Naar startpagina WTB-siteDe oude cursus van Kees van Asperen
Omhoog Algemene boekhoudpagina Dagboeken, jaarrekening en wetgeving Winst, rekeningschema en btw Crediteuren, debiteuren en projecten Betalingsmiddelen en periodieke boekingen Multiple-choicevragen

 

Algemeen

Naar de index van de cursus

Boekhouding, enige definities Doel en functie van de boekhouding
De opzet en inrichting van een boekhouding, enige definities
Regels voor het boeken in het grootboek Rapportage Boekingsgang

BOEKHOUDING, ENIGE DEFINITIES.

Boekhouden is het systematisch registreren van financiŽle feiten.

Een financieel feit is de waardering in geld van:

1. Rechten die kunnen worden uitgeoefend (eigendommen, vorderingen, merknamen, patenten)

2. Verplichtingen die zijn aangegaan (leningen, schulden)

3. Betaalde diensten (in- en verkopen, aannemingen, onkosten en opbrengsten)

4. Waardeveranderingen (groei van vee of gewas, fabricage, op- en afwaarderingen, schades)

Een boeking is het registreren van een financieel feit.

DOEL EN FUNCTIE

Om iets te onthouden (geheugen-functie) Dan moeten de mededelingen duidelijk en begrijpelijk zijn. Het belangrijkste criterium is:

A. Duidelijkheid

1. De boekhouding is duidelijk

Om verantwoording af te leggen (controle-functie) Hiertoe moet de boekhouding 'bewijskracht' hebben en aan de volgende eisen voldoen (B, C, D)

B. Compleetheid

2. Er zijn geen financiŽle feiten die niet zijn geboekt

3. Er zijn geen boekingen die niet zijn gedekt door een financieel feit.

 

C. Juistheid

4. Alle financiŽle feiten zijn in de juiste categorie ondergebracht

 

D. Intracomptabiliteit

5. Logische verbanden die men tussen de financiŽle feiten mag verwachten, zijn ook aanwezig. (kloppende saldo's, kloppende ratio's)

Om inzicht te verschaffen in de financiŽle gang van zaken (beleids-functie) Hiertoe moeten wij de volgende criteria aanleggen: (E, F, G, H)

E. Consistentie:

6. Calculaties en uitkomsten zijn vergelijkbaar.

 

F. Relevantie naar aard

7. Bij het boeken worden categorieŽn onderscheiden die aansluiten bij de structuur van het bedrijf. (afdelingen, projecten, productgroepen)

 

G. Relevantie naar tijdstip

8. De financiŽle feiten worden zo goed als nuttig dan wel voorgeschreven is, toegewezen aan bepaalde periodes.

 

H. Relevantie naar omvang

9. FinanciŽle feiten van een geringe omvang krijgen geen uitgebreide aandacht.

Om de financiŽle gang van zaken te bewaken (management-functie) Bewaking van financiŽn is alleen mogelijk als je op tijd informatie krijgt die aan alle bovengenoemde criteria voldoet. Wij kunnen dus toevoegen:

I. Actualiteit

10. De boekhouding moet 'bij' zijn.

Om aan derden opgaven te kunnen verstrekken (informatie-functie) Deze derden zijn vaak machtige lieden, zoals de bank, de belastingdienst, de Kamer van Koophandel, de Economische Controle Dienst of het Centraal Bureau voor de Statistiek.

J. Wettigheid

11. De boekhouding moet voldoen aan wettelijke en maatschappelijk algemeen aanvaarde eisen.

 

INRICHTING, ENIGE DEFINITIES

Een boekingstuk is een bewijsstuk voor het bestaan van een financieel feit. (Hierbij moet men denken aan bankafschriften, facturen, werkbriefjes, zelfgemaakte briefjes en zelfgemaakte opstellingen zoals tellijsten, afschrijvingsstaten etc.)

Een dagboek is de registratie van een bepaalde soort boekingstukken en de daaruit volgende boekingen op volgorde van tijd. (Gewoonlijk probeert de boekhouder de boekingstukken door te nummeren, zodat steekproeven mogelijk worden).

Een debiteur is iemand aan wie wij een faktuur hebben gestuurd. (vordering)

Een crediteur is iemand die aan ons een faktuur heeft gestuurd. (schuld)

SOORTEN DAGBOEKEN

aanduiding

hierin opgenomen boekingstukken (liefst op nummervolgorde)

Kas- of bankboek

Kasstukken of bankafschriften

Verkoopboek

Aan debiteuren verstuurde facturen

Inkoopboek

Van crediteuren ontvangen facturen

Memoriaal

Door onszelf opgestelde journaalposten, liefst overtuigend toegelicht

Een journaalpost is een samenhangende groep van debet- en creditboekingen waarvoor geldt dat het totaal van de debetboekingen gelijk is aan het totaal van de creditboekingen. (evenwicht)

Magazijn ontvangstenboek

Geleidebonnen van binnenkomende goederen (in de praktijk zelf gemaakt)

Magazijn afgiftenboek

Pakbonnen van geleverde en afgegeven goederen.

.

Een grootboek is de registratie in Debet- en Creditboekingen uit alle dagboeken op volgorde van categorie en binnen die categorie op volgorde van tijd.

Debet in het grootboek staat de wijze waarop vermogen aanwezig is en/of besteed werd.

Credit staat de herkomst van het vermogen en de wijze waarop zij verkregen werd.

Een grootboekrekening is de weergave van alle Debet en Creditboekingen van een specifieke categorie in twee kolommen: de linkerkolom bevat de debetboekingen en de rechterkolom bevat de creditboekingen.

 

REGELS VOOR HET BOEKEN IN HET GROOTBOEK

De verandering van een financieel feit heeft altijd twee kanten: Enerzijds heb je iets verdiend of verloren, anderzijds ben je rijker geworden, of juist armer. Ook kan het zijn dat je minder bezit van het ene en daartegenover meer van het andere. Om dit te volgen wordt van elke financiŽle gebeurtenis een journaalpost gemaakt. Hierbij worden ťťn of meerdere grootboekrekeningen gedebiteerd en tegelijkertijd ťťn of meerdere grootboekrekeningen gecrediteerd. Het totaal aan debiteringen moet daarbij gelijk zijn aan het totaal van crediteringen. Het grootboek is dus altijd in evenwicht, d.w.z. het totaal aan de debetzijde is noodzakelijkerwijze gelijk aan het totaal aan de creditkant.

Het volgende schema geeft aan wanneer er iets debet of credit geboekt moet worden:

Het financiŽle feit betreft:

Debet boeken als:

Credit boeken als:

1. Een recht of bezit

het recht of bezit toeneemt

het recht of bezit afneemt

2. Een verplichting

de verplichting afneemt

de verplichting toeneemt

3. Een betaalde dienst

het een kostenpost is

het een opbrengst is

4. Een waardeverandering

de 'afschrijving'

de 'bijschrijving'

Voorbeelden:

1. Wij storten Ä 1.000,-- uit onze kas op de giro

Onze kas (een bezit) wordt minder, dus moet de rekening 'kas' worden gecrediteerd, De giro (ook een bezit) wordt meer, dus moet de rekening 'giro' worden gedebiteerd.

journaalpost:

Rekening

Omschrijving

Debet

Credit

Giro

Van kas naar giro

1000,00

 

Aan kas

Van kas naar giro

 

1000,00

 

2. Wij betalen per kas een schuld van Ä 2.000,-- aan ťťn van onze leveranciers (een crediteur).

Onze schuld (een verplichting) neemt af, dus moet de rekening 'crediteuren' worden gedebiteerd; onze kas (een bezit) neemt ook af, dus moet de rekening 'kas' worden gecrediteerd.

journaalpost:

Rekening

Omschrijving

Debet

Credit

Crediteuren

naam crediteur, boekstuknr.

2000,00

 

Aan kas

naam crediteur, boekstuknr.

 

2000,00

3. Wij ontvangen een factuur groot Ä 500,-- voor reparatie en onderhoud van machines.

Wij hebben een schuld gekregen bij een crediteur (verplichting), dus moet de rekening 'crediteuren' worden gecrediteerd; de crediteur brengt ons kosten in rekening (dienst),

dus moet de rekening 'onderhoud' worden gedebiteerd.

journaalpost:

Rekening

Omschrijving

Debet

Credit

Onderhoud

naam crediteur, oh machine

500,00

 

A. crediteuren

naam crediteur, oh machine

 

500,00

4. Wij hebben onze auto, gebruiksduur 4 jaar, ťťn jaar gebruikt. De waarde is dus met een kwart, Ä 7,000,--, afgenomen.

Onze auto (een bezit) is minder waard geworden, dus moet de rekening 'auto's' worden gecrediteerd. Er is een waardeafname (waardeverandering), dus moet de rekening 'afschrijvingen' worden gedebiteerd.

journaalpost:

Rekening

Omschrijving

Debet

Credit

Afschrijvingen

afschrijving auto

7000,00

 

Auto's

afschrijving auto

 

7000,00

 

RAPPORTAGE, ENIGE DEFINITIES

Een jaarverslag is een weergave van de gang van zaken in een onderneming. Dit zijn ook niet-financiŽle zaken. Zo heb je een sociaal- en een milieu-jaarverslag

Een jaarrekening is de rapportage in totalen van de financiŽle feiten aan het einde van, dan wel gedurende een bepaald boekjaar. Deze bestaat uit een balans (per einde ...), een verlies- en winstrekening (over ...) en de toelichtingen hierop. De jaarrekening is soms een onderdeel van het jaarverslag, maar is in ieder geval niet hetzelfde.

In de balans worden aan de debet- of ook wel aktiefkant de bezittingen en rechten (o.a. vorderingen) weergegeven en aan de credit- of ook wel passiefkant worden de verplichtingen vermeld en het verschil, het eigen vermogen.

De toename van het eigen vermogen is gelijk aan de winst.

In de algemene verlies- en winstrekening (AVW) worden de lasten en baten vermeldt met hun verschil, de winst. Gebruikelijk is dat de AVW de omzet toont, maar bij kleine en middelgrote bedrijven is dat niet verplicht, daar kan met de bruto-marge worden volstaan. Tegenwoordig is de weergave meestal niet meer in twee kolommen, maar onder elkaar.

BOEKINGSGANG

Van boekingstuk

Naar dagboek

Dan naar grootboek

Tot slot rapportage

sorteren op datum

sorteren op categorie

selecteren en totaliseren

Het moge duidelijk zijn dat tegenwoordig de verschillende bewerkingen in de boekingsgang geautomatiseerd verlopen.