FAQ: Vragen en antwoorden over het digitale systeem van SELECTRIX

Version 0.7

Vertaling van de lijst van Reinhold Günther

Deze vraag en antwoord lijst is door Reinhold Günther samengesteld, op grond van de vragen, die hem op de Spielwarenmesse 1997 in Nürnberg zijn gesteld . De antwoorden zijn, zijn persoonlijke mening en komen niet altijd overeen met de uitspraken van de firma TRIX.

Ik heb voor gebruik door Nederlanders deze lijst vertaald. Tevens is de Nederlandse lijst aan Reinhold Günther gestuurd.

Verdere vragen, antwoorden, correcties en opmerkingen kunnen altijd aan mij gestuurd worden. Ik zal vragen, antwoorden, correcties en opmerkingen verwerken in de Nederlandse versie en de vragen, antwoorden, correcties en opmerkingen door sturen aan Reinhold Günther.

V1: Waarin onderscheidt het SELECTRIX systeem zich ?

A1: Dat zijn verscheidene dingen. Beginnen we met de locdecoders:
Het SELECTRIX systeem heeft de kleinste locdecoders ter wereld. Daarmee is het voor alle gelijkstroomsystemen van Z tot LGB inzetbaar. Het heeft 31 echte rijstanden en een gepatenteerde toerentalregeling (Soll-Ist waarde vergelijking) in de locdecoder. Daardoor is het van SELECTRIX systeem bekende Soft drive mogelijk. Ook bevat iedere nieuwe SELECTRIX decoder de logica om bij een rood signaal langzaam te stoppen. Hiervoor is extern alleen een diode nodig. Afgezien van de locdecoders kan men zeggen dat het SELECTRIX systeem een compleet systeem is, dat vrijwel niets te wensen over laat.

 

V2: Kan een locomotief zonder decoder op het SELECTRIX systeem gebruikt worden ?

A2: NEEN. Op de rails van een digitaal systeem staat permanent de digitale spanning, een motor van een niet digitale loc kan daar niet tegen. De firma ROCO heeft in ROCO Report nummer 29 onder de kop 'Vorsicht Rauch' gewaarschuwd en wijst iedere garantie bepaling van de hand van locomotieven die zonder decoder op een digitaal systeem hebben gereden.

 

V3: Hoeveel rijstanden heeft het SELECTRIX systeem ?

A3: Het SELECTRIX systeem heeft 31 echte rijstanden - rijstand 0 telt daarbij niet - vooruit en achteruit. Door de in de decoder geïntegreerde Soll-/Ist- waarde vergelijking begint iedere motor ook daadwerkelijk in rijstand 1. Hoewel de maximale snelheid in de decoder geprogrammeerd kan worden, blijven de 31 rijstanden altijd behouden.

 

V4: Wat heeft men nodig om te kunnen beginnen ?

A4: Om met SELECTRIX te kunnen beginnen, heeft men de SELECTRIX Central Control 2000, een transformator (14 tot 16 Volt wisselspanning) en de decoders in de locomotieven nodig. Hiermee kan met 9 locomotieven gereden worden. Om het systeem uit te breiden, hoeft men alleen maar een tweede, derde,... regelaar aan te sluiten, en men heeft alle 99 locomotiefadressen ter beschikking.

 

V5: Hoe vaak krijgt een locdecoder de voor hem bestemde informatie?

A5: Ieder SELECTRIX apparaat, of het nu een lokdecoder of een regelaar is, krijgt de voor hem bestemde informatie 13 keer per seconde. Dit is 6 keer zo snel als bij de meeste andere systemen (NMRA Protocol, dit kan grote vertragingen geven).

V6: Wat is het verschil tussen het 'oude' en het 'nieuwe' SELECTRIX systeem ?

A6: Afgezien van de behuizingkleur - de oude apparaten waren grijs, de nieuwe zijn wit  respectievelijk blauw - eigenlijk alleen de functionaliteit van de apparaten en de prijs.

Centraaleenheid:

oud - Centraaleenheid I

oud - Centraaleenheid II

nieuw - Central-Control 2000

Artikelnummer:

66801

66804

66800

Bruikbare adressen:

112

112

104

Geïntegreerde regelaar:

-

-

Ja - locomotieven 1 tot 9

Geïntegreerde programmeer:

-

-

Ja - locomotiefadressen 1 tot 9

Transformator intern:

Ja

-

-

Voeding extern:

-

Ja

Ja

CE gekeurd:

-

-

Ja

Stroomsterkte op de rails:

 

 

 

Stroomsterkte op de  Sx-Bus:

 

 

 

NMRA railprotocol:

-

-

Ja

 

Booster/Power-Packs

oud - Booster I

oud - Booster II

nieuw - Power-Pack

Artikelnummer:

66802

668??

66807

Aansluiten aan:

SELECTRIX bus

SELECTRIX bus

Px-bus

Transformator intern:

Ja

-

-

Voeding extern:

-

ja

ja

Stroomsterkte op de rails:

 

 

 

Stroomsterkte op de Sx-Bus:

 

 

 

 

Regelaar:

oud - Lok-Control-Super

oud - Combi-Control

nieuw - Lok-Control 2000

nieuw - Control-Handy

Artikelnummer:

66811

66810

66816

66815

Draaiknop

Ja

-

Ja

-

Lokdecoder programmering:

-

-

Ja, met CC2000

Ja, met CC2000

Dubbeltractie:

Ja

Ja

Ja

Ja

Mehrfachtraktion

-

-

Ja

-

Schakelen van wissels (mbv. Funktionsdecoder)

Ja

Ja

Ja

Ja

Modelklok - uitlezing:

-

-

Ja

Ja

Modelklok - master

-

-

Ja

-

Display - LED:

-

Ja

-

-

Display - LCD:

Ja

-

Ja

Ja

Stationair:

Ja

-

Ja

-

Walk-around:

-

Ja

-

Ja

 

Lokdecoder:

oud

oud

nieuw

nieuw

nieuw

Artikelnummer:

66825

66826

66830

66832

66833

Motorstroom:

300mA

1,2A

500mA

1,2 A

1,2A

Aansluiting:

-

-

S

-

M

Lichtaansluiting:

2x,ieder  100mA

2x, ieder 100mA

2x, ieder 300mA

2x, ieder 300mA

2x, ieder 300mA

Functie aansluiting:

-

1x, 100mA

-

1x, 300mA

1x, 300mA

Elektronisch Programmeerbaar:

-

-

Ja

Ja

Ja

Grootte LxBxH in mm:

14 x 9 x 2,5

29 x 13 x 2,5

14 x 9 x 2,5

36,5 x 13 x 3

36,5 x 13 x 3

Externer condensator:

Ja

Ja

-

-

-

Rijstanden:

31

31

31

31

31

Motorregelung met Soll-Ist-Wert:

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Seinrem functie:

-

-

Ja

Ja

Ja

Adresbereik:

0 tot 111

0 tot 111

0 tot 99

0 tot 99

0 tot 99

Gelijkstroom bedrijf:

-

-

Ja, programmeerbaar

Ja, programmeerbaar

Ja, programmeerbaar

 

V7: Voor welke spoorbreedten is het SELECTRIX systeem geschikt ?

A7: De SELECTRIX decoder verwachten een gelijkstroommotor. Daarmee is het SELECTRIX systeem geschikt voor alle schalen, die met gelijkstroom rijden. Door de grootte van de decoders 66830 is het mogelijk, deze in Z locomotieven in te bouwen. Het is dus een systeem van Z tot LGB (Z, N, TT, H0, ... , LGB).

 

V8: Kunnen oude locomotieven ook van een decoder voorzien worden ?

A8: Ja, in pricipe wel. iedere locomotief, waarvan de motoraansluitingen 'vrij van massa' gemaakt kunnen worden, kan van een decoder voorzien worden. Hierbij betekent 'motoraansluitingen vrij van massa', dat de aansluitingen naar de koolborstels geen geleidende verbinding naar motor/behuizing/rails mogen hebben.

 

V9: Zijn er SELECTRIX decoders voor locomotieven, die niet door TRIX zijn gemaakt ?

A9: SELECTRIX decoders zijn voor alle gelijkstroom locomotieven, onafhankelijk van de fabrikant, in te bouwen. Zelfs locomotieven van Märklin kunnen worden omgebouwd (indien voorzien van de 6090 motor).

 

V10: Welke SELECTRIX locomotiefdecoders zijn er ?

A10: Op dit moment (1997) zijn er 3 verschillende:

66830

Keramische decoder

500mA motorstroom, 2 x licht ieder 300 mA, adressen 00 tot 99

Aan te sluiten via een 6 adrerige bandkabel, past op NEM 651 aansluting (S)

66832

Chip-on board (COB) decoder

1,2 A motorstroom, 2 x Licht, 1 x funktie ieder 300 mA, adressen  00 tot 99

Aansluitdraden moeten zelf vastgesoldeerd worden.

66833

Chip-on-board (COB) decoder

1,2 A motorstroom, 2 x Licht, 1 x funktie ieder 300 mA, adressen  00 tot 99

Identiek met 66832, met aansluitingen voor de  NEM 652 aansluiting (M)

Oudere SELECTRIX decoder, zijn niet electronisch programmeerbaar, maar met behulp van een zacht potlood, hebben de volgende nummering:

66825

Keramische decoder

300 mA motorstroom, 2x licht, externe condensator

Adr. 0 tot 111

66826

Keramische decoder

1 A motorstroom, 2x licht, 1x funktie, externe condensator

Adr. 0 tot 111

 

V11: Met hoeveel locomotieven kan er totaal gereden worden ?

A11: SELECTRIX heeft in totaal 112 (0 tot 111) adressen. Sinds de invoering van het SELECTRIX 2000 systeem worden de adressen 104 tot 111 door de centraaleenheid gebruikt en staan daardoor niet meer ter beschikking. De extrene regelaars zijn gewoonlijk voorzien van 2 cijfers. Hieruit volgt het maximale aantal van locomotieven van 100 (0 tot 99). Daar SELECTRIX geen onderscheidt maakt tussen locomotieven en andere aparaten, kan ieder adres voor alles worden gebruikt. Zo kan aan een adres bijvoorbeeld een locomotief, acht wissels (funktiedecoder), acht treindetekties (bezetmelder) of acht seinen (funktiedecoder) worden toegewezen.

 

V12: Kunnen ook wissels geschakeld worden en zo ja, hoeveel ?

A12: Ja, met de funktiedecoder 66828. Als men alle SELECTRIX adressen voor het schakelen van wissels gebruikt, dan kunnen 104 * 8, dus 832 wissel worden geschakeld (zie translator).

 

V13: Is er een computer interface en software om modelbanen aan te sturen ?

A13: Ja, er zijn verscheidene interfaces en verscheidene auteurs van software. De interface 66842 is bidirektioneel, kan dus gelijktijdig dat verzenden en ontvangen, hierdoor is geen separate terugmeldbus nodig. Ieder adres van de SELECTRIX bus kan beschreven en gelezen worden. Software (ST-TRAIN) en interface (Advanced SELECTRIX Interface ST-001) zijn b.v. bij de firma MTTM in München te koop (Baudrate: 19200). Een compleet besturings programma is van het internet te downloaden via http://www.pahasoft.nl/

 

V14: Hoe groot is een SELECTRIX decoder ?

A14: De 'kleinste' 66830 is 14 x 9 x 2,5 mm, de 'grootste' 66832 is 36,5 x 13 x 3 mm (L x B x H)

 

F 15: Kan een locomotief met decoder op gelijkstroom rijden ?

A15: Ja, met de decoder 66830, 66832 en 66833. De decoder moet hiervoor wel worden geprogrammeerd. - zie programmering V23 & V24.

 

V16: Hoe wordt een locomotief voor een signaal afgeremd ?

A16: Op niet digitaal gestuurde modelbanen wordt de stopsectie voor een sein door middel van een schakelaar in het sein stroomloos geschakeld, zodra het sein op rood komt. Daardoor wordt de stroomtoevoer naar de locomotief onderbroken en blijft de locomotief (plotsklaps) stilstaan. Om een SELECTRIX locomotief langzaam voor een sein tot stilstand te brengen, wordt parallel aan de schakelaar in het sein een diode aangebracht. Deze zorgt er bij rood voor, dat nog een gedeelte van de SELECTRIX rijstroom bij de locomotief decoder komt. De locomotief decoder herkent dit en remt de locomotief af, vooropgesteld, dat de diode op de juiste wijze is aangebracht en de locomotief op het sein af rijdt. Hoe snel en tot waar (tot aan rijstand 0 of 3) een locomotief afremt, is in iedere locomotief individueel in te stellen. Gaat het signaal weer op veilig, dan krijgt de locomotiefdecoder via de gesloten schakelaar weer de volle spanning. Hierdoor gaat de locomotief weer met de actuele rijstand rijden.

 

V17: Wat is de translator 66843 ?

A17: De translator is nieuw, en komt in1997 op de markt. Hij kan twee verschillende functies uitvoeren:

1: Voor het 'oude' SELECTRIX systeem wordt geen Power-Booster meer gemaakt. De nieuwe Power-Packs kunnen echter niet aangesloten worden op het oude systeem. Om dit gat te dichten gebruikt men de Translator. Hij verbindt de oude Central Unit met de nieuwe Power-Packs, de Translator zal de Px-bus signalen voor de Power-Packs opwekken.

2: 104 Adressen zijn voor een grote modelbaan niet erg veel. Om dit te verhelpen verdubbeld de translator het adresbereik. Hij verdubbeld zogezegd de SELECTRIX bus. Zo kan de eerste bus geheel gebruikt worden voor het sturen van de treinen, terwijl de tweede, nieuwe bus gebruikt wordt voor het aansturen van wissels, seinen en terugmeldingen. Puur theoretisch kan het geheel nog verder worden uitgebreid, indien men meerdere Translators inzet. Hierbij moet vermeld worden dat de nieuwe bus synchroon met de eerste bus werkt. Dit is vooral bij bezetmelders noodzakelijk.

 

V18: Waarop moet bij de inbouw van decoders gelet worden ?

A18: Als eerste moet de stroomopname per locomotief worden gemeten. Om de kleine decoder (66830) in te kunnen bouwen, mag de motorstroom niet groter zijn dan de 500 milliampère. Bij de grote decoder (66832/66833) mag de motorstroom nietgroter zijn dan 1,2 ampère. Daarna moet de motor aansluiting 'massavrij' worden gemaakt. Wat betekent dat: Bij gelijkstroomlocomotieven is meestal de linker stroomafnemer met het huis verbonden. Deze is hierna weer met een zijde van de motoraansluiting verbonden. Precies deze verbinding moet onderbroken worden Om er zeker van te zijn, dat er geen verbinding naar de motoraansluitingen meer bestaat, moet tussen de stroomafnemers en de motoraansluitingen met een ohmmeter de isolatie gecontroleerd worden.

 

V19: Zijn er problemen bij wagens met binnen verlichting ?

A19: Zodra op de SELECTRIX centrale op 'on' wordt gedrukt, wordt op de rails het digitale rijsignaal geplaatst. Hierdoor gaat de binnenverlichting van de wagons direct branden. Om de hogere spanning, die de lampen bij normaal bedrijf laten doorbranden te verminderen, kan er een eenvoudige diode (1N4148 tot 100 mA) in serie met de lampen gesoldeert worden. Vanaf 1997 is er ook een functiedecoder, waarmee men onderandere het wisselen van het licht in stuurwagens rijrichting afhankelijk kan schakelen.

 

V20: Wat is een connector ?

A20: connector zijn voor de eenvoudige inbouw van locdecoders ontstaaan. Ze bestaan in het het algemeen uit pennen/bussen, die eenvoudig met elkaar verbonden kunnen worden. De volgende voertuigconnector zijn door de NMRA respectievelijk. MOROP genormeerd:

M- connector

8-polig

voor H0

NMRA # RP.9.1.1

NEM # 652

S- connector

6-polig

voor N en TT

NMRA # RP.9.1.1

NEM # 651 |

Als de locomotief nieuw van de fabriek komt zijn in de connector kleine printjes aanwezig, die de bedrading voor normaal gelijkstroombedrijf voorstellen. Om een locomotief te 'digitaliseren', wordt dit printje verwijderd, en in plaats daarvan de decoder geplaatst

 

V21: Welke toegevoegde functies heeft een SELECTRIX locdecoder ?

A21: Iedere SELECTRIX locdecoder heeft twee lichtaansluitingen. Een voor licht aan de voorzijde en eem voor licht aan de achterzijde. De grote decoders 66832 en 66833 hebben nog een aansluiting voor een extra functie. Iedere aansluiting is belastbaar tot 300 milliampère.

 

V22: Hoe is het met de NMRA compatibiliteit gesteld ?

A22: De NMRA is een organisatie in de USA, gelijk aan de MOROP in Europa. Hier worden de richtlijnen/ normen/ standaards vastgelegd. Met betrekking tot digitale sturingen heeftt de NMRA bijvoorbeeld het protocol op de rails en diverse decoder connectoren 'genormeerd'. Bij SELECTRIX heeft men de norm van het protocol op de rails in de Central-Control 2000 integreert. Dat betekent, dat met de SELECTRIX Central-Control 2000 ook NMRA compatibele decoders (ROCO, Lenz, Arnold, ...) aangestuurd kunnen worden. Het is echter niet mogelijk, een locomotief met SELECTRIX decoder op een NMRA systeem aan te sturen. De SELECTRIX decoder 66830 is op het moment de enige decoder, die in een S-connector past. De SELECTRIX decoder 66833 past in de M-connector.

 

V23: Hoe wordt een locdecoder geprogrammeerd ?

A23: Hiervoor zijn verschillende methoden. Bij alle methoden is echter een ding hetzelfde: Er mag maar een voertuig met decoder op de aansluiting met de centrale-eenheid verbonden zijn. Hiertoe wordt het beste een een zogenaamd programmeerspoor aangelegd. Tijdens het programmeren wordt dan, eventueel via een schakelaar, alleen dit stuk spoor met de centrale-eenheid verbonden, de rest van de installatie is uitgeschakeld. Een andere mogelijkheid (zonder schakelaar) is, de modelbaan met Power-Packs aan te sturen, en de centrale-eenheid permanent aan een programmeerspoor aangesloten laten..
Nu het programmeren. De eenvoudigste methode is om, de locdecoder alleen via de centrale eenheid te programmeren. Daartoe wordt op de centrale eenheid de knop P ingedrukt gehouden In het scherm verschijnt de letter P. Terwijl de knop P ingedrukt gehouden wordt, wordt het adres (1 bis 9) van de locomotief knop met overeenkomende cijferknop ingegeven. Hierdoor wordt de locomotiefdecoder met het overeenkomende adres geprogrammeerd. Voordeel is dat men niet anders als de Central-Control 2000 nodig heeft, om de locomotiefadressen van 1 tot 9 te programmeren. Nadeeel van deze methode is dat alleen de adressen onder de 10 programmeren en de andere decoder parameters worden door de centrale eenheid opgegeven (Snelheid 3, Vertraging 3, Motorimpuls 2 en Dioden-Rems 1).
Om alle locomotief adressen en alle decoderparameters te programmeren, heeft men de Lok-Control 2000 (66816) of de Control-Handy (66815) of de computerinterface met bijbehorende software nodig.

 

V24: Wat wordt behalve het locomotiefadres nog meer geprogrammeerd en hoe ?

A24: De volgende decoderparameter kunnen geprogrammeerd worden:

  Loknummer

2-cijfers

00 tot 99

  Snelheid

1-cijfer

0 tot 7, 0 = gelijkstroom, 1 = langzaam, ... , 7 = snel

  Vertraging

1- cijfer

1 tot 7, 1 = geen vertraging, ... 7 = grote vertraging

  Motorimpuls

1 -cijfer

1 tot 4, 1 = korte impuls, .. , 4 = lange impuls

  Diode remgedrag 

1- cijfer

1 of 2, 1 = afremmen tot 0, 2 = afremmen tot rijstand 3

 

V25: Wat betekent het diode-remgedrag ?

A25: Om een locomotief voor een signaal af te remmen, is bij het het SELECTRIX systeem naast de schakelaar in het sein nog een snelle diode nodig. Deze overbrugt bij een rood sein de schakelaar in het sein en laat nog maar de helft van het digitale signaal door naar decoder. Deze reageert hierop en remt de locomotief af. Tot welke rijstand er afgeremd wordt kan met het diode remgedrag worden ingesteld. Met een instelling van 1 wordt de loc tot stilstand gebracht. Met een instelling van 2, wordt de locomotief tot aan rijstand 3 afgeremd, hiermee kan de locomotief verder rijden tot aan het sein. Voor het signaal is een stroomloze sectie, die de locomotief tot stoppen brengt. Dit heeft als voordeel, dat, hoe snel men ook in een stopblok rijdt, de locomotief altijd voor het sein tot stilstand komt. De vertragingsparameter van de decoder maakt daarbij uit, hoe snel de locomotief wordt afgeremd. De totale remweg verkrijgt met zo uit de rijstand, waarmee de remweg begonnen wordt en de vertragingsparameter van de decoder - die beide programmeerbaar en dus per decoder/locomotief instelbaar is.

 

V26: uit welke componenten bestaat het SELEXTRIX systeem ?

A26: Het 'hart' van het SELECTRIX systeem is de Central-Control 2000. Deze is altijd nodig. Om met SELECTRIX te kunnen rijden, heeft men alleen nog maar locdecoders nodig. Uitbreidbaar is het geheel door een of meerdere regelaars, die middels de SELECTRIX bus met elkaar worden verbonden. De centrale eenheid kan een beperkte hoeveelheid stroom leveren aan de sporen, het stroom gebruik bij grote banen zeer groot kan zijn, helpen in deze situaties de Power-Packs. Het schakelen met SELECTRIX gebeurd met de functie decoder 66828. Hier worden wissels en seinen op aangesloten. 

 

V27: Sinds wanneer bestaat het SELECTRIX systeem ?

A27: Voor het eerst is SELECTRIX op de Spielwarenmesse 1982 in Nürnberg aan het publiek tentoon gesteld. Toen heette het SELECTRIX 99.

 

V28: Kunnen 'oude' en 'nieuwe' apparaten/decoders door elkaar gebruikt worden ?

A28: Ja, wanneer men zich aan bepaalde regels houdt, bv. Bruikbare adressen 104 of 112, of geen remvertraging in de oude locdecoders.

 

V29: Hoe kan men seinen besturen ?

A29: Seinen worden via de funktiedecoder 66828 aangesloten, deze wordt via de SELECTRIX bus aangestuurd. Zo kunnen dan seinen vanaf een schakelaar (Encoder A 66822), via de regelaar en via de computerinterface worden bediend.

 

V30: Is het mogelijk een bestaande baan conventioneel te schakelen, maar met SELECTRIX te rijden ?

A30: Ja. Hiervoor moet de centrale eenheid met eventuele Power-Packs in plaats van de gewone transformatoren worden aangesloten. - Natuurlijk moeten alle conventionele locomotieven, locomotieven zonder decoder, van de baan worden gehaald -. 

 

V31: Is het mogelijk, met SELECTRIX te schakelen en conventioneel te rijden ?

A31: Ja, ook dat gaat, maar men benut dan niet de optimale mogelijkheden van het systeem.

 

V32: Kan een SELECTRIX decoder een Glockenanker/Faulhaber Motor aansturen ?

A:32 Ja, doordat, de impulsbreedte in de lokdecoder programmeerbaar is.

 

V33: Zijn wissels met een motoraandrijving aan te sturen ?

A33: Ja, met de wisselmodule van de firma MTTM.

 

V34: Wanneer staat er spanning op de rails ?

A34: Zodra op de centrale eenheid de 'o' verschijnt. Dit bereikt men door op de knop ON, of een van de locomotief nummers 1 tot 9 in te drukken. De centrale eenheid kan ook via de SELECTRIX bus in- en uitgeschakeld worden (bv. Via een regelaar of via het interface). Wordt de STOP knop ingedrukt, dan verschijnt er een '-' in het LCD scherm, en de spanning verdwijnt van de rails.

 

V35: Wat is de Sx-bus ?

A35: Dit is de SELECTRIX bus. Deze bus verbindt alle SELECTRIX componenten, behalve de Power-Packs en de lokdecoders, met elkaar. Hij wordt in de SELECTRIX centrale opgewekt en dient voor de gegevens overdracht tussen de centrale en de ander SELECTRIX apparaten. Hij bestaat uit een kabel met 5 draden, welke aan beide zijden een 5-polige DIN-stekken heeft. Bij een handregelaar is maar een steker aanwezig. Alle SELECTRIX apparaten worden parallel aan de bus aangesloten.
De 5 draden van de SELECTRIX bus zijn als volgt gedefinieerd:

V36: Was is de Px-bus ?

A36: Dit is de POWER bus. Hierover stuurt de centrale eenheid stuurinformatie naar de Power-Packs, deze zullen de informatie versterken en voor meer energie op de rails zorgen.

 

V37: Hoe krijgt men genoeg energie op de rails ?

A37: Verhoging van de energie op de rails gebeurt met de Power-Packs 66807. Deze worden met de Px-bus , de centrale eenheid en een transformator verbonden. De uitgang van de Power-Packs naar de rails wordt met het te sturen gedeelte van de modelbaan verbonden. Op deze manier kunnen meerdere delen van een grote modelbaan van rijspanning voorzien worden.

 

V38: Is er een seintafel ?

A38: Ja, via de encoder A 66822 kunnen de schakelaars van een seintafel worden aangesloten. Ook spoorbezetmeldingen en wisselstandaanwijzers kunnen op deze manier worden aangesloten.

 

V39: Kunnen bezette blokken aangegeven worden ?

A39: Ja, met de blokbezetmelder 66820. Deze meten, of een verbruiker (locomotief of wagen met verlichting of weerstandsverf) zich het het desbetreffende blok bevind. Is dat het geval, dan wordt deze informatie op de op de bezetmelder ingestelde adres op de SELECTRIX bus gezet. Hiermee kan op iedere plaats van de bus de status van een blok weergegeven/ opgevraagd worden. Op een bezetmelder kunnen 8 secties aangesloten worden.

 

V40: Hoe kan een afgekoppelde wagen herkent worden ?

A40: Met de blokbezetmelder 66820, die binnen een sectie controleert, of er een stroom vloeit. Om dit bij een wagen te bereiken, moeten de wielen/ assen met hoogohmige lak of grafietspray (Graphit 33 van Kontakt-Chemie) behandeld worden.

 

V41: Hoe gaat de aansturing met keerlussen en/of driehoeken ?

A41: Het probleem met keerlussen is bij tweerailsystemen altijd aanwezig. Om het op te lossen, moet de keerlus achter het wissel in beide richtingen in beide railstaven geïsoleerd worden. Via een relais, dat tezamen met het wissel geschakeld wordt, wordt de goede polariteit van de keerlus ingesteld. Tot hier is alles nog gelijk aan twee rail gelijkstroom. Het verschil komt bij het doorrijden van de keerlus. Bij gelijkstroom moet de locomotief in de keerlus gestopt worden, de polariteit in de keerlus omgedraaid, waarna met de regelaar in de andere rijrichting worden gedraaid. Bij digitale systemen gaat dit anders. Nu kan met een rijdende locomotief in de keerlus de ompoling plaatsvinden !
Vanaf april 1997 is er bij MTTM een keerlus/driehoek moduul, welke automatisch de spanning in de keerlus/driehoek ompoold.

 

V42: Kunnen locdecoders zelf ingebouwd worden ?

A42: In voertuigen met interfaceaansluitingen is dit zonder verdere problemen mogelijk. Bij voertuigen zonder interfaceaansluiting moet de decoder handmatig er in worden geknutseld. Hiervoor moet eerst voor de decoder een plaats worden gevonden. Dit is vanaf H0 en groter normaal gesproken geen probleem Bij Z en N kan dit moeilijker zijn. Is er ruimte gevonden dan moet de locomotief opnieuw worden bedraad Hiervoor is bij iedere decoder een inbouw handleiding bijgevoegd. Over locdecoders die zelf ingebouwd worden, kan bij TRIX geen garantie aanspraken worden gedaan.

 

V43: Hoe functioneert de lichtwisseling bij stuurwagens ?

A43: Bij vaste treinsamenstellingen kunnen de lampen uit de stuurwagen parallel gekruist aan de motorwagen worden aangesloten (witte lamp motorwagen - rode lamp stuurwagen, rode lamp motorwagen - witte lamp stuurwagen). Hierbij moet er op gelet worden, dat de totale stroom per decoder aansluiting niet groter is als 300 milli ampère. Is de stroom groter dan 300mA, dan moet een transistor worden tussen geschakeld om de stroom te versterken. Bij afzonderlijke voertuigen moet, om een realistische lichtwisseling te krijgen. In de stuurwagen een lichtdecoder ingebouwd worden (nieuw 1997).

 

V44: Kan men een SELECTRIX kabel zelf maken ?

A44: Ja. Hiervoor zijn maar twee 5-polige, 180 DIN-stekker en een 5-aderige, eenvoudig afgeschermde kabel nodig. De 5 aansluitingen van de DIN-stekker worden via de kabel 1 op 1 verbonden. Dus aansluiting 1 van de eerste stekker met aansluiting 1 van de tweede stekker enz. De afscherming wordt op beide stekkers met aansluiting 2 (middelste pen) verbonden.

 

V45: Welke dioden zijn geschikt als 'Remdiode' ?

A45: Alle snelle Schottky dioden, die de benodigde stroom kunnen verdragen, b.v. de BYT03-200, 3 ampère, 200 Volt en een hersteltijd van <50nsec.

 

V46: Welke decoder gebruikt men voor welke schaal ?

A46: Dit hangt van drie factoren af. Ten eerste: grote van het voertuig. Zo kan de 66832 decoder niet in een Z-locomotief worden ingebouwd. Ten tweede: stroomgebruik van de motor (500 mA of 1.2 ampère). Ten derde: de decoder prijs (de 'grootte' is goedkoper als de 'kleine'). Als eerste probeer je de 'grote' decoder (66832 of 66833) in de locomotief te plaatsen, daar deze goedkoper is als de 'kleine' (66830). Wanneer deze niet past, dan moet de kleine decoder worden geplaatst, vooropgesteld, dat de motorstroom niet groter is dan 500mA. Enige H0 locomotieven gebruiken minder dan 500 mA motorstroom. Natuurlijk moet men de kleine decoder ook inbouwen, als voor de inbouw van de grote decoder te veel gewicht uit de locomotief verwijderd moet worden en de locomotief daardoor teveel aan trekkracht verliest.

 

V47: Vergt het gebruik van SELECTRIX een betere oplettendheid bij de locomotief onderhoud ?

A47: Ja, de motor wordt iets meer door de impulsbreedtesturing belast (dit geldt voor alle sturingen, die met impulsbreedtesturing werken). Hierdoor wordt de olie in de motorlagers sneller verbruikt. Ook kan zich koolborstel slijpsel onder in de motor verzamelen en hierdoor kan zich, wanneer er genoeg koolborstelslijpsel verzameld heeft, een geleidende verbinding van de ombouw naar de collector ontstaan. Dit kan in bepaalde gevallen de decoder vernietigen. Maar geen paniek, zoiets bemerkt men normaal vroegtijdig, daar het rijgedrag van de locomotief achteruit gaat. Treedt dit op, dan moet mende motor schoonblazen en de koolborstels controleren.

 

V48: Beïnvloeden 'gewetherde' wielen de werking van SELECTRIX negatief ?

A48: Ja, men kan onder bepaalde omstandigheden zelfs niet meer programmeren, daar de contactzekerheid niet meer gegarandeerd is. Hoe mooi 'gewetherde' wielen er ook uitzien, om er regelmatig mee te rijden (of het nu gelijkstroom of digitaal is) zijn ze niet geschikt. Daarom moet voor het gebruik van dit soort voertuigen de wethring verwijderd worden.

 

V49: Wat is een PTC ?

A49: Een PTC is een soort weerstand, die bij temperatuur stijging de weerstand verhoogd. Dit kan gebruikt worden, om een soort zekering, die zichzelf hersteld, te verkrijgen. Bij het stijgen van de stroom b.v. bij een kortsluiting, zal de temperatuur van de PTC stijgen. De weerstand van de PTC verhoogd zich daardoor zo sterk, dat de stroom weer kleiner wordt.Wordt de oorzaak van de kortsluiting verholpen, dan koelt de PTC weer af en werkt weer normaal. Niet iedere PTC laat zich voor zo een toepassing gebruiken.

 

V50: Welke spanning op de rails is voor welke schaalgrootte nodig ?

A50: Als men de bedieningshandleiding van de centrale eenheid goed doorleest, zal men lezen, dat maximaal 18 volt wisselspanning mag worden aangesloten. Als deze waarde wordt overschreden, dan kunnen locomotiefdecoders defect raken. 

 

V51: Welke problemen zijn er bij 'Remdioden' te verwachten ?

A51: Er is enerzijds het probleem, dat treinen die met de locomotief in de afremsectie rijden en via de diode afremmen, maar iedere keer door wagens met metalen wielen die over de railscheiding rijden, voor de locomotief het normale digitale signaal herstellen. Hierdoor denkt de decoder, dat er weer naar de actuele rijstand versneld moet worden. Anderszijds kan het bij locomotieven met een Glockenanker/Faulhabermotoren voorkomen, dat deze niet geheel tot stilstand komen.

 

V52: Hoe moet een 'remdiode' in de rails ingebouwd worden ?

A52: Dit is afhankelijk van meerdere factoren. Dit is o.a. afhankelijk, in welke rail de isolatie is en hoe de decoder met de wielen verbonden is. Er zijn hiervoor regels, maar die worden door bepaalde firma's niet gevolgd.

 

V53: Kan een locdecoder voor de inbouw in een locomotief getest worden ?

A53: Ja, als men zelf een schakeling maakt met een motor, lampen en functie aansluitingen.

 

V54: Wat is de SELECTRIX centrale eenheid 'Central-Control 2000' ?

A54: De Central-Control 2000 (66800) is een volwaardige SELECTRIX centrale. Ze stelt alle 104 SELECTRIX adressen beschikbaar. Ze kan rijstroom leveren om met circa 6 N-Locs of circa 4 H0-Loks te rijden. Hierbij is er een eenvoudige 'rijregelaar' en een eenvoudige 'programmer' ingebouwd. De rijregelaar is een cijferig, en kan dientengevolge alleen locomotieven met de adressen 1 tot 9 aansturen. Ook geeft de regelaar niet de ingestelde rijstand weer. De 'programmer' kan alleen maar de locomotief adressen van 1 tot 9 programmeren. Voor de andere decoder parameters zoals maximale snelheid, impulsbreedte etc. worden de standaard waarden gebruikt - zie vraag V23. Als er met meer dan 9 locomotieven gereden moet worden, of als decoder parameters geprogrammerd moeten worden, of als een tweede persoon mee wil rijden, dan moet een tweede (of derde etc.) rijregelaar (Lok-Control 2000 of Control-Handy) worden aangesloten. Als er meer rijstroom voor de baan nodig is, dan moeten een of meerdere Power-Packs toegevoegd worden.