|
Persoonlijke opmerking
: |
Notitie bij Dirck Johanszn.: . Derck en Armgerte talloze malen getuige. Uit zijn tweede huwelijk een kind. Voor dat kind, Hermen (ged. 24-3-1678)staat testament in Krosenbrink " Uit de historie van Winterswijk". Tegeder, genoemd 1663-1683, dus twintig jaar lang. Derck heeft 25 Daelder aande Winterswijkse armen gegeven. Meerdink geeft een ton bier voor het schuttersfeest in 1679. Anno .... heeft den Ouden Meerdinck uit Woold den arm en gegeven, ende staen desselvs sone cum? interesse voldaen te moetenwerden Captl: daeld: 25:. Hierop heeft Lutgen Cossinck hier tot mijnen huise d. 19 Novemb. 1684 afgelegt guld:24:-10. Rest also op het Capitl. guld :13: die Lutgen Cossinck met den interesse van soveele jaeren dat dese gifte van sijn vader gedaen, noch resteeren te betaelen aen den aemen. Hier op Joost Trae ontfangen fl:3:15. Dit is gequiteert. Van die voorts 24 gl. 10st. sijn volgens resolutie des kerckenraets gegeven tot opbouw der kercke tot Bronckhorst d. 11 April 1684 fl.5:-:- Noch aen de Oudevoogdin
Bronckhorst tot Stadtloe in haeren noot den selven dato als boven fl:-:10: -. Noch aen Metta Heeurninck na dat van provisoor en Diaconen 2 rijckdl l. gegeven, sijn daerbij nae gedane collecte tegens Jacobi sal wedergev en fl:5:-:-. In juni 1641 neemt Derck Mierdinck samen met zijn vrouw Armgart boerderij Mierdinck over van zijn vader. Hofboek Miste: In den naeme der Heijlige drievuldigheijt Amen. Ick Derck Mierdinck Hofftegeder van den Hoff thoe miste, sorterende onder ende gehorende tot den Ampthuijse Bredevoort, verkonde ende betuge mits desen, dat ick hebbende mij te gemoete gevoert ende betragt, mijner ouderdom ende denvolgens de broosheijt en de de swackheijt der natuijre daer uijtt spruijtende, oock den daerop, t er tijdt be de Almachtich beslooten, te volgen staande dootlicken afscheit, uijt sonderlijcken mij daertoe beweegende, redenerende motiven,ehlicke affectie, ende voor ontvangene goegd ende getrouwe diensten in mijnen ouderdoms, bester ende bestendigster Hoff ende landt: regtens huisterwij se hebben vermaackt ende gelegateert, gelijck ick in daerwege vermaecke ende legateere kraft deser an mijne tegenwoordige Huijsfrouw AeltjenSmeenck het huijs bij mij op den Hoffgoede Mierdinck getimmert, ende tegenwoordigh wordende bewoont met de vrugten van de fruijt offte appel endepeer boomen bij mij om t' voorseijde huijs gepootet ende geplant, als oock die halfscheit, offte tot aen ende met de midden hegge van een kamp genoemt den Haeckencamp (lees Roeckekamp?), naest Haeckmanscamp geleegen, met de Heggen van beijde sijnden des campes, neffens den plaggenvrede daartoe gehoorende, van gelijcken oock die eijckelen soo van 't holtgevende, s taande op den voors. tughthuise gelegateerden f\gront, sullen koomente . .. (blijkbaar afgebroken). Bron: Das aantekeningen oud diaconieboekje, hofboek Bredevoort.
Beroep: Boer op het landgoed Meerdinck
|