HOME
OLIEBOLLEN
(OLIEKOECKEN)
Oliebollen
en oliekoecken
Het
oudste recept voor oliekoecken staat in de eerste versie (1667)
van De verstandige kock. Van Dale
(2005) geeft hiervoor de volgende definitie: Oliekoek, ronde
koek, bestaande uit meel, krenten, eieren, aan stukjes gesneden
appelen enz., in raapolie gebakken. Wanneer de platte
oliekoek een ronde bol werd is niet bekend. Mogelijk is in
Nederland in de loop van de achttiende eeuw het bakken in 'diep
vet' (frituren) ontstaan, waardoor het mogelijk werd ronde bollen
te bakken. Althans in De volmaakte Hollandsche
keukenmeid uit 1746 worden oliekoeken gebakken in een
ijzeren pot met ruim 2,5 liter raapolie, twee keer zoveel
vergeleken met De verstandige kock. Zoveel is wel
duidelijk dat oliekoek en oliebol lange tijd naast elkaar zijn
gebruikt. Zo staat in Ter Gouw's Volksvermaak (1871,
pagina 42) een liedje vermeld dat een oliekoekevrouw (Geertje met
de Olykoeken) zong over haar baksels: "Zie, jonge Heer, wat
zyn ze bol ....." In het artikel OLIEBOL uit 1869 in het Woordenboek
der Nederlandsche Taal wordt oliebol een in olie
gebakken bolvormige koek genoemd. De 'gemeenlijke' (gewoonlijke)
naam is echter oliekoek. In de index van de achttiende geheel
herziene druk van Aaltje - Nieuw Nederlansch kookboek uit
1893, geschreven door de directrice van de Amsterdamse
huishoudschool mevrouw O.A. Corver staat oliekoek. Verwezen wordt
echter naar een oliebollenrecept. Het eerste woordenboek waarin
oliebol wordt genoemd is Van Moock uit 1846, in 1864
gevolgd door de eerste editie van van Dale.
Familie
Werk
Van
1850 tot 1961 stilden vier generaties WERK de lekkere trek van
menig kermis- en evenementenbezoeker. Naast poffertjes, wafels en beignets verkocht de familie Werk
- met als laatste generatie De Gebroeders Werk en J.
Werk-Huizinga - oliebollen. Worden poffertjes vooral in verband
gebracht met kermis, oliebollen worden traditioneel vooral ter
gelegenheid van oudejaarsavond gebakken. Mijn betovergrootvader
Hendrik Werk liet oliekoekenbakker als beroep noteren tijdens de
volkstelling in 1859. Later ben ik hem niet meer als zodanig
tegen gekomen. Wel onder andere als wafelbakker, zoals ook zijn
zoon Jan Bartus Werk zich vanaf 1910 wafelbakker noemde. Dat Jan
Bartus niet alleen wafels bakte maar ook oliekoeken, blijkt uit
het feit dat hij van 4 tot en met 7 mei 1899 met een oliekoekkraam de kermis in Assen
bezocht. Op de in 1922 gehouden Groninger Meikermis neemt Jan
Bartus een standplaats in met een oliebollenkraam, de enige keer tot 1932
dat hij zijn kraam zo noemde. Voor de laatste keer in 1931 staat
een oliekoekenkraam van de firma J.
Werk(-Huizinga) op de Meikermis in Groningen. Daarna wordt het
begrip oliekoekenkraam definitief verruild voor oliebollenkraam. 
Wat
was het geheim van de familie Werk. Jan Bartus' zoon Louwrens
lichtte in 1962, kort nadat hij zijn kraam had verkocht aan het
Nederlands Openluchtmuseum, een wel heel klein tipje van de
sluier op. "Voor de oliebollen wordt een beslag gemaakt van
Russische tarwe met gist naar verhouding aangemaakt in een
hoeveelheid water met melk 1 : 1, hieraan wordt toegevoegd stroop
en zout". Gebakken werd in raapolie. Daar moeten we het mee
doen. Het gebruik van bloem uit Russische tarwe verdient wellicht
enige toelichting. Russische tarwe, of in het algemeen gesproken
tarwe dat in een landklimaat wordt verbouwd, is straffer (bevat
meer gluten) dan tarwe dat in een mild klimaat wordt verbouwd.
Door een hoger gehalte aan gluten wordt het beslag elastischer en
kan daardoor meer koolzuurbelletjes opnemen, hetgeen uiteindelijk
resulteert in een luchtiger oliebol.
Piet
Albers, die ruim 30 jaar de vaste kraam van De Gebroeders Werk
exploiteerde, maakte zijn bollen van Amerikaans patentbloem. Over
de prijzen die de familie Werk hanteerde is weinig uit
overlevering bekend. De Gebroeders Werk vroegen in de jaren
dertig van de vorige eeuw 25 cent per portie. Maar uit hoeveel
oliebollen bestond een portie? In de jaren vijftig daarop kostten
vijftien oliebollen, "altijd warm", één gulden. Zeg
maar zeven cent per stuk. Gevuld met krenten of rozijnen liep de
prijs op naar vijftien cent respectievelijk een kwartje.
Omstreeks 1960 maakte Werk-Huizinga verschillende keren reclame
met "geen 15 maar 20 oliebollen voor een gulden".
December 2001, ruim 40 jaar later en vlak voor de invoering van
de euro als betaalmiddel, kostte één oliebol al gauw een
gulden.
Traditie
Op 1 november 2008
zijn de honderd meest genoemde Nederlandse gewoonten, gebruiken,
tradities en rituelen bekend gemaakt op de opening van het Jaar
van de Tradities. Oliebollen eten met Oud en Nieuw zit de
Nederlanders aan het hart gebakken, want na Pakjesavond Sinterklaas, Kerstboom zetten Kerstmis en Vrijmarkt Koninginnedag staat Oliebollen Oud en Nieuw op de vierde plaats.
Zowel liefhebbers van zoet als van zout hebben de door het
Nederlands Centrum voor Volkscultuur gehouden internetenquête
ingevuld. Een bloemlezing: Haring happen (10), Stamppot eten
(12), Erwtensoep (22), Speculaas (24), Peperkoek (39),
Pannenkoeken (46), Frietje met ..... (71) en Limburgse vlaai
(85). Multiculturele eetgewoonten zijn in de Top 100 nauwelijks
vertegenwoordigd, oer-Hollands overheerst.
| Eerste
vier van de honderd meest genoemde Nederlandse gewoonten,
gebruiken, tradities en rituelen |
| 1.
Pakjesavond Sinterklaas |
| |
| |
| |
|
| 2.
Kerstboom zetten Kerstmis |
| |
| |
|
| 3.
Vrijmarkt Koninginnedag |
| |
|
| 4.
Oliebollen Oud en Nieuw |
| |
|
Waarom
worden oliebollen vooral ter gelegenheid van oudejaarsavond
gebakken. Twee verschillende theorieën zijn in omloop, die ik
met dank aan het Nederlands Bakkerij Museum Het Warme Land doorgeef. De oorsprong
van deze traditie zou Oudgermaans kunnen zijn. De Bataven en
Friezen geloofden dat in de Joeltijd, de periode tussen 26
december en 6 januari, de Germaanse godin Perchta met in haar
kielzog een schare aan geesten door de midwinterse lucht vloog.
Om deze geesten gunstig te stemmen werden offermaaltijden
aangericht. Tot vaste bestanddelen van deze maaltijden behoorden
vette deegwaren. Het heette dat Perchta de buik zou openrijten
van diegenen die deze vette deegwaren (in de vorm van
oliekoeken?) niet aten. Door het vet in de koeken zou haar zwaard
echter uitglijden op de buik en bleef men gespaard. Een
romantisch maar vooral fantasierijk verhaal.
De
volgende verklaring is daarentegen een stuk nuchterder. In de
Middeleeuwen werd tussen Sint Maarten (11 november) en Kerst
gevast om de voor de lange winter aangelegde voorraad te sparen.
Van 26 december tot 6 januari werd vervolgens gefeest, gedronken
en gegeten. Oliekoeken waren daarbij om twee redenen een
belangrijk onderdeel. Ze waren gemaakt van houdbare
ingrediënten, rijk aan vet en calorieën en daardoor uitstekende
brandstof tegen de winterkou. Pas in de negentiende eeuw werd de
oliebol een traditionele lekkernij rondom Oud- en Nieuwjaar. Op
zichzelf weer een uitvloeisel van een laatmiddeleeuws gebruik om
de armen rond oud-en-nieuw op een speciaal plat wafeltje,
knijpertje of kniepertje genaamd, of oliekoek te trakteren.
Big
business
Oliebollen
is een 'miljoenen' business. Ze komen niet alleen uit de eigen
keuken, maar ook van de gebakkraam, de banketbakker en uit de
fabriek, waarvan vier in 1995 zo'n acht miljoen bollen voor hun
rekening namen. Zo begon voor Arie Stolp de oliebollencampagne in
september met een productie van 40.000 oliebollen per dag. Na het
bakken werden de bollen gelijk ingevroren bij 65 graden onder
nul. Bakkerij Steevens, drie jaren achter elkaar (1996, 1997 en
1998) winnaar van AD's Nationale Oliebollentest, heeft in de
Limburgse plaats Stein een baklijn met een capaciteit van 6000
bollen per uur. Maar de huisvrouwen en huismannen deden daar niet
voor onder. Koopmans Meelfabrieken te Leeuwarden, met een
marktaandeel van 80 % in 1998 leidend op de bollenmixmarkt, zette
in 1998 ruim twee miljoen pakken oliebollenmix af, genoeg voor 40
tot 50 miljoen bollen.
| Hoeveel oliebollen eten Nederlanders? Het
AD slaat er een slag naar met acht oliebollen per
persoon. Dat zou neerkomen op 135 miljoen oliebollen. |
| Hoe komt de
Nederlander aan zijn oliebollen? Volgens het Centraal
Bureau voor Levensmiddelenhandel bakt 28 % zelf en eet 15
% geen oliebollen. De meerderheid (27 %) laat zich
bedienen door kraamhouders. De oliebollen uit de
supermarkt zijn het minst in trek: 6 % van de
Nederlanders deponeert zijn oliebollen in een
boodschappenkarretje. 12 % laat zich verrassen door een
ander, even zoveel Nederlanders kopen hun oliebollen bij
de (banket)bakker. |
Dat
een hoge waardering in de Nationale Oliebollentest geen
windeieren legt, blijkt uit de reactie van Bakkerij Olink in het
Algemeen Dagblad van 27 december 2006. Gebruikelijk verkocht hij
24.000 oliebollen per jaar. Na in 2005 als derde te zijn
geëindigd steeg zijn omzet naar 90.000. Hij kocht een extra
bakoven, waardoor de capaciteit groeide naar 1800 oliebollen per
uur. En wat te denken van Bakkerij Van Maanen uit Katwijk aan
Zee. Voor 48 vestigen in de Bollenstreek, regio Leiden,
Haaglanden en Haarlemmermeer bakte oliebollenspecialist Ted Groen
in 't Woud ruim 9000 bollen per uur, 8000 op een grote
productielijn en 1200 à 1500 op een tweede 'lijntje'. In
'normale' tijden goed voor een totale productie van 600.000 tot
800.000 oliebollen, maar Henk-Jan van Maanen rekent in 2007 als
winnaar van AD's oliebollentest op wel 1,2 miljoen oliebollen!
Duizelingwekkende aantallen voor Gerard Roode van banketbakkerij
Beeksma in IJmuiden. In 2007 bakte hij in de aanloop naar
oudejaarsdag 20.000 oliebollen: "Vooral in de arachideolie
gebakken oliebollen met rozijnen - géén krenten - en
appelbeignets (of verwarde hij die met appelflappen?) doen het goed."
Smaken verschillen, zo blijkt maar weer uit het commentaar van Heinich Gühnen in
2008. Hij staat al zo'n twintig jaar in het centrum
van Heerenveen maar begrijpt niet waarom Friezen zo weinig
krenten- en rozijnenbollen eten. Oliebollen zonder vulling
vliegen bij hem over de toonbank.
Aangename geur van gebakken
oliebollen verdreven door penetrante rookgeur.
Nog drie van de twaalf miljoen oliebollen te
gaan voor Wouter de Graaf toen zijn
oliebollenfabriek (voorheen Kelly Oliebollen) in
Beverwijk op zaterdag 4 december 2010 door
brand werd getroffen. Oorzaak: de meterkast
onder de automatische baklijn was ontploft. De
Graaf prees zich gelukkig dat schoonmakers, die
hem hadden gewaarschuwd, niet de brandspuit op
de kast hadden gericht: "Dan zouden gevolgen
echt niet te overzien zijn geweest. Nu heeft
niemand persoonlijke schade opgelopen." Vrijdag
de dertiende zal door "Wouter de Graaf bakt
gezelligheid" vast niet als een ongeluksdag
worden beschouwd. Op die dag rolden de eerste
oliebollen, dankzij V-Technology, namelijk weer
van de lopende band. Klaar voor 13.000
oliebollen per uur. |
Hoeveel
betaalden de monsternemers van de Nationale Oliebollentest?
December anno 2003, 2004 en 2005 varieerde de prijs van de meeste
gevulde oliebollen van 50 tot 60 eurocent per stuk. Ten opzichte
van 2006 steeg de gemiddelde prijs van een oliebol van 64 naar 70
eurocent in 2007. Evenals in 2006 kostte de prijzigste oliebol
1, de voordeligste oliebol bleef met 45 eurocent eveneens
gelijk in prijs.
In 2008 verhoogden de oliebollenbakkers hun
prijzen opnieuw. De gemiddelde prijs steeg met 4 naar 74
eurocent. Echte Bakker Wim Lamers uit Heesch verkocht de
goedkoopste oliebol, maar een aanrader is zijn 55 eurocent
kostende bol niet. "Veel te licht van kleur en een overdaad
aan bijsmaakjes", oordeelde het smaakpanel. Evenals in 2006
en 2007 hing aan de duurste oliebol een prijskaartje van 1.
Snel doorlopen maar als je een oliebol uit het vuistje wilt eten.
Financiële crisis of niet, in 2009 stegen de prijzen opnieuw. De
gemiddelde prijs met 4 naar 78 eurocent, de minimum prijs van 55
naar 60 eurocent. Zes van de 105 oliebollenbakkers rekenden
1 voor een enkele oliebol. Een pas op de plaats in 2010: de gemiddelde
prijs steeg slechts met 1 eurocent en de minimumprijs
daalde naar 50 eurocent ("acceptabele oliebol"). Tien uitbaters rekenden
€ 1. Een
ommetje waard voor een superbol (Gebakkraam Denies, Delft), maar een schande
voor een oliebol met het etiket "economisch delict". Drie van de zes
verkooppunten!: Gebakkraam Bierens-Dauphin, Veldhoven ("vet en vies met een
smerige vissmaak"), De Poorter's Gebakkraam, Amsterdam Ouder Amstel en
Gebakkraam Boon Verhoeven, Den Bosch.
Verdieping van de crisis? Voor de
oliebollenbakkers geen reden hun prijzen in 2011 te matigen.
De gemiddelde prijs steeg met vijf naar 84 eurocent. Bakkerij Hartog te
Amsterdam rekende de hoogste prijs:
€ 1,20 voor een te vette volkorenbol. Met eindcijfer 4,5 eindigde Hertog op de
98ste plaats. De minimumprijs steeg naar 65 eurocent. Achttien bakkers,
waaronder vijf die de wet overtraden met een te hoog DPTG-gehalte, rekenden
€ 1 voor een losse bol. Ten opzichte van 2010 een stijging van 10 naar 16
procent van de verkooppunten.
Automatische
oliebollenbakker
Wat hebben Willem
Borkent en Stephan Venema met elkaar gemeen? Beiden waren
banketbakker - Borkent op Groot Driene in Hengelo, Venema in Norg
- en waren na Oud en Nieuw uitgeteld na het bakken van duizenden
oliebollen. Venema lag oudejaarsavond kapot op de bank. "Ik
tocht hieltiid, dit kin better." Borkent zweette peentjes
"want hoe vaak stond hij op oudejaarsdag niet in de zaak te
zweten, terwijl de klanten in lange rijen op de bollen en flappen
zaten te wachten?". Ongemak, frustratie en het opheffen van
allerlei belemmeringen meer productie en een beter product te
maken, zetten mensen aan het denken. Denken dat door Borkent en
Venema in daden werd omgezet.
Willem Borkent verkocht zijn bakkerij in
1990 en stortte zich op taxatie en verkoop van onroerend goed.
Het idee van een automatische oliebollenbakmachine liet hem
echter niet los. Hij investeerde 75.000 gulden in een prototype,
maar liep vast in de verdere ontwikkeling van een dergelijke
automaat. BIC Twente en de Twentse Ideeënbank konden hem niet
verder helpen: "ze hebben daar geen vakmensen die je kunnen
helpen om een goed idee waar een flinke portie ambitie achter zit
tot een prototype uit te ontwikkelen." Het bedrijf in
transportbanden en installaties Jong Poerink in Borne hielp hem
verder en koppelde hem aan een HTS-stagiair. Samen met
ingenieursbureau Tromp in Gorinchem ontwikkelde hij een
dompelsysteem waarbij de oliebollen automatisch worden gedraaid.
Via een doseereenheid plonsden iedere minuut drie keer acht
ballen in de hete olie. Een bescheiden begin met 1440 oliebollen
in een uur, als je bedenkt dat bij Wouter de Graaf in Beverwijk ieder uur 13.000 bollen
van de lopende band rollen. Verdere ontwikkeling
en het vermarkten liet Borkent in 1994 over aan Tromp Engineering
in Culemborg. Zijn oliebollenmachine verkocht hij aan een
vleesverwerkingsbedrijf in Varsseveld, niet om oliebollen te
bakken maar voor het inkoken van allerlei worstsoorten.
 |
| Willem
Borkent poserend naast het door hem ontwikkelde prototype
van een automatische oliebollenbakker. |
| Bron: Egbert van Hattem,
Automatische oliebollenbakker, Ingenieurskrant,
23 december 1993. |
Stephan Venema kreeg een steuntje in de
rug van zijn voormalige baas in Norg. Samen met zijn broer
ontwikkelde en bouwde hij de eerste machine. Een succes waarop
Venema voortborduurde met de ontwikkeling van kleine frituurbakken
tot volautomatische frituurlijnen met een capaciteit tot 20.000
oliebollen per uur. Een banketbakker zal daarvan duizelen, want
met de hand bakt hij hoogstens een paar honderd oliebollen in een
uur. De prijzen lopen uiteen van een paar duizend tot
tienduizenden euro's. Grote aantallen en een 'aardige' marge op
oliebollen maken dat dergelijke investering betrekkelijk snel
kunnen worden terugverdiend. Goede sier maakte Venema op
oudejaarsdag 2008 met de krantenkop "Sneker machine bakt
beste oliebol", al weet hij als eerste deze uitspraak te
nuanceren. Uiteindelijk is het toch het vakmanschap van de bakker
die het hem doet. Dat 'zijn' oliebol in 2008 voor het tweede
achtereenvolgende jaar als beste uit AD's jaarlijkse
oliebollentest komt, heeft Venema te danken aan Richard Visser.
Sinds jaar en dag de beste oliebollenbakker in Rotterdam en
Nederland. Venema's hart zal ongetwijfeld harder zijn gaan
kloppen, want terugkomend uit Limburg na een nachtbrakende klus
at hij 's ochtends om vier uur een prijswinnende oliebol in de
kraam van Richard Visser. Ongetwijfeld een luchtige bol met een
krokante korst en een korte afbeet met een frisse smaak, waaraan
een oliebol volgens Venema moet voldoen. Het rijsproces is
daarbij van wezenlijk belang. Zijn machines blinken daarin uit.
Hoe dat precies werkt? Dat is nou net het geheim van de smid.
Venema houdt zich op de vlakte zoals alle banketbakkers,
oliebollenbakkers en gebakkraamhouders nooit het achterste van
hun tong laten zien.
 |
| Stephan Venema naast de
volautomatische oliebollen bakautomaat, een van de door
V-Technology ontwikkelde machines. In 2009 voor de derde
keer op rij kampioen in AD's Nationale Oliebollentest. |
| Bron: Stephan Venema
(V-Technology, Sneek) |
Oliebollentest
"Oliebollen
bakken is een kunst", zo vatte de Consumentenbond in het januarinummer van
2000 een test samen. Naast oliebollen van achttien verkooppunten
werden de bollen van zes zelfbakkers aan een smaaktest
onderworpen. De basis voor alle doe-het-zelvers was hetzelfde,
namelijk oliebollenmixen van Koopmans en Honig. Voor de vulling
gebruikte iedereen zijn eigen 'geheim'. Het resultaat? Het
smaakpanel oordeelde de smaak van zeer goed tot slecht. Voor de
oliebollen van de zelfbakkers liep het vetgehalte nagenoeg gelijk
op met de smaak. Hoe vetter de bol hoe minder de smaak. Een te
vette bol duidt op een te lage baktemperatuur. De olie moet 180
°C heet zijn om de bol snel dicht te kunnen laten schroeien
waardoor deze niet de kans krijgt zich met olie vol te zuigen. De
buitenkant donkerbruin tot zwart en de binnenkant ongaar? In dat
geval is de olietemperatuur vast en zeker te hoog geweest. In een
aantal gevallen was kennelijk ook te weinig tijd genomen om het
beslag te laten rijzen. Hoe de oliebollen van de familie WERK
smaakten?. Ik heb geen idee al stond ik ooit aan de hand van mijn
opa te happen in een oliebol uit de kraam van De Gebroeders Werk.
En
hoe komen de professionele bakkers uit de jaarlijkse Nationale Oliebollentest, die het Algemeen Dagblad sinds 1993 organiseert.
Het Centrum voor Smaakonderzoek, dat in 2002 het onderzoek van
het Nederlands Bakkerij Centrum heeft overgenomen, keurt de met
krenten en rozijnen gevulde oliebollen op gewicht, kleur, vorm,
gaarheid, vet, structuur, vulling en eeteigenschappen. Het
vetpercentage en het DPTG-gehalte worden door het door de Raad
van Certificatie gecertificeerde laboratorium LabCo bepaald.
DPTG staat voor di-en polymere triglyceriden, onstaan tijdens het
veelvuldig en/of langdurig verhitten van de olie en zijn mogelijk
kankerverwekkend. De Warenwet stelt een maximale norm van zestien
procent. Zoals een te hoog cholesterolgehalte verhogen ook te
veel DPTG's in het bloed de kans op hart- en vaatziekten. Een
consumentenpanel - voor het eerst in 2002 - beoordeelt de smaak.
Werden in 2002 de door het Centrum voor Smaakonderzoek en de door
het consumentenpanel gegeven cijfers nog apart gepubliceerd,
vanaf 2003 is alleen het eindcijfer bekend gemaakt.
Het
AD schrijft in 2005: "De kans dat de consument dit jaar een
smakelijke oliebol koopt is groter dan ooit, wijst de test
uit." Een terechte conclusie, want ruim tweederde van de
verkooppunten scoorde een voldoende en eenvijfde van de
oliebollenbakkers produceerde een superbol. De vanaf 2002
ingezette trend naar een betere bol stokt echter in 2006. Bij
maar een op de drie verkooppunten is oliebollen kopen de moeite
waard, de kenners beoordeelden hun bollen met een eindcijfer zes
of hoger. Daaronder slechts zes superbollen, tegen negentien in
2005. Ook schuilen nog steeds knoeiers onder de bakkers. Bakten
in 2005 vijf hun bollen in 'foute' olie, in 2006 verdubbelde het
aantal overtreders van de Warenwet. LabCo constateerde een te
hoog DPTG-gehalte in hun bollen, hetgeen automatisch een score
van 0 opleverde. In 2007 krijgt de helft van de oliebollen een
voldoende en bij zeven verkooppunten voldoet de olie niet aan de
Warenwet. Een lichte verbetering ten opzichte van 2006: in dat
jaar verdient slechts eenderde het oordeel voldoende en is in
tien gevallen sprake van 'foute' olie. Het AD concludeert dan ook
"Het gaat weer iets beter met de bol".
De
trend naar een betere oliebol zet door in 2008. Bijna 60 % van de
verkooppunten scoort eindcijfer 6 of hoger. Een stijging van 10
procentpunten ten opzichte van 2007. Twaalf oliebollenbakkers verwennen
hun klanten zelfs met een superbol, een kwalificatie die zij met
een waardering van minimaal 8,5 hebben bereikt. 2005 blijft
echter koploper met negentien superbollen. Knoeiers zijn er nog
steeds. Vier oliebollenbakkers plegen een economisch delict met
het overschrijden de Warenwet. Waar 16 % is toegestaan, bakken
zij in olie met een DPTG-gehalte die varieert van 16,2 tot 21,6
%. Hoewel niet in overtreding sluiten twee oliebollenbakkers de
ranglijst met bollen die als "absoluut dieptepunt"
worden bestempeld. Vergeleken met 2008 blijft de kwaliteit in
2009 op hetzelfde niveau: iets minder dan 60 % van de
oliebollenbakkers krijgt een 6 of meer, twaalf daarvan bakken een
superbol. Vijf verdienen de term 'koekenbakker', zij overschreden
de Warenwet.
De testresultaten in 2008, 2009 en 2010 tenderen
naar een verslechtering in kwaliteit. De verschillen zijn echter klein. Meer dan
de helft van de oliebollenbakkers scoort in deze periode voldoende. Elf tot
dertien trakteren hun klanten op een superbol. Ook het aantal knoeiers blijft
stabiel: vier (2008) tot zes (2010) oliebollenbakkers verkopen hun bollen met
een te hoog DPTG-gehalte.
Een duidelijke verbetering van de kwaliteit - 70
procent van de bakkers scoorde een voldoende - bracht het AD in 2011 tot de uitspraak
"Deskundigheid bij uitbaters neemt toe". Verhoudingsgewijs bleef het aantal
bollebozen, dat een superbol bakte, op hetzelfde niveau. De testresultaten van Labco ontmaskerden acht prutsers. Door overschrijding van het maximaal
toelaatbare DPTG-gehalte kregen zij automatisch eindcijfer 0.
Een negende 0 werd uitgedeeld aan een vieze kurkdroge bol, door het testpanel
"uitgeroepen tot de smerigste oliebol van 2011". "Vermoedelijk overjarige olie."
Uitbater Den Heuvel reageerde geschrokken met het verweer dat hij 100 procent
verse plantaardige olie had gebruikt. Knoeier De Poorter op de laatste plaats
veronderstelde een samenzweringtheorie: "Het is absurd en jullie verdraaien de
waarheid. Mijn olie kan niet fout zijn geweest. Die vervangen wij namelijk om de
twee dagen." Kennelijk niet bereid van zijn fouten te leren.

| Toelichting: Om de
jaarlijkse testen goed met elkaar te kunnen
vergelijken is het aantal verkooppunten ieder
jaar gesteld op 100. In werkelijkheid werden de
oliebollen beoordeeld van respectievelijk 60 (2000), 65 (2001), 60 (2002), 72
(2003), 78 (2004), 92 (2005 en 2006), 85 (2007),
92 (2008), 105 (2009), 104 (2010) en 113 verkooppunten (2011). |
| Economisch delict: voldoet
niet aan de Warenwet; Onvoldoende: eindcijfer
lager dan 6 maar wel voldoend aan de Warenwet;
Voldoende: 6 en hoger; Superbollen: eindcijfer
8,5 en hoger. Kwalificatie superbol is van de auteur. |
|
| De
bollebozen onder de oliebollenbakkers |
| 1999 |
| Richard
Visser's gebakkraam, Rotterdam |
| Bakkerij
Rud. Venekamp, Amsterdam |
|
|
Bakkerij Gert van der Breggen, Diemen |
| 2000 |
Richard Visser's gebakkraam, Rotterdam |
Echte Bakker Korteweg, Dordrecht |
Bakkerij Van Maanen, Katwijk |
| 2001 |
Meesterbakker Van Maanen, Katwijk |
Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam |
Ambachtelijke Bakker Braaksma, Oentsjerk |
| 2002 |
Ron's Oliebollenkraam, Dordrecht |
Gebakkraam Richard Visser, Rotterdam |
Bakkerij Van Maanen, Katwijk |
| 2003 |
Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam |
Brood- en Banketbakkerij Slagter, Coevorden |
| Oliebollenkraam
Henkie, Gorinchem |
| Oliebollenkraam
Veldmeyer & zoon, Hendrik Ido Ambacht |
|
| 2004 |
Verwijk's gebakkraam, Gouda |
Oliebollenkraam Muller, Nieuwerkerk a/d
IJssel |
| Gebakkraam
De Haan, Capelle a/d IJssel |
| Bakkerij
Van Voorthuizen, Lunteren |
|
| 2005 |
Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam |
Het IJs van Columbus, Amstelveen |
| Bakkerij
Olink, Maarssen |
| Gebakkraam
Denies, Delft |
| Oliebollenkraam
Henkie, Gorinchem |
|
| 2006 |
Richard Visser's Gebakkraam, Rotterdam |
Bakkerij Olink, Maarssen |
Gebakkraam Denies, Delft |
| Naast de
eerste drie komen in 2006 ook superbollen uit de kraam van Betuwse
Gebakkraam Eckelboom (Geldermalsen), Hollandse Gebakkraam
Burger & Zn (Hoogvliet) en Kraam Gebakspecialiteiten
(Amersfoort) en uit de winkel van Rochér Meurs Gebak
(Arnhem). |
Een
topplaats behalen is één, deze ook vasthouden is twee.
Oliebollenbakker Richard Visser lukte dat vijf achtereenvolgende
jaren, maar viel in 2004 met eindcijfer 6 ver terug naar de 29ste
plaats. De expert noemt Vissers oliebollen in dat jaar weliswaar
een "topbol", maar het smaakpanel vindt zijn bollen te
veel naar droog brood smaken. Als enige in 2003 scoorde hij
eindcijfer 10. Deze eer verdient in 2004 alleen Verwijk's
gebakkraam te Gouda. Bakkerij Rud. Venekamp (Amsterdam), in 1999
gelijk geëindigd met Richard Visser, bakte er in 2000 weinig van
met een dikke onvoldoende en Bakkerij Steevens, winnaar in 1996,
1997 en 1998, kwam in 2000 niet verder dan eindoordeel 6.
Steevens revancheerde zich in 2003 met eindcijfer 8½, vlak
achter beide nieuwkomers Oliebollenkraam Henkie en
Oliebollenkraam Veldmeyer & zoon. In 2006 laat Steevens
opnieuw een steek vallen: CSO en testpanel waarderen de bollen
("overvloed aan ingrediënten") van de bakker uit Stein
met een onvoldoende (eindcijfer 5). "Voor de AD-test hebben
we een zwaarder gevulde oliebol gebakken." was zijn reactie.
"We bakken vanaf nu weer ons beproefde receptuur."
Van
Maanen (Katwijk), in 2000, 2001 en 2002 bij de top drie, liet in
2003 een lelijke steek vallen. "Weinig smaak" en
"Twijfels over kwaliteit olie" leverde niet meer op dan
eindcijfer 5½. Het smaakoordeel in 2006? "Een bolletje dat
de toets der kritiek prima kan doorstaan." Ron's
Oliebollenkraam (Dordrecht) zakte in 2003 terug naar plaats 7,
maar scoorde desondanks een dikke voldoende met eindcijfer 8. In
2004 eindigde hij met eindcijfer 7 op plaats 11. De dalende
waardering voor zijn oliebollen heeft Ron in 2006 met plaats 25
en eindcijfer 6,4 niet kunnen ombuigen: "Rijk gevuld, maar
te donker gebakken." De bollen van Bakkerij Slagter - in
2003 tweede met 9,5 als eindcijfer - haalden in 2004 een nipte
voldoende. "Dit keer aan de droge kant, te fijne structuur.
Rozijnen te overheersend" is de eindconclusie in het
Algemeen Dagblad. De bakker uit Coevorden zal met meer genoegen
de uitslag van de 14de Nationale Oliebollentest hebben bekeken:
"..... en ook nu laat Slagter zien dat hij een prima
oliebolletje kan bakken."
Maakte
Richard Visser in 2004 een flinke duikeling in het klassement, in
2005 staat hij met eindcijfer 10 weer fier aan kop. Hoewel met
slechts een 'neusje' voor op Het IJs van Columbus in Amstelveen.
De oliebollenbakker uit Rotterdam behaalde drie keer eerder een
eerste plaats: in 1999, gelijk met Baskkerij Rud. Venekamp, in
2000 en 2003. In 2001 en 2002 moest Richard Visser genoegen nemen
met een tweede plaats: Meesterbakker Van Maanen in Katwijk en
Ron's Oliebollenkraam in Dordrecht moest hij voor zich dulden.
Het Algemeen Dagblad trekt dan ook terecht de conclusie: "Geen twijfel
mogelijk. Richard Visser is de beste oliebollenbakker van
Nederland." In 2006 maakt hij deze uitspraak opnieuw waar,
weer als enige met de hoogst haalbare score. Het AD pakt terecht
uit met "Winnaar Richard Visser is een fenomeen."
Visser uit zijn vreugde met "Ik kijk bij wijze van spreken
liever naar een mooie oliebol dan naar een mooie vrouw."
Bakkerij
Olink in Maarssen ("een bolletje waaraan alles klopt"),
Gebakkraam Denies (Delft) en Oliebollenkraam Henkie in Gorinchem
("absolute aanrader") delen in 2005 met eindcijfer 9,5
de derde plaats. De laatste vinden we een keer eerder in 2003 in
de top drie terug. Van de toppers bevatten zijn bollen met een
percentage van 7,1 ook nog eens de geringste hoeveelheid vet. De
in 2004 als derde geëindigde Gebakkraam De Haan in Capelle aan
den IJssel ("Karige vulling zorgt voor een vlakke
smaak.") duikelt in 2005 van superbol naar voldoende. Olink
("uitmuntend") en Denies ("zeer goed") maken
hun in 2005 gevestigde reputatie opnieuw waar. Henkie ("te
weinig vruchten") valt terug naar een kleine voldoende.
Wat
is het geheim van de toppers? Dat is het geheim van de smid zou
je kunnen zeggen. "Goede ingrediënten en apparatuur. Niet
vettig en niet zwaar op de maag.", volgens Bakkerij Steevens
in 2002. Daar kom je als (eventuele) zelfbakker niet ver mee.
Richard Visser in 2002: "... bezig zijn met je vak en open
staan voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten." Hij bouwde
een aparte verwarmde ruimte in zijn kraam waar het beslag onder
optimale en gecontroleerde condities kan rijzen. In tegenstelling
tot veel kraamhouders houdt hij de thermometer altijd bij de
hand. Ook dat geeft niet zoveel houvast. Richard Visser sleutelde
in 2003 aan zijn recept. Wat hij heeft veranderd blijft onder
zijn pet, we moeten het doen met "Het beslag is iets
eenvoudiger ......." Meesterbakker Van Maanen gooit het op
een samenspel van technologische en ambachtelijke kwaliteiten.
Kennelijk lukte dat samenspel in 2003 niet zo goed. Haarlemmer
Ron van der Weijden, met eindcijfer 10 winnaar in 2002 en eerder
winnaar in 1994 en 1995, gooide zijn bakproces in 2002 over een
andere boeg. In de tussenliggende jaren waren zijn bollen
namelijk aan de vettige kant. De oplossing van zijn zoon
Sebastiaan: niet meer voorbakken op 160 °C en daarna afbakken,
maar onmiddellijk bakken op 180 °C. En de winnaar van 2004 laat
al helemaal niet het achterste van zijn tong zien: "Hou het
eenvoudig. Bak bollen niet te vet en ververs olie op tijd."
| 15de AD Nationale Oliebollentest in
2007. Twee
verslaggevers van het AD reden bijna 5000 kilometer en
kochten minimaal twintig oliebollen bij ieder van de 85
verkooppunten verspreid over heel Nederland. Na de
laatste rit waren 1789 oliebollen gekocht en was de
geldbuidel van het AD 1138,35 euro lichter. |
| De
bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2007 |
| Bakkerij Van
Maanen, Katwijk aan Zee |
|
| Monique
Visser's Gebakkraam, Maassluis |
| Kampioensbakker
Paul Berntsen, Didam |
| Gebakkraam
Verwijk en Kids, Utrecht |
|
| Naast de
eerste vier komen in 2007 ook superbollen uit de kraam van Richard Visser's
Gebakkraam (Rotterdam), Gebakkraam Jan Vermolen en Zn
(Den Haag), Betuwse Gebakkraam Eckelboom (Leerdam),
Gebakspecialiteiten (Amersfoort) en De Oliebollenbakkerij
(Nieuwerkerk aan den IJssel) en uit de winkel van
Bakkerij Den Soeten Inval (Goes). Op de elfde plaats net
geen superbollen uit de Gebakkraam Joh van de Zande
(Middelburg). |
| |
| Een kroon op het werk
van de honderdjarige uit Katwijk aan Zee, die als enige
eindcijfer 10 scoort met een "Perfecte bol,
voortreffelijk van smaak." Van Maanen stond al
eerder in de top drie: als winnaar in 2001 en als derde
in 2000 en 2002. Het vooraf gestelde doel, eindigen bij
de eerste tien, werd dus ruimschoots gehaald. Alles
haalde Van Maanen daarvoor 'uit de kast': recepturen met
minimale verschillen werden tevoren op smaak getest, de
grondstoffen werden gewogen en de temperatuur in de
centrale productiehal werd zorgvuldig gecontroleerd.
Winnaar in 2006 Richard Visser staat in 2007 met een
score van 9 een traptreetje lager, maar blijft op een
misstap in 2004 na de meest constante oliebollenbakker in
de afgelopen negen jaar. Evenals in 2006 in de top tien,
opnieuw met een superbol, Betuwse Gebakkraam Eckelboom -
"Mazzel als je in Leerdam woont" - en
Gebakspecialiteiten. Gebakkraam Denies in Delft slaagt er
dit keer niet in een topbol te bakken, maar verdient toch
nog eindcijfer 7,5 met een meer dan acceptabele bol.
Bakkerij Olink uit Maarssen duikelt ver terug. Met 6,5
wel voldoende, maar "net gaar, klef,
spekrandjes" is het smaakoordeel. En een vreemde
nasmaak volgens sommige panelleden. Het zelfde recept, de
olie was schoon. Olink begrijpt niet wat mis is gegaan en
vraagt zich vertwijfeld af "is dit wel onze
oliebol?". |
| |
| 16de AD Nationale Oliebollentest in
2008. Twee
verslaggevers van het AD reden tussen 25 november en 3
december bijna 4000 kilometer en kochten minimaal twintig
oliebollen bij ieder van de 92 verkooppunten verspreid
over heel Nederland. Eén kraamhouder geeft de
verslaggevers, die worden herkend, oliebollen mee die
sterk overeenkomen met de bollen uit Richard's Vissers
gebakkraam. Twijfel en argwaan doen besluiten een
anonieme werkstudent op pad te sturen deze kraam nogmaals
te bemonsteren. Terecht. Weliswaar een goede oliebol,
maar beduidend minder en met duidelijke verschillen. |
| De
bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2008 |
| Richard
Visser's Gebakkraam, Rotterdam |
| Kampioensbakker
Paul Berntsen, Didam |
|
|
| Het
IJs van Columbus, Amstelveen |
| Hollandse
Gebakkraam, Utrecht (winkelcentrum Overvecht
tegenover Gamma) |
|
| Welke
oliebollenbakkers verwennen hun klanten ook met een superbol? Hollandse Gebakkraam Vlot
(Spijkenisse), Gebakkraam Binnenweg / Cloosterlaan
(Heemstede), Oud-Hollandse Gebakkraam Van de Weerdt
(Rijswijk), Bakkerij Olink (Maarssen), De
Oliebollenbakkerij (Nieuwerkerk aan de IJssel),
Gebakkraam Guhnen (Heerenveen), Van der Schee's Lekkernij
(Vlaardingen) en Gebakkraam Oudedijk / Jericholaan
(Rotterdam). |
| |
| Hoewel
Richard Visser nipt wint van Paul Berntsen,
eindcijfer 10 tegen 10-, heb ik beiden op de
eerste plaats gezet. Daarmee eindigt Richard
Visser voor de zesde keer als eerste in AD's
Nationale Oliebollentest. Een unieke prestatie
van deze kraamhouder aan de Rotterdamse
Binnenweg, die in 2005 reeds werd uitgeroepen tot
de beste oliebollenbakker van Nederland. Terecht,
want alleen in 2004 lukte het hem niet een
superbol te bakken: toen een zesje voor een bol
die naar droog brood smaakte. Visser's geheim?
"Ik wil alleen kwijt dat ik bepaalde
ingrediënten toevoeg. Welke dat precies zijn,
dat krijgt niemand uit me." |
| Kampioensbakker
Paul Berntsen stijgt ten opzichte van 2007 één
treetje: "In de Achterhoek en op zoek naar
de allerbeste oliebol? Spoed U naar Didam!"
Ook het IJs van Columbus is geen onbekende in de
top drie, "vakfanaat" Eric Nijkamp
eindige in 2005 als tweede. "Een van de
grote verrassingen dit jaar", volgens het
AD, is de gebakkraam in het Utrechtse
winkelcentrum Overvecht. "Luchtig en
smakelijk, knappperige korst en goed gevuld. En
nu dit niveau vasthouden!" |
| Keer
op keer blijkt dat laatste lang niet altijd te
lukken. Zo valt Meesterbakker Van Maanen, winnaar
in 2001 en 2007, met eindcijfer 7 terug naar een
31ste plaats. "Acceptabel, maar valt vooral
op door een keur aan toegevoegde
smaakelementen" is het oordeel van het
smaakpanel. De oliebakker uit Katwijk noemt het
resultaat erg jammer "maar hier wordt maar
weer eens aangegeven dat kampioen worden heel
moeilijk is en kampioen blijven nog veel
moeilijker!" Evengoed haalt Van Maanen een
eerste plaats, zijn bollen ogen namelijk het
fraaist. |
| Oliebollenbakken
zit de familie Visser kennelijk in de genen. Een
knieblessure na een val van een trap zette zus
Monique echter buitenspel, waardoor zij haar
tweede plaats in 2007 niet zelf kon verdedigen.
Toch reageert zij enthousiast op de veertiende
plaats: "Ik ben zeer tevreden met de door
mijn man behaalde 8!" Net niet super, maar
toch een smakelijke, rijkelijk met krenten en
rozijnen gevulde, bol in Maassluis dit jaar. |
|
| |
| 17de AD Nationale Oliebollentest in
2009. Twee
verslaggevers van het AD kochten gezamenlijk tussen 25
november en 3 december twintig oliebollen bij ieder van
de 105 verkooppunten verspreid over heel Nederland. 5000
km in acht dagen, waarin een vast patroon herkenbaar is.
Onmiddellijk na de koop worden de bollen verpakt in een
neutrale patisseriedoos, die vervolgens wordt genummerd
en verzegeld. Op dezelfde dag 's avonds keurt een door
het Centrum voor Smaakonderzoek samengesteld
consumentenpanel van elf mensen de oliebollen. Een
bakkerijtechnoloog brengt als twaalfde panellid zijn
vakkennis in. Een deel van de bollen gaat als
contramonster in de vriezer. Van een ander deel bepaalt
LabCo het vetgehalte en de samenstelling van het vet. |
| De
bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2009 |
| Richard
Visser's Gebakkraam, Rotterdam |
Oudhollandse
Gebakkraam Bischoff-Hanraths, Apeldoorn |
| Bakkerij
Olink, Maarssen |
| Het
IJs van Columbus, Amstelveen |
| Monique
Visser's Gebakkraam, Maassluis |
|
| Net onder
de top maar evengoed een superbol: Echte Bakker Vliegendehond
(Wolvega), Gebakkraam Gühnen (Heerenveen), Brabantse
Gebakkraam Leenders-Verwijk (Maassluis), Echte Bakker
Haafs (Haren), Bakkerij Van der Heijden (Soest),
Rotterdamse Oliebollenbakkerij Smit (Rotterdam), en
Oliebollenbakkerij Muller (Nieuwerkerk aan den IJssel). |
| |
| Richard
Visser heeft het weer geflikt! Voor de zevende
keer de beste oliebollenbakker van Nederland,
evenals in 2008 opnieuw met eindcijfer 10. |
| Als
tweede uit het niets opgedoken de Oudhollandse
Gebakkraam Bischoff-Hanraths in Apeldoorn.
Slechts een half punt achter Richard Visser:
"met een knapperige, smakelijke, goed
gevulde oliebol". |
| Gedeeld
op een derde plaats met eindcijfer 9 vertrouwde
namen. Bakkerij Olink, serveerde zijn klanten in
2008 reeds een superbol, Het IJ van Columbus,
opnieuw in de top drie, en de gebakkraam van
Monique Visser. Als het AD in Maasluis arriveert
loopt zij op haar laatste benen: "Heel de
nacht doorgewerkt, een bestelling van vijfduizend
stuks." Van een vers aangemaakt beslag bakt
zij ter plekke haar superbollen. In 2007 behaalde
'de zus van' reeds een tweede plaats, die zij in
2008 door de gevolgen van een huiselijk ongeluk
niet kon verdedigen. Evengoed scoorde haar man
een 8. |
| De liefhebbers
van oliebollen in Maasluis zijn bofkonten. Naast
Monique Visser kunnen zij terecht bij de
Brabantse Gebakkraam Leenders-Verwijk:
"Krokant en luchtig, goed van smaak. Lekkere
knapperige korst. Hier wordt het bewijs geleverd
hoe er met beperkte middelen toch een prima bol
te maken is." |
| Ten opzichte van
2008 is Kampioensbakker Paul Berntsen in Didam
geduikeld naar plaats 27. Scoort evengoed een
dikke voldoende. "Panel klaagt over
gistsmaak en onvoldoende luchtigheid." |
| Meesterbakker
Van Maanen in Katwijk, winnaar in 2001 en 2007,
krabbelt ten opzichte van vorig jaar met een half
punt naar boven. Het panel waardeert zijn bol met
eindcijfer 7,5: "Iets te dichte
structuur." Niet alle panelleden waarderen
de kaneelsmaak. Toch weet Van Maanen een eerste
plaats te behalen. Opnieuw zijn zijn bollen een
lust voor het oog. De superbollen van Ivo
Vliegendehond ogen net iets minder fraai. |
| Vliegendehond in
Wolvega verdient een dikke pluim. Hij bakt niet
alleen een superbol, maar een mooie superbol en
trekt met 60 eurocent zijn klanten zeker niet het
vel over de oren! |
|
| |
| 18de AD Nationale Oliebollentest in
2010. Twee verslaggevers
van het AD kochten gezamenlijk van 24 november
tot en met 3 december twintig oliebollen,
gevuld met krenten en/of rozijnen, bij ieder van
de 104 verkooppunten verspreid over heel
Nederland. Vanwege de vorst en gladde wegen geen
gemakkelijke opgave voor het testteam van het
AD: lange dagen, gebakkraamhouders die wegens de
kou eerder hun luiken sluiten of na 800 km
rijden nog slechts twee gevulde oliebollen
aantreffen. De vorst trof ook de
gebakkraamhouders. Bevroren waterleidingen,
steenkoude ingrediënten en onwillige apparatuur
maakten het erg moeilijk een goed beslag te
maken. Dat bakkerijen beter in staat zijn onder
geconditioneerde omstandigheden te werken blijkt
uit de testresultaten. Ruim 80 % van de 36
geselecteerde bakkerijen scoort voldoende,
terwijl meer dan de helft van de kramen minder
dan een voldoende haalt.
|
| De
bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2010 |
Meesterbakker
Voskamp, Spijkenisse
Hollandse
Gebakkraam Smit, Ouderkerk a/d Amstel |
|
Echte
Bakker Nijkamp, Holten
Echte Bakker Henk Slagter, Coevorden |
| De top vijf doen weinig
voor elkaar onder met eindcijfers 10 (Meesterbakker Voskamp), 10-
(Hollandse Gebakkraam Smit) en 9,5 (Echte Bakkers Nijkamp en Henk
Slagter). De oliebollen van zes verkooppunten werden gewaardeerd met
eindcijfer 9 en verdienen daarmee eveneens de titel superbol: Gebakkraam Denies (Delft), Oliebollenbakkerij
Muller (Nieuwerkerk a/d IJssel), De Bakkers Lamers (Heesch), Bakkerij
Olink (Maarssen), Oliebollenkraam Henkie (Gorinchem) en Bakkerij Ten
Have (Nijkerk). Op de voet gevolgd met superbollen van Gebakkraam 't
Krulletje (Hellevoetsluis), Gebakkraam Mereveldplein (Utrecht De Meern)
en Bakkerij Jonker in Oldebroek. |
| |
 |
| Het ereschavot is ten
opzichte van 2009 geheel door elkaar geschud.
Voskamp "schiet in de roos met een bolletje dat
op alle punten in de smaak valt", Smit, in 2009
voor zichzelf begonnen, werkt zich op van de
elfde plaats en "gaat daar op nieuwe standplaats
ver overheen", Nijkamp bakt een oliebol "waarin
op de juiste wijze een goede appel is verwerkt"
en Henk Slagter, in 2003 op een na hoogste tree,
"heeft zij gouden handjes weer uit de kast
gehaald". |
| Cees Weeda ("Het recept
hebben we in de kluis gelegd"), Arnold
Krabbedijk - chef broodbakkerij - en Dick van
Dalen - chef banketbakkerij - Van Meesterbakker
Voskamp uit Spijkenisse zijn de beste
oliebollenbakkers van 2010. Regeren is vooruit
zien zal Voskamp gedacht hebben. Hij kocht een
extra doseermachine, waarmee de capaciteit naar
10.000 bollen per uur opgevoerd kan worden.
Vorig jaar plaats 62, nu kampioen na maanden
sleutelen aan een nieuw recept. |
Grootste verrassing is de zestiende plaats
van Richard Visser. Zeven keer een superbol, dit
jaar 'slechts' ruim voldoende met 7,5 als
eindcijfer. Voor Visser was 2010 een rampjaar,
waarin zijn ouders gewelddadig werden
overvallen, zijn vader overleed en recent een
poging werd gedaan zijn verkoopwagen in brand te
steken. Visser heeft lang getwijfeld of hij zijn
standplaats weer in zou nemen. Op kosten gejaagd
door een verhuizing, als gevolg van de overval,
besloot hij toch zijn befaamde oliebollen te
bakken, "er moest gewoon brood op de plank
komen".
Het tegenvallende resultaat schrijft hij toe aan
het door Koopmans geleverde meel: te weinig
zetmeel waardoor je minder bindkracht krijgt.
Cees de Haan, kwaliteitsadviseur van Koopmans
bestrijdt dit niet. In de steek gelaten door de
natuur, zoals de eerste oogstanalyses - slecht
tot matig - aantoonden. De afnemers hebben zich
echter kunnen voorbereiden door de eerste
oogstbrief in september. |
| Net zo diep als Visser viel Bischoff-Hanraths.
Vorig jaar nog tweede, dit jaar achttiende met
dezelfde score als Visser. En dezelfde klacht:
"Wij hebben pech gehad met slecht meel van
Koopmans." De uitbater houdt de moed erin. Het
probleem met het meel is opgelost, "dus kom
gerust nog eens langs". |
| Bakkerij Olink en Oliebollenbakkerij Muller
handhaafden zich aan de top met eindcijfer 9.
Volgens het AD: "draait al jaren aan de top mee
en geeft ook dit jaar uitstekend visitekaartje
af" (Olink) en "bekend adres en wederom klasse"
(Muller). Voor een mooie bol met je eveneens bij
Olink zijn. De bakker uit Maarssen eindigde in
de top vijf, slechts een tiende punt achter
nummer een Ron's gebakkraam in Dordrecht.
|
19de AD Nationale Oliebollentest in
2011. Twee verslaggevers
van het AD kochten gezamenlijk van 22 november
tot en met 2 december bij ieder verkooppunt
ongeveer twintig met krenten en/of rozijnen
gevulde oliebollen. Voor het
inzamelen legden zij 4772 kilometer af, waarbij 113 verkooppunten verspreid over heel
Nederland werden bezocht: 68 kramen en 45
bakkers. Voor
€ 1700 kochten de inzamelaars in totaal 2419
oliebollen.
De resultaten waren beter dan ooit. Oliebollen
van 79 van de 113 verkooppunten, nagenoeg gelijk
verdeeld over kramen en bakkers, werden
gewaardeerd met eindcijfer 6 of hoger. Ook de
prijzen waren hoger dan ooit. De gemiddelde
prijs steeg met vijf naar 84 eurocent. Bakkerij
Hartog te Amsterdam rekende de hoogste prijs:
€ 1,20 voor een te vette volkorenbol. Met
eindcijfer 4,5 eindigde Hertog op de 98ste
plaats.
|
| De
bollebozen onder de oliebollenbakkers in 2011 |
| Richard
Visser's Gebakkraam, Rotterdam |
|
| Oliebollenkraam
Muller, Nieuwerkerk a/d IJssel |
| Echte Bakker
Vliegendehond, Wolvega |
| Hollandse Gebakkraam
Gerrie Bischoff, De Meern |
|
| Vier toppers met een
superbol op het
ereschavot: Richard Visser met eindcijfer 10, de overige drie werden
door het testpanel slechts met een halve punt minder bedeeld. Net onder
de topvier vijf verkooppunten met eindcijfer 9: Meesterbakker Voskamp
(Spijkenisse), Meesterbakker Roodenrijs (Den Haag), Bakkerij Van Dongen
(Made), Echte Bakker Henk Slagter (Coevorden) en Bakkerij ten Have-Van
Dijk (Nijkerk). |
|
"Bovenste
beste
bol"
|
"Na diep dal
weer het zoet
der
overwinning". Na
in 2010 slechts
als zestiende te
zijn geëindigd
wint Richard
Visser voor de
achtste keer
AD's Nationale
Oliebollentest.
Zijn geheim?
Zijn 80-jarige
moeder met haar
feilloze
smaakgevoel en
bakken in door
hem samen met
Smilde Foods
ontwikkelde
oliemix,
waardoor de
bollen wat
minder vet
opnemen en de
korst
knapperiger
wordt. Ondanks
€ 1 per bol zal
de kraam van
Visser
ongetwijfeld de
laatste dagen in
december opnieuw
zijn bestormd. |
|
| Muller krikte zijn prestatie van vorig jaar
met een half punt op naar eindcijfer 9,5. "Hier
wordt een mens vrolijk van", volgens het
testpanel. |
| De oliebollen van Vliegendehond zijn een
fikse autorit waard volgens het AD: "Fantastisch
bolletje, waarvoor je uit heel Friesland even
naar Wolvega rijdt." En met 70 eurocent voor een
losse bol ook nog eens de goedkoopste onder de
negen toppers. Wel wat aan de vette kant met
13,3 procent vet, dicht tegen de nog acceptabel
geachte grens van veertien procent. |
| 'Uit het niets', Gerrie Bischoff met zijn
Hollandse Gebakkraam in De Meern. "Hoog
smaakgehalte door ruime vulling." Afwachten of
Bischoff over een jaar deze toppositie weet te
handhaven. |
| Meesterbakker Voskamp, vorig jaar winnaar,
bakte in 2011 opnieuw een prima bol.
Smaakoordeel: "Hier wil je direct een tweede
exemplaar. Spijkenisse kan met recht trots zijn
op zo'n bakker." |
Elf
gouden regels voor een lekkere oliebol
| Oliebollenbakkers,
of om het even brood- en banketbakkers, laten slechts
zelden het achterste van hun tong zien. Wat hun
recepturen en bakproces betreft verkopen zij meestal
'gebakken lucht'. Vandaar de volgende elf gouden regels voor
een lekkere oliebol. |
| #
Gebruik ingrediënten in de juiste verhouding. Weeg, ga
niet af op uw 'gevoel'. |
| # Los
de gist eerst op in lauwwarme melk (of water) voor dit
aan het beslag wordt toegevoegd. |
| # Droog
de vulling (krenten, rozijnen) na het wassen. |
| # De
vulling moet gelijkmatig over het beslag verdeeld zijn. |
| # Roer
tot een glad beslag is ontstaan (zonder klonten) en sla
dit enkele minuten door. Beslag doorslaan, zult u zich
misschien afvragen. Om de lucht uit het beslag te
verwijderen wordt de beslaglepel langzaam door het beslag
gehaald, waardoor 'wegrijzen' van het beslag wordt
voorkomen. |
| # Laat
het beslag op een lauwwarme en rustige plaats ongeveer
een uur rijzen. Van huis uit kan ik me herinneren dat de
emmer met een vochtige theedoek werd afgedekt om
uitdrogen van het beslag te voorkomen. |
| #
Gebruik bij voorkeur een ijsknijper of anders twee
eetlepels om het beslag in de olie te laten glijden. Doop
ijsknijper of lepels vlak tevoren in de hete olie om
vastplakken van het beslag te voorkomen. |
| # Bak 6
minuten bij een olietemperatuur van 180 °C. Uit een test
van de Consumentenbond bleek dat de meeste geteste
elektrische friteuses de temperatuur niet juist
weergeven. Vier van de vijftien friteuses haalden de 180
°C niet, zelfs niet op de hoogste stand. Gebruik daarom
een frituurthermometer of test anders met een stukje
brood, dat binnen 45 tot 60 seconden bruin en knapperig
moet worden. |
| # Laat
de bollen goed uitlekken. Bijvoorbeeld in een vergiet met
keukenpapier. |
| #
Filtreer de olie na het bakken. |
| #
Ververs de olie tijdig. Als gevolg van regelmatig
verhitten en afkoelen en contact met water en lucht
verandert de samenstelling en ontstaan afbraakproducten.
De olie wordt donkerder (donkerbruin of zelfs zwart),
gaat stinken, wordt stroperiger, gaat walmen en de grote
bellen bij verse olie gaan over in kleine belletjes.
Herkent U een van deze fenomenen, ga dan over op verse
olie. Anders wordt U gestraft met ranzig smakende bollen
en een flink portie afbraakproducten, die uw gezondheid
kunnen schaden. Vuistregel: vervang de olie na vijf tot
zeven keer frituren. |
| Aanvullende tips van
Heinrich Gühnen, professioneel oliebollenbakker in
Heerenveen en zowel in 2008 als in 2009 gewaardeerd met
eindcijfer 8,5 in AD's oliebollentest: het beslag rústig
laten rijzen en bakken in arachideolie "En dan met
de ijsknijper langs de randen van de schaal scheppen.
Krijg je geen draden." |
Bakoliën
In welke olie kunt U de bollen
het beste bakken? Dat lijkt me vooral een kwestie van smaak.
Vroeger was de keuze voor de Nederlandse huisvrouw en
professionele bakkers beperkt tot slaolie (een verzamelnaam voor
sojaolie, raapzaadolie, pindaolie - zie kader, of een mengsel van
plantaardige oliën). Op de schappen van de grootgrutters en de
natuurvoedingswinkels staat tegenwoordig een groot assortiment
aan plantaardige bakoliën: sojaolie, zonnebloemolie,
maiskiemolie, arachideolie (pindaolie) en raapzaadolie, ook wel
koolzaadolie genoemd. Voor uw gezondheid maakt het niet zoveel
uit: allemaal plantaardige oliën met een hoog gehalte aan
onverzadigde vetzuren. Voor de genoemde oliën varieert dat
grofweg van 80 tot 90 %. Hoe vaak krijgt U het niet via reclame
ingepeperd: onverzadigde vetzuren verlagen het cholesterolgehalte
in het bloed. Dat zit bij deze bakoliën wel goed dus. De benamingen raapzaad- en koolzaadolie worden in
het dagelijkse leven naast elkaar gebruikt. Raapzaad en
koolzaad lijken dan ook veel op elkaar en de samenstelling is
nagenoeg dezelfde.
| Koolzaadolie
in opmars |
| In 2007
werd eenderde koolzaad meer gezaaid ten opzichte van de
jaren 2002-2006. Meer dan zes miljoen hectare
landbouwgrond, vooral gelegen in Frankrijk, Duitsland en
Polen. Koolzaadolie is zeer gewild als alternatieve
brandstof, hetzij in de vorm van pure plantaardige olie
(PPO) of als biodiesel. |
Om de
uitstoot van het broeikasgas CO2 te verminderen heeft de Europese Commissie
in 2003 besloten dat een verplichte bijmenging van
biodiesel van 2% in 2007 gerealiseerd moet zijn. In Nederland is voor
2011 de verplichte bijmenging 4,25 %, welk aandeel stapsgewijs wordt
verhoogd naar 5,5 % in 2014.
Naast koolzaadolie
worden ook eetbare oliën zoals palmolie en sojaolie en
restvet (gebruikte frituurolie bijvoorbeeld) als
grondstoffen gebruikt voor het produceren van biodiesel.
|
 |
Coöperatieve Koolzaadvereniging
Oost Nederland Colzaco, een samenwerkingsverband
van 120 akkerbouwers in Oost-Nederland, gooit het
over een andere boeg. Voor een dieselmotor is het
lood om oud ijzer welke vetzuren worden verbrand,
maar voor mensen is koolzaadolie van alle
spijsoliën de gezondste. Dat wil zeggen met het
hoogste gehalte aan onverzadigde vetzuren. Uit
hun winterkoolzaad wordt uit de eerste koude
persing onder de merknaam Brassica
spijsolie gewonnen: "Met een eigen en unieke
productiewijze wordt alleen de kern van de
koolzaden gebruikt, waardoor na de persing een
mooie en natuurzuivere olie ontstaat." Geen
ronkende reclametaal, want Brassica koolzaadolie
won tijdens de Horecava 2010 in de categorie Food
& Beverage de Innovation Award 2010. Verpakt
in kekke halfliterflessen, om te benadrukken dat
je iets bijzonders koopt, is de goudgele olie
in
drie varianten verkrijgbaar. Voor culinair journalist Wouter
Klootwijk zijn die chique flesjes verspilde
moeite. Geef hem maar vijf liter in een plastic
vaatje met tapkraantje. |
| Bloeiende
koolzaadvelden. Bron: Foodlog |
|
|
| Slaolie uit pinda's (ook wel grondnoot, aardnoot,
olienoot of apennoot genoemd). In 1938 werd in ons land
175 miljoen kg pinda's ingevoerd. Een deel daarvan was
bestemd voor het bereiden van 65 miljoen kg arachideolie,
waarvan 45 miljoen kg werd geëxporteerd. Onder de naam
'Supra Fine' bracht N.V. Oliefabrieken J.M. Zwerver te
Vlaardingen slaolie uit grondnoten op de markt. De
slaolie was deels bestemd voor de fabricage van margarine
in de zusteronderneming Rotterdamse Margarine Industrie
J.M. Zwerver te Vlaardingen. |
| De pinda is
een vrucht van de Arachis hypogae, een plant die behoort tot de
vlinderbloemfamilie. De gecultiveerde vorm van deze plant
stamt waarschijnlijk uit Brazilië. De bloemen zitten op
een lange steel, die na de bevruchting in lengte
toeneemt, naar de grond overbuigt en in de grond dringt.
De vruchten rijpen 5 à 6 cm diep in de bodem.
Belangrijke exportgebieden waren destijds het voormalige
Brits-Indië (benaming voor India en Birma onder Brits
bestuur) en West-Afrika. |
| Hoe
verliep het productieproces van grondnoot naar olie? |
| De noten, die ongeveer
45 % olie bevatten, worden fijngemalen en uitgeperst. De resterende drab wordt
verwerkt tot veekoeken. |
| De grondnotenolie
ondergaat verschillende zuiveringen om grondnotenmeel, plantenslijm,
vetzuren en ongewenste eiwitten te verwijderen. De
vetzuren en het grootste deel van de plantenslijm
verdwijnen na een behandeling met hete natronloog. De
zogenaamde 'soapstock' is zwaarder dan de olie, zakt naar
de bodem van de ontzuringsketel en wordt afgetapt. De
olie wordt nu een paar maal met warm water gewassen. |
| Na het ontzuren volgt
het op kleur brengen in tanks onder hoog vacuüm. Door
middel van een roerwerk wordt de olie innig in contact
gebracht met bleekaarde. Bleekaarde is een benaming voor
verschillende soorten, sterk absorberende kleisoorten
zoals vollersaarde. Na verwijdering van de bleekaarde
door middel van filterpersen heeft de olie de gewenste
goudgele kleur gekregen. |
| Onder hoog vacuüm wordt
in deodoriseerketels stoom door de olie geleid. Op die
manier op smaak gebracht en nogmaals gefiltreerd is de olie voor consumptie
gereed. |
| Bron: Hoe maakt men ..?, Deel 1,
Slaolie, p. 35-40, uitgave van de vereeniging
"Nederlandsch Fabrikaat", 's-Gravenhage januari
1941. |
Zijn
oliebollen dikmakers?
Gezien de tip van het Voedingscentrum voor de feestdagen valt dat wel mee:
"Neem liever een appelbeignet of oliebol dan een appelflap
of appelbol (respectievelijk 50, 120, 400 en 570 calorieën per
stuk)." En een stevige wandeling tussen twee oliebollen in
helpt natuurlijk ook!
Volgens het AD bevat een oliebol meer energie dan in de
grafiek aangegeven: 261 calorieën per 100 gram en 7,5 gram vet. Voor een normaal
persoon te verbranden met een wandeling van een uur.

Zelf
aan de slag?
Het eerste recept
(voor ongeveer 35 oliebollen) is van drievoudig winnaar Bakkerij Steevens, het derde, en oudste recept, is een
transcriptie uit de allereerste editie van De verstandige kock of sorghvuldige
huyshoudster (1667).
| Recept van Bakkerij Steevens op
basis van water (2004). |
| 1 kilo bakkersbloem of
patentbloem |
| 0,8 liter lauw water
(ongeveer 30 °C) |
| 80 gram gist |
| 20 gram zout |
| 30 gram geraspte
citroenschil |
| 2 eieren |
| 50 gram gesmolten
roomboter |
| Voor de vulling |
| 450 gram rozijnen (op de
temperatuur van het beslag) |
| 150 gram verse
appelblokjes (maximaal ½ cm groot) |
| 10 gram kaneel |
| Bereiding |
| Los de gist op in het
water. Bloem, zout, citroenrasp, ei en boter toevoegen.
Draai een glad beslag totdat de bloem gemengd is. Daarna
de vulling er doorheen werken en 40 minuten laten rijzen.
Beslag korte tijd licht doorslaan. Beslag doseren met
ijsknijper in olie van 180 graden Celsius. Baktijd
ongeveer zes tot zeven minuten. Oliebollen uit laten
wasemen en bestrooien met suiker of poedersuiker. |
| Toelichting: In
het oorspronkelijke recept wordt gesproken van Bloem
Super Patent. Evenals bakkersbloem (dat verkrijgbaar is
bij de warme bakker en natuurvoedingswinkels) zeer rijk
aan gluten (eiwitten) waarmee een luchtiger beslag kan
worden verkregen dan met patentbloem. |
| |
| Recept van J.E.
Vink-Bodegraven op basis van bier (2007). Voor een vetarm
en zeer luchtige oliebol. |
| 1 kilo patentbloem |
| 4
zakjes droge gist |
| 1
liter bier (maximaal 5 volumeprocent alcohol), verwarmen
tot 37 à 40 graden Celsius. Het koolzuur in het bier
versterkt de rijzing van het beslag. |
| 15
gram zout |
| arachideolie
om te bakken |
| Voor
de vulling |
| 300
gram fijngesneden goudrenetten |
| 100
gram krenten |
| 200
gram rozijnen |
| Krenten
en rozijnen 12 uur zetten op een mengsel van Amaretto
(amandellikeur) en jus d'orange (bijvoorbeeld 14,5 % merk
Siebrand, verkrijgbaar bij AH). Regelmatig door elkaar
roeren. 'Nachtje' uit laten lekken. |
| Bereiding |
| Los de
gist op in het lauwe bier. Bloem en zout toevoegen. Draai
een glad beslag totdat de bloem gemengd is. Daarna de
vulling er doorheen werken en het beslag 1½ tot 2 uur
laten rijzen. |
| Met
twee lepels een balletje maken en deze zodanig in de olie
laten 'vallen' dat het balletje ongeveer vier seconden
volledig in de olie is ondergedompeld. Hierdoor schroeit
het bolletje in één keer gelijkmatig dicht en is de
opname van olie minimaal. Baktijd niet opgegeven. |
| Toelichting:
"[...] dit vallen in de olie is heel belangrijk
omdat de bol in zijn geheel wordt ondergedompeld [...]
waardoor de buitenkant van de oliebol helemaal wordt
dichtgeschroeid en vervolgens het garen in de oliebol
veel sterker wordt [...]" |
| |
| Recept uit De
verstandige kock: Om oliekoecken te
backen (1667). |
| Neemt tot 2 pont tarwemeel 2 pont lange
rosijnen (als die schoongewassen zijn, laet die in lauw
water wat staen zwellen), een kop van de beste appelen
(schilt die en snijt en heel kleyne stucxkens, de
klockhuysen wel uyt), een vierendeel of anderhalf gepelde
amandelen, een loot caneel, een vierendeel loots witte
gember, een weynigh nagelen wel ondereen gestooten, 3
eyeren en een half commeken gesmolten boter, een groote
lepel gist en niet wel een pintjen lauwe soete melck,
want het moet heel dick beslagen zijn, dat het beslagh
noch tay om de lepel blijft. En dan alle andere daerin
geroert en soo laten rijsen. Neemt daertoe een mengelen
van de beste raepolie, doet daerin een korst broodt, een
halve appel, setten op het vier en laet uytbranden. Keert
het broodt en appel altemet om tot het swart en hardt
wort. Gieter dan een schootjen schoon water in en laet
dan in de lucht kout worden en daernaer weder op 't vier
setten, als ghy die wilt gebruycken. |
Eenheid in gewichten, lengte- en
inhoudsmaten was in die tijd ver te zoeken. Voor diegenen die Om oliekoecken te backen willen uit proberen heb ik daarom enige
ruggensteuntjes. 2 pont
komt overeen met 2 (oude) pond, ofwel circa 850 gram. Vierendeel
of anderhalf gepelde amandelen komt ongeveer
overeen met 110 tot 160 gram (kwart of drie-achtste (oude) pond).
Zal een begrip als pond bekend voorkomen, een loot zal daar en
tegen bij menigeen het voorhoofd doen fronsen. Een loot
staat gelijk aan 15,6 gram (halve ounce) en een vierendeel
daarvan is ongeveer 4 gram. Loot, of het Duitse Lot, staat voor
schietlood en vertegenwoordigt dus een loden gewichtje. Een weynig
(tegenwoordig zouden we zeggen naar smaak toevoegen) kruidnagelen wordt goed door elkaar fijngestampt (wel
ondereengestoten). Met de pint
was het bar gesteld. In hetzelfde dorp of dezelfde
streek hoefde een pint bier nog niet gelijk te staan aan een pint
melk. Ik houd het op 0,65 liter zoetemelk (gewone melk) De
oliekoeken worden gebakken in een mengelen
(2 pint) ofwel 1,3 liter raapolie. Het
begrip uytbranden (uitbranden) zal
velen bekend voorkomen, maar staat in dit recept voor het
volgende: alvorens te bakken werd raapolie uitgebrand om de
olieachtige smaak weg te nemen. Koolhydraatrijke producten (zoals
brood en appel, die nu en dan (altemet)
worden gekeerd) werden toegevoegd om, na de chemische reactie
door de hoge temperatuur, een zoetige smaak aan de olie te geven.
De olie wordt geblust met een scheutje (schootjen)
schoon water.
Glossarium. Bij de vertaling van de oude eenheden
heb ik mede gebruik gemaakt van het glossarium zoals deze is
opgenomen in de keuken van de late Middeleeuwen,
gebaseerd op het originele kookboek UB Gent 476 waarin
in de loop van de zestiende eeuw verschillende personen recepten
hebben opgetekend. Een recept voor oliekoeken staat overigens
niet in dit kookboek. Een paar kanttekeningen nog. Het pond staat
voor een gewicht van 430 gram of meer. Het pond varieerde van
dorp tot dorp en van streek tot streek, zoals dat ook opgaat voor
de pint. Zo staat een Amsterdams pond bijvoorbeeld voor 494 gram,
bijna evenveel als de huidige (niet meer toegestane term) pond.
Van de pint heb ik nog twee andere definities gevonden: "6
maatjes of 6 dl" (Encyclopedie voor iedereen, De
Haan, Zeist, 1957) en "oude vochtmaat, verschillend van
inhoud, meestal een halve liter, een pint melk" (Van
Dale). De Engelse pint staat overigens gelijk aan 0,568
liter.
| Met de
handtekening van raadspensionaris Johan de Witt
verleenden de Staten van Holland en West-Friesland op 10
december 1668 aan de Amsterdamse boekverkoper Marcus Willemsz.
Doornick vijftien
jaar het alleenrecht om Het vermackelijck lantleven te drukken, uit te geven en te
verkopen. Een origineel exemplaar uit 1669, bestaande uit
de drie delen De verstandige hovenier, De
Nederlandtse hovenier en De verstandige kock, wordt bewaard in museum De Waag te
Deventer. Diëtist en
neerlandicus Marleen van der Molen-Willebrands heeft de recepten uit de De verstandige
kock getranscribeerd. De verstandige kock is
het enige in de Noordelijke Nederlanden gedrukte kookboek
uit de zeventiende eeuw. Het oliekoekenrecept uit 1667 komt
overeen met de versie uit 1669, afgezien van drie eieren
die twee jaar eerder wél staan voorgeschreven. De
hertaalde recepten, waaronder de hertaalde versie van het
oliekoekenrecept uit 1669 is, zijn gebundeld in de
verstandige kok, de rijke keuken van de Gouden Eeuw
(2006). |

'Oliebollen'
uit de Colombiaanse keuken. Zoals Nederland, kent ook Colombia een
traditionele lekkernij rond de feestdagen in december, namelijk buñuelos. Je komt ze echter in verschillende
vormen en smaken tegen: plat en rond, zoet en hartig. Een platte
zoete variant bijvoorbeeld bestaat uit meel, boter, suiker,
geklopte eieren, water en de geraspte schil van een citroen. Het
deeg wordt uitgespreid over een kneedplank waarna kleine stukken
deeg worden afgestoken en gefrituurd. De Columbianen bestrooien
dit kerstmistoetje met suiker en citroen, of met siroop of
honing. Op geheel andere wijze is het zoete nagerecht op basis
van geprakte bijna overrijpe bananen. Meng vier fijn geprakte
bananen eerst met vier eigelen, daarna met drie eiwitten en
tenslotte met twee theelepels bakpoeder. De met een
ijsbolletjeslepel gevormde bolletjes laten glijden in 190 °C
hete frituurolie en bestrooien met poedersuiker of met een
mengsel van poedersuiker en kaneel. Een hartige variant van
buñuelos, als snack aangeprezen en afkomstig uit de keuken van
het departement Antioquia, reikte een Colombiaanse collega mij
aan. Maak een zacht deeg van 500 gram zeer fijn gemalen jonge
kaas, 500 gram maïsmeel, één ei, één eetlepel suiker, één
theelepel bakpoeder en water of melk. Maak hiervan balletjes en
frituur ze goudbruin in matig hete (maiskiem)olie. Dien ze warm
op. Wat matig heet is - temperatuur niet te hoog en niet te laag
- meldt het Spaanstalige recept niet. Experimenteren dus! Het
oorspronkelijke recept spreekt niet van bakpoeder, maar van
natriumbicarbonaat, dat bij ouderen waarschijnlijk beter bekend
is onder de naam maagzout. Eenmaal ingenomen met water ontstaan
koolzuurbelletjes in de maag waardoor je heftig begint te boeren
en daardoor enigszins wordt bevrijd van een 'opgeblazen' gevoel.
Op vergelijkbare manier zorgen de koolzuurbelletjes voor een
luchtig deeg of beslag.
Oliekoekje
moet hangen
 |
|
| Tegen Yssac
Pietersz. Vinnecourt, alias Oliekoekje, geboren te Leiden en van
beroep passementmaker, eiste de schout op 26 juni
1615 geseling, brandmerken, verbeurdverklaring
van de door hem gestolen goederen en twaalf jaar
verbanning uit Holland en West-Friesland (te
vergelijken met de huidige provincies Noord- en
Zuid-Holland). Kennelijk was hij al eens eerder
veroordeeld, want hij werd ondermeer aangeklaagd
wegens overtreding van de aan hem opgelegde
verbanning. Verder pleegde hij diefstallen met
braak en werd hij beschuldigd van landloperij,
bedelarij en bedreiging met een mes. De schepenen
veroordeelden hem tot geseling en vijftien jaar
verbanning uit Holland en West-Friesland. |
| Oliekoekje was
onverbeterlijk, want een jaar later stond Isaac,
ongeveer veertien jaar oud en nog steeds
passementmaker, opnieuw voor schout en schepenen.
Opnieuw had hij lak aan de aan hem opgelegde
verbanningen, niet alleen uitgesproken in Leiden
maar ook in Vlaardingen. Dit keer ging geseling
gepaard met 25 jaar verbanning uit Holland en
West-Friesland. |
| Brachten deze
bestraffingen hem tot inkeer? Nee, Oliekoekje was
een hardnekkig recidivist. Negen jaar later, 22
oktober 1625, moest fusteinwerker Isaac Pietersz.
Vinnecourt zich verantwoorden voor roof,
geweldpleging en straatschenderij. Deze keer zou
hij nooit meer in herhaling kunnen vallen, want
overeenkomstig de eis werden niet alleen de
geroofde goederen verbeurd verklaart maar kreeg
hij tevens de zwaarst denkbare straf, namelijk de
doodstraf door ophanging. |
|
| Het voormalige tuchthuis Het
Gravensteen
te Leiden. Was oorspronkelijk de gevangenis
van de graven van Holland. In 1463 door Philips van
Bourgondië overgedragen aan de stad Leiden. Het oudste
gedeelte (vierkante toren uiterst rechts) dateert
waarschijnlijk uit begin dertiende eeuw. In het midden
het gerechtsgebouw. De galerij voor de toren dateert uit
de eerste helft van de zeventiende eeuw. Hier vandaan
hadden schout en schepenen uitzicht op de executieplaats,
die in de volksmond de bijnamen
"Schoonverdriet" en "het groene
zoodje" kreeg. (Foto: Copyright © Henk Werk) |
Oliekoekje had een 'waardig'
opvolger in Johannes
Jansz., alias Johannes Oliekoek, geboren te Amsterdam, zeventien jaar en
zes maanden oud en spinner van beroep. Hij werd verdacht van
diefstallen, waarvan sommige met braak, en medeplichtigheid aan
diefstallen. In plaats van ophanging en confiscatie, zoals
geëist, werd hij 13 oktober 1684 veroordeeld tot te
pronkstelling, geseling, brandmerken en 25 jaar tuchthuis. Vier
jaar later probeerde hij uit te breken, werd opnieuw gegeseld
maar kreeg zes jaar strafvermindering.
| Bron: H.M.
van den Heuvel, De criminele vonnisboeken van Leiden
1533-1811, Uitgave van het tijdschrift Rijnland,
Leiden 1977-1978. Met namenregister. De originele
vonnisboeken zijn evenals de confessieboeken (het
vraag-en-antwoordspel tussen verdachte en schout) op
microfiche te raadplegen in de studiezaal van het
Regionaal Archief te Leiden. |
| Passement: boordsel, band, snoer gebruikt tot
versiering of omzoming van kledingstukken. |
| Fustein
(ook wel bombazijn): stof met een linnen schering en een
katoenen inslag. |
Het
vragenhoekje
Oliebollen
te vet? Veel van de vragen worden gesteld in de trant van
"Waarom zijn mijn zelfgebakken oliebollen te vet?" Het
antwoord (olietemperatuur lager dan 180 °C, niet te veel
vertrouwen stellen in de thermostaat van de elektrische friteuse,
schaf een frituurthermometer aan) vindt U op deze pagina.
Koud
geworden bollen van de warme bakker? De volgende twee tips kreeg ik van Ine
Baelemans: Oven voorverwarmen en oliebollen 8 minuten verwarmen
bij 180 °C. Of één minuut verwarmen in een magnetron. Geldt
voor een magnetron met een vermogen van 800 watt. Het smaakpanel
van de Consumentenbond (2000) proefde de bij 18 verkooppunten
gekochte oliebollen nadat deze waren ontdooid en gedurende 5
minuten op 220 °C in een oven waren verwarmd.
Water of
melk? Ik heb een
vraagje: wat is het verschil om bij oliebollenbeslag water te
gebruiken of melk, dit wil ik graag weten omdat ik mijn
oliebollen zo lekker mogelijk wil maken. Zo ongeveer begint het
e-mailbericht van Tiny van Vliet. Niet zo gemakkelijk te
beantwoorden gelet op de reacties uit mijn netwerk, laat staan
voor iemand die nog nooit een oliebol heeft gebakken. Johannes
van Dam geeft in zijn Dedikkevandam (2006) een
recept door uit Wannée's Kookboek van de Amsterdamsche Huishoudschool
(met melk) maar tekent daarbij aan: "De bollen worden met
melk minder goed gaar en de melk doet ze sneller
verbranden." Waarom dat zo is, legt hij niet uit. Het
verlossende antwoord komt uiteindelijk van de bakkers van het
Nederlands Bakkerij Museum Het Warme Land. Melk zorgt voor een
malsere bol door het melkvet en doet ze sneller bruinen door het
melksuiker (lactose). (1 liter halfvolle melk bevat 15 gram vet
en maar liefst 50 gram suiker!) "Dus korter bakken dan
beslag met water". Dat verklaart waarschijnlijk ook het
verschil in baktijd voor de bollen van Bakkerij Steevens (7
minuten) en de gebruikelijke 5 tot 6 minuten voor beslag met
melk. Bakken op een te hoge temperatuur geeft dus met melk meer
kans op mislukte oliebollen dan met water. Het sneller bruinen
van de bol verhoogt de kans op een verbrande buitenkant en zal
menig zelfbakker ertoe brengen de bol te snel uit de frituur te
scheppen met als gevolg een ongare bol van binnen.
"Oliebollen bakken is een kunst", zoals de
Consumentenbond in 2000 al concludeerde. En wat deed Tiny van
Vliet? Zij bakte 200 goed gelukte oliebollen en gebruikte
daarvoor beslag met half water en half melk.
Meer
weten over oliebollen? Surf dan naar Oliebollen.jouwpagina met talloze links, ook
naar appelbeignets en appelflappen.
Geraadpleegde
bronnen
| Jos Steehouder, Stolp
bakt al maanden 40.000 bollen per dag, IJmuider
Courant, 27 december 1995. |
| Auteur onbekend, Koopmans
leidt bollenmixmarkt, IJmuider Courant, 30 december
1998. |
| Auteur onbekend, Nederland
wil met oliebol het jaar uit, IJmuider Courant, 28
december 2005. |
| Hedzer Faber, In de
ban van de oliebol, IJmuider Courant, 31 december
2008. Rondje AH en banketbakker Beeksma in IJmuiden. |
| Rixt Oenema. De
bollen van Heinrich, Leeuwarder Courant, 30 december
2008. Interview met Heinrich Gühnen in de rubriek 'Wat
schaft de pot?' |
| Gerard Baas, Oliebollenfabriek wil over week weer
bakken 'Nog drie miljoen te gaan', IJmuider Courant, 8 december
2010. |
| Willem Borkent en
Stephan Venema, ontwikkelaars van bakautomaten. |
| Egbert van Hattem, Automatische
oliebollenbakker, Ingenieurskrant, 23 december 1993. |
| Feike Wouda, Sneker
machine bakt beste oliebol, Leeuwarder Courant, 31
december 2008. |
| Algemeen Dagblad,
vrijdag 24 december 1999. |
| Algemeen Dagblad,
website, oliebollentest december 2000. |
| Algemeen Dagblad,
donderdag 27 december 2001. |
| Algemeen Dagblad,
zaterdag 28 december 2002. |
| Algemeen Dagblad,
zaterdag 27 december 2003 |
| Algemeen
Dagblad, woensdag 29
december 2004. |
| Algemeen Dagblad,
woensdag 28 december 2005. |
| Algemeen Dagblad,
woensdag 27 december 2006. |
| Algemeen
Dagblad, vrijdag 28
december 2007. |
| Algemeen
Dagblad, zaterdag 27
december 2008. |
| Algemeen
Dagblad, zaterdag 26
december 2009. |
| Algemeen
Dagblad, dinsdag 28 december 2010, katern AD Oliebollentest, p. 1-11. |
| Algemeen
Dagblad, woensdag 28 december 2010, katern AD Oliebollentest, p. 1-11. |
| Voorlichtingsbureau
Margarine, Vetten en Oliën, Rijswijk. |
| Centrum voor
Smaakonderzoek CSO,
Wageningen. |
| Consumentengids,
januari 2000, jaargang 48, nummer 1, Oliebollenbakken is
een kunst, p. 8-10. |
| Consumentengids,
januari 2002, jaargang 50, nummer 1, Friteuses getest, p.
26-28. |
| Het
Voedingscentrum,
Den Haag. |
| Nederlands
Bakkerij Museum Het Warme Land, Hattem. |
| Bakkerij Steevens, Stein. |
| De verstandige
kock, Om
oliekoecken te backen, 1667. Transcriptie door Marleen
van der Molen-Willebrands. |
| De verstandige
kock, Om
oliekoecken te backen, 1669. Transcriptie
(internetuitgave) door Marleen van der Molen-Willebrands. |
| Marleen Willebrands, de
verstandige kok, de rijke keuken van de Gouden Eeuw,
Tekstuitgave van het enige gedrukte Noord-Nederlandse
kookboek uit de zeventiende eeuw, eerste druk, Uitgeverij
Pereboom, Bussum 2006. |
| Ria Jansen-Sieben,
Johanna Maria van Winter, de keuken van de late
Middeleeuwen, tweede druk, Bert Bakker, Amsterdam
1998. Gebaseerd op het originele manuscript UB Gent
476 waarin in de loop van de zestiende eeuw
verschillende personen recepten hebben opgetekend. |
| Nederlands Bakkerij
Museum "Het Warme Land", Hattem. Verschillende
(kranten)knipsels; redactionele bijdrage traditie
oliebol. |
| Het Woordenboek der
Nederlandsche Taal , Sdu Uitgevers, Den Haag 2003.
Verantwoordelijk voor de tekst is het Instituut voor
Nederlandse Lexicologie te Leiden. |
| van Dale, Groot
Woordenboek van de Nederlandse taal, Van Dale
Lexicografie, Utrecht / Antwerpen 2005. |
| Verslag J.K. Stal,
opgetekend uit de mond van Louwrens Werk, Arnhem 5
februari 1962. Archief Het Nederlands Openluchtmuseum,
Arnhem. |
| Hoe maakt men ..?,
Deel 1, Slaolie, p. 35-40, uitgave van de vereeniging
"Nederlandsch Fabrikaat", 's-Gravenhage januari
1941. |
| Carlos Caicedo Martinez,
informatie betreffende buñuelos. |
| Johannes van Dam, Dedikkevandam
Van aardappel tot zwezerik, derde druk, Oliebol, p.
414-416, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2006. |
| H.M. van den Heuvel, De
criminele vonnisboeken van Leiden 1533-1811, Uitgave
van het tijdschrift Rijnland, Leiden 1977-1978. |
Voor het laatst
bijgewerkt: 29 december 2011.
Copyright © Henk Werk
Met uitzondering van genealogische data
is gehele of gedeeltelijke overname alleen
toegestaan na schriftelijke toestemming.