4. Het huis Quesnay van Boulay

(Donderdag 10 juli)

We gaan verder langs de windmolen van St.Maxent (een andere hobby), waarvan de bijgebouwen door brand onlangs in de as gelegd blijken te zijn, maar de molen zelf is behouden. We zoeken onderdak in de bossen van Eawy, maar vinden het in Saint Saens, waar we zonder het te weten terecht komen.
Aan een echt grachtje, dat Rue des Tanneurs heet (Looiersgracht), in een zeer oud vakwerkhuis (foto 15E). Achter de achtertuin ervan loopt ook een grachtje.
We stappen direct op de fiets, richting bossen. We zien aan de beek, die verderop de grachtjes vormt, een fraaie watermolen aan de overkant van het water. Een looiersmolen? (De looistof komt uit eikenschors!)
Plots roept Joke: "Kijk nou". Er tegenover loopt een steeg steil omhoog; het is de Sente du Quesnay (foto 7).
Hij loopt naar Le Quesnay, maar is te steil voor onze fiets. We nemen dus de weg met haarspeldbocht met fraai uitzicht over Saint Saens.
Bij het bord Le Quesnay (foto 8) aangekomen zien we twee lange oprijlanen met twee maal drie rijen geblokte bomen er langs (foto 9).                    verder

4. Het huis Quesnay van Boulay (vervolg)

(Donderdag 10 juli)

Eén van die oprijlanen loopt gewoon door naar beneden vanaf de overkant van de weg; tot in het oneindige naar het lijkt.
Een man in het bijbehorende dorpje verwijst ons naar een oudere bewoner, die we thuis aantreffen. Hij vertelt ons dat de bewoner van het grote huis Boulay heet. In het dorp wonen geen Quenay's, en hij heeft er ook nooit gekend.

Vorige pagina

Volgende pagina