl van de weste sijde is afgepaelt met den hoff voor soo veel als bij haer condividenten is affgepaelt te samen gestaen ende gelegen ter plaetse aende Bobnagelse brugh, neffens erffve de geheel huijsinge ende hoff, tusschen erffve de eenen sijde ende eenen eijnde Rijckart Willems van den Outelaers, de andere sijde ende eenen eijnde de erffgenamen van de Bobnagelse hoeve. Verder verschillende parcelen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 385 Peeter Jan Maes een stucxken teulandt ter plaetse Houtem, tusschen erffve de een sijde ende eenen eijnde het convent van Bijnderen, ende als nu aen mijnheer Lus ende metten anderen sijde ende eenen eijnde Goijert van Dinther cooper. Hem vercoopere bij opdragen vercregen van Thomas sijne broeder. Vercofft aen Goijert Janssen van Dinther sijne swager.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 386 Ariaen Ruth Cluijtmans man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouwe. Anneken ende Ariaentien gesusteren meerderjarige kinderen wijlen Thonis Aerts bijden selven ende bij Meriken dochtere Jan Laureijnsse inden tweede huwelijke verweckt, geassisteert met Thonis Laureijnssen van Roij haere momboir. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben eene deijlinge van de goederen hen luijden vermits der doot van hennen voorschreven ouders aengecomen ende op hem verstorven ende mede opden 21e februarij 1689 tusschen Aert Thonis Aerts haeren condividenten halven broeder bij scheijdingen ende deijling gemaeckt ende gepassseert voor schepenen alhier aengecomen soo als sij seijde. Ende soo is die voorschreven Anneken Thonissen ten deel gevallen het voorhuijs, soo als het haer condividenten is affgepaelt. Soo als inde voorchreven deijlinge van de 21e februarij 1680 te sien is met den halven hoff daerbij gelegen ter plaetsen Bobnagel, en andere parcelen. Soo is die voorschreven Ariaen te deel gevallen verschillende parcelen. Overmits Ariaen Rutten Cluijtmans te deel gevallen, verschillende parceelen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 390 Compareerde Jan Ariaen Walravens woonende opde Coevering, die welcke bekende schuldich te sijn aen Ariaen Willem Peters de somme van vijff hondert gulden. In de marge vermelding van: Gerit ende Peeter gebroeders Mariken ende Jacomijn gesusters ende gebroederen kijnderen Jacob Handricx… Ariaen Willem Peeters.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 391 Ermgardina Sloot weduwe wijlen de heer Battem. Over een testament dat gepasseerd in meij 1640.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 392 Willem Dierckx jongman woonende tot Vechgel ende Meriken Ariaen Goirts jonge dochter woonende alhier, die welcke hebben, nu omtrent geleden negen jaeren bijden anderen geprocureert eene jonge dochter genoemt Diersken. Welcke dochter de gemelte Maria als moeder het voorschreven haere kint tot noch toe heeft onderhouden. Waer over tusschen haer beijde questie ende verschil was ontstaen. Die voorschreven Willem Dierckx ende Meriken Ariaen Goirts verclaerden metten andere inder minnen sonder van imanden daer toe bedwonge ofte verleijt te sijn, geaccodeert dat die Meriken Ariaen Goirts haar voorschreven kint haer leven lanck sal onderhouden, gesont ende sieck sijnde, dat hij Willem Dierckx als vader van het kint, soo lange de voorschreven Meriken int leven sijnde niet gequelt mochte beswaert sal werden in egeender hande manieren ende dat hij nu aenstonts sal gehouden sijn aende voorschreven Meriken te tellen twaelff gulden ende noch vijff gulden tegens 1 october 1680. Ider op sijn vrije voeten gestelt om bij een ofte anderen te mogen trouwen, met wie haer sal gelieven, sonder de een ofte anderen eenich beletsel te sullen doen. Soo ende gelijck ofte sij comparanten egeene kint bijden anderen en hadde geprocureert.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 394 Willem Jan der Kijnderen heeft wettelijck ende erffelijck vercofft op gedragen ende overgegeven aen Frans Handrick Rovers een capitael van hondert gulden. Soo als der Kijnderen bij scheijdinge ende deijlinge tusschen sijn broeder is aengecomen, en te vergelden staet opde gehuchte van Ollant ende Houtum.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 395 Jan Willem Everts, die welcke heeft gelooft te betaelen als van heden over een jaer aen Willem Handrick Hoevens ende aen Evert Sijmens ten behoeven van Jenneken onmondige dochter van wijlen Pauwels Willem Everts eene somme van hondert gulden. Spruitende van de penningen die den gemelten Jan als noch was schuldich gebleven inde achter gelaeten goederen van wijlen des voorschreven onmondige grootvader ende grootmoeder.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 396 Joost Heocles? van de Wege, woonende binnen de baronije van Boxtel een stuck hoijvelt met sijne houtwasschen, gelegen ter plaetsche inden Bosch opt Espendonck. Vercofft aen Nicolaes Ariaen Coppes, molder alhier. Verder vermelding van Goijert Martens van Duisel oock woonende tot Boxtel.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 397 Handrick Gielens heeft wettelijck ende erffelijck op gedraegen ende over gegeven Dierick Jan Dierckx een roede, beijde aende oiste sijde, teijnen sijne vercoopers acker aff te meten. Gelegen inden Goijendonck.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 398 Willem Haubraecken schepenen, die welcken bekende schuldich te wesen aen Maijken Handrick Nelis? huijsvrouwe van Mathijs Peeters van Bruegel, de somme van vijfftich gulden.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 399 Jan Janssen als vaderlijcke momboir van sijne 2 onmondige kijnderen verweckt bij Handersken dochtere Jan Wouter Corsten sijne gewesene huijsvrouwe ende Jan Wouter Corsten woonende tot Liemde gedagt sijnde, mede als momboir ende toesiender der voorschreven onmondige kijnderen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 400 Gerit Dielissen, die welcke bekende schuldich te wesen aen Johan van Beugen borger ende coopman der stadt van 's-Hertogenbosch ten behoeven van Heijlken Peeters mede woonende binnen den Bosch de somme van hondert vijfftich gulden.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 401 Ariaentie dochtere Jan van Heessel weduwe van wijlen Aert Bijnen in sijn leven valckenier van den keijser voorde tochte, ende met haer Johan van de Sande procureur ende schepen der vrijheijt, als momboir van de onmondig kijnderen wijlen des voorschreven Bijnen ende Ariaentien voornoemt ten erffrechte. Johannes Knopts rentmeester van de hoogh graeffelijckheijts cappittel tot Thoor, soo voor sijn selven als mede momboir van sijne twee susters, tweeten Anna Maria ende Anna Liesabeth, kinderen wijlen Johannes Knopts oock in sijn leven gewesenen rentmeester vant voorschreven cappittel, bijden selven ende bij wijlen Anna dochtere Jan van Heessel in sijn leven gewesene secretaris deser vrijheijt ende etc. sijne geweesene huijsvrouwe wettelijck verweckt, ende met hem den voorschreven Johan van de Sande mede als momboir van de voorschreven Anna Maria ende Anna Elisabeth voorschreven Geertruijt van Schoonhoven als gewesene weduwe van wijlen Jan Janssen van Heessel, in sijne leven erffelijck secretaris deser vrijheijt etc., voor de tochte volgens testament tusschen haer ende haeren man saligher gemaeckt ende gepasseert voorde notaris van de Heuvel ende seckere getuijgen, sijnde van dato den 20e meert 1666, alhier gebleecken met Johannes van Heessel haere soone bij naer tot sijne mondige jaeren gecomen sijnde. Johannes van Schoonhoven gewesene secretaris deser vrijheijt als principael momboir ende Johannes Everts van Heessel mede momboir ende toesiender van de vijff onbejaerde kijnderen des voorschreven Jan van Heessel in 2e huwelijcke verweckt bijden selven ende Geertruijt van Schoonhoven voornoemt, sijne gewesene huijsvrouwe. Geerit Stanssen Molemakers secretaris deser vrijheijt man ende momboir als nu van Geertruijt van Schoonhoven voornoemt voor sijn aenpart ofte gedeelte soo als hij bij coope ende opdrachte vercregen heeft van Jan Kempts man ende momboir van Aelphonsa dochtere Janssen van Heessel voornoemt inden eerste bedde bij Elisabeth dochtere Nicolaes van de Sande oock geweest secretaris deser vrjheijt, soo als bijde voorschreven opdrachte alhier voor schepenen gepasseert op 27e april 1658, soo als blijckende was. Hebben met malcanderen aen gegaen eene erffscheijdinge ende deijling van de goederen hen luijden een deels aengecomen vermits der doot ende afflijvicht van haere ouders ende grootmoeder ende anderdeels bij transport van heer Egidius van Heessel soo als blijckende was bijde selve transport voor schepenen alhier gepasseert den 6e april 1658 soo als sij seijde. Soo sijn Ariaentien ende Johannes Knopts met Anna Maria ende Anna Elisabeth gesusters ende broeder ten deel gevallen, tweeten die voorschreven Ariaentien de eene hellichte voorde tochte ende haere kinderen ten erffrechte ende resterende hellichte aende voorschreven Johannes Knopts ende sijne susters voorde tochte ende ten erffrechte, eerstelijck een huijs, hoff met sijne appendentie ende dependentie met een koij weijke genoempt het Horstien, sijnde leenroerig. Te saem gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse opden Dijck de een sijde ende beijde eijnde de Dommel ende de andere sijde de hoven liggende opde Dijck, verscheijdende personen toebehorende, met de steeghde van het huijs tot voor opde gemeijne straet, langhs lopende neffens erffve van Ariaen Stanssen Molemakers. Item noch te deel gevallen een stuck teulants groot omtrent 2½ lopens ofte etc., gelegen alhier opde Veetsche Hoeff, tusschen erffve Jan Adams van der Hage metten eenen sijde, ende eenen eijnde ende metten anderen sijde aen erffve Handrick Kempts, ende metten andere eijnde aen erffve genoemt de weijten Neul. Item noch ten deel gevallen een hoeve bestaende in huijs, schuer, schop ende aengelegen teul, weij ende hoijlant, soo leen als alodiale goederen, soo als Handrick van Gerven dat alle te saeme in gebruijck is hebbende, te saemen gestaen ende gelegen is binnen deser vrijheijt ter plaetse opden Hout. Verder vermelding van verschillende verplichtingen van betalingen: o.a. negen gulden jaerlijcx aen van den Berck binnen den Bosch. 15 gulden aen de heer Lintworm ontfanger der beurse. Aent Baxkoorken drij gulden drij stuijvers etc. etc. Soo is die voorschreven Geertruijt van Schoonhoven te deel gevallen haer ter tochte ende de voorschreven vijff kinderen met Geerit Stanssen Molemakers ten erffrechte, de gedeelte vande secretarije soo inde vrijheijt Sint Oedenrode, Vechgel, Arlebeeck ende anderen dorpen, voor soo veele als haer Ariaentien ende die voorschreven drij kinderen van de heer Knopts competerende ende bij acte van transport ende anderen soo wegens heer Egidius van Heessel saligher opden 6e april 1658 voor schepenen alhier aengecomen ofte gecompeteert. Item alnoch te deel gevallen alsulcke stucken teulant gemeijnlijck genoempt Schrijvers campken, welck Gerit Stanssen tegenwoordich in beleeninge is hebbende.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 407 Goijert Dielis Tholoffs heeft wettelijck ende erffelijck vercofft aen Ariaen Willem Peeters een seste part in een bosch mud garsten, soo als hij coopere jaerlijcx is geldende aende weduwe Gerit Dielen met des haeren vuijt sijne onderpanden.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 408 Handrick Heijmans man ende momboir van Aeltien dochtere Jan Peeters sijne huijsvrouwe. Sander Gerits man ende momboir van Mariken sijne huijsvrouwe. Jacob Jan Peeters, Jan, Handrick ende Evert gebroederen kinderen Peeter Handrick bijden selven ende bij wijlen Lijsken Jan Raijmakers sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Evert Ariaen Daniels soo voor sijn selven als mede voor Thomas Jan Peeter Maes ende Claes Janssen sijne respectieve (s)wagers. Cathalijn ende Willemke gesusteren meerderjarige kijnderen des voorschreven Ariaen Daniels. Evert Claessen soo voor sijn selven als mede voor Thonis Frans Joosten. Alle erffgenamen van wijlen Jenneken Jan Aert Luijcas. Een stuck teulants gelegen in de Goeijendonck vercofft aen Gerit Corstiaens.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 409 Delis Mathijssen heeft vuijt crachte van testament tusschen hem ende Mariken dochtere Ariaen van Herentum sijne gewesen eerste huijsvrouwe. Een huijs, hoff met een acker teulants daer aen, gelegen, ter plaetse Veressel. Tusschen erffve Jan Thijssen aende eenen sijde ende eenen eijnde, ende metten anderen sijde de gemeijne straet, ende metten anderen eijnde aen erffve de Horssackers. Verder nog verschillende parcelen. Welcke parceelen hem vercoopere van sijne voorschreven eerste vrouwen ouders aengecomen, soo als hij seijde. Heeft hij vercofft aen Willem Janssen der Kijnderen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 412 Jenneken weduwe Jan Peeter Raijmakers, die welcke bekende schuldich te wesen aen de heer graeff van Berlo, de somme van twee hondert een seventich gulden en seven stuijvers, hondert acht en veertich vaten roggen sess ent seventich vat garsten.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 413 Rut Rutten ende Aert Thonisse, als momboire over de onmondige kijnderen wijlen Ariaen Ruth Cluijtmans verweckt bijden selven ende bij Mariken dochtere Thons Aerts sijne wettige huijsvrouwe.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 414 Mathijs Peeter Maes man ende momboir van Meriken sijne huijsvrouwe. Cornelis de Ruijter man ende momboir van Clara sijne huijsvrouwe. Laureijns Jan Braeck man ende momboir van Lijsbeth sijne huijsvrouwe. Heijltje weduwe Frens van Curinge geassisteert met Willem Kempts haere momboir. Mathijs Maes voorschreven als momboir van de onmondige kijnderen van wijlen Peeter Aerts bijden selven ende bij Mariken Aerts Haubraecken sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Alle kinderen ende erffgenaemen van wijlen Aert Peeter Pennings bijden selven ende bij wijlen Lijsken dochtere Sijmen Willems sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Diewelcke verclaerde met malcanderen aengegaen te hebben eene deijlinge van de goederen hun luijden vermits der doot ende afflijvicht van hunne voorschreven ouders aengecomen soo als sij seijde ende verclaerde. Aen Mathijs Peeter Maes, o.a. een huijs, hoff, schuer ende het binnen lant daer ende bij gelegen, soo groot ende cleijn als het selven gestaen ende gelegen is binnen der vrijheijt van Sint Oedenrode ter plaetsen Houtem, tusschen erffve Verhoostadt aende een sijde, ende metten anderen sijde ende eenen eijnde de kijnderen Aert Jan Geerlingh, ende metten anderen eijnde de gemeijnt. (Aan de anderen erfgenamen percelen).
Inventaris 121 jaar 1680 folio 420 Goet gevonden dat Ermgardina Sloot weduwe wijlen de heer rentmeester Battem, vuijtstel van betaeling van de somme van vijff duijsent gulden. Vermelding van: haer adelijck huijs genoempt den Pasbogart, soo met sijne hove, hoijlant daer aen ende bij gelegen binen deser vrijhejt ter plaetse opden Berch omtrent de Sluijs, aende reviere de Dommel aende eenen sijde, ende metten ander sijde ende eenen eijnde de gemeijnt genoempt den Pas, ende metten anderen eijnde aen erffve Johan van de Sande. Item noch een hoeve bestaende in huijs, schuer, schop, hoff ende bogart met omtrent 29 lopens teulant met de koijweije daer bij, ende in verscheijde parceele gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse omtrent de Nensselse Capelle, soo ende gelijck de weduwe Handricx van de Wiel dat tegenwoordich in sijn gebruijck is hebbende.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 422 Meriken weduwe Ariaen Ruth Cluijtmans, Anneken ende Ariaentien meerderjarige kijnderen Thonis Aerts, geassisteert met Ruth Rutten Cluijtmans tot haeren vercoren momboir in desen, haer soo als recht is gegeven. Hebben in gerechte beleeninge vuijt gegeven aen Aert Thonis Aerts een halff schaer koij weijde inde Bobnagelse beemde voor de somme van vijfftich gulden. 24 junij 1680.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 423 De heere Aelbert Ferdinand, grave van Berlo, borchgrave van Quabeeck etc. ene de vrouwe Johanne Philppine de Erp sijne gemelte grave gemaelinne. Een stuck teulant geneijnlijck genoempt de Veetsche hoeve. Noch een stuck teulant aende Hoge Vonder. Vercofft aen de heer Johan Carel de Jeger tot Lochtenbuerch.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 425 Soo is gestaen die gemelte heere Johan Carel de Jeger tot Lochtenbuerch, die welcke bekende schuldich te wesen aende opgemelten heer grave van Berlo de somme van twe duijsent gulden.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 426 Jenneken weduwe Jan Peeter Leunisse, die welcke heeft in handen gestelt aende heere grave van Berlo alle haere bestiaele pert, koijen etc., mitsgaders schaer soo opde velde als in huijs liggende ende verders gereden ende ongereden goederen, om daer aen te verhaelen 't geene sij voorschreven comparante aen gemelte grave ter saecke van pacht penningen is verschuldich.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 427 Alsoo wijlen Ariaen Ruth Cluijtmans als getrouwt geweest sijnde met wijlen Willemken Jan Thomas van de Mosselaer. Welcke voorschreven Willemken sonder wettige geborte naer te laeten deser werelt is gepasseert ende voorschreven Ariaen in sijne leven wederom was hertrouwt met Meriken Thonis Aerts. Ende alsoo den voorschreven wijlen Ariaen Rutten als langhls levende van de voorschreven Willmken, de erffgoederen met de erffmeubelen naerder lant recht in tochte hadde beseten, ende nu deser werelt gepasseert. Ende alsoo enich verschil was ontstaen tusschen de voorschreven Meriken Thonis Aerts voorschreven als weduwe van de voorschreven Ariaen Rutten geassisteert met Ruth Rutten ende Thonis Aerts als momboiren van haere onmondige kijnderen ter eenre ende tusschen den vader ende broeders des voorschreven wijlen Willmken ter anderen sijde over de erffmeubelen die sij inden eersten huwelijck staet bijden anderen hadde in gebracht ende geconquesteert. Soo sijn partijen over comen, te weten dat de voorschreven Mariken sal hebben ende houden de erffmeubelen, die alle naer doode van de voorschreven Willemken sijn geruijmpt, onder conditie nochtans dat die voorschreven sal gehouden sijn aende erffgenamen van Willemken vuijt te reijcken de somme van vier en twintich gulden eens. Sullen in sulcke gevalle naer dese egeene actie noch te pretentie verder vereijsen maer sullen sij haer mede altijt vergenocht houde ende sullen de erffgoederen bijde voorschreven Ariaen inden eersten bedde gecompeteert ider voorde hellichte werden gedeijlt. Is mede besprocken dat sij erfgenaemen van de voorschreven Willemken noch sullen hebben ende genieten de beste eijcke bomen staende in Corsten ackerken.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 429 Jan Goirt ende Luijcas gebroederen kinderen Claes Merckx bijden selven ende bij wijlen Cathalijn dochtere (niet ingevuld) sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Handrick Peeters de Wit man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe Jan Jan Meussen man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe. Die voorschreven Jan Claes Merckx ende Handrick de Wit voorschreven mede als momboiren van Marten onmondige soone des voorschreven Claes ende Cathalijn voornoemt. Een stuck teulant, tusschen erffve de H. Geest van Megen aende een sijde ende metten anderen sijde ende eenen eijnde aen erffve de Bobnagels hoeve ende metten anderen eijnde Jan Craene coopere. Haer vercoopere bij testament aengecomen van wijlen heer Jacob van Duppen, soo als sij seijde.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 430 Jan Thijssen die welcke verclaerde te doen hantlichting van alsulcke goederen als hij in gebruijck is hebbende, eertijts toebehoorte hebben Jan Handrick Timmermans welcke hij comparant van de borgemeester voorde dorpslasten heeft gehuert. Ende dat ten behoeve van Joost Robroeck rentmeester vant Cappittel alhier.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 431 Geerit Janssen van der Heijde, een stuck teulant gemeijnlijck genoempt de Roij acker, gelegen ter plaetse opden Coeveringe. Hem vercoopere aengecomen bij testament van Wouter Willem Welten, heeft hij wettelijck ende erffelijck vercofft aen Cornelis van de Hage ten behoeve van Cathalijn Cornelis van der Hage weduwe van wijlen Lambert Ariaen Walraven.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 432 Ruth Ruth Cluijtmans heeft wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen Willem Jan Willems tsestich gulden capitael, intrest drij gulden jaerlijcx in een meerder capitael van hondert gulden soo als de gehuchte van Ollant ende Houtem jaerlijckx sijn geldende ende inden jaeren 1672 van Jan Willems Janssen opgenoemen ende daer van obligatie van gepasseert. 15 augustus 1680.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 432 Ruth Ariaens van de Coevering man ende momboir van Cathalijn sijne huijsvrouwe een vijfde part ofte gedeelte in een renthe van dartich gulden jaerlijcx. Sijnde het capitael vijff hondert gulden te vergelden, staende opt corpus der vrijheijt Sint Oedenrode, soo blijckende was bij schepenen brieven van 's-Hertogenbosch, sijnde van dato den 8e augustus 1625. Heeft hij wettelijck ende erffelijck vercofft aen Mechtelt Cornelis Schovers sijne vrouwe suster, om bijde selve in een erffrecht te hebben ende te besitten. Hem van sijne ouders aengecomen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 433 Cathalijn meerderjarige dochtere Marten van de Hage, een negenste gedeelte in een hoijvelt gemeijnlijck genoemt de Coppel, gelegen ter plaetse in de Eversche beemde, Haer vercoopersse aen gecomen vermits der doot van haere vercoopersse grootvader soo als sij seijde. Heeft sij vercofft aen Cornelis van der Hage.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 435 Everardt soone Ariaen Daniels. Thomas Janssen woonende tot Woenssel man ende momboir van Agnesken sijne huijsvrouwe. Claes Janssen woonende tot Harlem man ende momoir van Maijken sijne huijsvrouwe. Cathalijn ende Willemken meerderjarige suster. Alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Geertruijt sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Een gerechte hellichte onbedeijlt in eenen hoij beempt gelegen ter plaetse opt Espendonck. Haer vercoopere van haere voorschreven ouders wettelijck aengecomen. Hebben sij vercofft aen Evert Peters Kusters.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 436 Willem ende Handrick gebroederen soone Lambert Jan Kempts verweckt bij Elisabeth dochtere Jan Janssen Verhage sijne gewesene huijsvrouwe, ider voor een vierde part in eenen chijns ofte renthe van drij gulden jaerlijcx in eenen meerdere pacht van sess jaerlijckx te lossen met hondert gulden capitael gehiepotiseert, staende opde goederen van de heer Peeter Peeters van Breugel ende de erffgenamen Ruth Cluijtmans, gelegen tot Rijsinge onder Ollant. Blijckende bijde constitutie brieven daer van sijnde den (niet ingevuld) hem vercoopere aengecomen ende aengedeelt mits doode ende afflijvicht van Jan Verhage voorschreven. Hebben sij vercoopere ider voor soo veel hen opden voorschreven pacht als voorschreven is competerende, wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen Goijert Thomas Wijcx, met een staende ende lopende pacht met allen de alinge recht brieven ende bescheden daer enicgsints gewach aff maekende. 5 november 1680.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 438 Jan Goirt ende Luijcas gebroederen. Handrick de Wit man ende momboir van Jenneken sijne huisvrouwe. Jan Jan Meussen man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe. Die voorschreven Jan Merckx mede als momboir van Marten sijne broeder bij naer tot sijne mondige jaere gecomen sijnde. Roelant van de Huerck oock momboir van voorschreven Marten. Alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Claes Jan Mercx bijden selven ende bij wijlen Cathalijn dochtere Gerit de Busschieter sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke bekende met malcanderen hebben aen gegaen eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hen luijden vermits der doot van henne voorschreven ouders erffelijck aengecomen. Aen Luijcas Mercx o.a. een huis, teul ende weijlant, gelegen ter plaetse omtrent de Nenselse Brugge, daer tegenwoordich op woont Handrick Hens Wouters. Aen Jan Jan Meussen o.a. een huijs, hoff gestaen ende gelegen ter plaetse opden Hout, daer tegenwoordich op woont Joost Luijcas. Aen Marten Claes Merckx o.a. een huijs ende erffenisse genoempt Apenhoef, gelegen onder Veghel in alsulcke voegen soo als Jan Peeters in sijn gebruijck heeft gehadt. Aen Handrick de Wit o.a. een huijs, schuer etc met hoff gemeijnlijck genoempt Stompershoeck, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt ter plaetse aende Aude Vrijheijt, tusschen erffve Lambert Spierincx ofte het Cleijn Neulstraetien aende eenen sijde ende metten anderen sijde Jacob Keijzers, streckende van erffve Handrick van Raessen c.s. tot op het weijken genoempt Cleijn Haverlant. Item noch een weijde inden Neul. Item noch het derde part inde acker gemeijnlijck genoempt den Meeracker, den geheele acker gelegen ter plaetse aende Heij. Aen Goijert Claes Merkx o.a. een huijsken met de port met het hoffken daer aengehorende, gestaen ende gelegen ter plaetse aent Heveleijndt, de eenen sijde aen erffve Jan Adams, de ander sijde de gemeijne straet, streckende op erffve vant capittel alhier, ende den ander eijnde op erffve Jacob van Duppen. Aen Jan Claes Merckx o.a. een erffenisse daer tegenwoordich op woont Jan Peeters gestaen ende gelegen onder deser vrijheijt ter plaetse Ollant, bestaende in huijs, schuer, teul, weij ende hoijlant.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 447 Jan, Goijert, ende Luijcas gebroederen Hendrick de Wit man ende momboir van Jenneken sijne huijsvrouwe. Jan Jan Meussen man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouwe. Die voorschreven Jan ende Goijert mede voor Marten hennen onmondige broeder alle kijnderen ende erffgenamen van wijlen Nicolaes Mercx, bijden selven ende bij wijlen Cathalijn Gerit den Busschieter sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Hebben vercofft aen Mathijs Peeters van Breugel een gerechte vierde part onbedeijlt in huijs, hoff ende bogart, gestaen ende gelegen ter plaetse Veressel in de Kijnderstraet. Deen sijde hem cooper de ander sijde Thonis Frans Joosten, streckende metten eenen eijnde aen erffve Marten Jan Sanders ende metten anderen eijnde de Kijnderstraet. Alle de voorschreven gedeelte haer ouders aen gecomen vermits der doot van wijlen Cathalijn Claes MercxVerder nog verschillende parcelen. In de marge staat: dese opdrachte hadde moeten geregistreert worden voorde boven vermelde deijling, doch bij abuis geschiet.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 451 Ruth Ruth Cluijtmans als momboir vande onmondige kijnderen wijlen Ariaen Ruth Cluijtmans bijden selven ende bij wijlen Meriken dochtere Thonis Aerts sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Anneken ende Ariaentje gesusteren meerderjarige kijnderen des voorschreven Thonis Aerts, hebben in gerechte beleeninge vuijt gegeven aen Aert Thonis Aerts een vierde part inde geheele beempt gemeijnlijck genoemt den Laerssen beempt. 11 september 1680.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 452 Alsoo Peeter Aerts nu enige jaeren tot dese huijdige dage toe Ariaen Gerit Boeckelmans heeft onderhouden in cost, klederen, gesont ende sieck sijnde sonder daer voor itwas genooten te hebben. Ende alsoo hij voorschreven Peeter Aerts sustineerde sulcx niet en behoorde ofte in sulcke voegen niet langer en conde doen. Soo sijn gecompareert voor schepenen onder genoempt Willem Peeters van Dorenmaelen man ende momboir van Meriken dochtere Ariaen Boeckelmans voorschreven sijne huijsvrouwe. Jan Heijmens man ende momboir van Lijsken dochtere Wouter Janssen sijne huijsvrouwe. Michgiel Marten Tiebosch man ende momboir van Jenneken oock dochtere Wouter voornoemt. Die voorschreven Jan Heijmans ende Michgiel soo voor hen selve als mede hen fort ende sterck maeckende voor Jan Wouters henne swager. Jan Janssen Boeckelmans ende Claesken weduwe Jan Ariaen Boeckelmans met Gerit haere soone ter eenre ende Peeter Aerts man ende momboir van Aeltien sijne huijsvrouwe. Alle kinderen ende kintskinderen van voorschreven Ariaen Boeckelmans. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben seckere accoorde. Tweeten dat die voorschreven Peeter Aerts die voorschreven Ariaen Boeckelmans sijne schoonvader sal alimenteren, onderhouden in cost clederen, gesont ende sieck tot sijne sterff dagh toe. Soo ende gelijck sijne staet sal mede brengen ende dat onder conditie nochtans dat hij Peeter daer voor sal trecken ende profiteren het gebruijck van alle sijne goederen die hij Ariaen Boeckelmans tegenwoordich in sijn gebruijck is hebbende.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 455 Goijert Dielis Tholoffs, heeft in beleeninge vuijt gegeven seckere ( dan is er een gat in de bladzijde) soo hoij als teulant. Gelegen ter plaetse onder Varenhout aen het Roijerbroeck. In de marge staat: compareerde Lambert Jan Dierckx als mondelinge schriftelijck van sijn handt van Diercken Jan Dierckx sijne broeder, die welcke bekende ende verclaerde dat Dierck voorschreven van neffenstaende beleeninge vuijt handen van Aert Janssen Vervort souden sijn gelost ende gequeten ende het gelt daer inne vermelt voldaen ende betaelt te sijn 10 januarij 1691.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 457 Thomas ende Handrick gebroederen, Jan Willems Haubraecken als vaderlijcke momboir met Gerit Willems mede als momboir vande onmondige kinderen des voorschreven Haubraecken verweckt bijden selve, ende bij wijlen Meriken sijne gewesene huijsvrouwe. Cornelis Daniels van de Huerck ende de voorschreven Thomas als momboiren vande onmondige kinderen wijlen Joost Daniels van den Huerck bijden selven ende bij wijlen Geertruijt sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt ende Lenart Joosten van de Huerck, meerderjarige soone des voorschreven Joost ende Geertruijt voornoemt. Alle kinderen ende erffgenamen van wijlen Jan Thomas van de Mosselaer ende Genefeva dochtere Willem der Kijnderen sijne gewesene huijsvrouwe. Een hellichte van eenen camp gemeijnlijck genoemt den Mulders camp, gelegen omtrent Wolff vinckel, soo als die voorschreven Jan Thomas van de Mosselaer haer bij deijlinge alhier voor schepenen is aengecomen. Ende den geheele camp gelegen is ronsomme inde Sonse heijde. Item noch een koijweijde genoempt het Leegh weijken. Hebben sij vercofft aen Willem Jan der Kijnderen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 459 Thomas ende Handrick gebroederen. Jan Willem Haubraecken als vaderlijcke momboir van sijne onmondige kijnderen verweckt bijden selven ende bij wijlen Meriken sijne huijsvrouwe, ende Gerit Willems mede als momboir vande voorschreven onmondige kijnderen Jan ende Meriken voornoemt. Cornelis Daniels van de Huerck ende Willem Jan der Kijnderen als momboir vande onmondige kijnderen Joost van Huerck bijden selven ende bij wijlen Geertruijt sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Lenart meerderjarige soone der voorschreven Joost ende Geertruijt. Alle kinderen ende erffgenamen wijlen Jan Thomas van de Mosselaer bijden selven ende bij wijlen Genofeva sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben eene deijlinge van goederen bij doode ende afflijvicht van sijne ouders aengecomen. Aen Joost Daniels van de Huerck o.a. een huijs, schuer met groes ende teulant, gelegen ter plaetse Rijsinge genoemt Den Oever, tusschen erffve met de een sijde de erffgenamen heer Jacob van Duppen, streckende van de gemeijne straet tot opde Dommel aldaer vliedende. Verder nog een aantal parceelen. Cijns int boeck van Hemondt. Aen de onmondige kijnderen Jan Haubraecke o.a. een huijs, hoff met de landerije soo groes als teulant gelegen binnen deser vrijhejt ter plaetse Rijsinge genoemt de Heijacker, tusschen erve metten eenen sijde de erffgenamen heer Jacob van Duppen, de ander sijde ende eenen eijnde de gemeijne Dommel ende metten anderen eijnde aen erffve de Pastoorije Hoeff met de kijnderen Joost van de Huerck mede condivident. Verder nog parcelen. Aen Handrick Jan Thomas o.a. een huijs, hoff, gestaen ende gelegen binnen deser vrijheijt inde Hongerstraet. Verde nog parcelen. Aen Thomas Jan Thomas van de Mosselaer o.a. een schuer staande inde Hongerstraet en verder nog parcelen.
Inventaris 121 jaar 1680 folio 467 Alsoo questie ende verschil was ontstaen waer vuijt processe was comen te gerijsen tusschen Evert Willems ter eenre ende tusschen Jan Willems gebroederen. Die voorschreven Jan voor sijn selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Cathalijn sijne suster ter andere sijde over seecker Verschil tusschen haer partije over het aenpart ofte gedeelte 't geene den voorschreven Evert was competerende in eene somme van hondert vijff en vijfftich gulden. Verder vermelding van: Willem Handrick Hoevens ende Evert Sijmens als momboire van het onmondige kint van wijlen Pauwels Willems henne broeder.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 469 Alsoo wijlem Dierck Jan Lamberts hadde gelooft te betaelen aen Handersken Jan Handrick Willems woonende tot Middelrode de somme van drij ent sestich guden. Verder vermelding van: Heijlke Gijsberts weduwe des voorschreven Dierck Jan Lamberts. Handrick Jan Handrick ende Mechtelt sijne suster, kinderen des voorschreven Handersken. Anthoni Janssen woonende tot Schijndel.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 470 Geerard van Lieshout ende Aert Ariaen Aerts woonende tot Vechel, als momboire over de onmondige kijnderen Frans Gerits van Lieshout verweckt bij IJcken dochtere Ariaen Aerts.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 470 Evert Handrick Denisse ende Peeter Jan Peeters den Auden, als momboire van de onmondige kijnderen Handrick Handrick Denis verweckt bij Mariken dochtere Jan Peeters den Aude.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 471 Meriken dochtere Jan Peeters den Auden weduwe van wijlen Handrick Handrick Denisse geassisteert met Evert Handrick Denisse ende Peeter Jan Peeters den Aude als momboir van de onmondige kijnderen Handrick Handrick Denis ende Mariken voornoempt. Hebben vercofft aen Mathijs Dierckx Versantvort een parceel teulant gemeijnlijck genoemt den Auden hoff ter plaetse Houtem. Een stuck teulant genoempt den Brughacker, gelegen ter plaetse Houtem. Item de hellichte in een koij weijde genoempt de Coppelken, gelegen ter plaetse Houtem. Welcke goederen der voorschreven wijlen Handrick bij coope vercregen hadde met den voorschreven van de erffgenamen Luijcas Jan Luijcas.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 473 Nicolaes Coppens mulder alhier, die welcke bekende schuldich te wesen aen Handrick Janssen Verhage de somma van vier hondert gulden. Afgelost in 1683.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 474 Peeter Gerit Dielen inwoonderen deser vrijheijt, die welcke bekende schuldich te wesen aen Peeter Dierckx man ende momboir van Jenneken dochtere Gerit Dielen gewesene weduwe van wijlen Peeter Janssen van Kemmenije ten behoeve van Jan ende Frans gebroederen kinderen des voorschreven Jenneken ende Peeter van Kemmenijen inden eersten bedde verweckt een somme van hondert gulden. Afgelost 18 april 1695.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 475+476 De deurwaerder van Ceulen heeft in arrest genomen dese naer volgende goederen, eertijts behoort hebbende Joncker Willem van de Outelaer c.s. ende als nu toebehoorende de erffgenaemen Joncker Willem Van Outelaer. O.a. de hoeve opt Schoor soo ende gelijck Jan van de Loo dat in gebruijck is hebbende. Item noch een erffenisse gelegen tot Neijnsel. Item noch een omwatert huijs met de hoeve daerbij behoorende, genoempt Henkens hage, welcke Handrick Gielens dat tegenwoordich in gebruijck is hebbende.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 477 Alsoo Handick Gielens hadde vercofft aen Dierck Jan Dierckx een roede beijde oistwarts teijnen sijne vercoopers acker aff te meeten soo ende gelijck den acker gelegen is binnen deser vrijheijt ter plaetse inde Goijendonck.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 478 Alsoo Jan Jan Willem Kempts hadde opden 7e dagh der maent van april 1672 gelooft aen Geertruijt Wouters Gruijters soo tot haere behoeven als mede ten behoeven van Maijken ende Margriet gesusteren kinderen Wouter de Gruijter eene somme van twee hondert gulden. In de marge staat: Gerit Coppens man ende momboir van Mariken dochtere Wouter Gruijters. Verder nog vermelding van: Jan Kempts mede momboir ende Handrick meerderjarige soone wijlen Jan Jan Willem Kempts. Lan van de Loo.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 479 Claes ende Meriken gesuster ende broeder kinderen wijlen Willem Rutten van Herentum verweckt bij Heijlken dochtere wijlen Claes Willem Anthonisse sijne huijsvrouwe. Een parceeltien hoijlant int Valbeemptien, gelegen ter plaetse omtrent de Eversche beemde. Van henne voorschreven ouders aengecomen. Vercofft aen Gerit Stanssen Molemakers.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 480 Ruth Janssen van Herentum ende Claes Willem Rutten van Herentum, die welcke in beleeninge vuijt gegeven heeft aen Willem Jan der Kijnderen twee weijveltiens, gelegen ter plaetse Veressel.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 482 Claes Handricx woonende tot Strijp een hellichte onbedeijlt in een stucxken teulant gemeijlijck genoemt het Hooch ackerken, gelegen ter plaetse op het Cremsel. Vercofft aen Thonis Thonissen van Rijsinge den Jonge.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 483 Frans Handrick Rovers die welcke verclaerde te transporteren aen Peeter Thijssen van Breugel alsulcke achtste part in een beempt gemeijnlijck genoempt de Gossen beempt, gelegen ter plaetse Veressel op Ostaijen.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 484 Jan Craene ende Jan Adams van de Hage geswagers, die welcke verclaerde metten anderen aengegaen te hebben erfmangelinge van de goederen, hen luijden wedersijts aengecomen van henne ouders. Aen Jan Craene een mud rogge tweeten twaelff vaten Eijnthovense maet, gaende vuijt onderpanden gelegen tot Son, soo ende gelijck dat Jan Adams dat bij coope vercregen hadde van Dierck Bogarts. Soo sal Jan Adams van de Hage hebben, houden ende erffelijcke besitten de hellichte in een huijs, hof ende teulant, gelegen ter plaetse Ollant, daer tegemwoordich op woont Joost Aert Joosten. Item noch een stuck teulant genoemt De Sluijs.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 485 Jan ende Willem gebroederen kinderen wijlen Jan Jan Willem Luijcas verweckt bijde selven ende bij wijlen Meriken Dierck Thijssen. Die welcke te saemen hebben gelooft te restitueren aen Thonis Thonissen van Rijsingen de somme van honder gulden.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 486 Cathalijn ende Elisabeth gesusters meerder jarige kinderen, Jan Aerts bijden selven ende bij wijlen Geurtien sijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Een stucxken teulant met een driesken gemeijnlijck genoemt de Eesdoncken, gelegen ter plaetse inde Lockstraet. Vercofft aen Jan Michgiel Jacob Segermans.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 487 Cornelis van der Hage president der dorps van Vechgel als last ende procuratie hebbende van Monsr. Corn. van Breugel van dato den 29e juliij 1681 in qualiteit als executeur van de boedel ende testament van wijlen jufrouw Josina Haubraecken saligher. Vercofft aen ende ten behoeven van Guilliam van Bruegel mede executeur van de boedel ende testament voorschreven, een huijs, hoff, bogart metten aengelagh, landerijen, soo teul, groes ende heijlande met allen sijne …. grachten, hautwasschen ende poterijen daer dependerende. Gelegen ter plaetse aende Eerde, soo ende dat Willem Dierckx tegenwoordich in sijn gebruijck is hebbende. Welcke voorschreven goederen wijlen Josina Haubraecken voorschreven bij deijlinge was aengecomen, soo blijckende was bij schepenen brieven van Vechel sijnde van dat den 8e dagh der maent 1643.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 489 De heer Aelbert Ferdinand Graeve van Berlo Quabeecq etc. ende vrouwe Johanne Philippine de Erp etc. sijne gemelte Grave gemaelinne, verschillende teulanden. Vercofft aen Handrick Jan Thomas van de Mosselaer.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 491 Lambert Handrick Jans woonende alhier tot Eerschot, heeft vercofft aen Joost Dielisse van Erp, een stuck teulants, gelegen ter plaetse Eerschot. Vercoopere aengecomen van de heere Van Deursen. Inventaris 121 jaar 1681 folio 493 Jan soone Jan Jansse van der Loo, bijden selve ende bij wijlen Beeltien dochtere Jan Jacobx sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Jan gelegetimeerde natuurlijcke soon des voorschreven wijlen Jan Janssen van de Loo voorschreven. Handrick meerderjarige soone Jan Jan Willem Kempts bijden selven ende bij wijlen Meriken dochtere Jan Janssen vande Loo voorschreven sijn gweesene huijsvrouwe wettelijck. Jan Kempts ende Jan Jan Janssen van de Loo voorschreven als momboir van Jenneken, Mariken, Margriet, Geertruijt ende Anthonisken meerder ende minder jaere kijnderen des voorschreven Jan Jan Willem Kempts ende Meriken voornoemt. Claes Peeter Huercx ende Peeter Huercx gebroederen kinderen Peeter Marten Huercx, bijden selven ende bij wijlen Cristina dochtere Jan Claessen van de Loo sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Lambert Marcelis van de Heijde man ende momboir van Margriet dochtere des voorschreven Peeter Marten Huercx ende Christina voornoempt alle erffgenamen van wijlen Peeter Janssen van de Loo henne respectieve oom. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben eene deijlinge van goederen hen luijden vermits der doot van voorschreven Peeter van de Loo aengecomen.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 505 Claes Handrick Martens woonende tot Best onder de heerlijckheijt van Oirschot ende Evert Sijmens woonende alhier binnen deser vrijheijt Oedenrode, vuijt crachte van schepenen, hebben sij als evicteuren wettelijck vercofft aen en ten behoeve van Jan Adams van de Hage, een stuck teulant ale heijlant, gemeijnlijck genoempt den Ollandse Camp, gelegen ter plaetse Ollant.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 506 Johan van Kessel borger der stadt van 's-Hertogenbosch een seste gedeelte onbedeijlt in eene hoijbeempt, genoempt de Pijnhorsten beempt, gelegen ter plaetse in de Eversche Beemde.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 507 De heer ende meester Anthoni van de Horst advocaet tot 's-Hertogenbosch ende executant van een renthe van sess entwintich gulden vijff stuijers jaerlijcx vuijt de hoeve genoemt Genebosch, voor de huijsinge van de heer te Laer tot Roij. Erffelijck overgedragen aen Lambert Aerts Haubraecken. Hij heeft dese renthe weder overgeven aenen ten behoeve van de Heer ende meester Anthoni van de Horst advocaet tot 's-Hertogenbosch.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 509 Claes, Goirt, Jan ende Peeter gebroederen, kinderen Martens Huercx bijden selve ende bij wijlen Cristina dochtere Jan Claessen van de Loo sijne gweesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Lambert Marcelis vander Heijden man ende momboir van Margriet dochtere des voorschreven Peeter Marten Huerckx ende Cristina voornoemt. Die welcke bekende met malcanderen te hebben aengegaen eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen, hen luijden vermits der doot ende afflijvicht van henne voorschreven ouders erffelijck aengecomen. Aen Claes Peeter Huerckx o.a. een huijs, hoff met het aengelagh, soo groot ende cleijn als het selve gelegen is ter plaetse Vaerenhout, tusschen erffve aen beijde sijde aen erffve de Hage hoeff tot opde gemeijne straet. Aen Peeter Huercx o.a. het huijsken met den hoff opt Spreuwelaer, tusschen de erffve de kijnderen Jan Deckers aende eenen sijde, ende metten anderen sijde de kijnderen Peeter Aerts Luijcas, streckende van erffve Peeter Gerit Dielen tot op het Roijer Broeck, verder nog parcelen. Aen de anderen erffgenamen parcelen.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 514+515 De heer Ferdinandus Richart capiteijn van sijn konincklijcke maijsteit van Espangien, die welcke bekende ontfangen te hebben vuijt handen van Gerit Stanssen de somme van hondert gulden etc. Verder vermelding van de erffgenamen van Joncker Outelaer saligher.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 516 Jan van de Loo de Jonge. Lambert van de Heijde als Mathijs Peeter Maes als momboire alleenlijck in desen van de onmondige kijnderen van Jan Jan Willem Kempts bijden selve ende bij wijlen Mariken dochtere Jan Van de Loo sijne gewesene huijsvrouw wettelijck verweckt. Handrick meerderjarige soone des voorschreven Jan Kempts ende Maria voornoempt. Aert Lenarts man ende momboir Jenneken oock dochtere des Jan Kempts ende Maria. Die welcke belende met malcanderen aengegaen te hebben eene deijlinge van henne goederen, haer vermits der doot van henne ouders aengecomen.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 520 Willem meerderjarige soone Jan Jan Rutten bijden selven ende bij wijlen Barbara dochtere Heijmen Claessen, sijne gewesene huijsvrouwe wettelijck verweckt. Ruth Jans ende Willem Heijmans als momboiren van Ariaen ende Jan gebroederen onmondige kijnderen des voorschreven Jan ende Barbara voornoemt. Anthonij Huijberts woonende tot Strijp man ende momboir van Mariken oock dochtere der voorschreven Jan ende Barbara. Die welcke bekende met malcanderen aengegaen te hebben eene deijling van de goederen hen luijden vermits der doot van henne ouders erffelijck aengecomen. Aen Willem Janssen o.a. een huijs, hoff met een driesken daer aen, gelegen ter plaetse Veressel, tusschen erffve de kijnderen Handric Jans aende eenen sijde ende metten anderen sijde de gemeijne straet, streckende van erffve de weduwe Jan Frans Joosten tot op erffve Jan Hens Joosten. Verder verdeling van parcelen.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 525 Jan Huijbert Spierincx den jonge, die welcke heeft gelooft dat de weduwe Ariaan Hermans in sijn leven Borgemeester van eerde ende Eversche, sal ontlasten costeloos ende schadeloos te houden etc.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 527 Jan Jan Meussen woonende tot Vucht man ende momboir van Maijken dochtere Claes Merckx bijden selven ende bij wijlen Cathalijn dochtere Gerit den Busschieter sijne huijsvrouwe. Heeft wettelijck vercofft aen Cornelis Jansen van de Nieuwenhuijse woonende binnen des dorpen van Strijp, een vierde part als achtste part in hoij als teulant Vercoopere aengecomen bij deijlinge van wijlen heer Jacop Duppen saligher.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 528 Jan Jan Meussen woonende tot Vucht man ende momboir van Maijken sijne huijsvrouw, een huijs, hoff met omtrent vier lopense lant daer aen ende bij gelegen met de potagie daer bij ende aen gehorende. Gestaen ende gelegen ter plaetse opden Haut, tusschen erffve aen een sijde Claes Willems Rutten ende met den anderen sijde ende eenen eijnde de gemeijnte, ende met den anderen eijnde aen erffve de kijnderen Jan Jan Willem Luijcas. Hem vercoopere aengecomen bij deijling tusschen sijne swagers. Vercofft aen Handrick Peeters de Wit.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 530 Jan Adams van der Hage woonende alhier, die welcke bekende schuldich te wesen aen meester Caspar van de Broeck chururgijn alhier ten behoeven van de kijnderen Aert Francken de somme van twee hondert gulden.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 531 Jan Dierck Dielen weduwnaer van wijlen Ariaentje Jan Deckers sijne gewesene huijsvrouwe als vaderlijcke momboir van Cathalijn onmondige kijnt verweckt bij Ariaentien ende Jacob van Duppen mede momboir van het voorschreven onmondig kint.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 531 Handrick Maggiels van de Ven man ende momboir Jenneken dochter Jan Deckers sijne huijsvrouwe, daer moeder af was Cathalijn dochtere Corstiaen Smits gewesene huijsvrouwe van voorschreven Jan Deckers. Jan Dierck Dielen als vaderlijcke momboir van Cathalijn onmondige dochtere verweckt bij wijlen Ariaentien dochtere des voorschreven Jan Deckers ende Cathalijn voornoemt ende Jacob van Duppen mede momboir van het voorschreven kint. Ariaen Pauwels man ende momboir van Maria dochter wijlen Ariaen van Tilborch verweckt in de eerste bedde, bijde voorschreven Cathalijn dochter Corst Smits. Die welcke bekende aegegaen te hebben eene deijlinge van de goederen hen luijden vermits der doot van henne ouders aengecomen. Aen Ariaen Pauwels o.a. een huijs, hoff gelegen ter plaetse opt Spreeuwelaer, tusschen erffve Peeter Marten Huercx aen de eeen sijde ende metten anderen sijde aen erffve Handrick Gielen mede condivident. Streckende vant gemeijn broeck tot op erffve Peeter Gerit Dielen. Aen de andere erffgenamen parcelen.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 536 Willem Jan Janssen, o.a. huijs, hoff met een drieske daer aen gelegen, ter plaetse Veressel. Tusschen erffve de kijnderen Handrick Jans aende eenen sijde ende metten anderen sijde aende gemeijn straet, streckende van erffve de weduwe Jan Frans Joosten tot op erffve Jan Hens Joosten. Vercofft aen Willem Heijmans ten behoeven van Ariaen ende Jan gebroederen kijnderen Jan Rutten verweckt bij den selve ende bij wijlen Barbara dochtere Heijmen Claessen sijne gewesene huijsvrouwe
Inventaris 121 jaar 1681 folio 537 Joost Delis van Erp, als momboir over Jenneken meerdejarige dochter Handrick van Oever.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 538 Jacob Janssen van de Paelen, die welcke heeft gelooft te betaelen aen Lenart van de Oever de somme van ….negentigh gulden ter saecke ende op minderen vant geene Peeter Hanricx als pachter van de goederen gemelte van de Oever toebehorende schuldich ende ten achter is gebleven.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 538 Thijs Dierck Thijssen Versantvort een koeijweijde genoempt het Coppelken, gelegen ter plaetse Ollant onder Houtem.
Hem vercoopere aengecomen bij coope van Jan Luijcas woonende tot Osch als evicteur. Vercofft aen Dierck Peters.
Inventaris 121 jaar 1681 folio 539 Jan van de Loo, die welcke heeft gelooft te betaelen aen Lambert Haubraecken gewesene borgemeester de somme van drij en sestich gulden tien stuijvers. Item noch aen de dienst bode gedient hebbende Peeter Janssen van de Loo de somme van sess entwintich gulden, sestien stuijvers. Item als noch aende dienst bode vort halff jaer 1681, de somme 49 gulden. Item nempt den comparant noch aen te taelen eene somme van tachtentich gulden, tien stuijvers soo als de erffgenamen Joncker Outelaer saligher nopens de pacht penningen opde gelijcke erffgenamen Peeter Janssen van de Loo hadde te pretenderen.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 540 Joncker Carradijn, die welcke bekende ontfangen te hebben vuijt handen van Gerrit Stanssen de somme van hondert gulden ende dat op erff quijting van het capitael van renthe van 21 gulden sess stuijvers, soo als de vrijheijt alle jaer als nu ten profijte van de gelijcke erffgenamen van joncker Outelaer saligher werdt afgegeven. Verder vermelding van Petrus Aelstius predicant als borger.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 541 Goijert Thomas Wijcx woonende tot Eijnthoven heeft wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen Maijken weduwe Lambert Kempts een schaer koijweijde onder meer anderen gelegen alhier inden Neul. Soo ende gelijck hem vercoopere de selve bij coope is aengecomen van de kijnderen Evert van Heessel.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 542 Ariaen Ariaen jongman woonende deser vrijheijt, bruijdegom ende Mechtelt weduwe Peeter Luijcas Mercx bruijt. Geassisteert met Marten Willem Wemmers ende Jan Sanders als momboiren van de drij onbejaerde kijnderen van Peeter Luijcas Mercx voorschreven verweckt bijden voorschreven Mechtelt tegenwoordige bruijt. Welcke verclaerde met malcanderen te sullen treden inde echten staet, ende hebben gemaeckt henne huwelijcke voorwaerde. Vermelding van een huijsken ende hof, staende binnen deser vrijheijt ter plaetse aende watermolen, waerinne sij tegenwoordich beijde in sijn woonachtich met alle het smitsgereedschap. Ende dat onder sulcke last dat hij bruijdegom, sal behouden sijn de drij kijnderen van de voorschreven bruijt verweckt bijden voorschreven Merckx haer eertsen man het ambacht van 't smeijen te doe ende laeten leeren ende so vorts te alimenteren, alle ofe sijn eijge bruijdegoms kijnderen waeren.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 544 Mathijs Adams van de Hage, een hellichte van eenen camp soo groes als teulant onbedeijlt, welcke ander hellicht is competerende Willem Rutten gelegen ter plaetse inden Bosch. Vercofft aen Johan Craenen.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 546 Ariaen Hermans Vorstenbosch woonende tot Schijndel ende Ariaen Jan Martens woonende tot Erp, als momboire over de drij onmondige kijnderen wijlen Ariaen Hermans verwekt bij wijlen Meriken dochtere Jan Martens.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 546 Jan Janssen van de Meulen woonende tot Schijndel aent Wijbosch, die welcke heeft gelooft Barbara weduwe Aert Janssen Vercuijlen van heden over een jaer te restitueren de somme van vijfftich gulden. In de marge staat: Aert Aerts Sleurs den jonge als transport hebbende van neffen staende obligatie, die welcke bekende de de vijfftich gulden ontfangen te hebben vuijt handen Jan Janssen van de Meulen 5 mert 1685.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 547 Jan Claes Merckx, die welcke heeft gelooft op sijn persoon ende goederen Han Meussen sijne swager woonende tot Vucht, eene somme van hondert gulden.
Inventaris 121 jaar 1682 folio Claas Jan Goorts van de Velde, die welcke bekende schuldich te wesen aen Corn. Fabrij borger der stadt van 's-Hertogenbosch de somme van vijfftich gulden. Verder vermelding van: Cathalijn weduwe Goirt Vogels ende Anneken weduwe Jan Gorts van de Velde sijns voorschreven Claes respectieve moeder ende schoonmoeder. In de marge staat: Maria Corn. Ooms huijsvrouw van Corn. Frabrij van Gemert, die welcke bekende de vijfftich gulden met de intrest ontfangen te hebben. 17 october 1691.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 549 Handrick Kempts, die welcke bekende schuldich te wesen aen Heilken Lobrij de somme van een en vijfftich gulden.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 550 Dielis Dierckx inwoonderen alhier, die welcke bekende schuldich te wesen aen Thijs Thijssen sijne swager eene somme van hondert veertich gulden. Compareerde mede Cathalijn weduwnaer Mathijs Jan Joosten, die welcke bekende dat Mathijs voorschreven haere soone de voorschreven hondert veertich gulden inde boven genoemde geloofte is vervat, buijten costen ende huijs van haer heeft gewonnen. Soo begeert dat gemelte Mathijs haere soone de selve penningen alleenlijck bij hem sullen werden geprofiteert ende genooten sullen werden, alsoo het sijne eijge sijn, sonder haer daer eene stuijver van te competeren.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 552 Jan Ariaen Gossens, die welcke heeft overgegeven aen en ten behoeve van Mathijs Franssen inwoonder alhier, alle sijne comparante have, soo koijen, korenschaer ofte anderen op het velt wasbaar staende, mitsgaders alle de meubelen, goederen, egeene vuijt gescheijde.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 553+554 Lambert Everts ende Jan Dierck Posteleijns man ende momboir van Willemken dochtere der voorschreven Evert, soo voor hen selve als mede hem fort ende sterck maeckende voor Jan Everts henne respectieve broeder ende swager. Een stuckxken teulant gemeijnlijck genoempt de Ravensteijn, gelegen ter plaetse Eerschot. Tusschen erffve Claes Coppens met meer anderen aende een sijde ende metten anderen sijde aen erffve Peeter Anthoni van de Laeck, streckende van de gemeijne Valsteght tot voor opde gemeijne straet. Hem vercoopere aengecomen vermits der doot ende afflijvicht van henne ouders. Vercofft aen Goijert Thomas Wijcx. Verder vermelding van Erassimus Eliens borger der stadt Eijnthoven.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 555 Geerard Stanssen Molemakers secretaris der vrijheijt Sint Oedenrode, als directeur ofte curateur van goederen wijlen Joncker Willem van Outelaer, heeft in die qualiteit wettelijck ende erffelijck vercofft aen Claes Hoofmans eene hoijbeempt gemeijnlijck genoempt den Vogelsanghse beempt. Item een campken soo hoij als teulant genoempt het Campken. Aen Handrick Jans van Raessen een camp ter plaetse opde Sloeff.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 557 Handrick Goijerts van Dinther een hellichte onbedeijlt in een stuck teulant gemeijnlijck genoempt de Gasthuijs dries, ter plaetse Varenhout. Vercofft aen Cathalijn weduwe Jan Haubraecken.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 558 Alsoo opden 3e dagh der maent spetember 1658 Andries Heijmans van Heijleken Willem Sijmens naergelaeten weduwe van Heijmen Nicolaessen hadde gecofft een stuck lant gelegen tot Houtem. Verder vermelding van Meriken weduwe Willem Lenarts Roelen, Peeter van Kilsdonck man ende momboir van Mechtelt sijne huijsvrouwe, dochter der voorschreven Willem Lenarts Roelen ende Meriken voornoemt.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 559 Jan Claes Mercx wonende alhier, die welcke bekende in beleeninge vuijt gegeven aen Jan Janssen van Liemde woonende mede alhier, eene hoijbeenpt met het schaerhout los ende vrij, gemeijnlijck genoemt de Eecken. Groot drij kaeren hoij gewasch, ofte soo groot etc. ter plaetse Ollant. Tusschen erffve Jan Scheutiens aende eene sijde ende metten anderen sijde ende eene eijnde de heer Lus tot op erve Jaspart Jan Scheutien 30 julij 1682.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 561 Thonis Goijerts inwoonderen deser vrijheijt, die wecke verclaerde aff te gaen sijne tochte, ten behoeven van sijne drij voorkijnderen verweckt bijden selve ende bij wijlen Margriet dochtere Jan Heijmens sijne gewesene eerste huijsvrouwe van een hoijbeemptien.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 561 Gijsbert Handricx een heijcampken, gelegen ter plaetse opden Polsdijck. Vercofft aen Gerart Stanssen Molemakers.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 562 Anthoni Huijberts woonende tot Strijp man ende momboir van Mariken dochter Jan Jan Rutten een stucxken teulant. Vercofft aen Peeter Thijssen van Breugel.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 563 Henrick van Hoeij notaris woonende tot Boxtel heeft vuijt crachte als gemachtigde van de gelijcke kijnderen ende erffgenamen onder beneficie van inventaris van meester Anthoni Vermeulen saligher. Heeft in die qualiteit vercofft aen Jan van Herentum een stuck teulant gelegen ter plaetse Ollant.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 564 Joncker Nicolaes Francois Carradin. Verder vermelding van 7 meert 1669. Jouffrouw Maria van Outelaer sijn moije ten behoeven van sijne kinderen declaerende geene actie noch deel daer aen te willem pretenderen.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 565 Alsoo Jan Janssen van der Meulen woonende tot Schijndel, hadde geloofft Barbara weduwe Aert Vercuijlen eene somme van vijfftich gulden met twee gulden tien stuijvers intrest. Verder vermelding van Thijs Jan Thijssen, Peeter Aelberts ende Diercken gesuster ende broederen kijnderen Albert Hens Cuijpers, Thomas van Eert man ende momboir Jenneken sijne huijsvrouwe dochtere Jan Hens Cuijpers voorschreven. Respectieven erffgenamen wijlen Barbara leste weduwe Aert Vercuijlen ende vercofft de voorschreven vijfftich gulden net den intrest als boven soo als Jan Janssen van de Meulen dat hadde gelooft aen Aert Aertsen Sleurs de jonge.
Inventaris 121 jaar 1682 folio 565 Jan van Roij. Jan Hens Joosten. Cathalijn Hens Joosten ende nu Gerit Corsten als man ende momboir van de voorschreven Cathalijn. Jan Jan Joosten ende Jan Thijssen. Hebben vercofft verschillende parcelen aen Mauwerus Luijcas van de Ven, Mathijs Peeters van Breugel, Gerrit Stanssen Molemakers. Verkocht aen Jan Janssen de Roij, o.a. een schuer ofte woonhuijs met omtrent acht lopense teulant met den dries gelegen binnen deeser vrijheijt ter plaetse tot Vressel. Tusschen erffve Servaes Noormans aende eenen sijde ende meten anderen sijde aen erffve Jan van Roij, streckende van erffve Jan Thonis Wouters tot opde Kijnderstraet. Verder vermelding van: het Catharina Guldebroeders.