Goed lezen en nadenken -- IX

Dit raadsel is eigenlijk alleen bedoeld voor zeer hoogbegaafde lieden. Maar omdat jij, geachte lezer, daartoe zeker behoort moet je eens een poging wagen.

In het onderstaande wordt "aangetoond" dat 0/0 gelijk is aan 2. Bestudeer de redenering aandachtig en bedenk een oplossing voor de vraag.

Ga uit van: 0/0 = (9-9)/(9-9)
 
<=> 0/0 = (3²-3²)/(3·(3-3))
 
<=> 0/0 = (3+3)·(3-3)/(3·(3-3))
 
<=> 0/0 = (3+3)/3
 
<=> 0/0 = 6/3
 
<=> 0/0 = 2
  (1)
 
(2)
 
(3)
 
(4)
 
(5)
 
(6)

De vraag:

Wat is de fout in de redenering?

Klik op de knop voor een oplossing:

terug