HOME

OLIEBOLLEN

(OLIEKOECKEN)

Oliebollen en oliekoecken

Het oudste recept voor oliekoecken staat in de eerste versie (1667) van De verstandige kock. Van Dale (2005) geeft hiervoor de volgende definitie: Oliekoek, ronde koek, bestaande uit meel, krenten, eieren, aan stukjes gesneden appelen enz., in raapolie gebakken. Wanneer de platte oliekoek een ronde bol werd is niet bekend. Mogelijk is in Nederland in de loop van de achttiende eeuw het bakken in 'diep vet' (frituren) ontstaan, waardoor het mogelijk werd ronde bollen te bakken. Althans in De volmaakte Hollandsche keukenmeid uit 1746 worden oliekoeken gebakken in een ijzeren pot met ruim 2,5 liter raapolie, twee keer zoveel vergeleken met De verstandige kock. Zoveel is wel duidelijk dat oliekoek en oliebol lange tijd naast elkaar zijn gebruikt. Zo staat in Ter Gouw's Volksvermaak (1871, pagina 42) een liedje vermeld dat een oliekoekevrouw (Geertje met de Olykoeken) zong over haar baksels: "Zie, jonge Heer, wat zyn ze bol ....." In het artikel OLIEBOL uit 1869 in het Woordenboek der Nederlandsche Taal wordt oliebol een in olie gebakken bolvormige koek genoemd. De 'gemeenlijke' (gewoonlijke) naam is echter oliekoek. In de index van de achttiende geheel herziene druk van Aaltje - Nieuw Nederlansch kookboek uit 1893, geschreven door de directrice van de Amsterdamse huishoudschool mevrouw O.A. Corver staat oliekoek. Verwezen wordt echter naar een oliebollenrecept. Het eerste woordenboek waarin oliebol wordt genoemd is Van Moock uit 1846, in 1864 gevolgd door de eerste editie van van Dale.

Familie Werk

Van 1850 tot 1961 stilden vier generaties WERK de lekkere trek van menig kermis- en evenementenbezoeker. Naast poffertjes, wafels en beignets verkocht de familie Werk - met als laatste generatie De Gebroeders Werk en J. Werk-Huizinga - oliebollen. Worden poffertjes vooral in verband gebracht met kermis, oliebollen worden traditioneel vooral ter gelegenheid van oudejaarsavond gebakken. Mijn betovergrootvader Hendrik Werk liet oliekoekenbakker als beroep noteren tijdens de volkstelling in 1859. Later ben ik hem niet meer als zodanig tegen gekomen. Wel onder andere als wafelbakker, zoals ook zijn zoon Jan Bartus Werk zich vanaf 1910 wafelbakker noemde. Dat Jan Bartus niet alleen wafels bakte maar ook oliekoeken, blijkt uit het feit dat hij van 4 tot en met 7 mei 1899 met een oliekoekkraam de kermis in Assen bezocht. Op de in 1922 gehouden Groninger Meikermis neemt Jan Bartus een standplaats in met een oliebollenkraam, de enige keer tot 1932 dat hij zijn kraam zo noemde. Voor de laatste keer in 1931 staat een oliekoekenkraam van de firma J. Werk(-Huizinga) op de Meikermis in Groningen. Daarna wordt het begrip oliekoekenkraam definitief verruild voor oliebollenkraam.

Wat was het geheim van de familie Werk. Jan Bartus' zoon Louwrens lichtte in 1962, kort nadat hij zijn kraam had verkocht aan het Nederlands Openluchtmuseum, een wel heel klein tipje van de sluier op. "Voor de oliebollen wordt een beslag gemaakt van Russische tarwe met gist naar verhouding aangemaakt in een hoeveelheid water met melk 1 : 1, hieraan wordt toegevoegd stroop en zout". Gebakken werd in raapolie. Daar moeten we het mee doen. Het gebruik van bloem uit Russische tarwe verdient wellicht enige toelichting. Russische tarwe, of in het algemeen gesproken tarwe dat in een landklimaat wordt verbouwd, is straffer (bevat meer gluten) dan tarwe dat in een mild klimaat wordt verbouwd. Door een hoger gehalte aan gluten wordt het beslag elastischer en kan daardoor meer koolzuurbelletjes opnemen, hetgeen uiteindelijk resulteert in een luchtiger oliebol.

Piet Albers, die ruim 30 jaar de vaste kraam van De Gebroeders Werk exploiteerde, maakte zijn bollen van Amerikaans patentbloem. Over de prijzen die de familie Werk hanteerde is weinig uit overlevering bekend. De Gebroeders Werk vroegen in de jaren dertig van de vorige eeuw 25 cent per portie. Maar uit hoeveel oliebollen bestond een portie? In de jaren vijftig daarop kostten vijftien oliebollen, "altijd warm", één gulden. Zeg maar zeven cent per stuk. Gevuld met krenten of rozijnen liep de prijs op naar vijftien cent respectievelijk een kwartje. Omstreeks 1960 maakte Werk-Huizinga verschillende keren reclame met "geen 15 maar 20 oliebollen voor een gulden". December 2001, ruim 40 jaar later en vlak voor de invoering van de euro als betaalmiddel, kostte één oliebol al gauw een gulden.

Traditie

Op 1 november 2008 zijn de honderd meest genoemde Nederlandse gewoonten, gebruiken, tradities en rituelen bekend gemaakt op de opening van het Jaar van de Tradities. Oliebollen eten met Oud en Nieuw zit de Nederlanders aan het hart gebakken, want na Pakjesavond Sinterklaas, Kerstboom zetten Kerstmis en Vrijmarkt Koninginnedag staat Oliebollen Oud en Nieuw op de vierde plaats. Zowel liefhebbers van zoet als van zout hebben de door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur gehouden internetenquête ingevuld. Een bloemlezing: Haring happen (10), Stamppot eten (12), Erwtensoep (22), Speculaas (24), Peperkoek (39), Pannenkoeken (46), Frietje met ..... (71) en Limburgse vlaai (85). Multiculturele eetgewoonten zijn in de Top 100 nauwelijks vertegenwoordigd, oer-Hollands overheerst.

Eerste vier van de honderd meest genoemde Nederlandse gewoonten, gebruiken, tradities en rituelen
1. Pakjesavond Sinterklaas
 
 
 
2. Kerstboom zetten Kerstmis
 
 
3. Vrijmarkt Koninginnedag
 
4. Oliebollen Oud en Nieuw
 

Waarom worden oliebollen vooral ter gelegenheid van oudejaarsavond gebakken. Twee verschillende theorieën zijn in omloop, die ik met dank aan het Nederlands Bakkerij Museum Het Warme Land doorgeef. De oorsprong van deze traditie zou Oudgermaans kunnen zijn. De Bataven en Friezen geloofden dat in de Joeltijd, de periode tussen 26 december en 6 januari, de Germaanse godin Perchta met in haar kielzog een schare aan geesten door de midwinterse lucht vloog. Om deze geesten gunstig te stemmen werden offermaaltijden aangericht. Tot vaste bestanddelen van deze maaltijden behoorden vette deegwaren. Het heette dat Perchta de buik zou openrijten van diegenen die deze vette deegwaren (in de vorm van oliekoeken?) niet aten. Door het vet in de koeken zou haar zwaard echter uitglijden op de buik en bleef men gespaard. Een romantisch maar vooral fantasierijk verhaal.

De volgende verklaring is daarentegen een stuk nuchterder. In de Middeleeuwen werd tussen Sint Maarten (11 november) en Kerst gevast om de voor de lange winter aangelegde voorraad te sparen. Van 26 december tot 6 januari werd vervolgens gefeest, gedronken en gegeten. Oliekoeken waren daarbij om twee redenen een belangrijk onderdeel. Ze waren gemaakt van houdbare ingrediënten, rijk aan vet en calorieën en daardoor uitstekende brandstof tegen de winterkou. Pas in de negentiende eeuw werd de oliebol een traditionele lekkernij rondom oud- en nieuwjaar. Op zichzelf weer een uitvloeisel van een laatmiddeleeuws gebruik om de armen rond oud-en-nieuw op een speciaal plat wafeltje, knijpertje of kniepertje genaamd, of oliekoek te trakteren.

Big business

Oliebollen is een 'miljoenen' business. Ze komen niet alleen uit de eigen keuken, maar ook van de gebakkraam, de banketbakker en uit de fabriek, waarvan vier in 1995 zo'n acht miljoen bollen voor hun rekening namen. Zo begon voor Arie Stolp de oliebollencampagne in september met een productie van 40.000 oliebollen per dag. Na het bakken werden de bollen gelijk ingevroren bij 65 graden onder nul. Bakkerij Steevens, drie jaren achter elkaar (1996, 1997 en 1998) winnaar van AD's Nationale Oliebollentest, heeft in de Limburgse plaats Stein een baklijn met een capaciteit van 6000 bollen per uur. Maar de huisvrouwen en huismannen deden daar niet voor onder. Koopmans Meelfabrieken te Leeuwarden, met een marktaandeel van 80 % in 1998 leidend op de bollenmixmarkt, zette in 1998 ruim twee miljoen pakken oliebollenmix af, genoeg voor 40 tot 50 miljoen bollen.

Hoeveel oliebollen eten Nederlanders? Het AD slaat er een slag naar met acht oliebollen per persoon. Dat zou neerkomen op 135 miljoen oliebollen.
Hoe komt de Nederlander aan zijn oliebollen? Volgens het Centraal Bureau voor Levensmiddelenhandel bakt 28 % zelf en eet 15 % geen oliebollen. De meerderheid (27 %) laat zich bedienen door kraamhouders. De oliebollen uit de supermarkt zijn het minst in trek: 6 % van de Nederlanders deponeert zijn oliebollen in een boodschappenkarretje. 12 % laat zich verrassen door een ander, even zoveel Nederlanders kopen hun oliebollen bij de (banket)bakker.

Dat een hoge waardering in de Nationale Oliebollentest geen windeieren legt, blijkt uit de reactie van Bakkerij Olink in het Algemeen Dagblad van 27 december 2006. Gebruikelijk verkocht hij 24.000 oliebollen per jaar. Na in 2005 als derde te zijn geëindigd steeg zijn omzet naar 90.000. Hij kocht een extra bakoven, waardoor de capaciteit groeide naar 1800 oliebollen per uur. En wat te denken van Bakkerij Van Maanen uit Katwijk aan Zee. Voor 48 vestigen in de Bollenstreek, regio Leiden, Haaglanden en Haarlemmermeer bakt oliebollenspecialist Ted Groen in 't Woud ruim 9000 bollen per uur, 8000 op een grote productielijn en 1200 à 1500 op een tweede 'lijntje'. In 'normale' tijden goed voor een totale productie van 600.000 tot 800.000 oliebollen, maar Henk-Jan van Maanen rekent in 2007 als winnaar van AD's oliebollentest op wel 1,2 miljoen oliebollen! Duizelingwekkende aantallen voor Gerard Roode van banketbakkerij Beeksma in IJmuiden. In 2007 bakte hij in de aanloop naar oudejaarsdag 20.000 oliebollen: "Vooral in de arachideolie gebakken oliebollen met rozijnen - géén krenten - en appelbeignets [of verwarde hij die met appelflappen]? doen het goed." Smaken verschillen, zo blijkt maar weer uit het commentaar van Heinich Gühnen. Hij staat al zo'n twintig jaar in het centrum van Heerenveen maar begrijpt niet waarom Friezen zo weinig krenten- en rozijnenbollen eten. Oliebollen zonder vulling vliegen bij hem over de toonbank.

Hoeveel betaalden de monsternemers van de Nationale Oliebollentest? December anno 2003, 2004 en 2005 varieerde de prijs van de meeste gevulde oliebollen van 50 tot 60 eurocent per stuk.Ten opzichte van 2006 steeg de gemiddelde prijs van een oliebol van 64 naar 70 eurocent in 2007. Evenals in 2006 kostte de prijzigste oliebol €1, de voordeligste oliebol bleef met 45 eurocent eveneens gelijk in prijs. In 2008 verhoogden de oliebollenbakkers hun prijzen opnieuw. De gemiddelde prijs steeg met 4 naar 74 eurocent. Echte Bakker Wim Lamers uit Heesch verkocht de goedkoopste oliebol, maar een aanrader is zijn 55 eurocent kostende bol niet. "Veel te licht van kleur en een overdaad aan bijsmaakjes", oordeelde het smaakpanel. Evenals in 2006 en 2007 hing aan de duurste oliebol een prijskaartje van €1. Snel doorlopen maar als je een oliebol uit het vuistje wilt eten. Financiële crisis of niet, in 2009 stegen de prijzen opnieuw. De gemiddelde prijs met 4 naar 78 eurocent, de minimum prijs van 55 naar 60 eurocent. Zes van de 105 oliebollenbakkers rekenen €1 voor een enkele oliebol.

Automatische oliebollenbakker

Wat hebben Willem Borkent en Stephan Venema met elkaar gemeen? Beiden waren banketbakker - Borkent op Groot Driene in Hengelo, Venema in Norg - en waren na Oud en Nieuw uitgeteld na het bakken van duizenden oliebollen. Venema lag oudejaarsavond kapot op de bank. "Ik tocht hieltiid, dit kin better." Borkent zweette peentjes "want hoe vaak stond hij op oudejaarsdag niet in de zaak te zweten, terwijl de klanten in lange rijen op de bollen en flappen zaten te wachten?". Ongemak, frustratie en het opheffen van allerlei belemmeringen meer productie en een beter product te maken, zetten mensen aan het denken. Denken dat door Borkent en Venema in daden werd omgezet.

Willem Borkent verkocht zijn bakkerij in 1990 en stortte zich op taxatie en verkoop van onroerend goed. Het idee van een automatische oliebollenbakmachine liet hem echter niet los. Hij investeerde 75.000 gulden in een prototype, maar liep vast in de verdere ontwikkeling van een dergelijke automaat. BIC Twente en de Twentse Ideeënbank konden hem niet verder helpen: "ze hebben daar geen vakmensen die je kunnen helpen om een goed idee waar een flinke portie ambitie achter zit tot een prototype uit te ontwikkelen." Het bedrijf in transportbanden en installaties Jong Poerink in Borne hielp hem verder en koppelde hem aan een HTS-stagiair. Samen met ingenieursbureau Tromp in Gorinchem ontwikkelde hij een dompelsysteem waarbij de oliebollen automatisch worden gedraaid. Via een doseereenheid plonsden iedere minuut drie keer acht ballen in de hete olie. Een bescheiden begin met 1440 oliebollen in een uur, als je bedenkt dat Van Maanen ieder uur 10.000 bollen uit een van zijn bakautomaten laat rollen. Verdere ontwikkeling en het vermarkten liet Borkent in 1994 over aan Tromp Engineering in Culemborg. Zijn oliebollenmachine verkocht hij aan een vleesverwerkingsbedrijf in Varsseveld, niet om oliebollen te bakken maar voor het inkoken van allerlei worstsoorten.

Willem Borkent poserend naast het door hem ontwikkelde prototype van een automatische oliebollenbakker
Bron: Egbert van Hattem, Automatische oliebollenbakker, Ingenieurskrant, 23 december 1993.

Stephan Venema kreeg een steuntje in de rug van zijn voormalige baas in Norg. Samen met zijn broer ontwikkelde en bouwde hij de eerste machine. Een succes waarop Venema voortborduurde met de ontwikeling van kleine frituurbakken tot volautomatische frituurlijnen met een capaciteit tot 20.000 oliebollen per uur. Een banketbakker zal daarvan duizelen, want met de hand bakt hij hoogstens een paar honderd oliebollen in een uur. De prijzen lopen uiteen van een paar duizend tot tienduizenden euro's. Grote aantallen en een 'aardige' marge op oliebollen maken dat dergelijke investering betrekkelijk snel kunnen worden terugverdiend. Goede sier maakte Venema op oudejaarsdag 2008 met de krantenkop "Sneker machine bakt beste oliebol", al weet hij als eerste deze uitspraak te nuanceren. Uiteindelijk is het toch het vakmanschap van de bakker die het hem doet. Dat 'zijn' oliebol in 2008 voor het tweede achtereenvolgende jaar als beste uit AD's jaarlijkse oliebollentest komt, heeft Venema te danken aan Richard Visser. Sinds jaar en dag de beste oliebollenbakker in Rotterdam en Nederland. Venema's hart zal ongetwijfeld harder zijn gaan kloppen, want terugkomend uit Limburg na een nachtbrakende klus at hij 's ochtends om vier uur een prijswinnende oliebol in de kraam van Richard Visser. Ongetwijfeld een luchtige bol met een krokante korst en een korte afbeet met een frisse smaak, waaraan een oliebol volgens Venema moet voldoen. Het rijzingsproces is daarbij van wezenlijk belang. Zijn machines blinken daarin uit. Hoe dat precies werkt? Dat is nou net het geheim van de smid. Venema houdt zich op de vlakte zoals alle banketbakkers, oliebollenbakkers en gebakkraamhouders nooit het achterste van hun tong laten zien.

Stephan Venema naast de volautomatische oliebollen bakautomaat, een van de door V-Technology ontwikkelde machines. In 2009 voor de derde keer op rij kampioen in AD's Nationale Oliebollentest.
Bron: Stephan Venema (V-Technology, Sneek)

Oliebollentest

"Oliebollen bakken is een kunst", zo vatte de Consumentenbond in het januarinummer van 2000 een test samen. Naast oliebollen van achttien verkooppunten werden de bollen van zes zelfbakkers aan een smaaktest onderworpen. De basis voor alle doe-het-zelvers was hetzelfde, namelijk oliebollenmixen van Koopmans en Honig. Voor de vulling gebruikte iedereen zijn eigen 'geheim'. Het resultaat? Het smaakpanel oordeelde de smaak van zeer goed tot slecht. Voor de oliebollen van de zelfbakkers liep het vetgehalte nagenoeg gelijk op met de smaak. Hoe vetter de bol hoe minder de smaak. Een te vette bol duidt op een te lage baktemperatuur. De olie moet 180 °C heet zijn om de bol snel dicht te kunnen laten schroeien waardoor deze niet de kans krijgt zich met olie vol te zuigen. De buitenkant donkerbruin tot zwart en de binnenkant ongaar? In dat geval is de olietemperatuur vast en zeker te hoog geweest. In een aantal gevallen was kennelijk ook te weinig tijd genomen om het beslag te laten rijzen. Hoe de oliebollen van de familie WERK smaakten?. Ik heb geen idee al stond ik ooit aan de hand van mijn opa te happen in een oliebol uit de kraam van De Gebroeders Werk.

En hoe komen de professionele bakkers uit de jaarlijkse Nationale Oliebollentest, die het Algemeen Dagblad sinds 1993 organiseert. Het Centrum voor Smaakonderzoek, dat in 2002 het onderzoek van het Nederlands Bakkerij Centrum heeft overgenomen, keurt de met krenten en rozijnen gevulde oliebollen op gewicht, kleur, vorm, gaarheid, vet, structuur, vulling en eeteigenschappen. Het vetpercentage en het DTPG-gehalte worden door het door de Raad van Certificatie gercertificeerde laboratorium LabCo bepaald. DTPG staat voor di-en polymere triglyceriden, onstaan tijdens het veelvuldig en/of langdurig verhitten van de olie en zijn mogelijk kankerverwekkend. De Warenwet stelt een maximale norm van zestien procent. Zoals een te hoog cholesterolgehalte verhogen ook te veel DTPG's in het bloed de kans op hart- en vaatziekten. Een consumentenpanel - voor het eerst in 2002 - beoordeelt de smaak. Werden in 2002 de door het Centrum voor Smaakonderzoek en de door het consumentenpanel gegeven cijfers nog apart gepubliceerd, vanaf 2003 is alleen het eindcijfer bekend gemaakt.

Het AD schrijft in 2005: "De kans dat de consument dit jaar een smakelijke oliebol koopt is groter dan ooit, wijst de test uit." Een terechte conclusie, want ruim tweederde van de verkooppunten scoorde een voldoende en eenvijfde van de oliebollenbakkers produceerde een superbol. De vanaf 2002 ingezette trend naar een betere bol stokt echter in 2006. Bij maar een op de drie verkooppunten is oliebollen kopen de moeite waard, de kenners beoordeelden hun bollen met een eindcijfer zes of hoger. Daaronder slechts zes superbollen, tegen negentien in 2005. Ook schuilen nog steeds knoeiers onder de bakkers. Bakten in 2005 vijf hun bollen in 'foute' olie, in 2006 verdubbelde het aantal overtreders van de Warenwet. LabCo constateerde een te hoog DTPG-gehalte in hun bollen, hetgeen automatisch een score van 0 opleverde. In 2007 krijgt de helft van de oliebollen een voldoende en bij zeven verkooppunten voldoet de olie niet aan de Warenwet. Een lichte verbetering ten opzichte van 2006: in dat jaar verdient slechts eenderde het oordeel voldoende en is in tien gevallen sprake van 'foute' olie. Het AD concludeert dan ook "Het gaat weer iets beter met de bol".

De trend naar een betere oliebol zet door in 2008. Bijna 60 % van de verkooppunten scoort eindcijfer 6 of hoger. Een stijging van 10 punten ten opzichte van 2007. Twaalf oliebollenbakkers verwennen hun klanten zelfs met een superbol, een kwalificatie die zij met een waardering van minimaal 8,5 hebben bereikt. 2005 blijft echter koploper met negentien superbollen. Knoeiers zijn er nog steeds. Vier oliebollenbakkers plegen een economisch delict met het overschrijden de Warenwet. Waar 16 % is toegestaan, bakken zij in olie met een DTPG-gehalte die varieert van 16,2 tot 21,6 %. Hoewel niet in overtreding sluiten twee oliebollenbakkers de ranglijst met bollen die als "absoluut dieptepunt" worden bestempeld. Vergeleken met 2008 blijft de kwaliteit in 2009 op hetzelfde niveau: iets minder dan 60 % van de oliebollenbakkers krijgt een 6 of meer, twaalf daarvan bakken een superbol. Vijf verdienen de term 'koekenbakker', zij overschreden de Warenwet.

Toelichting: Om de jaarlijkse testen goed met elkaar te kunnen vergelijken is het aantal verkooppunten ieder jaar gesteld op 100. In werkelijkheid werden de oliebollen beoordeeld van respectievelijk 58 (1999), 60 (2000), 65 (2001), 60 (2002), 72 (2003), 78 (2004), 92 (2005 en 2006), 85 (2007), 92 (2008) en 105 verkooppunten (2009).
Economisch delict: voldoet niet aan de Warenwet; Onvoldoende: eindcijfer lager dan 6 maar wel voldoend aan de Warenwet; Voldoende: 6 en hoger; Superbollen: eindcijfer 8,5 en hoger.

 

De bollebozen onder de oliebollenbakkers
  1 2 3
1999
Richard Visser's gebakkraam, Rotterdam
Bakkerij Rud. Venekamp, Amsterdam
  Bakkerij Gert van der Breggen, Diemen
2000 Richard Visser's gebakkraam, Rotterdam Echte Bakker Korteweg, Dordrecht Bakkerij Van Maanen, Katwijk
2001 Meesterbakker Van Maanen, Katwijk Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam Ambachtelijke Bakker Braaksma, Oentsjerk
2002 Ron's Oliebollenkraam, Dordrecht Gebakkraam Richard Visser, Rotterdam Bakkerij Van Maanen, Katwijk
2003 Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam Brood- en Banketbakkerij Slagter, Coevorden
Oliebollenkraam Henkie, Gorinchem
Oliebollenkraam Veldmeyer & zoon, Hendrik Ido Ambacht
2004 Verwijk's gebakkraam, Gouda Oliebollenkraam Muller, Nieuwerkerk a/d IJssel
Gebakkraam De Haan, Capelle a/d IJssel
Bakkerij Van Voorthuizen, Lunteren
2005 Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam Het IJs van Columbus, Amstelveen
Bakkerij Olink, Maarssen
Gebakkraam Denies, Delft
Oliebollenkraam Henkie, Gorinchem
2006 Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam Bakkerij Olink, Maarssen Gebakkraam Denies, Delft
Naast de eerste drie komen in 2006 ook superbollen uit de kraam van Betuwse Gebakkraam Eckelboom (Geldermalsen), Hollandse Gebakkraam Burger & Zn (Hoogvliet) en Kraam Gebakspecialiteiten (Amersfoort) en uit de winkel van Rochér Meurs Gebak (Arnhem).

Een topplaats behalen is één, deze ook vasthouden is twee. Oliebollenbakker Richard Visser lukte dat vijf achtereenvolgende jaren, maar viel in 2004 met eindcijfer 6 ver terug naar de 29ste plaats. De expert noemt Vissers oliebollen in dat jaar weliswaar een "topbol", maar het smaakpanel vindt zijn bollen te veel naar droog brood smaken. Als enige in 2003 scoorde hij eindcijfer 10. Deze eer verdient in 2004 alleen Verwijk's gebakkraam te Gouda. Bakkerij Rud. Venekamp (Amsterdam), in 1999 gelijk geëindigd met Richard Visser, bakte er in 2000 weinig van met een dikke onvoldoende en Bakkerij Steevens, winnaar in 1996, 1997 en 1998, kwam in 2000 niet verder dan eindoordeel 6. Steevens revancheerde zich in 2003 met eindcijfer 8½, vlak achter beide nieuwkomers Oliebollenkraam Henkie en Oliebollenkraam Veldmeyer & zoon. In 2006 laat Steevens opnieuw een steek vallen: CSO en testpanel waarderen de bollen ("overvloed aan ingrediënten") van de bakker uit Stein met een onvoldoende (eindcijfer 5). "Voor de AD-test hebben we een zwaarder gevulde oliebol gebakken." was zijn reactie. "We bakken vanaf nu weer ons beproefde receptuur."

Van Maanen (Katwijk), in 2000, 2001 en 2002 bij de top drie, liet in 2003 een lelijke steek vallen. "Weinig smaak" en "Twijfels over kwaliteit olie" leverde niet meer op dan eindcijfer 5½. Het smaakoordeel in 2006? "Een bolletje dat de toets der kritiek prima kan doorstaan." Ron's Oliebollenkraam (Dordrecht) zakte in 2003 terug naar plaats 7, maar scoorde desondanks een dikke voldoende met eindcijfer 8. In 2004 eindigde hij met eindcijfer 7 op plaats 11. De dalende waardering voor zijn oliebollen heeft Ron in 2006 met plaats 25 en eindcijfer 6,4 niet kunnen ombuigen: "Rijk gevuld, maar te donker gebakken." De bollen van Bakkerij Slagter - in 2003 tweede met 9,5 als eindcijfer - haalden in 2004 een nipte voldoende. "Dit keer aan de droge kant, te fijne structuur. Rozijnen te overheersend" is de eindconclusie in het Algemeen Dagblad. De bakker uit Coevorden zal met meer genoegen de uitslag van de 14de Nationale Oliebollentest hebben bekeken: "..... en ook nu laat Slagter zien dat hij een prima oliebolletje kan bakken."

Maakte Richard Visser in 2004 een flinke duikeling in het klassement, in 2005 staat hij met eindcijfer 10 weer fier aan kop. Hoewel met slechts een 'neusje' voor op Het IJs van Columbus in Amstelveen. De oliebollenbakker uit Rotterdam behaalde drie keer eerder een eerste plaats: in 1999, gelijk met Baskkerij Rud. Venekamp, in 2000 en 2003. In 2001 en 2002 moest Richard Visser genoegen nemen met een tweede plaats: Meesterbakker Van Maanen in Katwijk en Ron's Oliebollenkraam in Dordrecht moest hij voor zich dulden. Het Algemeen Dagblad trekt dan ook terecht de conclusie: "Geen twijfel mogelijk. Richard Visser is de beste oliebollenbakker van Nederland." In 2006 maakt hij deze uitspraak opnieuw waar, weer als enige met de hoogst haalbare score. Het AD pakt terecht uit met "Winnaar Richard Visser is een fenomeen." Visser uit zijn vreugde met "Ik kijk bij wijze van spreken liever naar een mooie oliebol dan naar een mooie vrouw."

Bakkerij Olink in Maarssen ("een bolletje waaraan alles klopt"), Gebakkraam Denies (Delft) en Oliebollenkraam Henkie in Gorinchem ("absolute aanrader") delen in 2005 met eindcijfer 9,5 de derde plaats. De laatste vinden we een keer eerder in 2003 in de topdrie terug. Van de toppers bevatten zijn bollen met een percentage van 7,1 ook nog eens de geringste hoeveelheid vet. De in 2004 als derde geëindigde Gebakkraam De Haan in Capelle aan den IJssel ("Karige vulling zorgt voor een vlakke smaak.") duikelt in 2005 van superbol naar voldoende. Olink ("uitmuntend") en Denies ("zeer goed") maken hun in 2005 gevestigde reputatie opnieuw waar. Henkie ("te weinig vruchten") valt terug naar een kleine voldoende.

Wat is het geheim van de toppers? Dat is het geheim van de smid zou je kunnen zeggen. "Goede ingrediënten en apparatuur. Niet vettig en niet zwaar op de maag.", volgens Bakkerij Steevens in 2002. Daar kom je als (eventuele) zelfbakker niet ver mee. Richard Visser in 2002: "... bezig zijn met je vak en open staan voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten." Hij bouwde een aparte verwarmde ruimte in zijn kraam waar het beslag onder optimale en gecontroleerde condities kan rijzen. In tegenstelling tot veel kraamhouders houdt hij de thermometer altijd bij de hand. Ook dat geeft niet zoveel houvast. Richard Visser sleutelde in 2003 aan zijn recept. Wat hij heeft veranderd blijft onder zijn pet, we moeten het doen met "Het beslag is iets eenvoudiger ......." Meesterbakker Van Maanen gooit het op een samenspel van technologische en ambachtelijke kwaliteiten. Kennelijk lukte dat samenspel in 2003 niet zo goed. Haarlemmer Ron van der Weijden, met eindcijfer 10 winnaar in 2002 en eerder winnaar in 1994 en 1995, gooide zijn bakproces in 2002 over een andere boeg. In de tussenliggende jaren waren zijn bollen namelijk aan de vettige kant. De oplossing van zijn zoon Sebastiaan: niet meer voorbakken op 160 °C en daarna afbakken, maar onmiddellijk bakken op 180 °C. En de winnaar van 2004 laat al helemaal niet het achterste van zijn tong zien: "Hou het eenvoudig. Bak bollen niet te vet en ververs olie op tijd."

15de AD Nationale Oliebollentest in 2007. Twee verslaggevers van het AD reden bijna 5000 kilometer en kochten minimaal twintig oliebollen bij ieder van de 85 verkooppunten verspreid over heel Nederland. Na de laatste rit waren 1789 oliebollen gekocht en was de geldbuidel van het AD 1138,35 euro lichter.
De bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2007
1 2 3
Bakkerij Van Maanen, Katwijk aan Zee
Monique Visser's Gebakkraam, Maassluis
Kampioensbakker Paul Berntsen, Didam
Gebakkraam Verwijk en Kids, Utrecht
 
Naast de eerste vier komen in 2007 ook superbollen uit de kraam van Richard Visser's Gebakkraam (Rotterdam), Gebakkraam Jan Vermolen en Zn (Den Haag), Betuwse Gebakkraam Eckelboom (Leerdam), Gebakspecialiteiten (Amersfoort) en De Oliebollenbakkerij (Nieuwerkerk aan den IJssel) en uit de winkel van Bakkerij Den Soeten Inval (Goes). Op de elfde plaats net geen superbollen uit de Gebakkraam Joh van de Zande (Middelburg).
 
Een kroon op het werk van de honderdjarige uit Katwijk aan Zee, die als enige eindcijfer 10 scoort met een "Perfecte bol, voortreffelijk van smaak." Van Maanen stond al eerder in de top drie: als winnaar in 2001 en als derde in 2000 en 2002. Het vooraf gestelde doel, eindigen bij de eerste tien, werd dus ruimschoots gehaald. Alles haalde Van Maanen daarvoor 'uit de kast': recepturen met minimale verschillen werden tevoren op smaak getest, de grondstoffen werden gewogen en de temperatuur in de centrale productiehal werd zorgvuldig gecontroleerd. Winnaar in 2006 Richard Visser staat in 2007 met een score van 9 een traptreetje lager, maar blijft op een misstap in 2004 na de meest constante oliebollenbakker in de afgelopen negen jaar. Evenals in 2006 in de top tien, opnieuw met een superbol, Betuwse Gebakkraam Eckelboom - "Mazzel als je in Leerdam woont" - en Gebakspecialiteiten. Gebakkraam Denies in Delft slaagt er dit keer niet in een topbol te bakken, maar verdient toch nog eindcijfer 7,5 met een meer dan acceptabele bol. Bakkerij Olink uit Maarssen duikelt ver terug. Met 6,5 wel voldoende, maar "[...] net gaar, klef, spekrandjes" is het smaakoordeel. En een vreemde nasmaak volgens sommige panelleden. Het zelfde recept, de olie was schoon. Olink begrijpt niet wat mis is gegaan en vraagt zich vertwijfeld af "is dit wel onze oliebol?".
 
16de AD Nationale Oliebollentest in 2008. Twee verslaggevers van het AD reden tussen 25 november en 3 december bijna 4000 kilometer en kochten minimaal twintig oliebollen bij ieder van de 92 verkooppunten verspreid over heel Nederland. Eén kraamhouder geeft de verslaggevers, die worden herkend, oliebollen mee die sterk overeenkomen met de bollen uit Richard's Vissers gebakkraam. Twijfel en argwaan doen besluiten een anonieme werkstudent op pad te sturen deze kraam nogmaals te bemonsteren. Terecht. Weliswaar een goede oliebol, maar beduidend minder en met duidelijke verschillen.
De bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2008
1 2 3
Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam
Kampioensbakker Paul Berntsen, Didam
 
Het IJs van Columbus, Amstelveen
Hollandse Gebakkraam, Utrecht (winkelcentrum Overvecht tegenover Gamma)
Welke oliebollenbakkers verwennen hun klanten ook met een superbol? Hollandse Gebakkraam Vlot (Spijkenisse), Gebakkraam Binnenweg / Cloosterlaan (Heemstede), Oud-Hollandse Gebakkraam Van de Weerdt (Rijswijk), Bakkerij Olink (Maarssen), De Oliebollenbakkerij (Nieuwerkerk aan de IJssel), Gebakkraam Guhnen (Heerenveen), Van der Schee's Lekkernij (Vlaardingen) en Gebakkraam Oudedijk / Jericholaan (Rotterdam).
 
Hoewel Richard Visser nipt wint van Paul Berntsen, eindcijfer 10 tegen 10-, heb ik beiden op de eerste plaats gezet. Daarmee eindigt Richard Visser voor de zesde keer als eerste in AD's Nationale Oliebollentest. Een unieke prestatie van deze kraamhouder aan de Rotterdamse Binnenweg, die in 2005 reeds werd uitgeroepen tot de beste oliebollenbakker van Nederland. Terecht, want alleen in 2004 lukte het hem niet een superbol te bakken: toen een zesje voor een bol die naar droog brood smaakte. Visser's geheim? "Ik wil alleen kwijt dat ik bepaalde ingrediënten toevoeg. Welke dat precies zijn, dat krijgt niemand uit me."
Kampioensbakker Paul Berntsen stijgt ten opzichte van 2007 één treetje: "In de Achterhoek en op zoek naar de allerbeste oliebol? Spoed U naar Didam!" Ook het IJs van Columbus is geen onbekende in de top drie, "vakfanaat" Eric Nijkamp eindige in 2005 als tweede. "Een van de grote verrassingen dit jaar", volgens het AD, is de gebakkraam in het Utrechtse winkelcentrum Overvecht. "Luchtig en smakelijk, knappperige korst en goed gevuld. En nu dit niveau vasthouden!"
Keer op keer blijkt dat laatste lang niet altijd te lukken. Zo valt Meesterbakker Van Maanen, winnaar in 2001 en 2007, met eindcijfer 7 terug naar een 31ste plaats. "Acceptabel, maar valt vooral op door een keur aan toegevoegde smaakelementen" is het oordeel van het smaakpanel. De oliebakker uit Katwijk noemt het resultaat erg jammer "maar hier wordt maar weer eens aangegeven dat kampioen worden heel moeilijk is en kampioen blijven nog veel moeilijker!" Evengoed haalt Van Maanen een eerste plaats, zijn bollen ogen namelijk het fraaist.
Oliebollenbakken zit de familie Visser kennelijk in de genen. Een knieblessure na een val van een trap zette zus Monique echter buitenspel, waardoor zij haar tweede plaats in 2007 niet zelf kon verdedigen. Toch reageert zij enthousiast op de veertiende plaats: "Ik ben zeer tevreden met de door mijn man behaalde 8!" Net niet super, maar toch een smakelijke, rijkelijk met krenten en rozijnen gevulde, bol in Maassluis dit jaar.
 
17de AD Nationale Oliebollentest in 2009. Twee verslaggevers van het AD kochten gezamenlijk tussen 25 november en 3 december twintig oliebollen bij ieder van de 105 verkooppunten verspreid over heel Nederland. 5000 km in acht dagen, waarin een vast patroon herkenbaar is. Onmiddellijk na de koop worden de bollen verpakt in een neutrale patisseriedoos, die vervolgens wordt genummerd en verzegeld. Op dezelfde dag 's avonds keurt een door het Centrum voor Smaakonderzoek samengesteld consumentenpanel van elf mensen de oliebollen. Een bakkerijtechnoloog brengt als twaalfde panellid zijn vakkennis in. Een deel van de bollen gaat als contramonster in de vriezer. Van een ander deel bepaalt LabCo het vetgehalte en de samenstelling van het vet.
De bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2009
1 2 3
Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam Oudhollandse Gebakkraam Bischoff-Hanraths, Apeldoorn
Bakkerij Olink, Maarssen
Het IJs van Columbus, Amstelveen
Monique Visser's Gebakkraam, Maassluis
Net onder de top maar evengoed een superbol: Echte Bakker Vliegendehond (Wolvega), Gebakkraam Gühnen (Heerenveen), Brabantse Gebakkraam Leenders-Verwijk (Maassluis), Echte Bakker Haafs (Haren), Bakkerij Van der Heijden (Soest), Rotterdamse Oliebollenbakkerij Smit (Rotterdam), en Oliebollenbakkerij Muller (Nieuwerkerk aan den IJssel).
 
Richard Visser heeft het weer geflikt! Voor de zevende keer de beste oliebollenbakker van Nederland, evenals in 2008 opnieuw met eindcijfer 10.
Als tweede uit het niets opgedoken de Oudhollandse Gebakkraam Bischoff-Hanraths in Apeldoorn. Slechts een half punt achter Richard Visser: "met een knapperige, smakelijke, goed gevulde oliebol".
Gedeeld op een derde plaats met eindcijfer 9 vertrouwde namen. Bakkerij Olink, serveerde zijn klanten in 2008 reeds een superbol, Het IJ van Columbus, opnieuw in de top drie, en de gebakkraam van Monique Visser. Als het AD in Maasluis arriveert loopt zij op haar laatste benen: "Heel de nacht doorgewerkt, een bestelling van vijfduizend stuks." Van een vers aangemaakt beslag bakt zij ter plekke haar superbollen. In 2007 behaalde 'de zus van' reeds een tweede plaats, die zij in 2008 door de gevolgen van een huiselijk ongeluk niet kon verdedigen. Evengoed scoorde haar man een 8.
De liefhebbers van oliebollen in Maasluis zijn bofkonten. Naast Monique Visser kunnen zij terecht bij de Brabantse Gebakkraam Leenders-Verwijk: "Krokant en luchtig, goed van smaak. Lekkere knapperige korst. Hier wordt het bewijs geleverd hoe er met beperkte middelen toch een prima bol te maken is."
Ten opzichte van 2008 is Kampioensbakker Paul Berntsen in Didam geduikeld naar plaats 27. Scoort evengoed een dikke voldoende. "Panel klaagt over gistsmaak en onvoldoende luchtigheid."
Meesterbakker Van Maanen in Katwijk, winnaar in 2001 en 2007, krabbelt ten opzichte van vorig jaar met een half punt naar boven. Het panel waardeert zijn bol met eindcijfer 7,5: "Iets te dichte structuur." Niet alle panelleden waarderen de kaneelsmaak. Toch weet Van Maanen een eerste plaats te behalen. Opnieuw zijn zijn bollen een lust voor het oog. De superbollen van Ivo Vliegendehond ogen net iets minder fraai.
Vliegendehond in Wolvega verdient een dikke pluim. Hij bakt niet alleen een superbol, maar een mooie superbol en trekt met 60 eurocent zijn klanten zeker niet het vel over de oren!
 

Elf gouden regels voor een lekkere oliebol

Oliebollenbakkers, of om het even brood- en banketbakkers, laten slechts zelden het achterste van hun tong zien. Wat hun recepturen en bakproces betreft verkopen zij meestal 'gebakken lucht'. Vandaar de volgende elf gouden regels voor een lekkere oliebol.
# Gebruik ingrediënten in de juiste verhouding. Weeg, ga niet af op uw 'gevoel'.
# Los de gist eerst op in lauwwarme melk (of water) voor dit aan het beslag wordt toegevoegd.
# Droog de vulling (krenten, rozijnen) na het wassen.
# De vulling moet gelijkmatig over het beslag verdeeld zijn.
# Roer tot een glad beslag is ontstaan (zonder klonten) en sla dit enkele minuten door. Beslag doorslaan, zult u zich misschien afvragen. Om de lucht uit het beslag te verwijderen wordt de beslaglepel langzaam door het beslag gehaald, waardoor 'wegrijzen' van het beslag wordt voorkomen.
# Laat het beslag op een lauwwarme en rustige plaats ongeveer een uur rijzen. Van huis uit kan ik me herinneren dat de emmer met een vochtige theedoek werd afgedekt om uitdrogen van het beslag te voorkomen.
# Gebruik bij voorkeur een ijsknijper of anders twee eetlepels om het beslag in de olie te laten glijden. Doop ijsknijper of lepels vlak tevoren in de hete olie om vastplakken van het beslag te voorkomen.
# Bak 6 minuten bij een olietemperatuur van 180 °C. Uit een test van de Consumentenbond bleek dat de meeste geteste elektrische friteuses de temperatuur niet juist weergeven. Vier van de vijftien friteuses haalden de 180 °C niet, zelfs niet op de hoogste stand. Gebruik daarom een frituurthermometer of test anders met een stukje brood, dat binnen 45 tot 60 seconden bruin en knapperig moet worden.
# Laat de bollen goed uitlekken. Bijvoorbeeld in een vergiet met keukenpapier.
# Filtreer de olie na het bakken.
# Ververs de olie tijdig. Als gevolg van regelmatig verhitten en afkoelen en contact met water en lucht verandert de samenstelling en ontstaan afbraakproducten. De olie wordt donkerder (donkerbruin of zelfs zwart), gaat stinken, wordt stroperiger, gaat walmen en de grote bellen bij verse olie gaan over in kleine belletjes. Herkent U een van deze fenomenen, ga dan over op verse olie. Anders wordt U gestraft met ranzig smakende bollen en een flink portie afbraakproducten, die uw gezondheid kunnen schaden. Vuistregel: vervang de olie na vijf tot zeven keer frituren.
Aanvullende tips van Heinrich Gühnen, professioneel oliebollenbakker in Heerenveen en zowel in 2008 als in 2009 gewaardeerd met eindcijfer 8,5 in AD's oliebollentest: het beslag rústig laten rijzen en bakken in arachideolie "En dan met de ijsknijper langs de randen van de schaal scheppen. Krijg je geen draden."

Bakoliën

In welke olie kunt U de bollen het beste bakken? Dat lijkt me vooral een kwestie van smaak. Vroeger was de keuze voor de Nederlandse huisvrouw en professionele bakkers beperkt tot slaolie (een verzamelnaam voor sojaolie, raapzaadolie, pindaolie - zie kader, of een mengsel van plantaardige oliën). Op de schappen van de grootgrutters en de natuurvoedingswinkels staat tegenwoordig een groot assortiment aan plantaardige bakoliën: sojaolie, zonnebloemolie, maiskiemolie, arachideolie (pindaolie) en raapzaadolie, ook wel koolzaadolie genoemd. Voor uw gezondheid maakt het niet zoveel uit: allemaal plantaardige oliën met een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren. Voor de genoemde oliën varieert dat grofweg van 80 tot 90 %. Hoe vaak krijgt U het niet via reclame ingepeperd: onverzadigde vetzuren verlagen het cholesterolgehalte in het bloed. Dat zit bij deze bakoliën wel goed dus. Nog twee aanvullende opmerkingen over het gebruik van sojaolie en raapzaad- respectievelijk koolzaadolie. De laatste twee worden in het gewone spraakgebruik vaak door elkaar gebruikt. Raapzaad en koolzaad lijken dan ook veel op elkaar en de samenstelling is nagenoeg dezelfde. Sojaolie bevat linoleenzuur (niet te verwarren met linolzuur!), waardoor de houdbaarheid van deze bakolie enigszins wordt beperkt en daardoor minder geschikt is om in te frituren.

Koolzaadolie in opmars
In 2007 werd eenderde koolzaad meer gezaaid ten opzichte van de jaren 2002-2006. Meer dan zes miljoen hectare landbouwgrond, vooral gelegen in Frankrijk, Duitsland en Polen. Koolzaadolie is zeer gewild als alternatieve brandstof, hetzij in de vorm van pure plantaardige olie (PPO) of als biodiesel.
Om de uitstoot van het broeikasgas CO2 te verminderen heeft de Europese Commissie in 2003 besloten dat een verplichte bijmenging van biodiesel van 2% in 2007 gerealiseerd moet zijn. In 2010 zal deze bijmenging 5,75% moeten zijn. Naast koolzaadolie worden ook eetbare oliën zoals palmolie en sojaolie en restvet (gebruikte frituurolie bijvoorbeeld) als grondstoffen gebruikt voor het produceren van biodiesel. Milieudefensie schat dat de productiecapaciteit in Nederland in 2011 ongeveer drie miljoen ton biodiesel en ruim 30.000 ton PPO zal bedragen, te produceren in tien respectievelijk vier biobrandstofinstallaties.
Coöperatieve Koolzaadvereniging Oost Nederland Colzaco, een samenwerkingsverband van 120 akkerbouwers in Oost-Nederland, gooit het over een andere boeg. Voor een dieselmotor is het lood om oud ijzer welke vetzuren worden verbrand, maar voor mensen is koolzaadolie van alle spijsoliën de gezondste. Dat wil zeggen met het hoogste gehalte aan onverzadigde vetzuren. Uit hun winterkoolzaad wordt uit de eerste koude persing onder de merknaam Brassica spijsolie gewonnen: "Met een eigen en unieke productiewijze wordt alleen de kern van de koolzaden gebruikt, waardoor na de persing een mooie en natuurzuivere olie ontstaat." Geen ronkende reclametaal, want Brassica koolzaadolie won tijdens de Horecava 2010 in de categorie Food & Beverage de Innovation Award 2010. Verpakt in kekke halfliterflessen, om te benadrukken dat je iets bijzonders koopt, zal de goudgele olie dit jaar te verkrijgen zijn in de varianten Brassica Classic, Brassica Culinair en Brassica Rottisserie. Voor culinair journalist Wouter Klootwijk zijn die chique flesjes verspilde moeite. Geef hem maar vijf liter in een plastic vaatje met tapkraantje.
Bloeiende koolzaadvelden. Bron: Foodlog  

 

Slaolie uit pinda's (ook wel grondnoot, aardnoot, olienoot of apennoot genoemd). In 1938 werd in ons land 175 miljoen kg pinda's ingevoerd. Een deel daarvan was bestemd voor het bereiden van 65 miljoen kg arachideolie, waarvan 45 miljoen kg werd geëxporteerd. Onder de naam 'Supra Fine' bracht N.V. Oliefabrieken J.M. Zwerver te Vlaardingen slaolie uit grondnoten op de markt. De slaolie was deels bestemd voor de fabricage van margarine in de zusteronderneming Rotterdamse Margarine Industrie J.M. Zwerver te Vlaardingen.
De pinda is een vrucht van de Arachis hypogae, een plant die behoort tot de vlinderbloemfamilie. De gecultiveerde vorm van deze plant stamt waarschijnlijk uit Brazilië. De bloemen zitten op een lange steel, die na de bevruchting in lengte toeneemt, naar de grond overbuigt en in de grond dringt. De vruchten rijpen 5 à 6 cm diep in de bodem. Belangrijke exportgebieden waren destijds het voormalige Brits-Indië (benaming voor India en Birma onder Brits bestuur) en West-Afrika.
Hoe verliep het productieproces van grondnoot naar olie?
De noten, die ongeveer 45 % olie bevatten, worden fijngemalen en uitgeperst. De resterende drab wordt verwerkt tot veekoeken.
De grondnotenolie ondergaat verschillende zuiveringen om grondnotenmeel, plantenslijm, vetzuren en ongewenste eiwitten te verwijderen. De vetzuren en het grootste deel van de plantenslijm verdwijnen na een behandeling met hete natronloog. De zogenaamde 'soapstock' is zwaarder dan de olie, zakt naar de bodem van de ontzuringsketel en wordt afgetapt. De olie wordt nu een paar maal met warm water gewassen.
Na het ontzuren volgt het op kleur brengen in tanks onder hoog vacuüm. Door middel van een roerwerk wordt de olie innig in contact gebracht met bleekaarde. Bleekaarde is een benaming voor verschillende soorten, sterk absorberende kleisoorten zoals vollersaarde. Na verwijdering van de bleekaarde door middel van filterpersen heeft de olie de gewenste goudgele kleur gekregen.
Onder hoog vacuüm wordt in deodoriseerketels stoom door de olie geleid. Op die manier op smaak gebracht en nogmaals gefiltreerd is de olie voor consumptie gereed.
Bron: Hoe maakt men ..?, Deel 1, Slaolie, p. 35-40, uitgave van de vereeniging "Nederlandsch Fabrikaat", 's-Gravenhage januari 1941.

Zijn oliebollen dikmakers?

Gezien de tip van het Voedingscentrum voor de feestdagen valt dat wel mee: "Neem liever een appelbeignet of oliebol dan een appelflap of appelbol (respectievelijk 50, 120, 400 en 570 calorieën per stuk)." En een stevige wandeling tussen twee oliebollen in helpt natuurlijk ook!

Zelf aan de slag?

Het eerste recept (voor ongeveer 35 oliebollen) is van drievoudig winnaar Bakkerij Steevens, het derde, en oudste recept, is een transcriptie uit de allereerste editie van De verstandige kock of sorghvuldige huyshoudster (1667).

Recept van Bakkerij Steevens op basis van water (2004).
1 kilo bakkersbloem of patentbloem
0,8 liter lauw water (ongeveer 30 °C)
80 gram gist
20 gram zout
30 gram geraspte citroenschil
2 eieren
50 gram gesmolten roomboter
Voor de vulling
450 gram rozijnen (op de temperatuur van het beslag)
150 gram verse appelblokjes (maximaal ½ cm groot)
10 gram kaneel
Bereiding
Los de gist op in het water. Bloem, zout, citroenrasp, ei en boter toevoegen. Draai een glad beslag totdat de bloem gemengd is. Daarna de vulling er doorheen werken en 40 minuten laten rijzen. Beslag korte tijd licht doorslaan. Beslag doseren met ijsknijper in olie van 180 graden Celsius. Baktijd ongeveer zes tot zeven minuten. Oliebollen uit laten wasemen en bestrooien met suiker of poedersuiker.
Toelichting: In het oorspronkelijke recept wordt gesproken van Bloem Super Patent. Evenals bakkersbloem (dat verkrijgbaar is bij de warme bakker en natuurvoedingswinkels) zeer rijk aan gluten (eiwitten) waarmee een luchtiger beslag kan worden verkregen dan met patentbloem.
 
Recept van J.E. Vink-Bodegraven op basis van bier (2007). Voor een vetarm en zeer luchtige oliebol.
1 kilo patentbloem
4 zakjes droge gist
1 liter bier (maximaal 5 volumeprocent alcolhol), verwarmen tot 37 à 40 graden Celsius. Het koolzuur in het bier versterkt de rijzing van het beslag.
15 gram zout
arachideolie om te bakken
Voor de vulling
300 gram fijngesneden goudrenetten
100 gram krenten
200 gram rozijnen
Krenten en rozijnen 12 uur zetten op een mengsel van Amaretto (amandellikeur) en jus d'orange (bijvoorbeeld 14,5 % merk Siebrand, verkrijgbaar bij AH). Regelmatig door elkaar roeren. 'Nachtje' uit laten lekken.
Bereiding
Los de gist op in het lauwe bier. Bloem en zout toevoegen. Draai een glad beslag totdat de bloem gemengd is. Daarna de vulling er doorheen werken en het beslag 1½ tot 2 uur laten rijzen.
Met twee lepels een balletje maken en deze zodanig in de olie laten 'vallen' dat het balletje ongeveer vier seconden volledig in de olie is ondergedompeld. Hierdoor schroeit het bolletje in één keer gelijkmatig dicht en is de opname van olie minimaal. Baktijd niet opgegeven.
Toelichting: "[...] dit vallen in de olie is heel belangrijk omdat de bol in zijn geheel wordt ondergedompeld [...] waardoor de buitenkant van de oliebol helemaal wordt dichtgeschroeid en vervolgens het garen in de oliebol veel sterker wordt [...]"
 
Recept uit De verstandige kock: Om oliekoecken te backen (1667).
Neemt tot 2 pont tarwemeel 2 pont lange rosijnen (als die schoongewassen zijn, laet die in lauw water wat staen zwellen), een kop van de beste appelen (schilt die en snijt en heel kleyne stucxkens, de klockhuysen wel uyt), een vierendeel of anderhalf gepelde amandelen, een loot caneel, een vierendeel loots witte gember, een weynigh nagelen wel ondereen gestooten, 3 eyeren en een half commeken gesmolten boter, een groote lepel gist en niet wel een pintjen lauwe soete melck, want het moet heel dick beslagen zijn, dat het beslagh noch tay om de lepel blijft. En dan alle andere daerin geroert en soo laten rijsen. Neemt daertoe een mengelen van de beste raepolie, doet daerin een korst broodt, een halve appel, setten op het vier en laet uytbranden. Keert het broodt en appel altemet om tot het swart en hardt wort. Gieter dan een schootjen schoon water in en laet dan in de lucht kout worden en daernaer weder op 't vier setten, als ghy die wilt gebruycken.

Eenheid in gewichten, lengte- en inhoudsmaten was in die tijd ver te zoeken. Voor diegenen die Om oliekoecken te backen willen uit proberen heb ik daarom enige ruggensteuntjes. 2 pont komt overeen met 2 (oude) pond, ofwel circa 850 gram. Vierendeel of anderhalf gepelde amandelen komt ongeveer overeen met 110 tot 160 gram (kwart of drie-achtste (oude) pond). Zal een begrip als pond bekend voorkomen, een loot zal daar en tegen bij menigeen het voorhoofd doen fronsen. Een loot staat gelijk aan 15,6 gram (halve ounce) en een vierendeel daarvan is ongeveer 4 gram. Loot, of het Duitse Lot, staat voor schietlood en vertegenwoordigt dus een loden gewichtje. Een weynig (tegenwoordig zouden we zeggen naar smaak toevoegen) kruidnagelen wordt goed door elkaar fijngestampt (wel ondereengestoten). Met de pint was het bar gesteld. In hetzelfde dorp of dezelfde streek hoefde een pint bier nog niet gelijk te staan aan een pint melk. Ik houd het op 0,65 liter zoetemelk (gewone melk) De oliekoeken worden gebakken in een mengelen (2 pint) ofwel 1,3 liter raapolie. Het begrip uytbranden (uitbranden) zal velen bekend voorkomen, maar staat in dit recept voor het volgende: alvorens te bakken werd raapolie uitgebrand om de olieachtige smaak weg te nemen. Koolhydraatrijke producten (zoals brood en appel, die nu en dan (altemet) worden gekeerd) werden toegevoegd om, na de chemische reactie door de hoge temperatuur, een zoetige smaak aan de olie te geven. De olie wordt geblust met een scheutje (schootjen) schoon water.

Glossarium. Bij de vertaling van de oude eenheden heb ik mede gebruik gemaakt van het glossarium zoals deze is opgenomen in de keuken van de late Middeleeuwen, gebaseerd op het originele kookboek UB Gent 476 waarin in de loop van de zestiende eeuw verschillende personen recepten hebben opgetekend. Een recept voor oliekoeken staat overigens niet in dit kookboek. Een paar kanttekeningen nog. Het pond staat voor een gewicht van 430 gram of meer. Het pond varieerde van dorp tot dorp en van streek tot streek, zoals dat ook opgaat voor de pint. Zo staat een Amsterdams pond bijvoorbeeld voor 494 gram, bijna evenveel als de huidige (niet meer toegestane term) pond. Van de pint heb ik nog twee andere definities gevonden: "6 maatjes of 6 dl" (Encyclopedie voor iedereen, De Haan, Zeist, 1957) en "oude vochtmaat, verschillend van inhoud, meestal een halve liter, een pint melk" (Van Dale). De Engelse pint staat overigens gelijk aan 0,568 liter.

Met de handtekening van raadspensionaris Johan de Witt verleenden de Staten van Holland en West-Friesland op 10 december 1668 aan de Amsterdamse boekverkoper Marcus Willemsz. Doornick vijftien jaar het alleenrecht om Het vermackelijck lantleven te drukken, uit te geven en te verkopen. Een origineel exemplaar uit 1669, bestaande uit de drie delen De verstandige hovenier, De Nederlandtse hovenier en De verstandige kock, wordt bewaard in museum De Waag te Deventer. Diëtist en neerlandicus Marleen van der Molen-Willebrands heeft de recepten uit de De verstandige kock getranscribeerd. De verstandige kock is het enige in de Noordelijke Nederlanden gedrukte kookboek uit de zeventiende eeuw. Het oliekoekenrecept uit 1667 komt overeen met de versie uit 1669, afgezien van drie eieren die twee jaar eerder wél staan voorgeschreven. De hertaalde recepten, waaronder de hertaalde versie van het oliekoekenrecept uit 1669 is, zijn gebundeld in de verstandige kok, de rijke keuken van de Gouden Eeuw (2006).

'Oliebollen' uit de Colombiaanse keuken. Zoals Nederland, kent ook Colombia een traditionele lekkernij rond de feestdagen in december, namelijk buñuelos. Je komt ze echter in verschillende vormen en smaken tegen: plat en rond, zoet en hartig. Een platte zoete variant bijvoorbeeld bestaat uit meel, boter, suiker, geklopte eieren, water en de geraspte schil van een citroen. Het deeg wordt uitgespreid over een kneedplank waarna kleine stukken deeg worden afgestoken en gefrituurd. De Columbianen bestrooien dit kerstmistoetje met suiker en citroen, of met siroop of honing. Op geheel andere wijze is het zoete nagerecht op basis van geprakte bijna overrijpe bananen. Meng vier fijn geprakte bananen eerst met vier eigelen, daarna met drie eiwitten en tenslotte met twee theelepels bakpoeder. De met een ijsbolletjeslepel gevormde bolletjes laten glijden in 190 °C hete frituurolie en bestrooien met poedersuiker of met een mengsel van poedersuiker en kaneel. Een hartige variant van buñuelos, als snack aangeprezen en afkomstig uit de keuken van het departement Antioquia, reikte een Colombiaanse collega mij aan. Maak een zacht deeg van 500 gram zeer fijn gemalen jonge kaas, 500 gram maismeel, één ei, één eetlepel suiker, één theelepel bakpoeder en water of melk. Maak hiervan balletjes en frituur ze goudbruin in matig hete (maiskiem)olie. Dien ze warm op. Wat matig heet is - temperatuur niet te hoog en niet te laag - meldt het Spaanstalige recept niet. Experimenteren dus! Het oorspronkelijke recept spreekt niet van bakpoeder, maar van natriumbicarbonaat, dat bij ouderen waarschijnlijk beter bekend is onder de naam maagzout. Eenmaal ingenomen met water ontstaan koolzuurbelletjes in de maag waardoor je heftig begint te boeren en daardoor enigszins wordt bevrijd van een 'opgeblazen' gevoel. Op vergelijkbare manier zorgen de koolzuurbelletjes voor een luchtig deeg of beslag.

Oliekoekje moet hangen

 
Tegen Yssac Pietersz. Vinnecourt, alias Oliekoekje, geboren te Leiden en van beroep passementmaker, eiste de schout op 26 juni 1615 geseling, brandmerken, verbeurdverklaring van de door hem gestolen goederen en twaalf jaar verbanning uit Holland en West-Friesland (te vergelijken met de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland). Kennelijk was hij al eens eerder veroordeeld, want hij werd ondermeer aangeklaagd wegens overtreding van de aan hem opgelegde verbanning. Verder pleegde hij diefstallen met braak en werd hij beschuldigd van landloperij, bedelarij en bedreiging met een mes. De schepenen veroordeelden hem tot geseling en vijftien jaar verbanning uit Holland en West-Friesland.
Oliekoekje was onverbeterlijk, want een jaar later stond Isaac, ongeveer veertien jaar oud en nog steeds passementmaker, opnieuw voor schout en schepenen. Opnieuw had hij lak aan de aan hem opgelegde verbanningen, niet alleen uitgesproken in Leiden maar ook in Vlaardingen. Dit keer ging geseling gepaard met 25 jaar verbanning uit Holland en West-Friesland.
Brachten deze bestraffingen hem tot inkeer? Nee, Oliekoekje was een hardnekkig recidivist. Negen jaar later, 22 oktober 1625, moest fusteinwerker Isaac Pietersz. Vinnecourt zich verantwoorden voor roof, geweldpleging en straatschenderij. Deze keer zou hij nooit meer in herhaling kunnen vallen, want overeenkomstig de eis werden niet alleen de geroofde goederen verbeurd verklaart maar kreeg hij tevens de zwaarst denkbare straf, namelijk de doodstraf door ophanging.
Het voormalige tuchthuis Het Gravensteen te Leiden. Was oorspronkelijk de gevangenis van de graven van Holland. In 1463 door Philips van Bourgondië overgedragen aan de stad Leiden. Het oudste gedeelte (vierkante toren uiterst rechts) dateert waarschijnlijk uit begin dertiende eeuw. In het midden het gerechtsgebouw. De galerij voor de toren dateert uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Hier vandaan hadden schout en schepenen uitzicht op de executieplaats, die in de volksmond de bijnamen "Schoonverdriet" en "het groene zoodje" kreeg. (Foto: Copyright © Henk Werk)

Oliekoekje had een 'waardig' opvolger in Johannes Jansz., alias Johannes Oliekoek, geboren te Amsterdam, zeventien jaar en zes maanden oud en spinner van beroep. Hij werd verdacht van diefstallen, waarvan sommige met braak, en medeplichtigheid aan diefstallen. In plaats van ophanging en confiscatie, zoals geëist, werd hij 13 oktober 1684 veroordeeld tot te pronkstelling, geseling, brandmerken en 25 jaar tuchthuis. Vier jaar later probeerde hij uit te breken, werd opnieuw gegeseld maar kreeg zes jaar strafvermindering.

Bron: H.M. van den Heuvel, De criminele vonnisboeken van Leiden 1533-1811, Uitgave van het tijdschrift Rijnland, Leiden 1977-1978. Met namenregister. De originele vonnisboeken zijn evenals de confessieboeken (het vraag-en-antwoordspel tussen verdachte en schout) op microfiche te raadplegen in de studiezaal van het Regionaal Archief te Leiden.
Passement: boordsel, band, snoer gebruikt tot versiering of omzoming van kledingstukken. 
Fustein (ook wel bombazijn): stof met een linnen schering en een katoenen inslag.

Het vragenhoekje

Oliebollen te vet? Veel van de vragen worden gesteld in de trant van "Waarom zijn mijn zelfgebakken oliebollen te vet?" Het antwoord (olietemperatuur lager dan 180 °C, niet te veel vertrouwen stellen in de thermostaat van de elektrische friteuse, schaf een frituurthermometer aan) vindt U op deze pagina.

Koud geworden bollen van de warme bakker? De volgende twee tips kreeg ik van Ine Baelemans: Oven voorverwarmen en oliebollen 8 minuten verwarmen bij 180 °C. Of één minuut verwarmen in een magnetron. Geldt voor een magnetron met een vermogen van 800 watt. Het smaakpanel van de Consumentenbond (2000) proefde de bij 18 verkooppunten gekochte oliebollen nadat deze waren ontdooid en gedurende 5 minuten op 220 °C in een oven waren verwarmd.

Water of melk? Ik heb een vraagje: wat is het verschil om bij oliebollenbeslag water te gebruiken of melk, dit wil ik graag weten omdat ik mijn oliebollen zo lekker mogelijk wil maken. Zo ongeveer begint het emailbericht van Tiny van Vliet. Niet zo gemakkelijk te beantwoorden gelet op de reacties uit mijn netwerk, laat staan voor iemand die nog nooit een oliebol heeft gebakken. Johannes van Dam geeft in zijn Dedikkevandam (2006) een recept door uit Wannée's Kookboek van de Amsterdamsche Huishoudschool (met melk) maar tekent daarbij aan: "De bollen worden met melk minder goed gaar en de melk doet ze sneller verbranden." Waarom dat zo is, legt hij niet uit. Het verlossende antwoord komt uiteindelijk van de bakkers van het Nederlands Bakkerij Museum Het Warme Land. Melk zorgt voor een malsere bol door het melkvet en doet ze sneller bruinen door het melksuiker (lactose). (1 liter halfvolle melk bevat 15 gram vet en maar liefst 50 gram suiker!) "Dus korter bakken dan beslag met water". Dat verklaart waarschijnlijk ook het verschil in baktijd voor de bollen van Bakkerij Steevens (7 minuten) en de gebruikelijke 5 tot 6 minuten voor beslag met melk. Bakken op een te hoge temperatuur geeft dus met melk meer kans op mislukte oliebollen dan met water. Het sneller bruinen van de bol verhoogt de kans op een verbrande buitenkant en zal menig zelfbakker ertoe brengen de bol te snel uit de frituur te scheppen met als gevolg een ongare bol van binnen. "Oliebollen bakken is een kunst", zoals de Consumentenbond in 2000 al concludeerde. En wat deed Tiny van Vliet? Zij bakte 200 goed gelukte oliebollen en gebruikte daarvoor beslag met half water en half melk.


Meer weten over oliebollen? Surf dan naar Oliebollen.jouwpagina met talloze links, ook naar appelbeignets en appelflappen.

Geraadpleegde bronnen

Jos Steehouder, Stolp bakt al maanden 40.000 bollen per dag, IJmuider Courant, 27 december 1995.
Auteur onbekend, Koopmans leidt bollenmixmarkt, IJmuider Courant, 30 december 1998.
Auteur onbekend, Nederland wil met oliebol het jaar uit, IJmuider Courant, 28 december 2005.
Hedzer Faber, In de ban van de oliebol, IJmuider Courant, 31 december 2008. Rondje AH en banketbakker Beeksma in IJmuiden.
Rixt Oenema. De bollen van Heinrich, Leeuwarder Courant, 30 december 2008. Interview met Heinrich Gühnen in de rubriek 'Wat schaft de pot?'
Willem Borkent en Stephan Venema, ontwikkelaars van bakautomaten.
Egbert van Hattem, Automatische oliebollenbakker, Ingenieurskrant, 23 december 1993.
Feike Wouda, Sneker machine bakt beste oliebol, Leeuwarder Courant, 31 december 2008.
Algemeen Dagblad, vrijdag 24 december 1999.
Algemeen Dagblad, website, oliebollentest december 2000.
Algemeen Dagblad, donderdag 27 december 2001.
Algemeen Dagblad, zaterdag 28 december 2002.
Algemeen Dagblad, zaterdag 27 december 2003
Algemeen Dagblad, woensdag 29 december 2004.
Algemeen Dagblad, woensdag 28 december 2005.
Algemeen Dagblad, woensdag 27 december 2006.
Algemeen Dagblad, vrijdag 28 december 2007.
Algemeen Dagblad, zaterdag 27 december 2008.
Algemeen Dagblad, zaterdag 28 december 2009.
Voorlichtingsbureau Margarine, Vetten en Oliën, Rijswijk.
Centrum voor Smaakonderzoek CSO, Wageningen.
Consumentengids, januari 2000, jaargang 48, nummer 1, Oliebollenbakken is een kunst, p. 8-10.
Consumentengids, januari 2002, jaargang 50, nummer 1, Friteuses getest, p. 26-28.
Het Voedingscentrum, Den Haag.
Nederlands Bakkerij Museum Het Warme Land, Hattem.
Bakkerij Steevens, Stein.
De verstandige kock, Om oliekoecken te backen, 1667. Transcriptie door Marleen van der Molen-Willebrands.
De verstandige kock, Om oliekoecken te backen, 1669. Transcriptie (internetuitgave) door Marleen van der Molen-Willebrands.
Marleen Willebrands, de verstandige kok, de rijke keuken van de Gouden Eeuw, Tekstuitgave van het enige gedrukte Noord-Nederlandse kookboek uit de zeventiende eeuw, eerste druk, Uitgeverij Pereboom, Bussum 2006.
Ria Jansen-Sieben, Johanna Maria van Winter, de keuken van de late Middeleeuwen, tweede druk, Bert Bakker, Amsterdam 1998. Gebaseerd op het originele manuscript UB Gent 476 waarin in de loop van de zestiende eeuw verschillende personen recepten hebben opgetekend.
Nederlands Bakkerij Museum "Het Warme Land", Hattem. Verschillende (kranten)knipsels; redactionele bijdrage traditie oliebol.
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal , Sdu Uitgevers, Den Haag 2003. Verantwoordelijk voor de tekst is het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden.
van Dale, Groot Woordenboek van de Nederlandse taal, Van Dale Lexicografie, Utrecht / Antwerpen 2005.
Verslag J.K. Stal, opgetekend uit de mond van Louwrens Werk, Arnhem 5 februari 1962. Archief Het Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem.
Hoe maakt men ..?, Deel 1, Slaolie, p. 35-40, uitgave van de vereeniging "Nederlandsch Fabrikaat", 's-Gravenhage januari 1941.
Carlos Caicedo Martinez, informatie betreffende buñuelos.
Johannes van Dam, Dedikkevandam Van aardappel tot zwezerik, derde druk, Oliebol, p. 414-416, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2006.
H.M. van den Heuvel, De criminele vonnisboeken van Leiden 1533-1811, Uitgave van het tijdschrift Rijnland, Leiden 1977-1978.

Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus.

Voor het laatst bijgewerkt: 6 januari 2010.

Copyright © Henk Werk Overname van afbeeldingen en gehele of gedeeltelijke overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.