HET VERBORGEN LEVEN ...

 

De verkondiging op de Laatste zondag van het Kerkjaar

Gedachtenis van de overledenen

 


preek in de Evang.-Lutherse Gemeente Dordrecht
op 24 november 2002
 

Een korte preek op deze zondag, in verband met de na de Dienst te houden Gemeentevergadering.

Tekst: Kol. 3 : 3  Want gij zijt gestorven, en uw leven is verborgen met Christus in God.

Wij gedenken als Gemeente vandaag onze overledenen. Dat is wat anders en het is ook mr dan thuis zitten en daar uw overleden man, vrouw of kind in herinnering brengen. De overledenen hier samen gedenken, dat hrt bij de Kerk. Kerk-zijn is geen voortbrengsel van ons zelf. Het is de H. Geest die Schepper van de Kerk is. Dat gaat verder en dieper dan de gemeente zoals wij haar voor ogen hebben. De overleden gelovigen horen er bij.

Ook een bidprentje is dienstig tot de gedachtenis van de overledenen

De band tussen levenden en doden wordt gelegd door Gods Geest. Het is een uitvloeisel van de nieuwe geboorte die elke christengelovige kent. Hetzij op aarde in leven, hetzij gestorven is, de gelovige kent een geestelijke geboorte. Als gemeente delen wij die met elkaar, omdat ons de H. Geest gegeven is. Een geestelijke geboorte, een ander leven; drom anders, omdat het niet zoals het natuurlijk leven is. Het is een vrucht van Gods Geest.
Onze doden hebben dit leven in een volheid die wij niet kennen. Toen zij stierven, was die geestelijke geboorte voleindigd. Wanneer christenen in de eerste eeuwen van onze jaartelling moesten sterven voor hun geloof, werd hun martelaarsdood genoemd: de geboortedag. Dus: op hun sterfdag was het nieuwe leven voldragen en werd het geboren. Een geestelijke geboorte, door de H. Geest.
Christus heeft de dood overwonnen door de kracht van de H. Geest. Door diezelfde kracht zijn ook onze gelovige overledenen in God voleindigd. Opnieuw diezelfde kracht is het, die ons en onze gelovige gestorven bijeenhoudt in een levensverband. Voor God leven zij allen, zegt Jezus. Doden en levenden.

Dat leven, is dat hetzelfde als wanneer de wereld om u heen zegt: 'Het leven gaat door'? Wat kan dat zakelijk-hard overkomen. De gemeente van Christus heeft iets beters te zeggen; zij kent een ander leven. Een verborgenheid, waarvan de apostel Paulus zegt: 'Gij zijt gestorven, en uw leven is verborgen met Christus in God.'
Het is een eerst een verborgenheid omdat onze zintuigen tekort schieten om dat ten volle waar te nemen. Dit is een leven dat gestorven gelovigen en wij samen hebben.
Het is daarna ook een verborgenheid, omdat het pas in de toekomst zal openbaar komen. God zelf zal onthullen, welke zin ons bestaan gehad heeft; welk nut ons geloof en onze hoop en onze liefde hebben gehad.
Vragen wij ons af: zou hetgeen onze overlenen gedaan hebben, en al wat zij betekend hebben, zou dat duurzaam zijn? Van nieuw leven, uit de Geest, en van vruchten van dat nieuwe leven, moeten wij zeggen: het is verborgen met Christus in God.
Tegelijkertijd belijdt de kerk de opstanding. Hier wil dat zeggen: alle geloofsdaden en heel de geloofskracht van onze overledenen, hun hele gelovige persoonlijkheid, die gaan niet teloor; ze blijven bij ons. Gedachtenis van de overledenen is een werkelijk tegenwoordig stellen van alles wat zij hebben gedaan, en betekend.
Dit is niet alleen nodig voor onze persoonlijke troost. Ook voor het heil van deze aarde is hun gedachtenis onmisbaar. Op deze slotzondag van het kerkelijk jaar staan wij stil bij de voleinding. Hierop is onze hoop gericht, de voleinding, de volheid van de Schepping, de definitieve verlossing. We weten niet precies het hoe, maar dit mogen we geloven: onze overledenen hebben een actief aandeel in de verlossing en vernieuwing. Ja, nu al staan zij op verborgen manier ons terzijde in onze verwachting. De gemeente van Christus is groter dan zichtbaar is. Door Gods aanwezigheid zijn ook aanwezig die talloze gestorvenen, ontslapen in Christus.
Sommigen van hen hebben maar weinig geluk in hun leven gekend. Maar zij hoopten en geloofden; zij beriepen zich op God. Anderen hebben een prachtig leven gehad, maar wisten net zo goed als minder fortuinlijken: (zij wisten:) het leven dat telt voor God, is een schepping van zijn Geest.

Hoe uw leven ook verloopt, als u luistert naar de h. Schriften, dan hoort u, dat de aarde nog onverlost is. Onze onvoltooidheid en de onverlostheid van de aarde hangen samen. Het nieuwe leven is nog een verborgenheid; verborgen met Christus, in God.
De bedoeling van deze viering hedenochtend, de gedachtenis der overledenen is, dat wij hun daden en persoonlijkheden daadwerkelijk tegenwoordig stellen. Op die manier schakelt God ons en onze overledenen in om de nieuwe hemel en de nieuwe aarde naderbij te brengen. Met het oog daarop hebben wij elkaar nodig; we kunnen dit als we samen zijn. Dodengedachtenis is een aspect van Kerk-zijn. Onze overledenen leven voor God! Dan kunnen ook hun daden en persoonlijkheden mee doen in het naderbijkomen van de definitieve verlossing!
Om ons heen is een reusachtige onzichtbare menigte van overledenen. Zij vergezellen ons op weg naar Gods toekomst. Het is een grote wolk van getuigen, zoals de Hebreen-brief zegt. Mensen die de uiteindelijke bevrijding zelf niet meegemaakt hebben. Toch zijn zij in het geloof gestorven. Hun leven is met Christus verborgen in God. Daarom noemen wij hen heiligen.
Deze heiligen gedenken wij. Hen, die hier alles moesten loslaten, maar nu geborgen zijn in God met het oog op zijn toekomst...
Over die heiligen zingen wij: gezang 103

TERUG NAAR DE INHOUDSOPGAVE