10. Karakterschets van de Quesnay's

(Vrijdag 11 juli)

Het erf is nu vierkant met aan de rand de schuren. Vroeger stonden die, in verband met brandgevaar, ver van elkaar, verbonden door een muur. de andere schuren zijn er later tussen gebouwd. Om de helft van het erf staat nog een enorme muur, nu recht met twee rechte hoeken. De muren tussen de schuren in zijn verdwenen. Aan een zijde staan nu 2 enorme bedrijfsgebouwen. Het erf is naar onze schatting wel 100 x 100 meter, enorm groot. Veel werk, zegt ze. Bovendien is haar man burgemeester van Cropus. Ze laat daarvan foto's zien. Maar ook verervingsacten waarin ik wel honderd of nog meer stukken grond met hun oppervlakte vermeld zie staan. Toch weet haar man niets van zijn eigen familie af. "De enige die daarvan wat weet ben ik", zegt ze. De familie hangt een beetje als los zand aan elkaar. Toch is die maar klein.
Ze schetst uit haar blote hoofd de stamboom vanaf de overgrootvader en maakt daarna daarin kleine correcties aan de hand van de geboorte-acten en testamenten (zie: afbeelding_1).
verder

10. Karakterschets van de Quesnay's (vervolg)

Onderwijl krijg ik van haar, terwijl ze wat heeft zitten zoeken tussen de papieren, een burgerlijke-standacte van haar gezin (afbeelding 2).

De Quesney's zijn nooit zo vruchtbaar geweest, zegt ze. De dochters waren altijd ver in de meerderheid. Kijk maar naar de ooms en tante van mijn man. Allemaal kleindochters. Alleen de tante heeft twee kleinzoons. Met moeite blijft er een tak bestaan. Want zelf heb ik ook maar één zoon, de jongste. En de zonen waren verre van vitaal. Stierven jong. "Maar ze trouwden meestal met veel intelligenter vrouwen. Hun vrouwen waren het eigenlijk die hen vooruit stuwden". Ik beaam het. Het klinkt me bekend in de oren. "Mijn schoon- grootmoeder is achtennegentig geworden", zegt ze. Zij was het die de boerderij bestierde. "Pour moi c'était un enfer".
Volgende pagina: 11            
Begin van deze pagina 10                   Vorige pagina: 9