Hoe ik een wilde Spaanse berghond in huis nam
Pas een paar maanden geleden ontdekte ik het boek
Boef van Jana Elza Wuyts dat in 2021 de eerste druk zag. Ik zocht op internet meer informatie over de band tussen mens en dier en zag de titel van dit boek langskomen. Ik was reuze benieuwd naar dit verhaal. Het voordeel dat ik het pas een tijdje terug ontdekte? Ik kon daarna gelijk de twee andere delen, waarin Boef ook de hoofdrol speelt, aanschaffen en in een ruk uitlezen. Maar laat ik bij het eerste boek beginnen.
   De Belgische schrijfster woont met haar man Marnix Peeters (in het eerste boek) nog in de Belgische Eifel . Ieder jaar gaan ze naar Andalusië, naar het dorpje El Acebuchal om de barre Eifelse winters te verruilen voor de Andalusische zon.
Jana en haar partner kunnen werken waar ze willen omdat ze thuiswerkers zijn en alleen een laptop en internetverbinding nodig hebben. Hun leven is gebouwd rondom vrijheid. Ze leven van project naar project van opdracht naar inval. Daarom en daardoor hebben ze geen kinderen, en ook geen huisdieren, kat of hond. En ik citeer de schrijfster:
’… zelfs geen kamerplanten. Een cactus, dat wel, maar zelfs die oogt ongelukkig. Er was ook een tweede, maar die is gestorven, mogelijk van verdriet.’
   Het boek start net voordat ze het dorpje El Acebuchal inrijden en ze midden op de weg een zwarte hond zien staan. Een hond die plots de steile rotswand opschiet. Waarbij ze allebei twijfelen of dit wel een hond is vanwege zijn acrobatische eigenschap de rotswand op te rennen.
In het dorp ontmoetten ze hun vrienden Luc en Virgiana die hun buren zijn, hun
bed and breakfast ligt naast het huurhuisje van Jana en Marnix. En natuurlijk Candy, de bordercolliemix van hun vrienden, waarmee zij een innige band hebben. Ze hebben dan zelf geen huisdieren maar houden wel zeker van dieren. Dan ontdekken ze de zwarte uitgemergelde hond met enorme oren die achter Candy aanslentert. Was dat niet de hond die zij net zagen? Het blijkt dat dit dier Candy’s gezelschap zoekt. Candy verdraagt hem maar wil verder niet veel van hem weten. Ze horen dat de hond van niemand is, de stempel lastpost heeft en dat iedereen hem in het dorp liever kwijt dan rijk is.
Op hun dagelijkse wandelingen loopt de oude Candy mee. En na een paar dagen volgt ook de zwerver hen. En die krijgt een naam. Omdat het dier er met alles wat los en vast zit ervandoor gaat zoals schoenen uit deuropeningen, handdoeken die te drogen hangen, vuilniszakken, speelgoed en lampjessnoeren wordt de naam Boef. Boef komt nooit te dicht in de buurt maar verstopt zich evenmin. Voortdurend is hij op zijn hoede. Hij blijft in de buurt van Candy, die gek is op Jana en Marnix en in de zetel van hun vakantiehuisje slaapt. Maar Boef, binnenkomen geen sprake van. Hij slaapt voor de deur van hun huurhuisje, in de gemetselde plantenbak. Jana zit vaak buiten en ik citeer een fragment uit haar dagboek:
(Uit mijn dagboek van 16 december)
Gisteren legde Boef zijn kopje tegen mijn been terwijl hij sliep in de zon. Ik denk dat hij zich per ongeluk omdraaide en mijn been raakte, maar hij sprong niet meer geschrokken op. Hij sliep rustig verder. Ik werkte voort, erop lettend dat ik geen onverhoedse beweging zou maken en het moment zou verstoren. Na een tijdje sliepen mijn voeten.
Boef begint heel langzaam een onderdeel te worden van hun leven. Zij vragen zich af wat er met hem gebeurt als zij weg zijn. Zwerfhonden die opgehaald worden omdat zij overlast bezorgen belanden in een dodingsstation en worden vaak binnen een termijn van tien dagen geëuthanaseerd. Jana begint te zoeken op google naar mogelijkheden voor Boef. En soms helpt het lot een handje. Mark en Isabelle, vrienden van hen, komen op bezoek en Isabelle is gelijk weg van Boef en beslist om de hond naar België te laten komen via een organisatie die Spaanse honden redt. Enthousiast vertellen Jana en Marnix aan ieder in het dorp dat Boef naar België vertrekt zodat hij de laatste weken als zij weg zijn veilig is. Voordat Boef naar België kan, is een bezoek aan de dierenarts nodig. Dat blijkt een herculestaak! Maar het lukt na veel zweten en inspanning.
Jana en Marnix vertrekken naar de Belgische Eifel en een tijdje later Boef die door hun vrienden wordt opgevangen. De twee staan te popelen om hun Spaanse vriend weer te zien en met een
pakje snoepstaafjes melden ze zich bij hun vrienden Mark en Isabelle. Wat blijkt? De klus om Boef op te voeden is zwaarder dan gedacht en het gezin heeft al twee tienerkinderen, twee honden, een paard en allebei een drukke baan. Of zij…? Nou, nee. De beslissing wordt genomen om te gaan zoeken naar een gouden mandje voor Boef via een organisatie die zich daarvoor inzet. Niet overhaasten. Boef moet goed terecht komen. En een compromis , Boef komt nu en dan een week of twee bij Jana en Marnix logeren.
De eerste logeerweek van Boef; Jana en Marnix merken hoe moeilijk het is. Jana stort zich op het lezen van hondenboeken en leest elkaar voortdurende tegensprekende hondenblogs. Na de eerste week zijn ze al doodop. Maar tegelijkertijd groeit ook hun band met de hond. Dat blijkt uit de volgende alinea uit het eerste boek:
Aan de andere kant was de vertedering en de sympathie die we voor hem in Spanje hadden opgevat alleen maar gegroeid. Laten we elkaar geen Sonja noemen: wij hielden intussen zielsveel van deze ongelooflijke kwelgeest. Kon hij het helpen dat hij er niks van begreep? Dat hij in Spanje de straat op was geschopt en aan zijn lot overgelaten. Boef, dat was inmiddels wel duidelijk, was naast een halfgare spring-in-’t veld ook een dier met een gouden hart. Er ging geen gram agressie in hem schuil. Hij had – dat voelden we heel goed aan – echt zijn best gedaan om ons te snappen. Hij observeerde ons, hij was buitenmaats nieuwsgierig en bracht ons geregeld aan het lachen met zijn strapatsen. Hij was (als hij moe genoeg was) een eersteklas knuffelaar die graag onze warmte opzocht. Hoe moeilijk het ook was om met hem samen te leven, hij was meer dan ooit onze vriend geworden.Maar dan komt de vraag: Hoeveel was deze liefde ons waard? Hoeveel vrijheid en onbekommerdheid waren wij bereid op te geven? Hoeveel rust wilden wij ruilen voor zorg?
Jana bekent echter dat zij toch ook uitkijken naar de dag dat ze met hem in de auto zullen stappen en hem naar hun twee vrienden brengen.
Een kink in de kabel, 13 maart 2020, barst de bom. De overheid kondigt ongeziene maatregelen aan. Corona gaat het land beheersen. Alles gaat op slot. Het verbod op niet-essentiële verplaatsingen bepaalt dat Boef nog bij hen moet blijven. De agenda leeg, de afspraken geannuleerd, een paar projecten
on hold gezet. Zeeeën van tijd om aan de slag te gaan met Boef.
Ik kon niet meer stoppen met lezen. Waarom niet? Omdat je sympathie voor Jana en Marnix, na iedere bladzijde die je leest, groeit. Zij zetten zich voor 150% in om Boef te laten wennen aan zijn nieuwe leven in een echt huis. Wat daar allemaal niet bij komt kijken! En je sluit Boef in je hart. Wat moeten alle veranderingen wel voor hem betekenen?
Schatgraven, dat woord kwam aan het eind van dit eerste boek bij me op. Nieuwe eigenschappen worden blootgelegd.
‘Marnix is rustiger geworden. Hij kan met Boef geduldig zijn op een manier die ik van hem nog nooit had gezien. Ik ben gevoeliger en minder vaak ‘in mijn hoofd’. Minder gefocust op werk en deadlines en lijsten met items die moeten worden afgevinkt. Boef trekt toch vaak een streep door de plannen, en ook dan komt alles goed. We zijn allebei meer dan ooit buitenmensen geworden. Professionele plattelanders. We zijn even vaak in de buitenlucht als de boeren. Zo word je vanzelf weerbaarder, sterker, gezonder.’
En Boef? Boef leert wat een echt thuis is. En wat het betekent om te kunnen vertrouwen op je baasjes.
Is het toeval dat Boef uiteindelijk toch door corona bij Jana en Marnix moest blijven? Of…? Ik heb ooit iemand horen zeggen: ‘Het dier kiest zijn mens.’
Maar toeval of niet, wat ontzettend mooi is om te lezen hoe de band groeit tussen Jana, Marnix en Boef. Wat voor meerwaarde de band tussen mens en dier heeft. En voor ik nu echt stop… er zijn nog twee boeken over Boef!
Liefhebben kan je leren en Terug naar de natuur. Jana schrijft in het derde deel; dit is het laatste deel van de Boef-trilogie. Ik hoop stiekem dat er toch een vervolg komt.