Houten zeekajak bouw (2), 1 juni 2008,
In mijn tweede stukje over de bouw van een houten zeekajak uit red cedar latjes, zal ik iets vertellen over mijn ervaringen bij de bouw van de onderkant van het schip.
Het halen van de gezaagde en gefreesde red cedar latjes bij de Bootbouwer in Steenbergen is een hele onderneming op zich. De latjes wegen bijna niets en zijn erg buigzaam. Om 5,5 m latjes op het dak van de auto te vervoeren raakt de voor- en de achterzijde bijna de grond bij stilstand. Het is opgelost door een uitschuifbare ladder uit te trekken tot 5,5 m en deze op de dakdrager te bevestigen. Hierop worden de latjes gelegd. Thuis vraag ik me af waar ik ze in de garage van 6,5 m moet laten. Je moet er ook nog makkelijk bij kunnen komen.
Als ik begin de latten rond het frame aan te brengen, realiseer ik me dat elke lat op zich een onderneming is. Het is niet alleen recht afzagen en er op plakken, maar onder onmogelijke hoeken, met verdraaiingen en buigingen er in monteren. Het komt voor dat ik 1 of 2 latten per dag kan monteren. Maar het komt ook voor dat ik 2 dagen over 1 of 2 latjes doe. Het begrip “haast” is totaal funest. Geduld en oplossingen zoeken voor je ergens een zaag, schaaf of vijl in zet. Een éénmaal te kort latje wordt niet langer. Elke latje wordt precies op maat gemaakt en kent hollingen of bollingen aan de uiteinden. Om bochten te kunnen halen begin ik met het stomen van latjes om ze wat makkelijker in de juiste vorm te kunnen krijgen.
Ik heb 30 minuten voor
de lijm gaat uitharden en dan moet de lat er op zitten. Dit kan
stressen worden als het niet goed wil en dat is dan het geval net als
er toeschouwers bij zijn. Die jaag ik nu eerst weg voor ik begin te
lijmen.
Na een maand zitten de latjes op de onderkant van het schip en begint het traject van omdraaien en de bouw van de bovenkant. Aanloop genoeg van deze en gene die even om de hoek van de deur komen kijken naar de vorderingen. Mijn angst dat dit project een te solistisch gebeuren is, is veranderd en het blijkt een erg sociaal gebeuren te zijn.
Een volgend maal een stukje van het dek.
Ton Affourtit Assen