24. Quesnoy-sur-Airaines

(Zaterdag 19 juli)
We rijden over de Pont de Tancarville, langs het fort-kasteel van Rambures bij Blangy-sur-Bresle, door Le Quesnoy-sur-Airaines (foto's 61 en 62), dat we in de eerste dagen hadden vergeten.
Overnachting in Saint-Amands-les-eaux bij Valenciennes, waar we de prachtige kerk, die eigenlijk alleen maar bestaat uit een enorm dikke toren, nog net in de ondergaande zon zien schitteren.
De helft van het Franse Rococco-uiterlijk is practisch helemaal verdwenen ten gevolge van aanvreting door de zure regen en vervuilde lucht, maar de andere helft is prachtig gerestaureerd. We slapen kwasi-zeer-luxe in het Grand Hotel de Paris, vergane glorie.

Zondag 20 juli
We gaan niet meer langs het ten Westen van Saint-Amands liggende Quesne omdat we de Quesney's nu zo langzamerhand wel zat zijn.
verder

In plaats daarvan rijden we nog even door Doornik, bakermat van de na-Romeinse West-Europese cultuur, en langs de archeologische opgravingen van een oude abdij in Oudenaarde, die we een paar jaar geleden ook al eens hadden bezocht, en waar ze sedertdien nog maar weinig zijn opgeschoten. Daarna echt naar huis, waar we zeer bijtijds arriveren (foto 63 en foto 64).

vorige pagina       naar de epiloog / verder