Terug naar home page.

Geschreven door: Berthie Hamelers-Hulst

9. Kinderen komen...kinderen gaan...
De stad Maastricht barst inmiddels uit haar voegen en is driftig op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden. Sinds 1867 is de vesting als zodanig opgeheven en ontmanteld. De muren en poorten zijn in record tempo afgebroken waardoor de buitenwerken vrijkomen voor nieuwbouwwijken. Maar de stad wil meer. Ze lonkt naar de omliggende dorpen.
In 1920 gebeurt het onvermijdelijke, de gemeenten Sint Pieter en Oud Vroenhoven worden door Maastricht geannexeerd.
Het huis aan de Susserweg no.4 zal inmiddels ook wel zowat uit z'n voegen barsten, want met 10 mensen in zo'n kleine woning lijkt tegenwoordig bijna onmogelijk.
Jeu is de eerste die het huis verlaat. Misschien werd hij tijdens de I ste wereldoorlog geïnspireerd door de grenswachters die bij hun huis patrouilleerden, in elk geval vertrekt hij in 1920 als hulpcommies naar Eijsden. Later krijgt hij een baan bij een van de kolenmijnen. Hij trouwt met 'n Duits meisje, Greetsje Schroeder uit Geilenkirchen en gaat in Chevremont wonen. Hun huwelijk blijft kinderloos.
Een jaar later verlaat Marie het ouderlijk huis. Zij heeft een knappe weduwnaar ontmoet, de molenaarsknecht Hai Lamkin.
Zij trouwen en na enkele Sint Pieterse jaren gaan ze in Wolder wonen waar zij de Hulst-traditie voortzetten door een groot gezin te stichten.
Enkele jaren later volgt Leen. Nadat ze eerder al bijna twee jaar uit huis is geweest (als dienstbode bij de familie Castermans aan de Cannerweg) trouwt ze in 1924 met Wöllem Haesen. Ook zij gaan in Wolder wonen aan de Tongerseweg.
Nog geen half jaar later vertrekt Sjaon. Hij is typograaf in de stad en heeft zijn hart verpand aan een Maastrichtse, Merie Humblet. Na hun huwelijk wonen ze 'n jaartje in Wolder aan de Tongerseweg maar trekken dan toch naar de stad, naar de Vijfharingstraat en later naar de Statensingel.
Dan duurt het tot 1929 voordat er weer bruiloft wordt gevierd. Deze keer is zoon Jacques, die winkelbediende is, de bruidegom. Hij trouwt in augustus met Maria Gelissen en gaat in Eijsden wonen. (Als zij 50 jaar later hun huwelijksjubileum vieren wordt het idee van een familiereunie geopperd. Deze reunie laat dan echter nog 15 jaar op zich wachten).
Twee maanden later, op 4 oktober 1929, op zijn 35ste huwelijksdag (wettelijk huwelijk) sterft Sjaak Hulst in zijn woonhuis aan de Susserweg.
Nel heeft nu nog 2 dochters thuis en zoon Pierre die schoenmaker is.
Maar ook Pierre heeft trouwplannen en omdat hij in een vaste baan meer toekomst ziet dan in het schoenmakersvak gaat hij bij de Nederlandsche Spoorwegen werken. Nadat hij meer dan een jaar in Maastricht geadresserd is geweest, trouwt hij in 1931 met Fien Gulikers en gaat aan de Ruttensingel wonen. Als hij echter standplaats Born krijgt toegewezen verhuizen ze, eerst naar Limbricht en daarna naar Grevenbicht.
Na een verbouwing van het ouderlijke huis zijn Leen en Wöllem inmiddels met hun 4 kinderen bij moeder Nel ingetrokken.
Leida wordt verliefd op een jongen uit Canne, Sjeng Meex. Hoewel dit dorp door het in aanleg zijnde kanaal eigenlijk los kwam te liggen van het achterland, bleef het natuurlijk toch Belgisch grondgebied. Leida verhuist dus "achter de paolkes" als ze in 1936 met Sjeng trouwt en in Canne aan de Kapelstraat gaat wonen.
Neja is de laatste die het huis verlaat. Nadat zij enkele jaren eerder elders was gaan werken waardoor ze de Louwberreg moest verlaten, trouwt zij in 1942 met Pierre Daemen uit Hulsberg en gaat in Valkenburg wonen.
Moeder Nel kan gerust zijn, al haar kinderen hebben hun bestemming gevonden.
Bijna 18 jaar is zij weduwe voordat zij tenslotte (na zo nu en dan 'n poosje bij een van haar kinderen buiten de stad te hebben gewoond) in juli 1947 in het Maastrichtse ziekenhuis Calvarienberg overlijdt.

Terug naar hoofdstukken index familiekroniek: "van Hons tot Hulst".