|
Inleiding DAW staat voor Digital Audio Workstation. Tegenwoordig is dat een computerprogramma op een computer. Soms volstaat deze opzet. Het geluidsbestand wordt dan aangeleverd op een (micro)SD kaart. Het afluisteren gaat dan veelal op de luidsprekers van de computer, via de geluidskaart op externe luidsprekers of via een hoofdtelefoon. Dit kan, maar er zijn wel wat nadelen te benoemen. Meestal kan het computerprogramma geen bewerking uitvoeren tijdens afspelen. Je moet dus eerst het afspelen stoppen, dan een effect instellen en laten uitvoeren en pas daarna verder gaan met afluisteren. Kan, maar is niet ideaal. En ook luidsprekers in de computer of als externe set bij de computer zijn niet van "monitor" kwaliteit. Met een hoofdtelefoon is dit eenvoudiger te bereiken, maar vaak is de hoofdtelefoon aansluiting van een belabberde kwaliteit. Het bewerkte geluid kan daardoor foutief worden beoordeeld en klinkt dan bij anderen "gekleurd". Het kan anders, maar dan gaat wel de kassa rinkelen. De "W" van DAW staat voor "workstation". Vrij vertaald betekend dat zo veel als werkplek. Het programma blijft, de computer ook. Het verschil is nu dat er een aparte geluidskaart wordt gemonteerd als insteekkaart met een "break-out box" of een converter via USB wordt aangesloten. De opties hierin zijn bijna oneindig. De luidsprekers kunnen "monitors" zijn met een eigen ingebouwde versterker en ook hier zijn de typen monitoren zeer divers. Door de geluidskaart of de converter kunnen eenvoudig andere apparaten worden gekoppeld. Een mengtafel is op die manier ook te gebruiken met een meerkanaals geluidskaart. Er zijn echter ook mengtafels/panelen met een ingebouwde geluidskaart en deze systemen kunnen direct op de USB bus worden aangesloten. Bij dit alles hangt een ander prijskaartje dan bij alleen een computer en een software pakket. Digital Geluid is analoog en kan op veel manieren worden gemaakt. Als dat geluid wordt gemaakt door een instrument dan kan dat soms direct worden opgenomen door een vervolg keten, bijvoorbeeld mengtafel of computer kaart. De geluiden in het vrije veld moeten eerst worden opgevangen door een microfoon. De microfoon zet deze geluiden om in elektrische signalen. Via een kabel kan de microfoon worden aangesloten op apparatuur, bijvoorbeeld een draagbare recorder, direct op een mengtafel of computer kaart. De recorder kan het geluid via circuits zo omzetten dat het kan worden opgenomen op een geluidsband. Dat kunnen spoelen zijn, maar ook cassettes. Deze methode is inmiddels achterhaald. Tegenwoordig wordt in de recorder het opgenomen signaal al omgezet naar digitale data. Deze data kan dan worden bewaard op een soort diskette, cassetteband of een geheugenkaart. Omdat het signaal nu al is omgezet naar het digitale domein kan in sommige gevallen een hele keten van vervolg apparatuur vervallen. Soms, want de wat oudere apparaten konden wel een analoog signaal omzetten naar digitale data, maar deze digitale data niet overbrengen naar een ander apparaat. Ook het digitale medium uit deze recorder kon niet worden gebruikt in een andere recorder of afspeel apparaat. Dat werd opzettelijk verhinderd om zo de muziekindustrie te beschermen. Bij de wat oudere recorders was de enige mogelijkheid het weer terugzetten naar een analoog signaal en dat signaal kon dan met enkele hulpmiddelen wel in de vervolg keten worden verwerkt. Alleen twee keer een omzetting is niet zo handig en gaat ten koste van de kwaliteit. Enkele "professionele" apparaten hadden die beperkingen niet, maar daar hing dan ook een stevig prijskaartje aan. Er werden soms ook andere beperkingen ingebouwd. Bijvoorbeeld dat het digitale signaal wel beschikbaar was, maar dan alleen als optisch signaal (SPDIF/ADAT). Via een optische kabel kon dan de vervolg keten, die geschikt moest zijn voor de verwerking van dergelijke signalen, het signaal verder bewerken of opslaan. Er zijn limieten aan wat een optische kabel kan verwerken aan digitale data. Voor de huidig gangbare sample frequenties schiet deze capaciteit te kort. Bij ADAT heeft men dat opgelost door een dubbele kabel te gebruiken en dus ook twee ingangen. In de omzetter worden dan het aantal kanalen gehalveerd. Het is een prachtige oplossing, maar met de huidige ontwikkelingen ook niet houdbaar. Ik ben al sample frequenties tegengekomen van 768 kHz, waar stopt het? De huidige generatie recorders hebben als medium vaak een geheugenkaart en kunnen via een USB poort verbonden worden met de computer. Kies altijd voor een recorder die een uitneembare geheugenkaart heeft, bij voorkeur het (micro)SD kaart formaat. Alle andere geheugenkaarten worden namelijk langzaam uitgefaseerd. Met de USB is ook het een en ander aan de hand. Uit computer fora blijkt dat de USB 3.x norm niet neerwaarts compatibel is. Dus een USB 2.x bus wordt niet herkend of werkt niet correct en juist deze USB bus komt veel voor op draagbare recorders. De SD geheugenkaart is dan veel universeler. Ook de allernieuwste recorders gebruiken nog steeds USB 2.0 (Class-compliant USB 2.0 high speed). Workstation Workstation is dus werkplek met wat? Dat hangt een beetje af van hoe je verder kunt met het opgenomen geluid. Heb je een draagbare recorder met een geheugenkaart, dan heb je alleen nog een computer nodig met een software programma. Zolang het bij 2 tot 3 kanalen blijft zal dit goed werken. Als je met meer kanalen gaat werken is het aan te raden om aanvullende apparatuur zoals "desktop controllers" te gebruiken ten einde RSI te voorkomen. Heb je geen mogelijkheid om bovenstaande USB oplossing te gebruiken omdat de computer alleen USB 3.0 ondersteund en/of je recorder gebruikt geen SD geheugenkaart, dan heb je aanvullende apparatuur nodig. Er zijn all-in-one kaartlezers verkrijgbaar voor zowel USB 2.0 als USB 3.0. Lukt het niet via deze oplossing, dan is er nog de oplossing van een geheugenkaart recorder met het juiste formaat, maar dat is direct een stuk duurder. Die recorder moet dan op zijn beurt wel met de computer kunnen worden verbonden, want ook daar kunnen hobbels aanwezig zijn. Heeft je recorder alleen maar een analoge uitgang, vaak de hoofdtelefoon uitgang, dan heb je of een kleine mengtafel of een computer kaart met een breakout box nodig. Deze computer kaarten kunnen in de computer geplaatst worden (PCI kaarten) of zijn uitgevoerd met een USB of FireWire bus. Apparaten met een USB of FireWire uitgang zijn vaak computer kaart en breakout box in een. Het is dan een klein kastje met 2 of meer kanalen (ADC=Analoog Digitaal Convertor). De aansturing vind plaats in de computer met software. De kleine mengtafel moet wel een verbinding met de computer kunnen maken, dus er is nog wel wat te lezen en te kiezen. Een kleine mengtafel verbinden met een ADC werkt natuurlijk ook. Ook hier kan de oplossing flink duurder zijn.
Software programma Hierboven heb ik het al even genoemd, een DAW is een software programma. Die zijn er in vele soorten en mogelijkheden en dan weer in betaalde versies en vrij te gebruiken versies. Een software programma wordt in bijna alle gevallen niet je eigendom. Als je moet betalen, dan betaal je voor het gebruik. De vrije versies zijn vaak "open source" versies, ook daar bezit niemand de rechten en kan iedereen in de code kijken en deze zelfs aanpassen. Voor natuurgeluiden zijn speciale versies op de markt verschenen en er zijn DAW versies die zo gemanipuleerd kunnen worden dat ze ook geschikt te maken zijn voor het analyseren van natuurgeluiden. Een van die vrije versies software is Audacity. Voor natuurgeluiden is er een plugin die de kwaliteit van het opgenomen geluid meet. De terugmelding kan direct gebruikt worden op de website Xeno-Canto. Er zijn ook handleidingen met een beschrijving van hoe je de kwaliteit kunt verbeteren. Het grote voordeel van Audacity is dat het beschikbaar is voor bijna alle besturingssystemen (software waarmee de computer werkt). revisie 18 oktober 2026 |